Woensdag in de derde week van de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Tot drie keer toe zijn jullie ondergedompeld in het water en elk van de drie keer bent u er weer uit boven gekomen, om de drie dagen te symboliseren dat Christus begraven is geweest.
Zoals wie zich in de nacht bevindt niks ziet, en wie zich daarentegen in de dag bevindt van het licht geniet, zo is het ook met jullie. Zoals jullie eerst ondergedompeld waren in de nacht en niks zagen, zo merkte je toen je eruit boven kwam, dat je in het volle daglicht stond. Je bent in de netten gevallen van de Kerk. Vgl. Mt. 13, 47. Laat je dus levend vangen; vlucht niet, opdat Jezus je aan zijn haak slaat, niet om je de dood, maar om je de verrijzenis na de dood te geven. (Cyrillus van Jeruzalem, Tweede mystagogische catechese)

EERSTE LEZING                Deut., 1.5-9

Handel naar de voorschriften van de Heer, en breng ze stipt ten uitvoer.

Uit het Boek Deuteronomium

In die dagen sprak Mozes tot het volk :
“Luister dan, Israël,
naar de voorschriften en bepalingen die ik u leer,
en handel daarnaar.
“Dan zult gij leven en bezit gaan nemen van het land
dat de Heer, de God van uw vaderen, u schenkt.
“Ik heb u nu de voorschriften en bepalingen geleerd,
zoals de Heer uw God mij had opgedragen.
“handel ernaar in het land dat gij in bezit gaat nemen
en breng ze stipt ten uitvoer,
want daaruit zal voor de volken
uw wijsheid en uw inzicht blijken.
“Als zij al deze voorschriften horen, zullen ze zeggen :
Dat machtige volk is wijs en verstandig.
“Is er soms een andere grote natie,
aan wie hun goden zo nabij zijn
als de Heer onze God ons nabij is, zo vaak wij Hem aanroepen?
“Of is er een andere grote natie
die zulke volmaakte voorschriften en bepalingen heeft
als de wet die ik u heden geef?
“Wees dus op uw hoede en zorg er voor,
dat gij niet vergeet wat gij met eigen ogen gezien hebt.
“Laat dat uw leven lang niet uit uw gedachten gaan
en geef het door aan uw kinderen en kleinkinderen.”

TUSSENZANG             Ps. 147, 12-13, 15-16, 19-20

Loof nu de Heer, Jeruzalem!

Loof nu de Heer, Jeruzalem,
Sion, verheerlijk uw God !
Want Hij heeft uw poorten stevig gegrendeld,
uw zonen gezegend binnen uw muur.

Hij zendt zijn bevel uit over de aarde
en haastig rept zich zijn woord.
De sneeuw laat Hij vallen als vlokken wol,
en rijp strooit Hij uit als as.

Hij is het die Jakob zijn woord heeft gezonden,
zijn wet en geboden voor Israël.
Nooit was er een volk dat Hij zo heeft behandeld,
geen ander maakt Hij zijn wegen bekend.

VERS VOOR HET EVANGELIE             cf. Lc. 8, 15

Zalig zij die het woord dat zij hoorden
in een goed en edel hart bewaren
en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.

EVANGELIE                      Mt. 5, 17-19

Wie de voorschriften onderhoudt en leert zal groot geacht worden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Denkt niet dat Ik gekomen ben
om Wet en Profeten op te heffen ;
Ik ben niet gekomen om op te heffen
maar om de vervulling te brengen.
“Want voorwaar, Ik zeg u :
Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan,
dan dat één jota of haaltje vergaat uit de Wet,
voordat alles geschied is.
“Wie dus een van die voorschriften,
zelfs het geringste,
opheft en zo de mensen leert,
zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen,
maar wie ze onderhoudt en leert
zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag van de derde week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Petrus die Jezus zo nabij was had wel al gemerkt welke maat Jezus hanteerde in zijn omgang met mensen: de maat van de liefde. Zijn vraag geeft Jezus de gelegenheid om in alle duidelijkheid te zeggen wat God van ons verlangt. Net zoals Israël begrijpen wij dit niet. Terwijl de Heer ons niet vaak genoeg kan vergeven, leven we dikwijls als echte schuldeisers. Zullen wij ooit kunnen zeggen: ‘Thans volgen wij U van ganser harte; wij eerbiedigen en zoeken U”.

EERSTE LEZING                   Dan. 3, 25.34-43

Laat ons bij u gehoor vinden vanwege ons vermorzeld hart en onze ootmoedige geest.

Uit de Profeet Daniël

In die dagen
verrichtte Azarja staande dit gebed :
“Terwille van uw naam : verstoot ons toch niet voor goed
en verbreek niet uw verbond,
trek uw barmhartigheid niet van ons terug
terwille van Abraham, uw vriend, terwille van Isaäk, uw dienaar,
en van Israël, uw heilige.
“Aan hen hebt Gij beloofd hun nakomelingen even talrijk te maken
als sterren aan de hemel
en de zandkorrels aan het strand der zee.
“Maar nu zijn wij, Heer, het kleinste volk geworden
van alle volkeren op aarde
en nergens ter wereld hebben wij nog iets te betekenen
vanwege onze zonden.
“Wij hebben nu geen koning meer, geen profeet, geen leider,
geen brand- en slachtoffers, geen spijsoffers en reukwerk,
zelfs geen heilige plaats waar wij U kunnen offeren
om zo uw barmhartigheid te kunnen ervaren.
“Maar laat ons bij U gehoor vinden
vanwege ons vermorzeld hart en onze ootmoedige geest.
“Moge vandaag ons offer bestaan
in volmaakte aanhankelijkheid aan U
en moge het U evenzeer behagen
als kwamen we met brandoffers van rammen en stieren
en met tienduizenden vette lammeren,
want geen smaad treft hen die op U vertrouwen.
“Thans volgen wij U van ganser harte ;
wij eerbiedigen U en zoeken U.
“Laat ons toch niet te schande worden,
maar handel met ons naar uw goedheid
en naar uw grote barmhartigheid.
“Red ons op uw wonderbare wijze
en verheerlijk, Heer, uw naam.”

TUSSENZANG                     Ps. 25(24), 4bc-5ab, 6-7bc, 8-9

Gedenk uw barmhartigheid, Heer.

Wijs mij uw wegen , Heer,
leer mij uw paden kennen.
Leid mij volgens uw woord,
want Gij zijt mijn God en Verlosser.

Gedenk uw barmhartigheid, Heer,
uw altijd geschonken ontferming.
Herinner u niet het kwaad van mijn jeugd,
maar denk aan mij met erbarmen.

De Heer is goed en rechtschapen,
daarom wijst Hij zondaars de weg.
Hij leidt de geringe langs eerzame paden,
Hij leert de eenvoudige wat hij moet doen.

VERS VOOR HET EVANGELIE                          Joël 2, 12-13

Bekeert u tot Mij met heel uw hart, spreekt de Heer,
want Ik ben genadig en barmhartig.

EVANGELIE                                    Mt. 18, 21-35

Wie zijn broeder niet van harte vergiffenis schenkt, hem zal ook de Vader niet vergeven.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd kwam Petrus naar Jezus toe en sprak :
“Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet,
hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven ?
“Tot zevenmaal toe ?”
Jezus antwoordde hem:
“Neen zeg Ik u,
niet tot zevenmaal toe
maar tot zeventig maal zevenmaal.
“Daarom gelijkt het Rijk der hemelen op een koning
die rekening en verantwoording wilde vragen
aan zijn dienaren.
“Toen hij hiermee begon, bracht men iemand bij hem
die tienduizend talenten schuldig was.
“Daar hij niets had om te betalen gaf de heer het bevel
hem te verkopen met vrouw en kinderen en al wat hij bezat,
om zo de schuld te vereffenen.
“De dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte :
Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.
“De heer kreeg medelijden met die dienaar,
liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt.
“Maar toen die dienaar buiten kwam,
trof hij daar een andere dienaar
die hem honderd denariën schuldig was ;
hij greep hem bij de keel en zei :
Betaal wat je schuldig bent.
“De andere dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte :
Heb geduld met mij en ik zal u betalen.
“Maar hij weigerde, en liet hem zelfs in de gevangenis zetten
totdat hij zijn schuld betaald zou hebben.
“Toen nu de overige dienaars zagen wat er gebeurd was,
waren zij diep verontwaardigd
en gingen hun heer alles vertellen.
“Daarop liet de heer hem roepen en sprak :
Jij lelijke knecht,
heel die schuld heb ik je kwijtgescholden
omdat je mij erom gesmeekt hebt.
“Had jij dan ook
geen medelijden moeten hebben met je mededienaar
zoals ik met jou medelijden heb gehad ?
“En in toorn ontstoken
leverde zijn heer hem over aan de beulen,
totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben.
“Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen
die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag van de derde week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

De overgave aan God, oprecht geloof, dat interesseert God. Niet de geschenken, het grote bezit of wat dan ook. De mens die God wil ontmoeten dient zijn eigenwaan achter zich te laten. In Jezus biedt God ons daartoe de middelen aan. Allereerst door het water van de doop waarin wij deel krijgen aan het mysterie van het geloof. De sacramenten ontvangen is telkens weer een akte van geloof, en dat kan alleen maar met het hart.

EERSTE LEZING               II Kon. 5, 1-15a

Er waren veel melaatsen in Israël; toch werd niemand van hen gereinigd, behalve de Syriër, Naäman.

Uit het tweede Boek der Koningen

In die dagen was Naäman,
de legeroverste van de koning van Aram,
zeer gezien bij zijn heer en had grote invloed,
want door hem had God de Heer voor Aram uitkomst gebracht.
Hij was een groot soldaat,
maar de man leed aan een huidziekte.
Nu hadden Aramese benden eens
een strooptocht ondernomen in Israël
en daarbij een jong meisje buitgemaakt;
dat was nu in dienst bij de vrouw van Naäman.
Ze zei tot haar meesteres :
“Och, kon mijn heer maar eens naar de profeet gaan
die in Samaria woont;
die zou hem wel van zijn ziekte afhelpen.”
Naäman ging aan zijn heer vertellen
wat het meisje uit Israël gezegd had.
Toen zei de koning van Aram :
“Ga erheen;
ik zal u een brief meegeven voor de koning van Israël.”

Hij ging op weg, nam tien talenten zilver,
zesduizend sikkel goud en tien feestgewaden mee,
en meldde zich met de brief bij de koning van Israël.
Daarin stond :
Met deze brief zend ik mijn dienaar Naäman tot u ;
ik verzoek u hem van zijn huidziekte te genezen.
Zodra de koning van Israël de brief gelezen had,
scheurde hij zijn kleren en zei :
“Ben ik soms God, met macht over leven en dood,
dat hij iemand naar mij toestuurt
die ik van zijn huidziekte moet genezen?
“Let maar eens op mijn woorden :
“hij zoekt ruzie met mij.”
Toen Elisa, de man Gods,
hoorde dat de koning van Israël zijn kleren gescheurd had,
liet hij de koning vragen :
“Waarom hebt gij uw kleren gescheurd ?
Stuur hem naar mij toe.
Dan zal hij weten dat er een profeet is in Israël. ”
Toen ging Naäman met zijn paarden en wagen op weg
en hield sil voor het huis van Elisa.
Deze zond iemand met de boodschap :
Was u zevenmaal in de jordaan;
dan zal uw huid weer gezond worden en zult gij gereinigd zijn.
Toen werd Naäman boos en ging heen.
Hij zei :
“Ik had gedacht :
hij zal naar buiten komen en vóór me gaan staan.
“Dan zal hij de naam van de Heer zijn God aanroepen,
met zijn hand over de plek strijken en de ziekte wegnemen.
“Zijn de Abana en de Parpar, de rivieren van Damascus,
soms niet beter dan al de wateren van Israël?
“Kan ik mij daarin niet wassen om gereinigd te worden?”
Hij keerde zich om en ging verontwaardigd heen.
Maar zijn dienaren gingen naar hem toe en zeiden :
“Vader, gesteld dat de profeet u iets moeilijks opgedragen had,
dan hadt gij het toch ook gedaan ?
“waarom dan niet, nu hij u zegt dat ge u maar hoeft te wassen
om weer rein te worden ?”
Toen ging hij naar de Jordaan en dompelde zich zevenmaal onder,
zoals de man Gods gezegd had.
Zijn huid werd weer als die van een klein kind
en hij was gereinigd.
Hij keerde met heel zijn gevolg naar de man Gods terug,
trad het huis binnen,
ging vóór hem staan en zei :
“Nu weet ik dat er alleen in Israël een god is,
en nergens anders op aarde.”

TUSSENZANG                 Ps. 42(41), 2, 3, 43(42),3, 4

Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft,
zal ik Hem ooit bereiken en zijn Aanschijn zien ?

Zoals het hert de beekjes zoekt,
zo zoekt mijn geest naar U, mijn God.
Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft,
zal ik Hem ooit bereiken en zijn Aanschijn zien ?

Zend mij uw licht, uw steun om mij te leiden,
om mij te voeren naar uw berg en in uw tent.
Dan ga ik naar uw altaar, God die blijdschap geeft,
en loof U bij de citer, God, mijn God.

VERS VOOR HET EVANGELIE                    Joh. II, 25a en 26

Ik ben de verrijzenis en het leven, zegt de Heer;
wie in Mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven.

EVANGELIE                          Lc. 4,24-30

Zoals Elia en Elisa wordt Jezus niet enkel tot de Israëlieten gezonden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

Toen Jezus in Nazareth kwam,
zei hij tot het volk in de synagoge :
“Voorwaar, Ik zeg u :
geen profeet wordt aanvaard in zijn eigen vaderstad.
“En het is waar wat Ik u zeg :
in de tijd van Elia immers,
toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef
en een grote hongersnood uitbrak over het hele land,
waren er veel weduwen in Israël ;
toch werd Elia tot niemand van haar gezonden
dan tot een weduwe te Sarepta, in het gebied van Sidon.
“En in de tijd van de profeet Elisa
waren er veel melaatsen in Israël ;
toch werd niemand van hen gereinigd,
behalve de Syriër Naäman.”
Toen ze dit hoorden
werden allen die in de synagoge waren woedend.
Ze sprongen overeind,
joegen Hem de stad uit
en dreven Hem voort
tot aan de steile rand van de berg waarop hun stad gebouwd was,
om Hem daar in de afgrond te storten.
Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Derde zondag in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
Wij gaan weer verder, op onze weg naar Pasen.
Het is nu de derde zondag.
We krijgen een nieuwe impuls.
Hopelijk hebben wij er ook dorst naar.
Dorsten wij naar blijvende levenskracht,
een bron van leven
die nooit ophoudt om ons hart te voeden
en ons geloof te verfrissen?
Jezus biedt zich vandaag zo aan.
Hij laat zich zo kennen
aan een vrouw met een diepe dorst.
Hij is een bron van levend water.
Mag Hij ook onze dorst naar levenszin laven?
Begroeten wij de Heer
en vragen wij Hem om de drank van zijn liefde,
zijn vrede en barmhartigheid.

EERSTE LEZING               Ex. 17,3-7

Geef ons water om te drinken.

Uit het boek Exodus

In die dagen
leden de Israëlieten tijdens de woestijntocht hevige dorst.
Zij bleven tegen Mozes morren en zeiden:
“Waarom hebt gij ons weggevoerd uit Egypte
als wij toch met kinderen en vee van dorst moeten sterven ?”
Mozes klaagde zijn nood bij de Heer:
“Wat moet ik toch aan met dit volk ?
“Ze staan op het punt mij te stenigen.”

De Heer gaf Mozes ten antwoord:
“Ga met enkelen van Israëls oudsten voor het volk uit,
neem in uw hand de staf waarmee ge de Nijl geslagen hebt
en begeef u op weg.
“Ik zal ginds, voor uw ogen,
op een rots staan, op de Horeb.
“Sla op die rots:
er zal water uitstromen zodat de mensen kunnen drinken.”

Mozes deed dat in het bijzijn van Israëls oudsten.
Hij noemde de plaats Massa en Meriba
vanwege de verwijten der Israëlieten
en omdat zij de Heer hadden uitgedaagd
door zich af te vragen: Is de Heer nu bij ons of niet ?

Antwoordpsalm       Ps. 95(94), 1-2, 6-7, 8-9

Keervers
Luistert heden naar Gods stem:
weest niet halsstarrig.

Komt, laat ons de Heer met gejubel begroeten,
juichen wij toe de Rots van ons heil.
Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang,
Hem met liederen eren.

Komt, werpen wij ons aanbiddend ter aarde,
knielen wij neer voor Hem die ons schiep.
Hij is onze God en wij zijn volk,
Hij is de herder en wij zijn kudde.

Luistert heden dan naar zijn stem:
weest niet halsstarrig als eens in Meriba,
zoals in Massa in de woestijn,
waar uw vaderen Mij wilden tarten
ofschoon zij mijn daden hadden gezien.

TWEEDE LEZING               Rom. 5, 1-2.5-8

De liefde is in ons uitgestort door de heilige Geest, die ons werd geschonken.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Gerechtvaardigd door het geloof,
leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer.
Hij is het
die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten
tot die genade waarin wij staan;
door Hem ook mogen wij ons beroemen
op onze hoop op de heerlijkheid Gods.

En die hoop wordt niet teleurgesteld,
want Gods liefde is in ons hart uitgestort
door de heilige Geest die ons werd geschonken.
Christus is immers voor goddelozen gestorven
op de gestelde tijd,
toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren.
Men zal niet licht iemand vinden
die zijn leven geeft voor een rechtvaardige,
al zou misschien iemand
in een bepaald geval dit van zich kunnen verkrijgen.
God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor,
dat Christus voor ons is gestorven,
toen wij nog zondaars waren.

Vers voor het evangelie                Joh. 4, 42 en 15

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
Heer, Gij zijt werkelijk de Redder van de wereld.
Geef mij van het levend water,
zodat ik geen dorst meer krijg.
Lof en eer zij U, Heer Jezus.

EVANGELIE                   Joh. 4, 5-42

Een waterbron die opborrelt tot eeuwig leven.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd kwam Jezus in een stad van Samaria,
Sichar genaamd, dichtbij het stuk grond
dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven.
Daar bevond zich de bron van Jakob
en vermoeid van de tocht,
ging Jezus zo maar bij deze bron zitten.
Het was rond het middaguur.
Toen een vrouw uit Samaria water kwam putten,
zei Jezus tot haar:
“Geef Mij te drinken.”
De leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan
om levensmiddelen te kopen.

De Samaritaanse zei tot Hem:
“Hoe kunt Gij als jood nu te drinken vragen aan mij,
een Samaritaanse ?”
– Joden namelijk onderhouden geen betrekkingen
met de Samaritanen –

Jezus gaf ten antwoord:
“Als ge enig begrip hadt van de gave Gods
en als ge wist wie het is, die u zegt:
Geef Mij te drinken,
zoudt ge het aan Hem hebben gevraagd
en Hij zou u levend water hebben gegeven.”
Daarop zei de vrouw tot Hem:
“Heer, Ge hebt niet eens een emmer
en de put is diep:
waar haalt Gij dan dat levend water vandaan ?
“Zijt Ge soms groter dan onze vader Jakob die ons de put gaf
en er met zijn zonen en zijn vee uit dronk ?”

Jezus antwoordde haar:
“Iedereen die van dit water drinkt, krijgt weer dorst,
maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven,
krijgt in eeuwigheid geen dorst meer;
integendeel, het water dat Ik hem zal geven,
zal in hem een waterbron worden,
opborrelend tot eeuwig leven.”

Hierop zei de vrouw tot Hem:
“Heer, geef mij van dat water,
zodat ik geen dorst meer krijg
en hier niet meer moet komen om te putten.”

Jezus zei haar:
“Ga uw man roepen en kom dan hier terug.”

“Ik heb geen man”,
antwoordde de vrouw.

Jezus zei haar:
“Dat zegt ge terecht: ik heb geen man;
want vijf mannen hebt ge gehad,
en die ge nu hebt, is uw man niet.
“Wat dit betreft, hebt ge de waarheid gesproken.”

“Heer, – zei de vrouw –
ik zie dat Gij een profeet zijt.
“Onze vaderen aanbaden op die berg daar,
en gij, joden, zegt
dat in Jeruzalem de plaats is waar men aanbidden moet.”

“Geloof Mij, vrouw,
– zei Jezus haar, –
er komt een uur dat gij noch op die berg
noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden.
“Gij aanbidt wat gij niet kent;
wij aanbidden wat wij kennen,
omdat het heil uit de joden komt.
“Maar er zal een uur komen,
ja het is er al,
dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden
in geest en waarheid.
“De Vader toch
zoekt mensen die Hem zo aanbidden.
“God is geest, en wie Hem aanbidden,
moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.”

De vrouw zei Hem:
“Ik weet dat de Messias
– dat wil zeggen: de Gezalfde –
komt, en wanneer die komt,
zal Hij ons alles verkondigen.”

Jezus zei tot haar:
“Dat ben Ik , die met u spreek.”

Juist op dat ogenblik kwamen zijn leerlingen terug
en zij stonden verwonderd
dat Hij in gesprek was met een vrouw.
Geen van hen echter vroeg:
“Wat wilt Ge van haar?” of “Waarom praat Gij met haar ?”

De vrouw liet haar waterkruik in de steek,
liep naar de stad terug en zei tot de mensen:
“Komt eens kijken naar een man,
die mij alles heeft verteld wat ik gedaan heb!
“Zou Hij soms de Messias zijn ?”
Toen verlieten zij de stad om naar Hem toe te gaan.
Ondertussen drongen de leerlingen bij Hem aan
met de woorden:
“Eet toch iets, Rabbi.”

Maar Hij zei hun:
“Ik heb een spijs te eten die gij niet kent.”

De leerlingen zeiden tot elkaar:
“Zou iemand Hem soms te eten gebracht hebben ?”

Daarop zei Jezus hun:
“Mijn spijs is
de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft
en zijn werk te volbrengen.
“Zegt gij niet: Nog vier maanden en dan komt de oogst ?
“Welnu, Ik zeg u:
slaat uw ogen op en kijkt naar de velden;
ze staan wit, rijp voor de oogst.
“Reeds krijgt de maaier zijn loon
en verzamelt vrucht tot eeuwig leven,
zodat zaaier en maaier zich samen verheugen.
“Zo is het gezegde waar: de een zaait, de ander maait.
“Ik stuurde u uit
om te maaien waarvoor gij niet hebt gezwoegd;
anderen hebben gezwoegd
en gij plukt van hun zwoegen de vruchten.

Vele Samaritanen uit de stad geloofden in Hem
om het woord van de vrouw die getuigde:
“Hij heeft mij alles verteld wat ik gedaan heb.”
Toe dus de Samaritanen bij Hem gekomen waren,
verzochten zij Hem bij hen te blijven.
Hij bleef er dan ook twee dagen
en door zijn woord kwamen er nog veel meer tot het geloof.
Tot de vrouw zeiden ze:
“Niet langer geloven wij om wat gij gezegd hebt,
want wij hebben Hem zelf gehoord
en wij weten, dat deze werkelijk de redder van de wereld is.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties bij de zondagse eucharistieviering.

Zaterdag van de tweede week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De vader uit het evangelie is het aangedane onrecht al lang vergeten. Hij wil de opstanding van zijn zoon vieren met een groots feest. Hij maakt van de verloren gelopen zoon een nieuw geborene. De weggelopen zoon krijgt een feest, de ander niet. Hoe begrijpen wij dat de relatie met God begint voorbij het plichtsbewustzijn?

EERSTE LEZING              Mich.7, 14-15.18-20

God zal onze zonden naar de bodem van de zee verwijzen.

Uit de profeet Micha

Neem uw herdersstaf en weid uw volk, Heer,
de schapen die uw erfdeel zijn ;
tussen de bomen, midden in het woud,
zijn zij zo vereenzaamd.
Laat ze weiden in Bazan en Gilead,
zoals in vroegere dagen. Ik laat wonderen zien,

Ik laat wonderen zien,
zoals in de dagen dat gij uit Egypte wegtrokt.

Welke God is als Gij, die de schuld vergeeft,
die voorbijgaat aan de zonde,
door de rest van zijn erfdeel bedreven ;
die zijn toorn niet altijd laat duren,
maar zijn vreugde vindt in goedheid ?

Hij zal zich opnieuw over ons ontfermen,
Hij zal onze schuld
onder zijn voeten verpletteren.
Al hun zonden zal Hij
naar de bodem van de zee verwijzen.

Aan Jakob zult Gij uw trouw,
aan Abraham uw goedheid tonen,
zoals Gij het onze vaderen hebt gezworen,
in de dagen van weleer.

TUSSENZANG                Ps. 103(102), 1-3, 3-4,9-10, 11-12

De Heer is barmhartig en welgezind.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen !
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
vergeet zijn weldaden niet !

Hij is het die u uw schulden vergeeft,
die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt,
die u omringt met zijn gunst en erbarmen.

Hij blijft niet voortdurend verwijten maken,
Hij is niet voor eeuwig vertoornd.
Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen,
vergeldt ons niet onze schuld.

Zo wijd als de hemel de aarde omspant,
zo alomvattend is zijn erbarmen.
Zo ver als de afstand van oost tot west,
zo ver verdrijft Hij van ons de zonde.

VERS VOOR HET EVANGELIE               Lc. 15, 18

Ik ga weer naar mijn vader
en ik zal hem zeggen :
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel  en tegen u.

EVANGELIE                       Lc. 15, 1-3.11-32

Uw broer was dood en is levend geworden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd kwamen telkens weer
tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus
om naar Hem te luisteren.
De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden :
“Die man ontvangt zondaars en eet met hen.”
Hij hield hun deze gelijkenis voor :
“Een man had twee zonen.
“Nu zei de jongste van hen tot zijn vader.
Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb.
“En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
“Niet lang daarna pakte de jongste zoon alles bij elkaar
en vertrok naar een ver land.
“Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven.
“Toen hij alles opgmaakt had
kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land
en hij begon gebrek te lijden.
“Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land
die hem het veld instuurde om varkens te hoeden.
“En al had hij graag zijn buik willen vullen
met de schillen die de varkens aten,
niemand gaf ze hem.
“Toen kwam hij tot nadenken en zei :
Hoeveel dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed,
en ik verga hier van de honger.
“Ik ga weer naar mijn vader
en ik zal hem zeggen :
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;
ik ben niet meer waard uw zoon te heten
maar neem mij aan als een van uw dagloners.
“Hij ging dus op weg naar zijn vader.
“Zijn vader zag hem al in de verte aankomen
en hij werd door medelijden bewogen ;
hij snelde op hem toe
viel hem om de hals en kuste hem hartelijk.
“Maar de zoon zei tot hem :
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;
ik ben niet meer waard uw zoon te heten.
“Doch de vader gelastte zijn knechten :
Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan,
steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan.
Haalt het gemeste kalf en slacht het ; laten we eten en feestvieren,
want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.
“Ze begonnen dus feest te vieren.

“Intussen was zijn oudste zoon op het land.
“Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde
hoorde hij muziek en dans.
“Hij riep een van de knechten
en vroeg wat dat te betekenen had.
“Deze antwoordde :
Uw broer is thuisgekomen
en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten
omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.
“Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen.
“Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong
gaf hij zijn vader ten antwoord :
Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden,
toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven
om eens met mijn vrienden feest te vieren.
“En nu die zoon van u is gekomen
die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen,
hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten.
“Toen antwoordde de vader :
Jongen, jij bent altijd bij me
en alles wat van mij is is ook van jou.
“Maar er moet feest en vrolijkheid zijn,
omdat die broer van je dood was en levend is geworden,
verloren was en is teruggevonden.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands BijbelgenootschDe bijbeltekstap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag van de tweede week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Het verhaal van Jozef die verkocht wordt, wil ons aan het denken zetten en ons plaatsen voor onze eigen opdracht en onze eigen zwakheden. Het is een waarschuwing, net zoals het evangelieverhaal over de zoon van de wijngaardenier.
Jozef wordt later de redder van zijn broers. Jezus geeft zijn leven voor zijn vijanden. Zijn kruisdood was het toppunt van goddelijke liefde.

EERSTE LEZING            Gen. 37, 3-4.12-13a. 17b-28

Zie, daar komt de dromer, laten wij hem doden.

Uit het Boek Genesis

Israël hield meer van Jozef dan van al zijn andere zonen,
omdat hij hem nog op zijn oude dag had gekregen.
Hij had voor hem een prachtig kleed laten maken.
De broers bemerkten dat hun vader meer van Jozef hield
dan van hen,
en zij gingen hem zo haten
dat ze geen goed woord meer voor hem overhadden.
Eens waren zijn broers bij Sichem
de kudden van hun vader gaan weiden,
toen Israël tot Jozef zei :
“Je weet dat je broers de kudde weiden bij Sichem.
Zou je niet naar hen toe willen gaan ?”
Jozef ging daarop zijn broers achterna
en vond hen inderdaad in Dotan.
Zij hadden hem al in de verte zien aankomen,
en voor hij bij hen was, smeedden zij het plan om hem te doden.
Zij zeiden tot elkaar :
“Daar komt hij aan, de grote dromer !
“Nu hebben we de kans.
“We vermoorden hem en gooien hem in een put.
“We kunnen zeggen dat een wild beest hem verslonden heeft.
“Dan zullen we eens kijken wat er van zijn dromen terecht komt !”
Toen Juda dit hoorde,
probeerde hij Jozef uit hun handen te redden en zei :
“We mogen hem niet doden.”
Ruben zei tot hen :
“Vergiet toch geen bloed !
“Ginds in de steppe is een put ;
gooi hem daarin, maar sla niet de hand aan hem.”
Hij wilde hem immers uit hun handen redden
en bij zijn vader terugbrengen.
Zodra Jozef bij zijn broers kwam,
trokken zij hem het kleed uit,
het prachtige kleed dat hij droeg,
grepen hem en wierpen hem in de put.
De put was leeg en er stond geen water in.
Terwijl ze zaten te eten,
zagen zij ineens een karavaan van Ismaëlieten,
die van Gilead kwam.
De kamelen waren beladen met gom, balsem en hars ;
zij waren op weg naar Egypte
om de koopwaar daar af te leveren.
Nu zei Juda tot zijn broers :
“Wat hebben we eraan, die broer van ons te vermoorden
en zijn bloed te bedekken !
Laten wij hem liever aan de Ismaëlieten verkopen
en niet de hand aan hem slaan ;
hij is toch een broer van ons, ons eigen vlees.”
Zijn broers stemden daarmee in.
Toen Midjanitische kooplieden voorbijkwamen,
trokken de broers Jozef uit de put
en verkochten hem voor twintig sikkel zilver aan de Ismaëlieten.
De kooplieden voerden Jozef naar Egypte.

TUSSENZANG          Ps. 105(104), 16-17, 18-19, 20-21

Vergeet nooit de wonderen die de Heer deed.

De Heer zond een hongersnood over het land
en deed de broodstokken breken.
Hij zond een enkele man voor hen uit
toen Jozef als slaaf verkocht werd.

Zijn voeten werden met kluisters geboeid,
zijn hals in een band van ijzer ;
totdat gebeurde wat hij had voorzegd,
het woord van de Heer hem bevrijdde.

De koning liet hem uit de kerker ontslaan,
de heerser der volken gaf hem de vrijheid.
Hij stelde hem aan als heer van zijn huis,
beheerder van heel zijn have.

VERS VOOR HET EVANGELIE             Ez. 18, 31

Werpt alle overtredingen die gij begaan hebt, van u weg,
zegt de Heer,
en vernieuwt uw hart en geest.

EVANGELIE             Mt. 21, 33-43.45-46

Dat is de erfgenaam ; laten wij hem vermoorden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd sprak Jezus
tot de hogepriesters en de oudsten van het volk :
“Luistert naar een andere gelijkenis :
Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde ;
hij zette er een heining omheen,
hakte een wijnpers erin uit
en bouwde een wachttoren.
“Daarop verpachtte hij hem aan wijnbouwers
en vertrok naar de vreemde.
“Toen de tijd van de oogst gekomen was
zond hij zijn dienaars naar de wijnbouwers
om de opbrengst in ontvangst te nemen.
“Maar de wijnbouwers grepen zijn dienaars vast.
“Zij mishandelden de een,
doodden de ander en stenigden een derde.
“Daarop zond hij andere dienaars,
talrijker dan de eersten ;
maar zij behandelden hen op dezelfde manier.
“Tenslotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe,
in de veronderstelling
dat zij zijn zoon wel zouden ontzien.
“Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen,
zeiden ze onder elkaar :
Dat is de erfgenaam ;
vooruit, laten we hem vermoorden
en ons zijn erfenis toeëigenen.
“Ze grepen hem vast,
wierpen hem de wijngaard uit en doodden hem.
Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt,
wat zal hij dan wel met die wijnbouwers doen ?”
Ze antwoordden Hem :
“Hij zal die ellendelingen een ellendige dood doen sterven
en zijn wijngaard zal hij aan andere wijnbouwers verpachten,
die hem de opbrengst op vastgestelde tijd zullen afdragen.”
Toe sprak Jezus tot hen :
“Hebt gij nooit in de Schrift gelezen :
De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd
is juist de hoeksteen geworden.
Op last van de Heer is dat gebeurd
en het is wonderbaar in onze ogen.
“Daarom zeg Ik u :
het Rijk Gods zal u ontnomen worden
en gegeven aan een volk
dat wel de vruchten daarvan opbrengt.”

Toen de hogepriesters en Farizeeën
zijn gelijkenissen gehoord hadden
begrepen ze dat Hij over hen sprak.
Zij zonnen dus op een middel om zich van Hem meester te maken,
maar ze waren bang voor het volk
omdat men Hem voor een profeet hield.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag van de tweede week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

Valt er bij ons nooit iets van de tafel? Misschien is het voor ons moeilijk geworden de armen rondom ons te zien. Eigenlijk worden zij, telkens wanneer wij “maaltijd houden”,mee op ons bord gelegd. Voor wie met het Woord van de Heer rekening wil houden is er een uitweg: de bekering tot de ware naastenliefde!

EERSTE LEZING                  Jer. 17, 5-10

Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt ; gezegend is hij die op de Heer vertrouwt.

Uit de Profeet Jeremia

Dit zegt God de Heer :
“Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt,
die steunt op een schepsel en zich afkeert van de Heer.
“Hij is een kale struik in de steppe,
nooit krijgt hij regen.
“Hij staat op dorre woestijngrond,
in een onvruchtbaar, verlaten gebied.
“Gezegent is hij die op de Heer vertrouwt,
en zich veilig weet bij Hem.
“Hij is een boom aan een rivier,
de wortels tot in het water.
“Hij heeft geen last van de hitte,
zijn bladeren blijven groen.
“Een tijd van droogte deert hem niet,
hij blijft altijd vrucht dragen.
“Niets is zo onbetrouwbaar als het hart,
onverbeterlijk is het, wie kan het peilen ?
“Ik, God de Heer, doorgrond hart en nieren,
Ik vergeld ieder naar zijn gedrag,
naar de vrucht van zijn werk.”

TUSSENZANG                      Ps. 1, 1-2, 3, 4, 6

Gelukkig is de man,
die op de Heer zijn hoop stelt (Ps. 40 (39), 5a)

Gelukkig de man die weigert te doen
wat goddelozen hem raden ;
die niet de wegen der zondaars gaat,
niet zit te midden der spotters.

Hij is als een boom, aan het water geplant,
die vruchten draagt op zijn tijd ;
des zomers verdorren zijn bladeren niet,
maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.

De goddelozen vergaat het zo niet :
de wind blaast hen weg als kaf.
De Heer immers let opde weg der gerechten,
de weg van de zondaars loopt dood.

VERS VOOR HET EVANGELIE        Ps. 130(129), 5 en 7

Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik ;
want de Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.

EVANGELIE                             Lc. 16, 19-31

Gij hebt uw deel van het goede gekregen en Lazarus viel het kwade ten deel.
Nu ondervindt hij vertroosting en wordt gij gefolterd.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus tot de Farizeeën :
“Er was eens een rijk man
die in purper en fijn linnen gekleed ging
en iedere dag uitbundig feest vierde,
terwijl een arme, die Lazarus heette,
met zweren overdekt voor de poort lag.
“Hij verlangde er naar zijn honger te stillen
met wat bij de rijkaard van de tafel viel.
“maar er kwamen alleen honden die zijn zweren likten.
“Nu gebeurde het dat de arme stierf
en door de engelen in de schoot van Abraham werd gedragen.
“De rijke stierf ook en kreeg een eervolle begrafenis.
sloeg hij zijn ogen op en zag van verre Abraham
en Lazarus in diens schoot.
“Toen riep hij uit :
Vader Abraham, ontferm u over mij
en geef Lazarus opdracht de top van zijn vinger in water te dopen
en mijn tong daarmee te komen verfrissen,
want ik word door de vlammen hier gefolterd.
“Maar Abraham antwoordde :
Mijn zoon, herinner u hoe gij tijdens uw leven
uw deel van het goede hebt gekregen
en hoe op gelijke manier aan Lazarus het kwade ten deel viel ;
daarom ondervindt hij nu hier de vertroosting
maar wordt gij gefolterd.
Daarenboven gaapt er tussen ons en u voorgoed een wijde kloof,
zodat er geen mogelijkheid bestaat,
– zelfs als men het zou willen –
van hier naar u te gaan noch van daar naar ons te komen.
“De rijke zei :
Dan vraag ik u, vader Abraham,
dat gij hem naar het huis van mijn vader wilt sturen,
want ik heb nog vijf broers ;
laat hij hen waarschuwen
opdat zij niet eveneens
in deze plaats van pijniging terecht komen.
“Maar Abraham sprak :
Zij hebben Mozes en de profeten ; laat ze naar hen luisteren.
“Maar hij zei : Och neen, vader Abraham !
Maar als er een uit de doden naar hen toegaat,
zullen ze zich bekeren.
“Hij echter sprak tot hem :
Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren,
zullen ze zich ook niet laten overreden
als er iemand uit de doden opstaat.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

Woensdag van de tweede week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Jezus wist goed wat Hem te wachten stond. Hij was geen beter lot beschoren dan Jeremia en de andere profeten. In de loop van de heilsgeschiedenis werden velen uitgenodigd om ‘profetisch’ in het leven te staan. Daarop ingaan betekent een zwaar kruis op zich nemen. In deze veertigdagentijd wordt ons de gelegenheid gegeven ons te bezinnen over wat van ons als gezondenen verwacht wordt. Wat zullen wij antwoorden?

EERSTE LEZING                     Jer. 18, 18-20

We beramen aanslag op hem.

Uit de Profeet Jeremia

Die het gemunt hadden op het leven van de profeet zeiden :
“We beramen een aanslag op Jeremia.
“Nooit ontbreekt het de priesters aan onderricht,
de wijzen aan raad of de profeten aan woorden.
“Wij letten niet meer op wat hij zegt.”

Geef mij gehoor, Heer God, luister naar mijn klacht :
Mag men goed met kwaad vergelden ?
Toch graven zij een kuil voor mij.
Vergeet niet, dat ik voor u stond
om voor hen ten beste te spreken
en uw toorn van hen af te wenden.

TUSSENZANG            Ps. 31(30), 5-6, 14, 15-16

Red mij, Heer, door uw genade.

Het net dat de mensen mij heimelijk spannen
ontkom ik door U die mij altijd beschermt.
Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen,
Gij zult mij beschermen, getrouwe God.

Ik hoor ze fluisteren om mij heen,
aan alle kanten bedreiging.
Zij smeden te zamen een plan tegen mij
om mij het leven te nemen.

Toch blijf ik op U vertrouwen, Heer,
steeds zeg ik : Gij zijt mijn God.
Gij hebt mijn lot in uw hand,
bevrijd mij van mijn vervolgers.

VERS VOOR HET EVANGELIE             Joh. 11, 25a en 26

Ik ben de verrijzenis en het leven, zegt de Heer ;
wie in Mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven.

EVANGELIE                 Mt. 20, 17-28

De hogepriesters en de schriftgeleerden zullen Jezus ter dood veroordelen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Toen Jezus van plan was naar Jeruzalem te gaan
nam Hij de twaalf apart en onderweg sprak Hij tot hen :
“Wij gaan nu naar Jeruzalem,
waar de Mensenzoon aan de hogepriesters en
schriftgeleerden zal worden overgeleverd.
“Zij zullen Hem ter dood veroordelen
en aan de heidenen overleveren
om Hem te bespotten, te geselen en te kruisigen ;
maar op de derde dag zal Hij verrijzen.”
Toentertijd trad de moeder van de zonen van Zebedeüs
samen met hen op Jezus toe
en wierp zich voor zijn voeten om Hem iets te vragen.
Hij sprak tot haar :
“Wat verlangt ge ?”
Zij antwoordde Hem :
“Laat deze twee jongens van mij in uw Koninkrijk zitten,
één aan uw rechter- en één aan uw linkerhand.”
Maar Jezus antwoordde :
“Gij weet niet wat ge vraagt.
“Zijt gij in staat de beker te drinken die Ik ga drinken ?”
Zij zeiden hem :
“Ja, dat kunnen wij.”
Hij sprak :
“Inderdaad, mijn beker zult gij drinken,
maar het is niet aan Mij
u te doen zitten aan mijn rechter- of linkerhand,
omdat alleen zij dit verkrijgen
voor wie mijn Vader dit heeft bereid.”
Toen de tien anderen dit hoorden
werden zij kwaad op de beide broers.
Jezus echter  riep hen bij zich en sprak :
“Gij weet dat de heersers der volkeren
hen met ijzeren vuist regeren
en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen.
“Dit mag bij u niet het geval zijn ;
wie onder u groot wil worden
moet dienaar van u zijn,
en wie onder u de eerste wil zijn
moet slaaf van u wezen,
zoals ook de Mensenzoon
niet gekomen is om gediend te worden,
maar om te dienen
en zijn leven te geven als losprijs voor velen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag van de tweede week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
“Kom dan – zegt de Heer – laten we het uitpraten”. Het is nu  de ‘gunstige tijd’ om ons af te wenden van het kwaad. Wij mogen op de uitnodiging van de Heer ingaan, niet zoals de Farizeeën die weten hoe het allemaal moet en zichzelf boven de wet stellen. Maar, door onszelf in vraag te stellen als vader, als leraar, als meester.

EERSTE LEZING                          Jes. 1, 10. 16-20

Leer het goede te doen en onderhoud het recht.

Uit de Profeet Jesaja

Luister ! het woord van de Heer !
“Ga u wassen, ga u reinigen ;
uit mijn ogen met uw boze daden !
“Houd op met kwaad te doen, leer het goede te doen,
onderhoud het recht, help de verdrukte,
verdedig de wees, pleit voor de weduwe.
“kom dan – zegt de Heer – laten we het uitpraten :
Al zijn uw zonden rood als scharlaken,
zij zullen wit worden als sneeuw;
al zijn ze als purper zo rood,
ze zullen blank worden als wol.
“Als ge gewillig wilt zijn en luisteren
zult ge het goede der aarde genieten,
maar als ge blijft weigeren en u verzetten
zal het zwaard u verdelgen.”

TUSSENZANG           Ps. 50(49), 8-9, 16bc-17, 21, 23

Wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.

Ik maak u over offers geen verwijt :
uw offerdieren zie Ik aldoor branden.
Ik wil geen stier meer hebben uit uw huizen
en rammen uit uw schaapskooi vraag Ik niet.

Wat spreekt ge aldoor over mijn geboden
en hebt ge mijn verbond steeds op de tong ?
Gij die van tucht een afkeer hebt
en nimmer acht slaat op mijn woorden.

Zou Ik dan zwijgen als gij zoiets doet ?
Of meent ge soms dat Ik aan u gelijk ben ?
Ik klaag u aan, Ik leg u alles voor.
Wie offers brengt van lof, die eert Mij waarlijk,
wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.

VERS VOOR HET EVANGELIE                   Ez. 18, 31

Werpt alle overtredingen die gij begaan hebt,
van u weg, zegt de Heer,
en vernieuwt uw hart en uw geest.

EVANGELIE                                 Mt. 23, 1-12

Zelf handelen zij niet naar hun woorden.

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd sprak Jezus tot het volk en tot zijn leerlingen :
“Op de leerstoel van Mozes
hebben de schriftgeleerden en Farizeeën plaats genomen.
“Doet en onderhoudt daarom alles wat zij u zeggen,
maar handelt niet naar hun werken ;
want zelf handelen ze niet naar hun woorden.
“Zij maken bundels van zware,
haast ondraaglijke lasten
en leggen die de mensen op de schouders,
maar zelf zullen ze er geen vinger naar uitsteken.
“Alles wat zij doen
doen zij om bij de mensen op te vallen ;
zij maken immers hun gebedsriemen breed
en hun kwasten groot,
ze zijn belust op de ereplaats bij de maaltijden
en de voornaamste zetels in de synagogen,
ze laten zich graag groeten op de markt
en willen door de mensen rabbi genoemd worden.
“Maar gij moet u geen rabbi laten noemen.
“Gij hebt maar één Meester
en gij zijt allen broeders.
“En noemt niemand van u op aarde ‘vader’;
gij hebt maar één Vader, de hemelse.
“En laat u ook geen ‘leraar’ noemen ;
gij hebt maar één leraar, de Christus.
“Wie de grootste onder u is
moet uw dienaar zijn.
“Alwie zichzelf verheft zal vernederd
en wie zichzelf vernedert zal verheven worden.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag van de tweede week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Hoe zou het eigenlijk komen dat wij zo moeilijk vergiffenis kunnen schenken? Zou dat iets te maken hebben met het feit dat wij uit zijn op perfectie? Er wordt van ons verwacht dat we de maat van de Heer gebruiken in onze onderlinge contacten. Dat is de maat van de liefde. God weegt niet eerst af, Hij weet dat wij tijd nodig hebben om te leren. Gunnen wij dat elkaar ook?

EERSTE LEZING                Dan. 9, 4b-10

Wij hebben gezondigd en kwaad gedaan.

Uit de Profeet Daniël

Ach Heer, grote en geduchte God,
die het verbond gestand doet en vol erbarmen zijt
voor hen die U liefhebben en uw geboden volbrengen :
Wij hebben gezondigd en kwaad gedaan,
wij hebben goddeloos gehandeld en zijn weerspannig geweest,
wij zijn afgeweken van uw geboden en wetten ;
wij hebben niet geluisterd naar uw dienaren, de profeten,
die in uw naam gesproken hebben tot onze koningen,
hoogwaardigheidsbekleders, familiehoofden
en tot heel de gezeten bevolking van het land.
Heer, Gij staat in uw recht,
maar wij hebben reden om ons te schamen
en we staan nu ook beschaamd,
wij, de mannen van Juda,
de inwoners van Jeruzalem en heel Israël,
zowel degenen die dichtbij als veraf wonen
in de landen waarheen gij ze verstoten hebt,
omdat zij U ontrouw geworden zijn.
Heer, wij moeten ons schamen, wij, onze koningen,
onze hoogwaardigheidsbekleders en onze familiehoofden,
omdat wij tegen U gezondigd hebben.
Moge de Heer onze God barmhartig zijn en vergevensgezind,
want wij zijn weerspannig geweest tegen Hem
en wij hebben niet geluisterd naar de Heer onze God
en niet geleefd naar de geboden die Hij ons
door zijn dienaren, de profeten, gegeven heeft.

TUSSENZANG            Ps. 79(78), 8, 9, 11, 13

Heer, handel met ons niet zoals wij verdienen,
vergeld ons niet onze schuld (Ps. 103(102), 10a)

Laat ons niet boeten voor vroegere zonden,
kom met uw barmhartigheid ons tegemoet,
want wij zijn maar zwakke mensen.

Ach help ons, God van ons heil, om uw Naam,
bevrijd ons, vergeef onze zonden ;
laat niemand zeggen : waar is nu hun God ?

Tot U stijge op het gekerm der geboeiden,
bevrijd met uw macht die de dood zijn gewijd.
Maar wij zijn uw volk, Heer, uw eigen kudde,
wij zullen U prijzen in eeuwigheid,
uw lof van geslacht tot geslacht bezingen.

VERS VOOR HET EVANGELIE            II Kor. 6, 2b

Nu is het de gunstige tijd,
vandaag is het de dag van het heil.

EVANGELIE              Lc. 6, 36-38

Spreekt vrij en ge zult vrijgesproken worden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Weest barmhartig zoals uw Vader barmhartig is.
“Oordeelt niet,
dan zult ge niet geoordeeld worden.
“Veroordeelt niet,
dan zult ge niet veroordeeld worden.
“Spreekt vrij
en ge zult vrijgesproken worden.
“Geeft
en u zal gegeven worden :
een goede, gestampte, geschudde en overlopende maat
zal men u in de schoot storten.
“De maat die gij gebruikt
zal men ook voor u gebruiken.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.