http://kerkengeloof.wordpress.com

Dinsdag – H. Blasius, b. en mrt. – H. Ansgarius, b.

H. Blasius is de beschermheilige van hen die lijden aan keelaandoeningen.
Overleden vermoedelijk circa 316 . Hij zou Bisschop
geweest zijn van de Armeense stad Sebaste

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking

OVERWEGING

We horen vandaag in het evangelie twee wonderverhalen: een vrouw wordt genezen, een meisje wordt tot leven geroepen. Het zijn geen reportages over historische feiten; het zijn op de eerste plaats geloofsverhalen. Ze willen ons oproepen tot geloof in God, die leven en toekomst wil zijn voor ons. Een ontelbare menigte van geloofsgetuigen zijn ons daarin voorgegaan. Zij zijn ons nabij wanneer wij ons willen bevrijden van alles wat ons gevangen houdt. Vandaag moedigen zij ons aan om afstand te nemen van kwaad en gebrokenheid, van zonde en verslavingen. Ze leren ons de ogen te richten op de Heer Jezus: van allemaal is Hij de grootste geloofsgetuige.

.EERSTE LEZING              2 Sam 18, 9-10.14b. 24-25a. 30-19, 3
Ach was ik maar in jouw plaats gestorven,
Absalom, mijn zoon !

Uit het tweede Boek Samuël

In die dagen werd Absalom
door de dienaren van David gevonden.
Toen namelijk het muildier waarop Absalom reed
onder een grote eik doorging,
raakte Absaloms hoofd tussen de takken beklemd,
en omdat zijn muildier verder liep
kwam hij tussen hemel en aarde te hangen.
Een soldaat zag dat en meldde het aan Joab :
“Ïk heb Absalom gevonden ! Hij hangt in een eik.”

Joab nam drie stokken en raakte daarmee Absalom,
die nog levend midden in de eilk hing,
tegen zijn borst.

David zat tussen de beide poortgebouwen.
Een wachter klom op het dak van het poortgebouw,
boven op de muur,
en toen hij rondkeek,
zag hij iemand die heel alleen kwam aanrennen.
De wachter liet het de koning melden en deze zei ”
“Wacht hier even terzijde.”
De bode Achimaäs deed dat.
Nu kwam ook een tweede bode, een Kusiet aan. Hij zei :
“‘Ik heb goed nieuws voor mijn heer de koning.
“De Heer heeft u recht verschaft
tegenover allen die tegen u in opstand waren gekomen.”
Maar de koning vroeg de Kusier :
“Is alles goed met de jongen, met Absalom ?”‘
Toen zei de Kusier :
“”Het was te wensen
dat het alle vijanden van mijnheer de koning,
allen die kwaad tegen u beramen,
op dezelfde wijze verging
als het die jongman vergaan is.”

Diep geschokt trok de koning zich terug
in de bovenkamer van het poortgebouw ;
wenend liep hij op en neer,
terwijl hij bleef roepen :
”Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom !
“‘Ach was ik maar in jouw plaats gestorven,
Absalom, mijn zoon, mijn zoon !”
Aan Joab werd bericht :
“De koning weent en treurt over Absalom.”
En bij iedereen die het hoorde
dat de koning verdriet had om zijn zoon,
verkeerde de overwinningsroes op slag in rouw.

TUSSENZANG          Ps. 86(85), 1-2, 3-4, 5-6

Aanhoor mijn gebed, Heer, en wil mij verhoren.

Aanhoor mijn gebed, Heer, en wil mij verhoren,
ik ben ongelukkig en arm.
Bescherm mij, want U ben ik toegewijd,
draag zorg voor uw dienaar, hij rekent op U.

Mijn God zijt Gij toch, heb erbarmen met mij,
voortdurend roep ik tot U.
Verblijd het hart van uw dienaar, Heer,
ik richt mij tot U vol vertrouwen.

Gij zijt immers goed en genadig, Heer,
barmhartig voor elk die U aanroept.
Luister dan, Heer, naar mijn bidden,
geef acht op mijn smekende stem.

ALLELUIA          Joh. 6, 64b, 69b

Alleluia.
Uw woorden Heer zijn geest en leven ;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
Alleluia.

EVANGELIE              Mc. 5, 21-43

Meisje, Ik zeg u, sta op.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

In die tijd, toen Jezus weer met de boot overgestoken was,
stroomde veel volk bij hem samen.
Terwijl Hij zich aan de oever van het meer bevond,
kwam er een zekere Jaïrus, de overste van de synagoge.
Toen hij Jezus zag, viel hij Hem te voet
en smeekte Hem met aandrang:
“Mijn dochtertje kan elk ogenblik sterven,
kom toch haar de handen opleggen
opdat ze mag genezen en leven.”
Jezus ging met hem mee.
Een dichte menigte vergezelde Hem en drong van alle kanten op.
Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed.
Zij had veel te verduren gehad van een hele reeks dokters
en haar gehele vermogen uitgegeven,
maar zonder er baat bij te vinden;
integendeel, het was nog erger met haar geworden.
Omdat zij over Jezus gehoord had,
drong zij zich in de menigte naar voren
en raakte zijn mantel aan.
Want ze zei bij zichzelf:
“Als ik slechts zijn kleren kan aanraken,
zal ik genezen zijn.”
Terstond hield de bloeding op
en werd ze aan haar lichaam gewaar
dat ze van haar kwaal genezen was.
Op hetzelfde ogenblik was Jezus zich bewust
dat er een kracht van Hem was uitgegaan;
Hij keerde zich te midden van de menigte om en vroeg:
“Wie heeft mijn kleren aangeraakt?”
Zijn leerlingen zeiden Hem:
“Gij ziet dat de menigte van alle kanten opdringt en Gij vraagt:
Wie heeft Mij aangeraakt?”
Maar Hij liet zijn blik rondgaan om te zien wie dat gedaan had.
Wetend wat er met haar gebeurd was,
kwam de vrouw zich angstig en bevend voor Hem neerwerpen
en bekende Hem de hele waarheid.
Toen sprak Jezus tot haar:
“Dochter, uw geloof heeft u genezen.
“Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost.”

Hij was nog niet uitgesproken of men kwam
uit het huis van de overste van de synagoge met de boodschap:
“Uw dochter is gestorven.
“Waartoe zoudt ge de Meester nog langer lastig vallen?”
Jezus ving op wat er bericht werd
en zei tot de overste van de synagoge:
“Wees niet bang maar blijft geloven.”
Hij liet niemand met zich meegaan
behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.
Toen zij aan het huis van de overste kwamen,
zag Hij het rouwmisbaar
van mensen die luid weenden en weeklaagden.
Hij ging naar binnen en zei tot hen:
“Waarom dit misbaar en geween?
“Het kind is niet gestorven maar slaapt.”
Doch zij lachten Hem uit.
Maar Jezus stuurde ze allemaal naar buiten en ging
met zijn metgezellen en de vader en moeder van het kind
het vertrek binnen waar het kind lag.
Hij pakte de hand van het kind en zei tot haar:
“Talita koemi”;
wat vertaald betekent:
Meisje, sta op.
Onmiddellijk stond het meisje op en liep rond
want het was twaalf jaar.
En ze stonden stom van verbazing.
Hij legde hun nadrukkelijk op
dat niemand het te weten mocht komen, en voegde er aan toe
dat men haar te eten moest geven.

____________________________________________________________________________________

Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis

Wat er met ons huis aan het gebeuren is
17. De theologische of filosofische reflecties over de situatie van de
mensheid en de wereld kunnen klinken als een zich steeds herhalende en
ijdele boodschap, als zij zich niet opnieuw presenteren vanuit een uiteenzetting
van de huidige context met het oog op hetgeen er aan nieuws is voor de

geschiedenis van de mensheid. Daarom stel ik voor om, alvorens te erkennen
hoe het geloof nieuwe motiveringen en eisen aanreikt ten opzichte van

de wereld waarvan wij deel uitmaken, in het kort te blijven stilstaan bij
hetgeen er met ons gemeenschappelijke huis gebeurt.
Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling

Geef een reactie

Ontdek meer van KERK en GELOOF/CHURCH and FAITH

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder