Uitnodiging
Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?
Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.
Elke dag ter beschikking
Overweging
Uitgerekend Jezus’ verwanten en familieleden aanvaarden niet wat Hij zegt, en nemen aanstoot aan Hem. Dezelfde verbazing als degene die Jezus voelt bij de storm op het meer, maakt zich ook nu meester van Hem: ”Waarom zijn jullie zo bang ? Geloven jullie dan nog steeds niet ? ” Het evangelie vermeldt daarop kort en fijntjes dat Jezus “daar geen enkel wonder kon doen”. Dat onvermogen is niet te wijten aan onwil, of aan het ontbreken van kracht bij Jezus, maar aan het gebrek aan geloof bij de mensen. Een wonder vereist immers geloof, maar het geloof is er niet de voorwaarde toe: het geloof is niet vereist om een wonder tot stand te brengen, maar om het als wonder te zien, te begrijpen, te ontvangen.
EERSTE LEZING 2 Sam. 24, 2. 9-17
Alleen ik heb gezondigd, maar deze schapen,
wat hebben zij gedaan ?
Uit het tweede Boek Samuël
In die dagen zei koning David tot Joab, zijn legeraanvoerder :
“Ga rond bij alle stammen van Israël,
van Dan tot Berseba,
om het volk te tellen ;
ik wil weten hoe talrijk het volk is.”
Toen de telling gebeurd was
deelde Joab de uitslag aan de koning mee :
Israël telde achthonderdduizend weerbare mannen
die het zwaard konden hanteren
en Juda vijfhonderdduizend.
Maar toen David de volkstelling had laten houden,
begon zijn hart te bonzen van angst
en hij zei tot de Heer :
“Ik heb zwaar gezondigd door dat te doen.
“Ach Heer, vergeef toch de zonde van uw dienaar ;
ik heb zeer dwaas gehandeld.”
Toen David de volgende ochtend opstond,
was het woord van de Heer al gekomen tot de profeet Gad,
de ziener van David :
“Gij moet tot David gaan zeggen :
Zo spreekt de Heer :
Drie dingen leg Ik u voor,
waarvan gij er één moet kiezen ;
daarmee zal Ik u treffen.”
Gad begaf zich naar David,
legde hem dit voor en vroeg :
“Moet er zeven jaar hongersnood over uw land komen,
wilt u drie maanden lang
achtervolgd door uw vijanden op de vlucht zijn,
of moet drie dagen lang de pest door uw land gaan ?
“Denk goed na en beslis dan
wat ik moet antwoorden aan Hem die mij zendt.”
Toen zei David tot Gad :
“Ik weet me geen raad,
maar wij kunnen beter in de hand van de Heer vallen
– want zijn barmhartigheid is groot –
dan in de handen van mensen.”
Dus liet de Heer de pest op Israël los,
van die ochtend af tot op de vastgestelde tijd
en er stierven van Dan tot Berseba
zeventigduizend mensen.
Toen de engel van de Heer zijn hand uitstak
om ook Jeruzalem te teisteren,
kreeg de Heer spijt over het onheil en zei Hij tot de engel
die onder het volk verderf stichtte :
“Het is genoeg ; laat uw hand zakken.”
De engel van de Heer stond toen
bij de dorsvloer van Arauna, de Jebusiet.
Toen David de engel zag die het volk teisterde
zei hij tot de Heer :
“Ach Heer, alleen ik heb gezondigd,
alleen ik heb verkeerd gedaan,
maar deze schapen, wat hebben zij gedaan ?
“Laat uw hand liever op mij drukken
en op het huis van mijn vader !”
TUSSENZANG Ps. 32(31), 1-2, 5, 6, 7
Voor de Heer beken ik mijn fout ;
en Gij hebt mijn zonde vergeven.
Gelukkig degene wiens fout werd vergeven,
wiens zonde door God werd bedekt.
Gelukkig de mens die geen schuld heeft bij God,
wiens hart geen misdaad verbergt.
Toe heb ik mijn zonden beleden voor U,
mijn schuld niet langer ontkend.
Ik sprak : voor de Heer beken ik mijn fout ;
toen hebt Gij mijn zonde vergeven.
Daarom zal de vrome zich keren tot U
wanneer hij door onheil bedreigd wordt ;
al breekt er een stortvloed over hem los,
de rampspoed zal hem niet raken.
Mijn toevlucht zijt Gij, mijn redder in nood,
Gij hult mij in voorspoed en vreugde.
ALLELUIA Mt. 4, 4b
Alleluia.
Niet van brood alleen leeft de mens,
maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.
Alleluia.
EVANGELIE Mc. 6, 1-6
Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd
begaf Jezus zich naar zijn vaderstad
en zijn leerlingen gingen met Hem mee.
Toen het sabbat was begon Hij te onderrichten in de synagoge.
De talrijke toehoorders vroegen verbaasd :
“Waar heeft Hij dat vandaan ?
“En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is ?
“En wat zijn dat voor wonderen die zijn handen verrichten ?
“Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria
en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon ?
“En wonen zijn zusters niet hier bij ons ?”
En zij namen er aanstoot aan.
Maar Jezus sprak tot hen :
“Een profeet wordt overal geëerd
behalve in zijn eigen stad,
bij zijn verwanten en in zijn eigen kring.”
Hij kon daar geen enkel wonder doen,
behalve dat Hij een klein aantal zieken genas
die Hij de handen oplegde.
Hij stond verwonderd over hun ongeloof.
________________________________________________________
Laudato Si
Encycliek van
Paus Franciscus
Over de zorg voor ons gemeenschappelijk huis
18. De voortdurende versnelling van de veranderingen van de mensheid
en de planeet gaat vandaag samen met een intensivering van het levens- en
arbeidsritme in wat sommigen in het Spaans “rapidación” (versnelling)
noemen. Hoewel verandering deel uitmaakt van de dynamiek van
complexe systemen, is de snelheid die de menselijke activiteiten deze
vandaag opleggen, tegengesteld aan de natuurlijke traagheid van de biologische
evolutie. Hierbij komt nog het probleem dat de doelstellingen van
deze snelle en voortdurende verandering niet noodzakelijk gericht zijn op
het algemene welzijn en een houdbare en integrale menselijke ontwikkeling.
Verandering is iets wenselijks, maar wordt verontrustend, wanneer zij
verandert in een achteruitgang van de wereld en de kwaliteit van leven
van een groot gedeelte van de mensheid.
Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling