http://kerkengeloof.wordpress.com

Zaterdag Eerste week door het jaar

Overweging
Binnen de Samuël-cyclus hebben we een Saul-cyclus. Saul is duidelijk een overgangsfiguur, die de problemen niet oplost. Integendeel, zijn onbekwaamheid en zijn onevenwichtigheid zullen spoedig aan het licht komen. Maar het begin is alvast zeer bemoedigend. Noteer in de laatste zin dat de bevrijding uit de handen van de vijanden, duidelijk meespeelt in het motief van de keuze: 1 S 9, 2 met kop en schouders stak hij boven allen uit. Belangrijk is te zien hoe God aanwezig is daar waar mensen hun verantwoordelijkheid opnemen; ervaren we die betrokkenheid wanneer wij de onze opnemen ?

EERSTE LEZING                                                           I Sam. 9, 1-4. 17-19 ;10, 1a
Dit is de man over wie de Heer gesproken heeft.
Saul zal heersen over zijn volk.

Uit het eerste Boek Samuël

In Benjamin leefde een man :
zijn naam was Kis, de zoon van Abiël,
de zoon van Seror, de zoon van Bekorat,
de zoon van Afiach, een Benjaminiet ;
hij was een vermogend man.
Die man had een jonge zoon, Saul geheten,
flink van lijf en leden ;
geen Israëliet kon met hem vergeleken worden :
met kop en schouders stak hij boven allen uit.
Eens, toen de ezelinnen van Kis, de vader van Saul,
waren weggelopen, zei Kis tot zijn zoon :
“Ga met een knecht de ezelinnen zoeken.”
Saul trok door het bergland van Efraïm
en door het land van Salisa
zonder de ezelinnen te vinden.
Vervolgens trokken zij door het land van Saälim
en door dat van Jemini,
maar ook daar vonden zij de dieren niet.

Toen Samuël Saul zag aankomen, gaf de Heer hem te kennen :
“Dit is de man over wie Ik u gesproken heb.
“Hij zal heersen over mijn volk.”
In de poort trad Saul op Samuël toe en zei :
“Wilt u zo vriendelijk zijn,
mij het huis van de ziener te wijzen ?”
Samuël gaf Saul ten antwoord :
“Ik ben de ziener. Ga voor mij uit naar de hoogte ;
vandaag gaat gij met mij eten
en morgenvroeg zal ik u uitgeleide doen.
“Ik zal u vertellen wat u op het hart ligt.”

Toen nam Samuël een kruikje olie
en goot dat uit over het hoofd van Saul.
Hij kuste hem en zei :
“U heeft de Heer gezalfd tot vorst van zijn volk Israël.
“Gij zult heersen over het volk van de Heer :
gij moet het verlossen uit de handen van zijn vijanden rondom.”

TUSSENZANG                                                                  Ps. 21(20), 2-3, 4-5, 6-7

Uw macht, Heer, geeft de koning vertrouwen.

Uw macht, Heer, geeft de koning vertrouwen,
Uw bijstand maakt hem onzegbaar verheugd.
De wens van zijn hart hebt Gij altijd bewilligd,
de vraag van zijn lippen wijst Gij niet af.

Gij hebt hem bedacht met uw rijkste zegen,
zijn hoofd gekroond met een gouden kroon.
Hij vroeg U om leven ; hij heeft het gekregen,
lengte van dagen tot honderd jaar.

Groot is zijn aanzien dank zij uw bijstand,
met luister en pracht overlaadt Gij hem.
Gij hebt hem gemaakt tot een zegen voor ieder,
de glans van uw Aanschijn brengt hem geluk.

ALLELUIA                                                                   Ps. 95(94), 8ab

Alleluia.
Luistert heden naar de stem van de Heer
en weest niet halsstarrig.
Alleluia.

EVANGELIE                                                                Mc. 2, 13-17
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen
maar om zondaars te roepen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Eens ging Jezus naar de oever van het meer.
Al het volk kwam naar Hem toe en Hij onderrichtte hen.
In het voorbijgaan zag Hij Levi,
de zoon van Alfeüs, aan het tolhuis zitten en sprak tot hem :
“Volg Mij.”
De man stond op en volgde Hem.

terwijl Jezus eens in de woning van Levi te gast was
lag met Hem en zijn leerlingen
ook een groot aantal tollenaars en zondaars aan,
want er waren velen die Hem volgden.
De farizeese schriftgeleerden zagen
dat Hij at met zondaars en tollenaars,
en zij zeiden tot zijn leerlingen :
“Hoe kan Hij eten en drinken met tollenaars en zondaars?”
Jezus hoorde dit en antwoordde hun :
“Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken.
“Ik ben niet gekomen omrechtvaardigen
maar om zondaars te roepen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Zaterdag na de Openbaring van de Heer

Overweging

Blijkbaar verliepen de verhoudingen tussen de leerlingen van Jezus en die van de Doper niet rimpelloos. Het antwoord van Johannes de Doper is uniek. Hij is de vriend van de bruidegom, de Christus. Een echte vriend verheugt zich in de aanwezigheid van zijn vriend en leeft mee met alles wat hem overkomt. Dit is een mooie brok spiritualiteit. Gun de medemens al het goede.

EERSTE LEZING                                                      I Joh. 5, 14-21
God luistert naar ons als wij Hem iets vragen.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes

Vrienden,

Ons vertrouwen op God geeft ons de zekerheid
dat Hij naar ons luistert
als wij Hem iets vragen overeenkomstig zijn wil.
En als wij weten dat Hij naar al onze vragen luistert
mogen wij er ook zeker van zijn
dat onze gebeden al zijn verhoord.
Als iemand zijn broeder een zonde ziet bedrijven
die niet voert tot de dood
moet hij voor zijn broeder bidden
en God zal hem in leven houden, dat wil zeggen,
als zijn zonde hem niet doodt.
Want er is een zonde die voert tot de dood ;
hiervoor geldt mijn aansporing om te bidden niet.
Maar hoewel elke verkeerde daad zonde is
brengt niet elke zonde de dood.
Wij weten dat een kind van God niet zondigt ;
de Zoon van God behoedt hem
en de boze heeft geen vat op hem.
Wij weten dat wij bij God horen
terwijl de hele wereld in de macht van de boze ligt.
Wij weten dat de Zoon van God gekomen is
en dat Hij ons inzicht gegeven heeft
om de waarachtige God te kennen,
en wij zijn in de waarachtige God
want wij zijn in Jeus Christus, zijn Zoon.
Dit is de ware God, dit is eeuwig leven!
Kinderen, wacht u voor valse goden.

TUSSENZANG                                                           Ps. 149, 1-2, 3-4, 5, 6a, 9b

Onze Heer, die zijn volk bemint,
omkranst de verdrukte met zegekransen.
Alleluia.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zijn lof weerklinke te midden der zijnen.
Israël juiche zijn Schepper toe,
laat Sions zonen hun koning begroeten.

Looft zijn Naam in een heilige dans,
bespeelt voor Hem harp en citer.
Want onze Heer, die zijn volk bemint,
omkranst de verdrukte met zegekransen.

Jubelt dus, heiligen, om uw triomf,
viert feest in uw legerplaatsen.
Voltrek aan hen het vonnis van God,
de taak die zijn vromen tot eer strekt.

ALLELUIA                                                         cf. I Tim. 3, 16

Alleluia.
Geprezen zij de Heer,
omdat Hij verkondigd werd onder de volken ;
geprezen zij de Heer,
omdat Hij geloofd werd in de wereld.
Alleluia.

EVANGELIE                                                             Joh. 3, 22-30
De vriend van de bruidegom is vol blijdschap wanneer hij de stem van de bruidegom verneemt.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd ging Jezus met zijn leerlingen het land van Judea in,
bleef daar enige tijd met hen
en doopte er.
Ook Johannes diende te Enon bij Salem het doopsel toe,
omdat daar veel water was ;
men ging daarheen om zich te laten dopen.
Johannes was namelijk nog niet in de gevangenis geworpen.
Enige leerlingen uit de kring van Johannes
geraakten in een twistgesprek met een Jood
over reinigingskwesties.
Zij gingen naar Johannes en zeiden hem :
“Rabbi,
de man die met u was aan de overkant van de Jordaan
en over wie gij een getuigenis hebt gegeven :
nu Hij aan het dopen is
lopen ze allemaal naar Hèm toe.”
Johannes gaf hun ten antwoord :
“Een mens kan zich niets toeëigenen,
tenzij het hem uit de hemel gegeven is.
“Gij zijt zelf mijn getuigen dat ik gezegd heb :
Ik ben de Messias niet
maar een gezondene om voor Hem uit te gaan.
“De bruidegom is hij die de bruid heeft,
maar de vriend van de bruidegom
die staat te luisteren of hij hem hoort,
is al vol blijdschap
wanneer hij de stem van de bruidegom verneemt.
“Zo nu is mijn vreugde en ze is volkomen.
“Hij moet groter worden maar ik kleiner.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag na de openbaring van de Heer

Overweging

‘Hij is gekomen niet door water alleen, maar door water en bloed.’ Dit is een mysterieuze zin. Zowel het vierde evangelie als de eerste brief van Johannes leggen nadruk op de realiteit van de menswording. Jezus is geen hemels wezen in een schijnlichaam. Hij is gekomen door water. Hij stond als mens in de rij van de wachtende zondaars voor het doopsel van Johannes. Maar sterker nog; Hij stierf ook de gruwelijke dood op het kruis en plengde zijn bloed.

EERSTE LEZING                                                I Joh. 5, 5-13
Er zijn drie getuigen : de geest, het water en het bloed.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes

Vrienden,

Niemand kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft
dat jezus de Zoon van God is.
Hij is het die gekomen is met water en bloed,
Jezus Christus.
Hij is gekomen
niet door water alleen maar door water en bloed.
De Geest betuigt het
omdat de Geest de waarheid is.
Want er zijn drie getuigen,
De Geest,
het water
en het bloed
en deze drie stemmen overeen.
Als wij het getuigenis van mensen aannemen
dan zeker dat van God,
dat zoveel groter gezag heeft ; God zelf waarborgt dit getuigenis
dat Hij heeft afgelegd aangaande zijn Zoon.
Wie in de Zoon van God gelooft
draagt Gods getuigenis in zijn hart.
Wie God geen geloof schenkt
maakt Hem tot een leugenaar, want hij weigert
Gods eigen getuigenis over zijn Zoon te aanvaarden.
En dit is de zin van het getuigenis :
God heeft ons eeuwig leven gegeven in zijn Zoon.
Wie de Zoon heeft
heeft leven gevonden ;
wie de Zoon van God niet heeft
heeft ook het leven niet.
Ik heb u deze brief geschreven
om u er van te overtuigen dat gij eeuwig leven hebt,
gij allen die waarachtig gelooft in de Zoon van God.

TUSSENZANG                                     Ps. 147, 12-13, 14-15, 19-20

Loof nu de Heer, Jeruzalem!
Alleluia.

Loof nu de Heer, Jeruzalem,
Sion, verheerlijk uw God !
Want Hij heeft uw poorten stevig gegrendeld,
uw zonen gezegend binnen uw muur.

Hij laat u in vrede uw akkers bebouwen
en voedt u met tarwebloem.
Hij zendt zijn bevel uit over de aarde
en haastig rept zich zijn woord.

Hij is het die Jakob zijn woord heeft gezonden,
zijn wet en geboden voor Israël.
Nooit was er een volk dat Hij zo heeft behandeld,
geen ander maakt Hij zijn wegen bekend.

ALLELUIA                                                                 Mt. 4, 23

Alleluia.
Jezus verkondigde de Blijde Boodschap
van het koninkrijk
en alle ziekten en alle kwalen onder het volk
genas Hij.
Alleluia.

EVANGELIE                                                     Lc. 5, 12-16
En terstond verdween de melaatsheid van hem.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Terwijl Jezus eens in een van de steden vertoefde
trof Hij een man aan die overdekt was met melaatsheid.
Toen deze Jezus zag
wierp hij zich ter aarde neer en smeekte Hem :
“Heer, als Gij wilt kunt Gij mij reinigen.”
Jezus stak de hand uit, raakte hem aan en sprak :
“Ik wil, word rein.”
En terstond verdween de melaatsheid.
Jezus verbood hem het aan iemand te zeggen.
“Maar,
– zo zei Hij –
ga u laten zien aan de priester
en offer voor uw reiniging, zoals Mozes heeft voorgeschreven
om hun het bewijs te leveren.”
In steeds wijder kring werd over Hem gesproken
en grote volksmenigten stroomden samen om Hem te horen
en om van hun kwalen genezen te worden.
Hij trok zich telkens in de eenzaamheid terug om te bidden.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag na de openbaring van de Heer

Overweging

Traditioneel verkondigt het christendom het dubbel gebod van liefde tot God en liefde tot de naaste. Ze zijn niet te scheiden. Geen enkel ander gebod is voornamer dan deze twee. In de eerste brief van Johannes wordt dit nog scherper gesteld. Er is maar één gebod, want niemand kan beweren God te beminnen als hij zijn naaste niet liefheeft.

EERSTE LEZING                                                        I Joh. 4, 19-5,4
Wie God liefheeft moet ook zijn broeder liefhebben.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes

Vrienden,

Wij hebben lief, omdat God ons het eerst heeft liefgehad.
Maar als iemand zegt dat hij God liefheeft
terwijl hij zijn broeder haat,
is hij een leugenaar.
Want als hij zijn broeder die hij ziet niet liefheeft,
kan hij niet God liefhebben
die hij nooit heeft gezien.
Dit gebod hebben wij dan ook van Hem gekregen :
wie God liefheeft
moet ook zijn broeder liefhebben.
Iedereen die gelooft dat Jezus de verlosser is
is een kind van God.
Welnu, wie de vader liefheeft
bemint ook het kind.
Willen wij God liefhebben en zijn geboden onderhouden
dan moeten wij ook Gods kinderen liefhebben.
Dat is onze maatstaf.
God beminnen wil zeggen
zijn geboden onderhouden,
en zijn geboden zijn niet moeilijk te onderhouden
want ieder die uit God geboren is
overwint de wereld.
En het wapen waarmee wij de wereld overwinnen
is geen ander dan ons geloof.

TUSSENZANG                                                      Ps. 72(71), 2, 14, 15 bc, 17

Hem huldigen alle vorsten der aarde
en alle volkeren dienen Hem.

Mijn God, verleen de koning uw wijsheid,
de koningszoon uw rechtvaardigheid.
Hij moge uw volk rechtvaardig besturen,
uw armen met billijkheid.

Vorsten van Tarsis, van verre kusten,
zenden geschenken,
Arabische heersers en Etiopen betalen Hem cijns.
In dankbaar gebed zal men Hem gedenken,
Hem zegenen iedere dag.

Voor eeuwig blijve zijn naam geprezen,
in ere zolang als er dagen zijn.
Zijn naam zij een zegen voor alle stammen,
bij alle volken met lof vermeld.

ALLELUIA                                                        Lc. 4, 18-19

Alleluia.
De Heer heeft mij gezonden
om aan armen de Blijde Boodschap te brengen,
en aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken.
Alleluia.

EVANGELIE                                                          Lc. 4, 14-22a
Het Schriftwoord dat gij gehoord hebt
is thans in vervulling gegaan.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd keerde Jezus
in de kracht van de Geest terug naar Galilea
en men sprak over Hem in heel de streek.
Hij trad nu op als leraar in hun synagogen
en werd algemeen geprezen.
Zo kwam Hij ook in Nazaret, waar Hij was grootgebracht.
Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge
en stond op om voor te lezen.
Ze reikten Hem de boekrol van de profeet Jesaja aan.
Hij opende de rol
en vond de plaats waar geschreven stond :

De geest des Heren is over mij gekomen,
omdat Hij mij gezalfd heeft.
Hij heeft mij gezonden
om aan armen de Blijde Boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden dat zij zullen zien ;
om verdrukten te laten gaan in vrijheid,
om een genadejaar af te kondigen van de Heer.

Daarop rolde Hij het boek dicht,
gaf het terug aan de dienaar en ging zitten.
In de synagoge waren aller ogen gespannen op Hem gevestigd.
Toen begon Hij hen toe te spreken :
“Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt
is thans in vervulling gegaan.”
Allen betuigden Hem hun instemming
en verbaasden zich,
dat woorden, zo vol genade uit zijn mond vloeiden.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag KERSTMIS GEBOORTE VAN DE HEER

Openingswoord
Zalig Kerstfeest! Dat wensen we elkaar.
Op dit hoogfeest vieren we met zo velen op deze wereld
dat God onder ons geboren wordt als en in een mensenkind.
Midden in de duistere nacht is God ons komen bezoeken.
Met herders en engelen mogen wij Hem loven en danken,
jubelen van vreugde om het heil en het Licht
dat Christus in onze wereld brengt.
Brengen ook wij hulde aan die pasgeborene, Jezus,
die vrede brengt aan de hele aarde.
Glorie, alle eer aan God in den hoge.
EERSTE LEZING                                                      Jes.9, 1-3.5-6
Eeen Zoon is ons geschonken.
Uit de profeet Jesaja

Het volk dat in het donker wandelt
ziet een groot licht;
een licht straalt over hen
die wonen in het land van doodse duisternis.
Gij hebt hun blijdschap vermeerderd,
hun vreugde vergroot.
Voor uw aanschijn zijn zij vol vreugde,
een vreugde als die om de oogst,
als die van mensen die jubelen
bij het verdelen van de buit.
Want het juk dat zwaar op het volk drukte,
de stang op hun schouders,
en de stok van hun drijvers,
Gij hebt ze stuk gebroken als op de dag van Midjan.

Want een Kind is ons geboren,
een Zoon werd ons geschonken;
Hem wordt de macht op de schouders gelegd
en men noemt Hem:
Wonderbare Raadsman,
Goddelijke held,
Eeuwige Vader,
Vredevorst.
Een grote macht en een onbeperkte welvaart
zullen toevallen aan Davids troon
en aan zijn koninkrijk,
zodat het gegrondvest zal zijn
en stevig gebouwd op recht en gerechtigheid,
van nu af tot in eeuwigheid.
De ijver van de HEER der hemelse machten brengt het tot stand.

Antwoordpsalm                                                  Ps. 96(95), 1-2a, 2b-3, 11-12,13

Keervers
Heden is ons een redder geboren,
Christus de Heer

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer, alle landen.
Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam.

Verkondigt zijn heil alle dagen.
Meldt aan de naties zijn heerlijkheid,
zijn wondere daden aan alle volken.

Dan straalt de hemel en jubelt de aarde,
de zee neuriet mee met al wat daar leeft.
De velden zwaaien met al hun gewassen,
de woudreuzen buigen hun kruin.

Zij juichen de Heer toe omdat Hij komt,
Hij komt als koning der aarde.
Rechtvaardig zal Hij de wereld regeren,
de volkeren eerlijk en trouw.

TWEEDE LEZING                                                                Tit. 2, 11-14
De genade van God is aan alle mensen verschenen.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan Titus

Dierbare,

De genade van God,
bron van heil voor alle mensen,
is op aarde verschenen.
Zij leert ons goddeloosheid en wereldse begeerten te verzaken
en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze tijd,
terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop,
de openbaring van de heerlijkheid
van onze grote God en Heiland Christus Jezus.
Hij heeft zichzelf voor ons gegeven
om ons van alle ongerechtigheid te verlossen
en ons te maken tot zijn eigen volk,
gereinigd van zonde,
vol ijver voor alle goeds.

Vers voor het evangelie                                 Lc. 2, 10-11

Alleluia.
Ik verkondig u een vreugdevolle boodschap:
heden is u een Redder geboren, Christus de Heer.
Alleluia.

EVANGELIE                                                     Lc. 2, 1-14

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus,
dat er een volkstelling moest gehouden worden in heel zijn rijk.
Deze volkstelling vond plaats
eer Quirinius landvoogd van Syrië was.
Allen gingen op reis,
ieder naar zijn eigen stad, om zich te laten inschrijven.

Ook Jozef trok op
en omdat hij behoorde tot het huis en geslacht van David,
ging hij van Galilea, uit de stad Nazaret,
naar Judea: naar de stad van David, Betlehem geheten,
om zich te laten inschrijven,
samen met Maria, zijn verloofde, die zwanger was.

Terwijl zij daar verbleven
brak het uur aan waarop zij moeder zou worden;
zij bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene.
Zij wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe,
omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.

In de omgeving bevonden zich herders
die in het open veld gedurende de nacht hun kudde bewaakten.
Plotseling stond een engel des Heren voor hen
en zij werden omstraald door de glorie des Heren
zodat zij door grote vrees werden bevangen.

Maar de engel sprak tot hen:
“Vreest niet, want zie,
ik verkondig u een vreugdevolle boodschap
die bestemd is voor heel het volk.
Heden is u een Redder geboren,
Christus de Heer,
in de stad van David.
En dit zal voor u een teken zijn:
gij zult het pasgeboren kind vinden
in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.”

Opeens voegde zich bij de engel een hemelse heerschare;
zij verheerlijkten God met de woorden:
“Eer aan God in den hoge
en op aarde vrede onder de mensen
in wie Hij welbehagen heeft.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Dinsdag vierde week van de advent

Overweging
Van oudsher is God bekommerd om de toekomst van zijn volk. Met dat volk wil Hij optrekken doorheen de tijden. Niet een stenen tempel wordt het teken van zijn aanwezigheid, maar wel de belofte van een nageslacht voor David. Dat nageslacht zal met God verbonden zijn zoals een vader en zijn zoon met elkaar en zal daarom nooit een einde kennen. Deze belofte wordt op een unieke wijze vervuld in Jezus. Als redder en bevrijder schenkt Hij het volk toekomst door gestalte te geven aan Gods vergeving van de zonden. Van deze Messias is Johannes de voorloper. God is trouw aan zijn eens gegeven woord. Voor Zacharias gaat de zon van Gods genade weer op. Het licht breekt door de duisternis, de reddende kracht van onze God is in ons leven aanwezig. In de nederigheid van een pasgeboren kind ontdekken we Gods openbaring. Psalm 89 verwoordt onze vreugde om de komst van dit kind: Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen, uw trouw verkondigen aan elk geslacht  (Ps 89,2).

EERSTE LEZING                                   II Sam. 7, 1-5. 8b-12. 14a. 16
Het rijk van David staat vast voor eeuwig.

Uit het tweede Boek Samuël

Toen koning David zijn intrek had genomen in zijn paleis
en de Heer gezorgd had dat al zijn vijanden, in heel de omtrek,
hem met rust lieten,
zei hij tegen profeet Natan :
“Nu moet u eens zien !
“Zelf woon ik in een paleis van cederhout
en de ark van God staat onder tentdoek!”
Natan zei tot de koning :
“Doe gerust wat u van plan bent; de Heer staat u bij.”
Maar diezelfde nacht nog
werd het woord van de Heer gericht tot Natan :
“Zeg aan mijn dienaar David :
“Zo spreekt God de Heer :
“Gij wilt voor Mij een huis bouwen en Mij daarin laten wonen?”
Zo spreekt God, de Heer van de hemelse machten :
“Ik heb u uit de steppe gehaald, achter de schapen vandaan,
om vorst te zijn over mijn volk Israël.
“Op al uw tochten heb Ik u bijgestaan,
al uw vijanden heb ik vernietigd,
uw naam heb Ik groot gemaakt als die van de groten der aarde.
“Ik heb mijn volk Israël een gebied gegeven
en het daar geplant om er te wonen.
“Het wordt niet meer opgeschrikt
en door geen boosdoeners verdrukt, zoals vroeger,
in de tijd dat Ik over Israël, mijn volk, rechters had aangesteld.
“Ik heb gezorgd dat al uw vijanden u met rust laten.
“De Heer kondigt u aan dat Hij voor u een huis zal oprichten.
“Wanneer uw dagen ten einde zijn,
en gij bij uw vaderen ter ruste zult gaan,
dan zal Ik het kind, dat van u is uitgegaan
tot uw nazaat verheffen,
en zijn koningschap bestendig doen zijn.
“Ik zal voor hem een vader zijn, en hij Mij een zoon.
“Zo zal uw huis en uw koninklijke macht altijd standhouden ;
uw troon staat vast voor eeuwig.”

TUSSENZANG                                                   Ps. 89(88), 2-3, 4-5, 27, 29

Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen,
uw trouw verkondigen aan elk geslacht.

Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen,
uw trouw verkondigen aan elk geslacht.
Gij hebt gezegd : mijn gunst blijft eeuwig duren,
de hemel is de grondslag van mijn trouw ;

Ik heb met David een verbond gesloten,
mijn uitverkoren dienaar met een eed beloofd :
Ik zal uw nageslacht in stand houden voor eeuwig,
in alle tijden blijft uw troon bestaan.

Hij zal mij aanroepen ; Gij zijt mijn Vader,
mijn God, de steenrots van mijn heil.
Voor altijd kan hij rekenen op mijn genade,
voor immer blijft mijn bond met hem van kracht.

ALLELUIA

Alleluia.
Immanuel, koning en wetgever over uw volk :
kom ons bevrijden, Heer, onze God.
Alleluia.

EVANGELIE                                                     Lc. 1, 67-79
Hij zag op ons neer, gelijk de opgaande zon aan de hemel.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die dagen werd Zacharias, de vader van Johannes
vervuld met de heilige Geest
en hij sprak in profetische woorden :
“Geprezen zij de Heer, Israëls God :
want genadig zag Hij neer en verloste zijn volk.
“Hij heeft ons een reddende kracht verwekt
in het huis van David, zijn dienaar,
zoals Hij van oudsher voorzegd heeft
bij monde van zijn heilige profeten ;
tot redding uit de macht onzer vijanden
en uit de hand van al die ons haten.
“Zo was Hij aan onze vaderen barmhartig
en zijn heilig verbond indachtig :
de eed die Hij onze vader Abraham zwoer :
ons te geven, Hem zonder vrees te dienen,
bevrijd uit de macht van de vijand,
rechtvaardig en heilig voor zijn aanschijn, al onze dagen.
“En gij, kind,
profeet van de Allerhoogste zult ge worden genoemd,
want voorafgaan zult gij aan de Heer
en gij zult zijn wegen bereiden
en zijn volk de redding doen kennen :
de vergiffenis van hun zonden
dank zij de milde erbarming van onze God,
waarmee Hij op ons neerzag
gelijk de opgaande zon aan de hemel,
en waarmee Hij verscheen aan hen
die in het duister en de schaduw van de dood zijn gezeten,
om onze voeten te richten op de weg van de vrede.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

                                                                                   

Zaterdag op de derde dag van de Kerstnoveen

 

Overweging
Het Hooglied bevat enkele gelijklopende lijnen met het evangelie. De heuvels uit het Hooglied corresponderen met het bergland in het evangelie. De gazelle en het hert roepen de spoed van de reis af. De geliefde die nabij komt zal in het evangelie de Heer zelf zijn. Moeten wij de woorden ‘Zalig zij die geloofd heeft’ uit de mond van Elisabeth verstaan als een allusie op de woorden van de engel aan Zacharias: ‘Omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt’ ? Zowel bij het ongeloof van Zacharias als bij het geloof van Maria gaat het tweemaal om een reactie op een engel die de komst van de Messias aankondigt. Wat verwachten we van de komst van Jezus? Wat willen we hem vragen wanneer Hij in onze wereld, in ons leven binnentreedt?

EERSTE LEZING             Hoogl. 2, 8-14
Indien wenselijk, kan men ook lezing 43a nemen.
Lofzang op de geliefde die komt.

Uit het Hooglied
.

Hoor, daar is mijn geliefde;
kijk, daar komt hij aan,
over de heuvels snelt hij voort.
Mijn geliefde is als een gazel,
hij lijkt wel het jong van een hert.
Daar staat hij achter de muur van ons huis.
Hij ziet door het raam
en kijkt door de tralies naar binnen.
Nu roept mijn geliefde en zegt tegen mij:
“Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn schoonste!
Kijk maar, de winter is voorbij,
de regen is voorgoed verdwenen.
Kijk, op het veld staan weer bloemen,
de tijd om te zingen breekt aan;
de roep van de tortel klinkt over het land.
De vijgenboom draagt zijn eerste vruchten al,
en wat ruikt de bloeiende wijnstok heerlijk!
Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn schoonste!
Mijn duif, die u verscholen hebt
in de kloven van het gesteente,
in de holte van de rotsen,
laat mij uw gezicht zien,
laat mij uw stem horen,
want uw stem is zo mooi,
uw gezicht zo lieftallig!”

EERSTE lezing                     Sef. 3, 14-18a
De Heer en Koning van Israël is in uw midden.

Uit de Profeet Sefanja

 

Sion, jubel van vreugde,
juich, Israël,
verheug u en wees blij, Jeruzalem,
met heel uw hart!
Het vonnis dat op u drukte,
werd door de HEER vernietigd,
Hij heeft uw vijand verjaagd.
De HEER, de Koning van Israël, blijft bij u:
nu hoeft gij geen onheil meer te vrezen!
Op die dag zal er tot Jeruzalem gezegd worden:
Vrees niet, Sion,
en laat uw handen niet verslappen.
De HEER uw God is bij u
als een reddende held.
Uitermate verheugt Hij zich om u,
door zijn liefde maakt Hij u nieuw;
Hij jubelt om u van vreugde.

TUSSENZANG            Ps. 33(32), 2-3, 11-12, 20-21

Jubelt, gerechtigen, voor de Heer,
zingt voor de Heer een nieuw gezang.

Eert dan de Heer met citerspel,
en speelt voor Hem op de harp.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
een schoon en schallend refrein.

Eeuwig blijft staan het plan van de Heer,
wat Hij heeft beraamd geldt voor alle geslachten.
Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.

Daarom vertrouwt ons hart op de Heer,
is Hij ons een schild en een helper.
Daarom is Hij de vreugd van ons hart,
zijn heilige Naam onze toevlucht.

ALLELUIA

Alleluia.
Zon der gerechtigheid,
weerglans van het eeuwige licht :
kom hen verlichten die in duisternis zitten
en in de schaduw van de dood.
Alleluia.

EVANGELIE         Lc. 1, 39-45
Waaraan heb ik het te danken
dat de moeder van de Heer naar mij toe komt?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland,
naar een stad in Juda.
Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabet.
Zodra Elisabet de groet van Maria hoorde,
sprong het kind op in haar schoot.
Elisabet werd vervuld met de heilige Geest
en riep met luide stem uit:
“Gij zijt gezegend onder de vrouwen
en gezegend is de vrucht van uw schoot.
Waaraan heb ik het te danken
dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?
Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte
sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen
wat haar vanwege de Heer gezegd is.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag derde week van de advent

Overweging

Het verhaal van de boodschap aan Maria loopt parallel met het evangelie van gisteren, maar vertoont enkele betekenisvolle verschillen. Gisteren het plechtige en statige interieur van de tempel, het somptueuze decor vanJeruzalem als achtergrond. Vandaag: het onbeduidende Galilea, zelfs niet gekend in het Oude Testament. Misprezen kleine provincie omdat gelovigen en heidenen er samen wonen. De nederigheid en armoede van Gods mensgeworden Zoon tekenen zich hier af.
In het jawoord van Maria krijgt de heilsgeschiedenis een beslissende wending. Durven wij ons overgeven aan Gods plan?

EERSTE  LEZING                                                        Jes. 7, 10-14
De jonge vrouw zal ontvangen.

Uit de Profeet Jesaja

In die dagen sprak Jesaja tot Achaz:

“Vraag de HEER, uw God, om een teken,
hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel.”
Maar Achaz antwoordde:
“Ik vraag niet om een teken;
ik wil de HEER niet op de proef stellen.”
En Jesaja sprak:
“Luister dan, Huis van David,
is het u niet genoeg mensen te ergeren,
dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn?
Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken:
Zie, de jonge vrouw zal ontvangen en een zoon baren,
en zij zal hem noemen ‘Immanuel’, ‘God-met-ons’.”

TUSSENZANG                                                      Ps. 24(23), 1-2, 3-4ab, 5-6

De Heer van de hemelse machten,
Hij is de Koning der glorie.

Aan God hoort de aarde en al wat er op is,
de aardschijf en al wat daar woont ;
want Hij heeft haar op het water gegrondvest,
haar vastgelegd op de zee.

Wie zal beklimmen de berg van de Heer,
wie in zijn heiligdom staan?
Die rein is van handen en zuiver van hart,
zijn zinnen niet zet op wat kwaad is.

Hij zal door de Heer gezegend worden,
beloond door God, zijn verlosser.
Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem,
dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.

ALLELUIA

Alleluia.
Sleutel van David,
Gij opent de poorten van het hemelse rijk :
kom en verlos wie geboeid
en in duisternis gevangen zit.
Alleluia.

EVANGELIE                                                             Lc. 1, 26-38
Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Toen Elisabet zes maanden zwanger was
werd de engel Gabriël van Godswege gezonden
naar een stad in Galilea, Nazaret,
tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette,
uit het huis van David;
de naam van de maagd was Maria.
Hij trad bij haar binnen en sprak:
“Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u.”
Zij schrok van dat woord
en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen.
Maar de engel zei tot haar:
“Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God.
Zie, gij zult zwanger wordenen een zoon ter wereld brengen
en gij moet Hem de naam Jezus geven.
Hij zal groot zijn
en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden.
God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken
en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob
en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.”
Maria echter sprak tot de engel:
“Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken?”
Hierop gaf de engel haar ten antwoord:
“De heilige Geest zal over u komen
en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen;
daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht
heilig genoemd worden, Zoon van God.
Weet dat zelfs Elisabet, uw bloedverwante,
in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen
en, ofschoon zij onvruchtbaar heette,
is zij nu in haar zesde maand;
want voor God is niets onmogelijk.”
Nu zei Maria:
“Zie de dienstmaagd des Heren;
mij geschiede naar uw woord.”

En de engel ging van haar heen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag derde week van de advent

Overweging

Simson en Johannes de Doper zijn een godsgeschenk: voor hun ouders, maar nog veel meer voor het volk van Israël. Beiden zijn ze er gekomen op het initiatief van God. Hun oorsprong ligt veel verder dan bij een menselijk initiatief. In hen wordt zichtbaar dat God zich de redding van zijn volk sterk aantrekt. Op dat vlak blijkt voor God geen enkel woord onmogelijk. Hun ouders reageren echter verschillend. Manoach en zijn vrouw zijn vertrouwvol. Zacharias is eerder sceptisch. En Elisabet overweegt gedurende vijf maanden in het verborgene de betekenis van haar zwangerschap, tot zij in geloof inziet; Dit heeft de Heer voor mij gedaan.Dat ook wij groeien in geloof en belijden: Mijn hoop zijt Gij, Heer (Ps 71,5)

EERSTE LEZING                                                     Recht. 13, 2-7. 24-25a
De geboorte van Simson, door een engel aangekondigd.

Uit het boek Rechters In die tijd woonde er in Sora een Daniet die Manoach heette.Zijn vrouw was onvruchtbaar en had nooit kinderen gekregen.

De engel van de HEER verscheen aan die vrouw en zei:
“Gij zijt altijd onvruchtbaar geweest
en hebt nooit een kind gekregen,
maar nu zult ge zwanger worden
en een zoon ter wereld brengen.
Zorg dat gij geen wijn of sterke drank drinkt
en niets eet dat onrein is.
Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen.
Over het hoofd van de jongen mag geen scheermes gaan,
omdat hij vanaf de schoot van zijn moeder aan God is gewijd.
De bevrijding van Israël uit de macht van de Filistijnen
zal met hem beginnen.”
De vrouw ging dit aan haar man vertellen en zei:
“Er is een man Gods bij mij geweest;
hij zag er buitengewoon indrukwekkend uit,
als een engel van God.
Ik heb hem niet durven vragen waar hij vandaan kwam,
en hij heeft mij zijn naam niet genoemd.
Hij zei tegen mij:
Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen.
Van nu af aan moogt gij geen wijn of sterke drank drinken
en niets eten dat onrein maakt;
want de jongen zal aan God gewijd zijn
vanaf de schoot van zijn moeder tot aan zijn dood.”
De vrouw bracht een zoon ter wereld en noemde hem Simson.
De jongen groeide op, en de HEER zegende hem.
En de geest des Heren bewoog hem voor het eerst.

TUSSENZANG                                                    Ps. 71(70) 3-4a, 5-6ab, 16-17

Mijn mond was vervuld van uw lof,
U prees ik van vroeg tot laat.

Wees mij een vluchtoord, een veilige plaats ;
mijn rots en mijn burcht zijt Gij altijd geweest.
Bevrijd mij, mijn God, uit de handen der zondaars.

Want Gij, mijn God, Gij zijt mijn verwachting,
mijn hoop zijt Gij, Heer, sinds mijn vroegste jeugd.
Vanaf de moederschoot steun ik op U,
Gij waart mijn beschermer sinds mijn geboorte.

Gods macht zal ik alom verhalen
en uw gerechtigheid loven, Heer.
Van jongsaf heb ik het ondervonden,
en nu nog prijs ik uw daden.

ALLELUIA

Alleluia.
Wortel van Jesse, standaard der volken :
kom ons bevrijden, wil niet langer wachten.
Alleluia.

EVANGELIE                                                    Lc. 1, 5-25
De geboorte van Johannes de Doper, door de engel Gabriël aangekondigd.

Uit het heilige evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In de dagen van Herodes, koning van Judea,
leefde er een priester, Zacharias geheten,
die behoorde tot de klasse van Abía.
Hij had een vrouw uit de dochters van Aäron
en haar naam was Elisabet.
Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leefden onberispelijk
volgens alle geboden en voorschriften van de Heer.
Zij hadden geen kinderen
want Elisabet was onvruchtbaar
en beiden waren al op gevorderde leeftijd.
Toen Zacharias voor God als priester mocht optreden
omdat zijn klasse de beurt had,
geschiedde het dat hij
– zoals onder de priesters gebruikelijk was –
door het lot werd aangewezen
om de tempel des Heren binnen te gaan
en het wierookoffer op te dragen.
Het gehele volk
stond op het uur van het wierookoffer buiten te bidden.
Er verscheen hem een engel des Heren
aan de rechterkant van het wierookaltaar.
Toen Zacharias hem zag, ontstelde hij
en werd door vrees bevangen.
Maar de engel sprak tot hem:
“Vrees niet Zacharias, want uw bede is verhoord;
uw vrouw Elisabet zal u een zoon schenken
die gij Johannes moet noemen.
Gij zult verheugd zijn en het uitjubelen
en vele mensen zullen zich over zijn geboorte verblijden.
Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer;
wijn of sterke drank zal hij niet drinken
en nog in de schoot van zijn moeder
zal hij met de heilige Geest vervuld worden.
Vele zonen van Israël zal hij terugbrengen tot de Heer, hun God.
Hij zal voor Hem uitgaan met de geest en de kracht van Elía
om de gezindheid van de vaderen
te doen terugkeren in de kinderen
en de ongehoorzamen
te brengen tot de gesteltenis van de rechtvaardigen,
en zo voor de Heer een welbereid volk te vormen.”
Maar Zacharias zei tot de engel:
“Waaraan zal ik dit erkennen?
Ik ben oud en ook mijn vrouw is reeds op jaren.”
De engel antwoordde hem:
“Ik ben Gabriël die voor Gods aanschijn staat,
en ik ben gezonden om tot u te spreken
en u deze blijde boodschap aan te kondigen.
Zie, gij zult zwijgen en niet in staat zijn te spreken
tot de dag waarop dat zal gebeuren
omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt;
deze zullen echter op hun tijd in vervulling gaan.”
Intussen stond het volk op Zacharias te wachten
en ze verwonderden zich dat hij zolang in het heiligdom bleef.
Toen hij naar buiten kwam
was hij niet bij machte tot hen te spreken
en zij begrepen dat hij in het heiligdom een verschijning gezien had.
Maar omdat hij stom bleef kon hij slechts tegen hen gebaren.
Toen de tijd van zijn tempeldienst om was
ging hij naar huis terug
en enige tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger.
Zij hield zich vijf maanden lang verborgen en daarna sprak zij:
“Dit heeft de Heer voor mij gedaan
toen het Hem behaagd had
mijn schande bij de mensen weg te nemen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

Maandag Maria onbevlekt ontvangen

Overweging
Rond Kerstmis ligt een snoer van feesten waar Maria wordt gevierd. Maar ze staat nooit alleen: ze draagt het Kind om het te tonen aan de wereld. Dat is het echte beeld van Maria: de icoon van de Moeder met het Kind. De levende Heer, Gods zoon die mens geworden is, kan niet zonder een moeder. Van nu tot in februari gaat het telkens weer om hun beiden. Het feest van vandaag gaat over de prille aanvang: er wordt een kind ontvangen, dat één en al jawoord is, gericht tot God. Er treedt een meisje binnen in de wereld dat nooit neen zal zeggen, niet tot God en niet tot de mensen. Nog voor ze in de schoot van haar moeder leefde, had gods genade haar al bevrijd van elk mogelijk”neen”. Daarom mogen ook wij met vreugde vervuld zijn: omdat God ons altijd in alles voor geweest is. Hij heeft ons alles geschonken.

EERSTE LEZING                                     Gen. 3, 9-15.20
Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare.

Uit het Boek Genesis

Nadat Adam van de boom gegeten had
riep God de Heer de mens en vroeg hem :
“Waar zijt gij?”
Hij antwoordde :
“Ik hoorde uw donder in de tuin,
en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben ;
daarom heb ik mij verborgen.”
Maar God de Heer zei :
“Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt?
“Hebt ge soms gegeten van de boom
die Ik u verboden heb?”
De mens antwoordde :
“De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt,
zij heeft mij van die boom gegeven,
en toen heb ik gegeten.”
Daarop vroeg God de Heer aan de vrouw :
” Hoe hebt ge dat kunnen doen?”
De vrouw zei :
“De slang heeft mij verleid,
en toen heb ik gegeten.”
God de Heer zei toen tot de slang :
“Omdat ge dit gedaan hebt,
zijt gij vervloekt, onder alle tamme dieren
en onder alle wilde beesten !
“Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten,
alle dagen van uw leven !
“Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw,
tussen uw kroost en het hare.
“Dit zal uw kop bedreigen,
en gij zijn hiel!”

De mens noemde zijn vrouw Eva,
want zij is de moeder geworden van alle levenden.

TUSSENZANG                                               Ps. 98(97), 1, 2-3ab, 3c-4

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.

Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw
ten gunste van Israëls huis.

Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.

TWEEDE LEZING                                                Ef. 1, 3-6.11-12
In Christus heeft God ons uitverkoren
voor de grondlegging der wereld.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Gezegend is God,
de Vader van onze heer Jezus Christus,
die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend
met elke geestelijke  zegen.
In Hem heeft Hij ons uitverkoren
voor de grondlegging der wereld,
om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht.
In liefde heeft Hij ons voorbestemd
zijn kinderen te worden door Jezus Christus,
naar het welbehagen van zijn wil,
tot lof van de heerlijkheid van zijn genade.
Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de geliefde,
in wie wij ook ons erfdeel hebben ontvangen,
daartoe voorbestemd door de beschikking van Hem
die alles tot stand brengt naar het besluit van zijn wil,
opdat wij verbreiden de lof van zijn heerlijkheid,
wij, die reeds te voren onze hoop op de Christus hadden gebouwd.

ALLELUIA                                                               Lc. 1, 28

Alleluia.
Verheug u, Maria, Begenadigde,
de Heer is met u ;
gij zijt gezegend onder de vrouwen.
Alleluia.

EVANGELIE                                                         Lc. 1, 26-38
Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd werd de engel Gabriël van Godswege gezonden
naar een stad in Galilea, Nazaret,
tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette,
uit het huis van David ;
de naam van de maagd was Maria.
De engel trad bij haar binnen en sprak :
“Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u,
gij zijt de gezegende onder de vrouwen.”
Zij schrok van dat woord
en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen.
Maar de engel zei tot haar :
” Vrees niet Mria, want gij hebt genade gevonden bij God.
“Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen
en gij moet Hem de naam Jezus geven.
“Hij zal groot zijn
en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden.
“God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken
en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob
en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.”
Maria echter sprak tot de engel :
“Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken?”
Hierop gaf de engel haar ten antwoord :
“De heilige Geest zal over u komen
en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen ;
daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht
heilig genoemd worden, Zoon van God.
“Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante,
in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen
en, ofschoon zij onvruchtbaar heette,
is zij nu in haar zesde maand ;
want voor God is niets onmogelijk.”

Nu zei Mria :
“Zie de dienstmaagd des Heren ;
mij geschiede naar uw woord.”
En de engel ging van haar heen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.