Pasen is het belangrijkste christelijke feest. Christenen vieren vanuit
hun geloof dat Jezus uit de dood is opgestaan

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking

Overweging
Is het niet vreemd dat Petrus en Johannes – toch de grondleggers van de jonge christelijke Kerk – na Jezus’ dood en verrijzenis als vanouds naar de tempel gaan? Het is duidelijk dat de apostelen niet meteen het offerkarakter van Jezus’ sterven hebben begrepen, noch de gevolgen hebben ingeschat van het breken van het brood en het delen van de wijn. Ze kwamen wel samen om avondmaal te vieren ter gedachtenis van Jezus, zoals Hij het hen gevraagd had. Maar het was nog te vroeg om te beseffen dat dit ritueel ooit de liturgie van de Tempel zou vervangen. Handelingen is het relaas van die evolutie, van een groeiend geloof in de verrijzenis. De leerlingen aarzelen, maar de Heer kent hun vallen en opstaan; keer op keer verschijnt Hij aan hen om duidelijk te maken dat Hij leeft. In het Emmaüsverhaal valt de nadruk op de reisweg die men moet afleggen om de nabijheid, de aanwezigheid van de Heer te ervaren. De leerlingen die op weg zijn naar Emmaüs lijken alleen nog maar verdriet, verwarring, ontgoocheling, heimwee met zich mee te dragen. Het zijn die situaties waarin de Heer Jezus aanwezig komt – in uiterst schamele tekens – en de moeizame weg met ons aflegt. Waar zie ik Jezus op mijn weg? Laat ik Hem daarop ten volle toe?

 

EERSTE LEZING             Hand. 3, 1-10

Wat ik heb geef ik u: “In de naam van Jezus: Gebruik uw voeten !”

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen gingen Petrus en Johannes eens naar de tempel
op het uur van gebed, het negende uur.
Daar was een man die vanaf zijn geboorte lam was
en iedere dag naar de tempelpoort gedragen werd
die de Schone genoemd wordt ,
om daar neergezeten aalmoezen te vragen
aan de mensen die de tempel binnengingen.
Toen hij Petrus en Johannes zag
die juist de tempel wilden binnengaan
vroeg hij om een aalmoes.
Petrus, evenals Johannes zag hem strak aan en zei :
“Kijk ons eens aan.”
Hij richtte zijn blik op hen
in de verwachting iets van hen te krijgen.
Doch Petrus sprak :
“Zilver of goud heb ik niet
maar wat ik heb geef ik u.
“In de naam van Jezus Christus de Nazoreeër :
gebruik uw voeten !”
Hij pakte hem bij zijn rechterhand
en hielp hem overeind.
Op hetzelfde ogenblik kwam er kracht in zijn voeten en enkels,
met een sprong stond hij overeind,
begon te lopen
en ging lopend en springend met hen de tempel binnen
terwijl hij God verheerlijkte.
Heel het volk zag dat hij liep en God verheerlijkte.
Zij herkenden hem als de man
die altijd bij de Schone poort van de tempel zat te bedelen
en zij waren buiten zichzelf van verbazing
over hetgeen met hem gebeurd was.

TUSSENZANG             Ps. 105(104), 1-2, 3-4, 6-7, 8-9

Vergeet nooit de wonderen die de Heer deed.
of : Alleluia.                                  (Ps. 32, 5b)

Verheerlijkt de Heer en aanbidt zijn Naam,
verkondigt de volken zijn daden.
Bezingt Hem en tokkelt de snaren voor Hem,
verhaalt al zijn wondere werken.

Gaat groot op de heilige Naam van de Heer,
verheugt u, gij die Hem aanhangt.
Verlaat u op Hem, op zijn machtige arm,
blijft altijd zijn Aanschijn zoeken.

Gij, kroost van zijn dienaar Abraham,
gij zonen van Jakob, zijn welbeminde.
De Heer, Hij is onze enige God,
wat Hij beslist geldt voor heel de aarde.

Voor eeuwig blijft zijn verbond van kracht,
wat Hij beloofd heeft voor duizend geslachten.
De bond die Hij vroeger met Abraham sloot,
de eed die Hij Isaäk eens heeft gezworen.

 

ALLELUIA                     Ps. 118(117), 24

Alleluia.
Dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt,
wij zullen hem vieren in blijdschap.
Alleluia.

 

SEQUENTIE          

Laat ons ‘t Lam van Pasen loven,
‘t Lam Gods met offers eren.
Ja het Lam redt de schapen,
Christus brengt door zijn onschuld
ons arme zondaren tot de Vader.
Dood en leven, o wonder,
moeten strijden tesamen.
Die stierf, Hij leeft, Hij is onze Koning.
Zeg het ons, Maria,
wat is ‘t dat gij gezien hebt ?
Het graf van Christus dat leeg was,
de glorie van Hem die opgestaan is,
eng’len als getuigen,
de zweetdoek en het doodskleed.
Mijn hoop, mijn Christus in leven !
Zie Hij gaat u voor naar Galilea.
Waarlijk Christus is verrezen : stond op uit de doden.
O Koning, onze Held, geef ons vrede. Alleluia.

 

EVANGELIE                     Lc. 24, 13-35

Zij herkenden Hem aan het breken van het brood.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

Op de eerste dag van de week
waren er twee leerlingen van Jezus op weg naar een dorp
dat Emmaüs heette
en dat zestig stadiën van Jeruzalem lag.
Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen.

Terwijl zij zo aan het praten waren
en van gedachten wisselden,
kwam Jezus zelf op hen toe
en Hij liep met hen mee.
Maar hun ogen werden verhinderd hem te herkennen.
Hij vroeg hun :
“Wat is dat voor een gesprek
dat gij onderweg met elkaar voert ?”
Met een bedrukt gezicht bleven ze staan.
Een van hen, die Kléopas heette nam het woord en sprak tot Hem :
“Zijt gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem,
dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is ?”
Hij vroeg hun :
“Wat dan ?”
Ze antwoordden Hem :
“Dat met Jezus de Nazarener,
een man die profeet was,
machtig in daad en woord
in het oog van God en van heel het volk ;
hoe onze hogepriesters en overheidspersonen
Hem hebben overgeleverd
om Hem ter dood te laten veroordelen
en hoe zij Hem aan het kruis hebben geslagen.
En wij leefden in de hoop
dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen !
“Maar met dit al is het reeds de derde dag
sinds die dingen gebeurd zijn.
“Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden
ons in de war gebracht ;
ze waren in de vroegte naar het graf geweest
maar hadden zijn lichaam niet gevonden
en ze kwamen zeggen
dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad,
die verklaarden dat Hij weer leefde.
“Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan
en zij bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden,
maar Hem zagen ze niet.”
Nu sprak Hij tot hen :
“O onverstandigen,
die zo traag van hart zijt
in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben !
“Moest de Messias dat alles niet lijden
om in zijn glorie binnen te gaan ?”
Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten
wat in al de Schriften op Hem betrekking had.

Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen,
maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan.
Zij drongen bij Hem aan :
“Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.”
Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven.
Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij brood,
sprak de zegen uit,
brak het en reikte het hun toe.
Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem,
maar Hij verdween uit hun gezicht.
Toen zeiden ze tot elkaar :
“Brandde ons hart niet in ons,
zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot ?”
Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug.

Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen.
Dezen verklaarden :
“De Heer is werkelijk verrezen,
Hij is aan Simon verschenen.”
En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was
en hoe Hij door hen herkend werd
aan het breken van het brood.


Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis

80. Desondanks is God, die met ons wil handelen en op onze samenwerking wil
rekenen, ook in staat iets goeds te halen uit het kwaad dat wij
doen, omdat “de Heilige Geest een oneindige vindingrijkheid heeft, eigen
aan de goddelijke geest, die ervoor kan zorgen ook de knopen van de meest
ingewikkelde en ondoordringbare menselijke aangelegenheden te ontwarren”.
Hij heeft op enigerlei wijze zichzelf willen beperken bij de schepping
van een wereld die ontwikkeling nodig heeft en waar veel dingen die wij
als kwaad, gevaren of bronnen van lijden beschouwen, in werkelijkheid
deel uitmaken van de geboorteweeën die ons ertoe aanzetten samen te
werken met de Schepper. Hij is aanwezig in het diepste binnenste van
ieder ding zonder de autonomie van zijn schepsel te bepalen en ook dit
veroorzaakt de legitieme autonomie van de aardse werkelijkheden. Deze
goddelijke aanwezigheid, die het voortbestaan en de ontwikkeling van
ieder wezen waarborgt, “is de voortzetting van het scheppend handelen”.
De Geest van God heeft het heelal vervuld van potenties die het mogelijk
maken dat uit de schoot van de dingen steeds iets nieuws kan ontspruiten.
“De natuur is niets anders dan de ratio van een bepaalde kunst, vooral de
goddelijke kunst, die staat geschreven in de dingen, waardoor de dingen
zelf bewegen naar een bepaald doel. Alsof de scheepsbouwer het hout zou
kunnen toestaan vanzelf te bewegen om de vorm van het schip aan te
nemen”.

 

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling

_________________________________________________________________