Vijfde zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

Jezus’ waarschuwing vandaag is niet mis te verstaan:
als wij niet het zout van de aarde zijn,
dan worden wij weggeworpen en vertrapt.
Als christenen worden wij geroepen
om diepere smaak te geven aan het bestaan.
Niet door wat wij zelf kunnen,
niet op eigen kracht of door eigen wijsheid,
maar vanuit de kracht van God.
Laten wij dan hier samenzijn rond de Heer,
om bij Hem de smaak van het ware leven te vinden,
en die smaak met anderen te kunnen delen,
in woord en daad.
Vragen wij eerst dat Hij ons te hulp komt.

EERSTE  LEZING                 Jes. 58, 7-10

Uw licht zal stralen als de dageraad.

Uit de profeet Jesaja

Dit zegt de Heer:

“Deel uw brood met de hongerigen,
neem de dakloze zwervers op in uw huis,
kleed de naakten die gij ziet,
en keer u niet af van uw medemensen.

“Dan zal uw licht stralen als de dageraad,
uw genezing zal voorspoedig zijn;
uw gerechtigheid zal voor u uitgaan,
de glorie van de Heer u op de voet volgen.

“Wanneer gij dan tot de Heer bidt, zal Hij u verhoren,
wanneer gij dan tot Hem roept, zal Hij antwoorden:
Hier ben Ik !

“Wanneer gij uit uw midden de onderdrukking verwijdert
en de dreigende vingers en de kwaadsprekerij,
wanneer gij uw hart voor de hongerige opent
en de mistroostige verzadigt,
dan straalt uw licht in de duisternis,
dan wordt uw nacht als de middag.”

ANTWOORDPSALM            Ps. 112(111), 4-5, 6-7, 8a en 9

Keervers
Voor de rechtvaardigen gaat het licht op in de nacht.

Hij is voor de vromen een licht in de nacht,
weldadig, barmhartig, rechtvaardig.
Goed gaat het de mens die weggeeft en leent,
die eerlijk zijn zaken behartigt.

In eeuwigheid staat de rechtvaardige sterk,
men blijft hem voor eeuwig gedenken.
Voor slechte tijding is hij niet bang,
hij blijft ongeschokt op de Heer vertrouwen.

Standvastig en zonder vrees zet hij door,
met mildheid deelt hij aan armen uit.
Hij zal zijn gerechtigheid nooit verliezen;
zijn macht en zijn aanzien vermeerderen steeds.

TWEEDE  LEZING         1 Kor. 2, 1-5

Ik verkondig u het getuigenis van Christus en zijn kruis.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Toen ik u het getuigenis van God kwam verkondigen,
deed ik dat niet
met vertoon van welsprekendheid of geleerdheid.
Ik had mij voorgenomen u geen enkele wetenschap te brengen
dan die van Jezus Christus en zijn kruis.

Bovendien voelde ik mij toen zwak, nerveus en angstig.
Het woord dat ik u verkondigde,
had niets te danken aan de overredingskracht van de ‘wijsheid’,
maar het getuigde van de kracht van de Geest:
uw geloof moest niet steunen op menselijke wijsheid,
maar op de kracht van God.

Vers voor het evangelie               Joh. 8,12

Alleluia.
Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer.
Wie mij volgt zal het levenslicht bezitten.
Alleluia.

EVANGELIE                 Mt. 5, 13-16

Gij zijt het licht der wereld.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Gij zijt het zout der aarde.
“Maar als het zout zijn kracht verliest,
waarmee zal men dan zouten ?
“Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen
en door mensen vertrapt te worden.

“Gij zijt het licht der wereld.
“Een stad kan niet verborgen blijven
als ze boven op een berg ligt.
“Men steekt toch ook niet een lamp aan
om ze onder de korenmaat te zetten,
maar men plaatst ze op de standaard,
zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn.

“Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen
opdat zij uw goede werken zien
en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties bij de zondagse eucharistieviering.

Zaterdag – H. Hiëronymus Emiliani – H. Josephina Bakhita, mgd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De leerlingen komen terug van hun zending en verzamelen zich opnieuw rond hun meester. Ze brengen verslag uit over hun ervaringen, hun gedachten, hun reacties op wat zij tegengekomen zijn en op wie zij ontmoetten. Twee kerngedachten nemen we uit het evangelie mee. De eerste is een gewoonte die we ook in ons leven ingang kunnen doen vinden, door ’s avonds even de dag te overlopen en voor te leggen aan Jezus. De tweede is dat we op tijd de rust, de eenzaamheid en verstilling moeten opzoeken. Hoeveel tijd trekken we daarvoor uit per dag, per week ?

EERSTE  LEZING                  I Kon. 3, 4-13

Geef uw dienaar een opmerkzame geest,
om recht te kunnen spreken voor uw volk.

Uit het eerste Boek der Koningen

In die dagen ging koning Salomo naar Gibeon
om daar te offeren,
want dat was de voornaamste offerhoogte.
Duizend brandoffers droeg Salomo op dit altaar op.
In Gibeon verscheen de Heer ’s nachts
in een droom aan Salomo en zei :
“Wat wilt ge dat Ik u geef ?”
Salomo antwoordde :
“Gij hebt uw dienaar, mijn heer David, een grote gunst bewezen.
“Daar hij zijn schreden naar U richtte,
getrouw, rechtschapen en eerlijk jegens U,
hebt Gij hem een zoon gegeven, die nu zetelt op zijn troon.
“Welnu, Heer mijn God,
Gij hebt uw dienaar tot koning verheven
als opvolger van mijn vader David,
hoewel ik maar een jonge man ben
en nog niet weet wat ik doen of laten moet.
“Zo staat uw dienaar te midden van het volk
dat Gij hebt uitverkoren,
een groot volk, zo groot
dat het niet te tellen of te schatten is.
“Geef dus uw dienaar een opmerkzame geest,
om recht te kunnen spreken voor uw volk
en onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad.
“Want wie is in staat recht te spreken
voor dit grote volk van U ?”
Dit verzoek van Salomo behaagde de Heer.
En God zei tot hem :
“Omdat ge juist dit gevraagd hebt
en niet gevraagd heb om een lang leven
en ook niet om rijkdom
en evenmin om de dood van uw vijanden,
maar omdat ge gevraagd hebt
om inzicht om recht te kunnen spreken,
daarom voldoe Ik aan uw verzoek
en geef Ik u een geest vol wijsheid en begrip,
zoals vóór u niemand ooit heeft gehad
en ook na u niemand zal hebben.
“En ook wat ge niet gevraagd hebt geef Ik u :
rijkdom en aanzien, zoveel
dat geen koning aan u gelijk zal zijn, zolang ge leeft.”

TUSSENZANG                Ps. 119(118), 9-10, 11-12, 13-14

Leer mij, Heer, uw beschikkingen kennen.

Hoe houdt men van jongsaf zijn weg onbedorven ?
Door acht te slaan op uw woord.
Met heel mijn hart richt ik mij tot U :
laat mij niet afwijken van uw geboden.

Uw uitspraken berg ik diep in mijn hart
om niet tegen U te misdoen.
Gij zijt lofwaardig, Heer,
leer mij uw beschikkingen kennen.

Mijn lippen verkondigen allerwegen
wat door uw mond is bepaald.
Mijn vreugde vind ik in wat Gij verordent,
dat is mijn rijkste bezit.

ALLELUIA           cf. Hand. 16, 14b

Alleluia.
Maak ons hart ontvankelijk, Heer,
en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon.
Alleluia.

EVANGELIE                Mc. 6, 30-34

Zij waren als schapen zonder herder.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd
voegden de apostelen zich bij Jezus
en brachten Hem verslag uit
over alles wat zij gedaan en onderwezen hadden.
Daarop sprak Hij tot hen :
“Komt nu eens zelf mee
naar een eenzame plaats om alleen te zijn
en rust daar wat uit.”
Want wegens de talrijke gaande en komende mensen
hadden zij zelfs geen tijd om te eten.
Zij vertrokken dus in de boot naar een eenzame plaats
om alleen te zijn.
Maar velen zagen hen gaan en begrepen waar Hij heenging ;
uit al de steden kwamen mensen te voet daarheen
en ze waren er nog eerder dan zij.
Toen Jezus aan land ging
zag Hij dan ook een grote menigte.
Hij gevoelde medelijden met hen,
want zij waren als schapen zonder herder ;
en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.
                                                 

Vrijdag H. Paulus Miki en gez., mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Het is alsof we vandaag het gedachtenisprentje van koning David lezen. We krijgen als tussenpauze een hymne op David, genomen uit Jezus Sirach. Alles is lof, behalve toch even een allusie op de zonden van David ontbreekt niet en dit maakt deze lofprijzing aanvaardbaar ook voor ons;

EERSTE  LEZING       Sir.  47, 2-11
Met zijn gehele hart zong David een loflied
en hij had zijn Schepper lief.

Uit het Boek Ecclesiasticus

Zoals het vet van het vredeoffer,
zo werd ook David afgezonderd van de zonen van Israël.
Hij speelde met leeuwen als met bokjes,
en met beren als met lammetjes.
Heeft hij niet in zijn jeugd een reus gedood
en de smaad van het volk weggenomen,
doordat hij met zijn hand de slingersteen ophief
en de grootspraak van Goliat neersloeg ?
Hij riep immers de Heer, de Allerhoogste, aan
en deze gaf in zijn rechterhand de kracht
om een machtig krijgsman neer te vellen
en de hoorn van zijn volk te verhogen.
Zo eerde men hem om de tienduizenden
en prees men hem wegens de zegeningen des Heren,
terwijl men hem een erekroon bracht.
Want hij verdelgde de vijanden die van alle kanten kwamen
en vernietigde de Filistijnen, zijn tegenstanders ;
tot de dag van heden verbrak hij hun hoorn.
Bij alles wat hij deed prees hij de Heilige, de Allerhoogste,
met woorden van verheerlijking.
Met zijn gehele hart zong hij een loflied
en had hij zijn Schepper lief.
Hij stelde zangers op tegenover het altaar
om met luide stemmen schone melodieën te doen klinken.
Hij zette luister bij aan de feesten
en verleende aan de hoogtijden een volmaakte schoonheid,
terwijl zij zijn heilige naam prezen
en van de vroege morgen af het heiligdom deden weerklinken.
De Heer nam zijn zonden weg
en verhoogde zijn hoorn voor eeuwig,
schonk hem de belofte van een blijvend koningschap
en een roemrijke troon in Israël.

TUSSENZANG            Ps. 18(17), 31, 47, 50, 51

Verheerlijkt zij God, mijn verlosser.

Gods wegen zijn goed, zijn woord is betrouwbaar,
voor ieder die vlucht tot Hem is Hij een rots.
De Heer zij geprezen, gezegend mijn rots,
verheerlijkt zij God, mijn verlosser.

Nu dank ik U onder de volkeren, Heer,
en zing ik mijn lied voor uw Naam.
Want Gij hebt uw koning de zege geschonken,
uw gunsten bewezen aan uw gezalfde,
aan David en zijn geslacht voor altijd.

ALLELUIA             Ps. 145(144), 13 cd

Alleluia.
Waarachtig is God in al zijn woorden
en heilig in al wat Hij doet.
Alleluia.

EVANGELIE                Mc. 6, 14-29
Herodes zei : Johannes, die ik onthoofd heb,
is verrezen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Toen koning Herodes over Jezus hoorde,
want zijn naam was bekend geworden,
zei hij
“Johannes de Doper is verrezen uit de doden
en daarom werken die wonderkrachten in hem.”
Maar anderen zeiden :
“Het is Elia”,
en weer anderen :
“Hij is een profeet zoals de andere profeten.”
Maar toen Herodes dit alles hoorde zei hij :
“Neen het is Johannes, die ik onthoofd heb,
die verrezen is.”
Herodes had namelijk zelf Johannes laten grijpen
en in de gevangenis in boeien geslagen omwille van Herodias,
de vrouw van zijn broer Filippus,
want hij had haar tot vrouw genomen.
Johannes had immers tot Herodes gezegd :
“Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben.”
Herodias was daarom op hem gebeten en wilde hem doden,
maar zij kreeg geen kans
want Herodes had ontzag voor Johannes.
Hij wist dat hij een rechtschapen en heilig man was
en nam hem in bescherming.
Telkens wanneer hij hem gehoord had verkeerde hij in tweestrijd
maar toch luisterde hij graag naar hem.
Er kwam echter een gunstige dag,
toen Herodes bij zijn verjaardag
een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders,
zijn hoofdofficieren en de vooraanstaanden van Galilea.
De dochter van Herodias trad op met een dans
en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten.
De koning zei tot het meisje :
“Vraag me wat je wilt en ik zal het je geven.”
En hij bevestigde haar met een eed :
“Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven
al is het de helft van mijn koninkrijk.”
Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder :
“Wat zou ik vragen ?”
Deze antwoordde :
“Het hoofd van Johannes de Doper.”
Zij haastte zich naar binnen, naar de koning
en zei hem haar verlangen :
“Ik wil
dat u mij op staande voet
op een schotel
het hoofd van Johannes de Doper geeft.”
Dit deed de koning leed,
maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgenoten
wilde hij haar niet afwijzen.
Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht
en gelastte hem het hoofd van Johannes te brengen.
De man ging en onthoofdde Johannes in de gevangenis.
Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje ;
het meisje gaf het weer aan haar moeder.
Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden
kwamen zij zijn lijk halen en legden het in een graf.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag H. Amandus, b.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
In de Kerk verkondigen we niet op ons eentje, maar samen. Wanneer we samen eucharistie vieren, wordt de Kerk telkens opnieuw geboren. Voor Marcus is de geloofsverkondiger geen reclameman die een produkt aanprijst dat goed verkocht zal worden als het werkt: hij is iemand die strijdbaar vertrekt, die er van overtuigd is dat hij alles kan overwinnen. Hij is geroepen om de wereld beter te maken, rechtvaardiger, broederlijk. Hij moet het menselijk bestaan zinvol maken, hij moet bekeren en genezen: want zijn dat niet de tekenen bij uitstek dat het koninkrijk aanbreekt ? Waar staan wij op die weg ?

EERSTE  LEZING                I Kon. 2,1-4. 10-12
Ik ga de weg van al het aardse.
Wees sterk, Salomo, en toon dat je een man bent.

Uit het eerste Boek der Koningen

Toen Davids einde naderde,
bond hij zijn zoon Salomo het volgende op het hart :
“Ik ga de weg van al het aardse.
“Wees sterk en toon dat je een man bent.
bewandel zijn wegen en onderhoud zijn wetten,
geboden, voorschriften en verordeningen,
zoals geschreven staat in de wet van Mozes.
“Dan zul je slagen in alles wat je doet en onderneemt.
“Dan zal de Heer het woord gestand doen
dat Hij tot mij gesproken heeft :
Als uw zonen trouw,
met heel hun hart en heel hun ziel, mijn wegen bewandelen,
dan zal het u nooit ontbreken aan afstammelingen
op de troon van Israël.”

Toen ging David ter ruste bij zijn voorvaderen
en werd begraven in de Davidstad.
Veertig jaar had David over Israël geregeerd ;
te Hebron had hij zeven jaar geregeerd
en te Jeruzalem drieëndertig jaar.
Salomo zetelde op de troon van zijn vader
en zijn koningschap kreeg steeds meer vaste voet.

TUSSENZANG             I Kron. 29, 10, 11ab, 11cd, 12ab, 12cd

Al wat bestaat, Heer, richt zich naar uw bevel.

Gij zijt geprezen, Heer, in alle eeuwen,
Gij God van onze vader Israël.

Groot zijt Gij in uw daden, oppermachtig,
verheven, luisterrijk en hoog geëerd.

Want alles in de hemel en op aarde is het uwe,
Gij zijt de koning, Heer, die boven alles staat.

Van U zijn aanzien en bezit afkomstig,
al wat bestaat richt zich naar uw bevel.

Gij kunt beschikken over vaardigheid en krachten,
wat groot en sterk is hebt Gij zo gemaakt.

ALLELUIA                                                                 Ps. 119(118), 34

Alleluia.
Geef mij begrip om uw wet na te leven, Heer,
om haar te volgen met heel mijn hart.
Alleluia.

EVANGELIE                                                             Mc. 6, 7-13
Jezus begon de twaalf twee aan twee uit te zenden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd
riep Jezus de twaalf bij zich
en begon hen twee aan twee uit te zenden.
Hij gaf hun macht over de onreine geesten
en verbood hun
iets anders mee te nemen voor onderweg dan alleen een stok :
geen voedsel, geen reiszak, geen kopergeld in hun gordel.
“Wel moogt ge sandalen dragen,
maar trekt geen dubbele kleding aan.”
Hij zei verder :
“Als ge ergens een huis binnengaat,
blijft daar tot ge weer afreist.
“En is er een plaats waar men u niet ontvangt
en niet naar u luistert,
gaat daar dan weg
en schudt het stof van uw voeten als een getuigenis tegen hen.”
Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren.
Zij dreven veel duivels uit,
zalfden veel zieken met olie en genazen hen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag H. Agatha, mgd. en mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Een wonder veronderstelt in de eerste plaats geloof. Daarmee zeggen we niet dat gelovig zijn een voorwaarde is om geheeld of genezen te worden: wel dat het onvoorstelbare zonder geloof niet herkend wordt, niet begrepen wordt. Het is pas tegen een gelovige achtergrond dat een wonder als wonder wordt gezien. Dit stelt ons voor een interessante paradox. Soms denken we dat mensen niet meer geloven omwille van de kerk (‘Er wordt niet meer fatsoenlijk onderricht’),omwille van school (‘Ze geven geen godsdienst meer’) of gezin (‘Ze voeden hun kinderen niet meer christelijk op.’). Maar toen Jezus in hoogsteigen persoon, in zijn eigen woonplaats en dan nog wel aan zijn eigen familie en buren wilde verkondigen, werd zelfs Hij niet begrepen…

EERSTE  LEZING              II  Sam. 24, 2.9-17
Alleen ik heb gezondigd, maar deze schapen,
wat hebben zij gedaan ?

Uit het tweede Boek Samuël

In die dagen zei koning David tot Joab, zijn legeraanvoerder :
“Ga rond bij alle stammen van Israël,
van Dan tot Berseba,
om het volk te tellen ;
ik wil weten hoe talrijk het volk is.”

Toen de telling gebeurd was
deelde Joab de uitslag aan de koning mee :
Israël telde achthonderdduizend weerbare mannen
die het zwaard konden hanteren
en Juda vijfhonderdduizend.
Maar toen David de volkstelling had laten houden,
begon zijn hart te bonzen van angst
en hij zei tot de Heer :
“Ik heb zwaar gezondigd door dat te doen.
“Ach Heer, vergeef toch de zonde van uw dienaar ;
ik heb zeer dwaas gehandeld.”
Toen David de volgende ochtend opstond,
was het woord van de Heer al gekomen tot de profeet Gad,
de ziener van David :
“Gij moet tot David gaan zeggen :
Zo spreekt de Heer :
Drie dingen leg Ik u voor,
waarvan gij er één moet kiezen ;
daarmee zal Ik u treffen.”
Gad begaf zich naar David,
legde hem dit voor en vroeg :
“Moet er zeven jaar hongersnood over uw land komen,
wilt u drie maanden lang
achtervolgd door uw vijanden op de vlucht zijn,
of moet drie dagen lang de pest door uw land gaan ?
“Denk goed na en beslis dan
wat ik moet antwoorden aan Hem die mij zendt.”
Toen zei David tot Gad :
“Ik weet me geen raad,
maar wij kunnen beter in de hand van de Heer vallen
– want zijn barmhartigheid is groot –
dan in de handen van mensen.”
Dus liet de Heer de pest op Israël los,
van die ochtend af tot op de vastgestelde tijd
en er stierven van Dan tot Berseba
zeventigduizend mensen.
Toen de engel van de Heer zijn hand uitstak
om ook Jeruzalem te teisteren,
kreeg de Heer spijt over het onheil en zei Hij tot de engel
die onder het volk verderf stichtte :
“Het is genoeg ; laat uw hand zakken.”
De engel van de Heer stond toen
bij de dorsvloer van Arauna, de Jebusiet.
Toen David de engel zag die het volk teisterde
zei hij tot de Heer :
“Ach Heer, alleen ik heb gezondigd,
alleen ik heb verkeerd gedaan,
maar deze schapen, wat hebben zij gedaan ?
“Laat uw hand liever op mij drukken
en op het huis van mijn vader !”

TUSSENZANG                                                     Ps. 32(31), 1-2, 5, 6, 7

Voor de Heer beken ik mijn fout ;
en Gij hebt mijn zonde vergeven.

Gelukkig degene wiens fout werd vergeven,
wiens zonde door God werd bedekt.
Gelukkig de mens die geen schuld heeft bij God,
wiens hart geen misdaad verbergt.

Toe heb ik mijn zonden beleden voor U,
mijn schuld niet langer ontkend.
Ik sprak : voor de Heer beken ik mijn fout ;
toen hebt Gij mijn zonde vergeven.

Daarom zal de vrome zich keren tot U
wanneer hij door onheil bedreigd wordt ;
al breekt er een stortvloed over hem los,
de rampspoed zal hem niet raken.

Mijn toevlucht zijt Gij, mijn redder in nood,
Gij hult mij in voorspoed en vreugde.

ALLELUIA                                                                   Mt. 4, 4b

Alleluia.
Niet van brood alleen leeft de mens,
maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.
Alleluia.

EVANGELIE                                                                Mc. 6, 1-6
Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd
begaf Jezus zich naar zijn vaderstad
en zijn leerlingen gingen met Hem mee.
Toen het sabbat was begon Hij te onderrichten in de synagoge.
De talrijke toehoorders vroegen verbaasd :
“Waar heeft Hij dat vandaan ?
“En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is ?
“En wat zijn dat voor wonderen die zijn handen verrichten ?
“Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria
en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon ?
“En wonen zijn zusters niet hier bij ons ?”
En zij namen er aanstoot aan.
Maar Jezus sprak tot hen :
“Een profeet wordt overal geëerd
behalve in zijn eigen stad,
bij zijn verwanten en in zijn eigen kring.”
Hij kon daar geen enkel wonder doen,
behalve dat Hij  een klein aantal zieken genas
die Hij de handen oplegde.
Hij stond verwonderd over hun ongeloof.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag in de vierde week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen  en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING
Een ontelbare menigte van geloofsgetuigen zijn ons vooraf gegaan. Zij zijn ons nabij wanneer wij ons willen bevrijden van alles wat ons gevangen houdt. Vandaag moedigen zij ons aan om afstand te nemen van kwaad en gebrokenheid, van zonde en verslavingen. Zij leren ons de ogen te richten op de Heer Jezus: van allemaal is Hij de grootste geloofsgetuige.
Maar de ogen richten naar Jezus, is vaak de ogen richten naar het kruis.: het symbool bij uitstek van geloof, van liefde en overgave. Wanneer we naar dat kruis kijken, zullen onze beproevingen in het juiste perspectief gezet worden.

EERSTE LEZING                   II Sam 18, 9-10.14b. 24-25a. 30-19, 3

Ach was ik maar in jouw plaats gestorven, Absalom, mijn zoon !

Uit het tweede Boek Samuël

In die dagen werd Absalom
door de dienaren van David gevonden.
Toen namelijk  het muildier waarop Absalom reed
onder een grote eik doorging,
raakte Absaloms hoofd tussen de takken beklemd,
en omdat zijn muildier verder liep
kwam hij tussen hemel en aarde te hangen.
Een soldaat zag dat en meldde het aan Joab ;
“Ik heb Absalom gevonden ! Hij hangt in een eik.”

Joab nam drie stokken en raakte daarmee Absalom,
die nog levend midden in de eik hing,
tegen zijn borst.

David zat tussen beide poortgebouwen.
Een wachter klom op het dak van het poortgebouw,
boven op de muur,
en toen hij rondkeek,
zag hij iemand die heel alleen kwam aanrennen.
De wachter liet het de koning melden en deze zei :
“Wacht hier even terzijde.”
De bode Achimaäs deed dat.
Nu kwam ook een tweede bode, een Kusiet aan. Hij zei :
“Ik heb goed nieuws voor mijn heer de koning.
“De Heer heeft u recht verschaft
tegenover allen die tegen u in opstand waren gekomen.”
Maar de koning vroeg de Kusiet :
“Is alles goed met de jongen, met Absalom?”
Toen zei de Kusiet :
“Het was te wensen
dat het alle vijanden van mijn heer de koning,
allen die kwaad tegen u beramen,
op dezelfde wijze verging
als het die jongeman vergaan is.”

Diep geschokt trok de koning zich terug
in de bovenkamer van het poortgebouw;
wenend liep hij op en neer,
terwijl hij bleef roepen :
“Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom !
“Ach was ik maar in jouw plaats gestorven,
Absalom, mijn zoon, mijn zoon!”
Aan Joab werd bericht :
“De koning weent en treurt over Absalom.”
En bij iedereen die hoorde
dat de koning verdriet had om zijn zoon,
verkeerde de overwinningsroes op slag in rouw.

TUSSENZANG                            Ps. 86(85), 1-2, 3-4, 5-6

Aanhoor mijn gebed, Heer, en wil mij verhoren.

Aanhoor mijn gebed, Heer, en wil mij verhoren,
ik ben ongelukkig en arm.
Bescherm mij, want U ben ik toegewijd,
draag zorg voor uw dienaar, hij rekent op U.

Mijn God zijt Gij toch, heb erbarmen met mij,
voortdurend roep ik tot U.
Verblijd het hart van uw dienaar, Heer,
ik richt mij tot U vol vertrouwen.

Gij zijt immers goed en genadig, Heer,
barmhartig voor elk die U aanroept.
Luister dan, Heer, naar mijn bidden,
geef acht op mijn smekende stem.

ALLELUIA                              Joh. 6, 64b, 69b

Alleluia.
Uw woorden, Heer, zijn geest en leven ;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
Alleluia.

EVANGELIE                                                            Mc. 5, 21-43

Meisje, Ik zeg u, sta op.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

In die tijd, toen Jezus weer met de boot overgestoken was,
stroomde veel volk bij hem samen.
Terwijl Hij zich aan de oever van het meer bevond,
kwam er een zekere Jaïrus, de overste van de synagoge.
Toen hij Jezus zag, viel hij Hem te voet
en smeekte Hem met aandrang:
“Mijn dochtertje kan elk ogenblik sterven,
kom toch haar de handen opleggen
opdat ze mag genezen en leven.”
Jezus ging met hem mee.
Een dichte menigte vergezelde Hem en drong van alle kanten nop.

Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed.
Zij had veel te verduren gehad van een hele reeks dokters
en haar gehele vermogen uitgegeven,
maar zonder er baat bij te vinden;
integendeel, het was nog erger met haar geworden.
Omdat zij over Jezus gehoord had,
drong zij zich in de menigte naar voren
en raakte zijn mantel aan.
Want ze zei bij zichzelf:
“Als ik slechts zijn kleren kan aanraken,
zal ik genezen zijn.”
Terstond hield de bloeding op
en werd ze aan haar lichaam gewaar
dat ze van haar kwaal genezen was.

Op hetzelfde ogenblik was Jezus zich bewust
dat er een kracht van Hem was uitgegaan;
Hij keerde zich te midden van de menigte om en vroeg:
“Wie heeft mijn kleren aangeraakt?”

Zijn leerlingen zeiden Hem:
“Gij ziet dat de menigte van alle kanten opdringt en Gij vraagt:
Wie heeft Mij aangeraakt?”

Maar Hij liet zijn blik rondgaan om te zien wie dat gedaan had.
Wetend wat er met haar gebeurd was,
kwam de vrouw zich angstig en bevend voor Hem neerwerpen
en bekende Hem de hele waarheid.
Toen sprak Jezus tot haar:
“Dochter, uw geloof heeft u genezen.
“Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost.”

Hij was nog niet uitgesproken of men kwam
uit het huis van de overste van de synagoge met de boodschap:
“Uw dochter is gestorven.
“Waartoe zoudt ge de Meester nog langer lastig vallen?”
Jezus ving op wat er bericht werd
en zei tot de overste van de synagoge:
“Wees niet bang maar blijft geloven.”
Hij liet niemand met zich meegaan
behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.
Toen zij aan het huis van de overste kwamen,
zag Hij het rouwmisbaar
van mensen die luid weenden en weeklaagden.
Hij ging naar binnen en zei tot hen:
“Waarom dit misbaar en geween?
“Het kind is niet gestorven maar slaapt.”
Doch zij lachten Hem uit.
Maar Jezus stuurde ze allemaal naar buiten en ging
met zijn metgezellen en de vader en moeder van het kind
het vetrek binnen waar het kind lag.
Hij pakte de hand van het kind en zei tot haar:
“Talita koemi”;
wat vertaald betekent:
Meisje, sta op.
Onmiddellijk stond het meisje op en liep rond
want het was twaalf jaar.
En ze stonden stom van verbazing.
Hij legde hun nadrukkelijk op
dat niemand het te weten mocht komen, en voegde er aan toe
dat men haar te eten moest geven.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

 

Maandag H. Blasius, b. en mrt. H. Ansgarius, b.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De bezetene is het prototype van de mens die het zonder geloof moet stellen. Voor de joden is hij al opgegeven, hij leeft reeds in de duisternis van het graf. Zijn leven wordt gedomineerd door kwade krachten; hij is onvrij, geketend als een slaaf aan zijn kettingen. Het evangelie toont dat Jezus deze hardheid van het Joodse geloof wil doorbreken, en dat zijn helende kracht sterker is dan welke beproeving ook. Het zet ons aan het denken over de zending van de Kerk en van elke christen: liever dan ons op te sluiten in een alsmaar kleiner wordende kring, verwacht Jezus van ons dat wij daar gaan waar mensen wachten op bevrijding.

EERSTE  LEZING                II Sam. 15, 13-14. 30 ; 16, 5-13a
Wij moeten vluchten voor Absalom. Laat Simi mij vervloeken, want de Heer heeft hem dat ingegeven.

Uit het tweede boek Samuël

In die dagen kwam bij David een bode
met het bericht dat de Israëlieten
de zijde van Absalom gekozen hadden.
Daarop zei David tot al zijn dienaren
die bij hem in Jeruzalem waren :
“Vooruit, wij moeten vluchten ;
anders ontkomen wij niet aan Absalom.
“Als u niet haastig vertrekt, zal hij ons voor zijn,
ons in het onheil storten
en zijn zwaard tegen de stad keren.”

David ging de helling van de Olijfberg op.
Wenend ging hij naar boven,
het hoofd omhuld en barrevoets ;
ook al degenen die hem vergezelden hadden hun hoofd omhuld
en gingen wenend de berg op.

Later, toen koning David Bachurim bereilt had,
kwam daar een man op hem toegelopen ;
hij was uit hetzelfde geslacht als de familie van Saul
en heette Simi, de zoon van Gera.
Vloekend en tierend kwam hij de stad uit
en hoewel de soldaten en de keurtroepen
links en rechts van David liepen,
bekogelde hij koning David en zijn gevolg met stenen.
Vloekend schreeuwde Simi :
“Eruit, bloedhond ! Eruit, onverlaat !
“De Heer wreekt al het bloed van het huis van Saul op u,
omdat gij hem het koningschap afhandig hebt gemaakt ;
nu geeft de Heer het aan uw zoon Absalom.
“Zo krijgt ge de ellende die u toekomt,
omdat ge een bloedhond zijt.”
Abisai, de zoon van Seruja, zei tot de koning :
“Wat voor recht heeft die dode hond
om mijn heer de koning te vervloeken ?
“Zal ik hem een kopje kleiner gaan maken ?”
Maar koning David zei :
“Is dat soms uw zaak, zoon van Seruja ?
“Als hij David vervloekt,
omdat de Heer hem dat ingegeven heeft,
wie mag dan vragen, met welk recht hij dat doet?”
En David zei tot Abisai en tot zijn hovelingen :
“Kijk eens, mijn bloedeigen zoon staat mij naar het leven.
“Wat hebben we dan van een Benjaminiet te verwachten ?
“Laat hem vloeken, want de Heer heeft hem dat ingegeven.
“Misschien ziet de Heer neer op mijn ellende
en geeft hij mij het geluk weer terug,
in plaats van zijn vervloeking van vandaag.”
Daarop vertrokken David en zijn mannen verder.

TUSSENZANG                                                       Ps. 3, 2-3, 4-5, 6-7

Heer, richt U op en kom nader,
kom mij te hulp, mijn God !

Heer, hoe talrijk zijn zij die mij kwellen,
dreigend komen zij op mij af.
Overal hoor ik ze roepen :
redding bij God vindt hij niet !

Toch zijt Gij, Heer, mijn schild,
Gij geeft mij eer en aanzien.
Altijd wanneer ik roep tot de Heer
antwoordt Hij mij van zijn heilige berg.

Veilig kan ik gaan rusten en slapen,
veilig weer opstaan, want Hij staat mij bij.
Duizenden vijanden zal ik niet vrezen,
ook al dringen zij wild om mij heen.
Heer, richt u op en kom nader,
kom mij te hulp, mijn God !

ALLELUIA                                                              Ps. 145(144), 13cd

Alleluia.
Waarachtig is God in al zijn woorden
en heilig in al wat Hij doet.
Alleluia.

EVANGELIE                                                                     Mc. 5, 1-20
Onreine geest, ga weg uit die man.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd kwamen Jezus en zijn leerlingen
aan de overkant van het meer
in het land van Gerasenen.
Nauwelijks was Hij uit de boot gestapt,
of daar liep Hem uit de grotspelonken een man tegemoet
die in de macht was van een onreine geest.
Hij huisde in de graven en niemand was meer in staat
hem zelfs met een ketting te boeien,
want al meermalen was hij
in voet- en handboeien geketend geweest,
maar de handboeien had hij uit elkaar getrokken
en de voetboeien verbrijzeld.
Niemand was dus bij machte hem te overweldigen.
Dag en nacht was hij onafgebroken
in de grafspelonken en in de bergen aan het schreeuwen
en beukte zichzelf met stenen.
Toen hij in de verte Jezus zag
snelde hij op Hem toe en viel Hem te voet.
Luid schreeuwend riep hij :
“Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus,
Zoon van God, de Allerhoogste ?
“Ik bezweer U bij God, kwel mij niet !”
Want Jezus had hem gezegd :
“Onreine geest, ga weg uit die man.”
Daarop vroeg Jezus hem :
“Wat is uw naam ?”
Hij antwoordde :
“Mijn naam is Legioen
want wij zijn met velen.”
En hij smeekte Jezus met aandrang
dat Hij hen niet uit de streek zou wegjagen.

Nu was men daar tegen de berghelling
een grote kudde zwijnen aan het hoeden.
Zij smeekten Hem :
“Stuur ons in die zwijnen en laat ons daarin gaan.”
Hij stond het hun toe.
De onreine geesten gingen uit de bezetene,
voeren in de zwijnen
en de troep stortte zich van de steile oever in het meer,
ongeveer tweeduizend,
en ze verdronken.
De zwijnenhoeders namen de vlucht
en vertelden het in de stad en op het land.
Daarop kwamen de mensen kijken
wat er gebeurd was.
Zij kwamen naar Jezus toe en zagen de bezetene zitten,
gekleed en goed bij zijn verstand,
dezelfde die in de macht van Legioen geweest was ;
en ze werden door vrees bevangen.
Die het gezien hadden
verhaalden hun hoe het gegaan was met de bezetene,
en vertelden ook over de zwijnen.
Daarop begonnen ze bij Hem aan te dringen
hun streek te verlaten.
Maar toen Jezus in de boot stapte
verzocht de man die bezeten geweest was
bij Hem te mogen blijven.
Jezus stond dit echter niet toe,
maar zei hem :
“Ga naar huis,
naar de uwen
en vertel hun alles wat de Heer aan u gedaan heeft
en hoe Hij u barmhartigheid heeft bewezen.”
De man ging heen en begon in Dekapolis alles te verkondigen
wat Jezus aan hem gedaan had.
En allen stonden verbaasd.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Zondag -Opdracht van de Heer (Maria Lichtmis)

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

Veertig dagen na Kerstmis
gedenken we dat Jezus door zijn ouders
naar de Tempel werd gebracht
om Hem aan de Heer toe te wijden.
De oude Simeon bezingt Jezus
als het Licht van de wereld.
De ontmoeting tussen Simeon en
het gezin uit Nazareth
herhaalt zich in elke eucharistie.
Hier vieren en bezingen we immers Gods trouw,
en we bidden dat ook dit uur
het licht van Jezus voor ons straalt
en ons hart verlicht.

EERSTE LEZING                                                Mal. 3,1-4

De Heer die gij verwacht, treedt zijn heiligdom binnen.

Uit de Profeet Maleachi

Dit zegt de Heer God :

Ik zend mijn gezant voor Mij uit

om voor Mij de weg te banen.

En aanstonds treedt dan de Heer zijn heligdom binnen,

de Heer die gij zoekt, de engel van het verbond,

naar wie gij verlangend uitziet.

Let op, Hij komt, zegt de Heer van de hemelmachten.

Maar wie kan de dag van zijn komst verdragen?

Wie zal er staande blijven wanneer Hij verschijnt?

Want Hij is als het vuur van de smelter, als het loog van de blekers.

Hij zet zich neer om het zilver te smelten en te zuiveren,

om de levieten te zuiveren en hen, als goud en zilver, te louteren,

zodat zij de Heer weer op de vereiste wijze

offergaven kunnen brengen.

Dan zal het offer van Juda en Jeruzalem de Heer weer behagen,

zoals in het verleden, in de voorbije jaren.

TUSSENZANG                                             Ps. 24(23), 7, 8, 9, 10

De Heer van de hemelse machten,

Hij is de Koning der glorie !

Poorten, heft uw kroonlijsten op,

gaat open, aloude deuren :

de Koning der glorie moet binnengaan.

Wie is deze Koning der glorie?

De Heer, de sterke, de machtige,

de Heer, de held in de strijd.

Poorten, heft uw kroonlijsten op,

gaat open aloude deuren :

de Koning der glorie moet binnengaan.

Wie is deze Koning der glorie ?

De Heer van de hemelse machten,

Hij is de Koning der glorie.

TWEEDE LEZING                                               Hebr. 2, 14-18

Hij moest in alles aan zijn broeders gelijk worden.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

De kinderen van één familie

hebben deel aan hetzelfde vlees en bloed ;

daarom heeft Jezus ons bestaan willen delen,

om door zijn dood

de vorst van de dood, de duivel, te onttronen

en om hen te bevrijden, die voor de vrees voor de dood

heel hun leven aan onvrijheid onderworpen waren.

Want het zijn niet de engelen wier lot Hij zich aantrekt

maar de nakomelingen van Abraham.

Vandaar dat Hij in alles aan zijn broeders gelijk moest worden,

om als een medelijdend en getrouw hogepriester

hun belangen bij God te behartigen

en de zonden van het volk uit te boeten.

Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft,

kan Hij allen helpen die beproefdworden.

ALLELUIA                                                  Lc. 2, 32

Alleluia.

Een licht dat voor de heidenen straalt,

een glorie voor uw volk Israël.

Alleluia.

EVANGELIE                                        Lc. 2, 22-40 of 22-32

Mijn ogen hebben uw Heil aanschouwd.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens

 

Lucas

Toen de tijd aanbrak

waarop Maria en het kind volgens de Wet van Mozes

gereinigd moesten worden,

brachten zijn ouders Jezus naar Jeruzalem

om Hem aan de Heer op te dragen,

volgens het voorschrift van de Wet des Heren :

elke eerstgeborene van het mannelijk geslacht

moet aan de Heer worden toegeheiligd,

en om volgens de bepalingen van de Wet des Heren

een offer te brengen,

namelijk een koppel tortels of twee jonge duiven.

Nu leefde er in Jeruzalem een zekere Simeon,

een wetgetrouw en vroom man

die Israëls vertroosting verwachtte,

en de heilige Geest rustte op hem.

Hij had een Godsspraak ontvangen van de heilige Geest

dat de dood hem niet zou treffen

voordat hij de gezalfde des Heren zou hebben aanschouwd.

Door de Geest gedreven was hij naar de tempel gekomen.

Toen de ouders het kind Jezus daar binnenbrachten

om aan hem het voorschrift van de Wet te vervullen,

nam Simeon het kind in zijn armen

en verkondigde Gods lof met de woorden :

“Uw dienaar laat Gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan :

mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd

dat Gij voor alle volken hebt bereid;

een licht dat voor de heidenen straalt,

een glorie voor uw volk Israël.”

Zijn vader en moeder stonden verbaasd

over wat van Hem gezegd werd.

Daarop sprak Simeon over hen een zegen uit

en hij zei tot Maria, zijn moeder :

“Zie dit kind is bestemd tot val of opstanding van velen in Israël,

tot een teken dat weersproken wordt,

opdat de gezindheid van vele harten openbaar moge worden ;

en uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord.”

Er was ook een pofetes, Hanna,

een dochter van Fanuël, uit de stam van Aser.

Zij was hoogbejaard

en na haar jeugd had zij zeven jaren met haar man geleefd.

Nu was zij een weduwe van vierentachtig jaar.

Ze verbleef voortdurend in de tempel

en diende God dag en nacht door vasten en gebed.

Op dit ogenblik kwam zij naderbij,

dankte God en sprak over het kind tot allen

die de bevrijding van Jeruzalem verwachtten.

Toen zij alle voorschriften van de Wet des Heren vervuld hadden

keerden zij naar Galilea, naar hun stad Nazaret terug.

Het kind groeide op en nam toe in kracghten ;

het werd vervuld van wijsheid

en de genade Gods rustte op Hem.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Zaterdag in de derde week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
‘Mijn laatste woord dat ik tot jullie spreek en waar ik zelfs met mijn bloed om bid is, dat jullie eensgezind zullen zijn, samen verenigd, allen één van hart en één van wil. Weest met elkaar verbonden door de band van de liefde, elkaar waarderend, elkaar helpend, elkaar verdragend in Jezus Christus. Want wanneer jullie je best doen zó te zijn, zal God de Heer ongetwijfeld in jullie midden zijn. Maria, de apostelen, alle heiligen, alle engelen en tenslotte heel de hemel en heel de wereldorde staan aan jullie kant. Want God heeft het van eeuwigheid zo beschikt, dat zij die eensgezind zijn in het goede tot zijn eer, alle voorspoed hebben en dat zij alles wat zij ondernemen tot een goed einde brengen, omdat zij God zelf en heel de schepping aan hun kant hebben staan.’
(A. Merici, Aansporingen)

 

EERSTE  LEZING                         II Sam.  12, 1-7a.10-17

Ik heb tegen de Heer gezondigd.

Uit het tweede boek Samuël

In die dagen zond de Heer de profeet Natan naar David.
Hij trad bij de koning binnen en sprak tot hem :
“Twee mannen, een rijke en een arme,
woonden in dezelfde stad.
“De rijke bezat heel veel schapen en runderen,
de arme maar één enkel lammetje, dat hij gekocht had.
“Hij had het in leven kunnen houden
en het was bij hem opgegroeid, tussen zijn kinderen ;
het dier at van zijn bord, het dronk uit zijn beker
en het sliep op zijn schoot ;
het was net zijn dochter.
“Eens kreeg de rijke man bezoek.
“Hij kon het niet over zich verkrijgen,
een schaap of rund uit zijn eigen kudde te nemen
en dat klaar te maken voor de reiziger
die bij hem was gekomen.
“Hij pakte het lam van de arme
en maakte dat klaar voor zijn gast.”

David was diep verontwaardigd over die man
en hij zei tot Natan :
“Zowaar de Heer leeft : de man die dat gedaan heeft
verdient de dood.
“En het lam moet hij vierdubbel vergoeden,
omdat hij er niet voor is teruggeschrokken
zo iets ergs te doen.”
Toen sprak Natan tot David :
“Die man, dat zijt gij !
“Zo spreekt de Heer, de God van Israël :
Het zwaard zal nooit meer wijken van uw huis,
omdat ge Mij hebt geminacht
en de vrouw van Uria de Hethiet tot vrouw hebt genomen.
“Zo spreekt de Heer :
Voorwaar, uit uw eigen huis
ga Ik rampspoed over u brengen ;
Ik zal, waar ge zelf bijstaat, uw vrouwen van u wegnemen
en ze geven aan iemand die u nastaat ;
op klaarlichte dag zal die met uw vrouwen gaan slapen.
“Gij hebt in het verborgene gehandeld,
maar Ik zal handelen ten aanschouwen van heel Israël
en op klaarlichte dag.”

Toen zei David tot Natan :
“Ik heb tegen de Heer gezondigd.”

Natan antwoordde :
“Dan heeft de Heer u deze zonde vergeven :
gij zult niet sterven.
“Maar omdat gij door deze daad
de vijanden van de Heer reden tot lasteren hebt gegeven,
zal wel het kind dat u geboren is moeten sterven.”

Daarop ging Natan naar huis
en de Heer sloeg het kind
dat de vrouw van Uria aan David geschonken had,
met een zware ziekte.
En David bad tot God voor de jongen ;
hij vastte streng en als hij zich terugtrok voor de nacht
legde hij zich op de grond te slapen.
De oudsten van het hof drongen er bij hem op aan
dat hij niet langer op de grond zou slapen,
maar hij wilde niet luisteren ;
hij weigerde ook met hen te eten.

TUSSENZANG               Ps. 51(50), 12-13, 14-15, 16-17

Schep in mij een zuiver hart, mijn God.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen,
maak mij sterk in edelmoedigheid.
Dan zal ik de dwalenden uw wegen leren,
alle schuldigen terugvoeren tot U.

Houd mij ver van bloedschuld, God mijn redder,
dan bezingt mijn tong uw wijs beleid.
Heer, maak Gij mijn lippen los,
dat mijn mond uw lof kan zingen.

ALLELUIA                 Ps. 119(118), 88

Alleluia.
Wees mij barmhartig en laat mij leven, Heer,
dan blijf ik aan wat Gij verordent trouw.
Alleluia.

EVANGELIE                         Mc. 4, 35-41

Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen ?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Op zekere dag, tegen het vallen van de avond,
sprak Jezus tot zijn leerlingen :
“Laten we oversteken.”
Zij stuurden het volk weg
en namen Hem mee zoals Hij daar in de boot zat ;
andere boten begeleidden Hem.
Er stak een hevige storm op
en de golven sloegen over de boot zodat hij al vol liep.
Intussen lag Jezus aan de achtersteven op het kussen te slapen.
Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem :
“meester, raakt het U niet dat wij vergaan ?”
Hij stond op,
richtte zich met een dwingend woord tot de wind
en sprak tot het water :
“Zwijg stil !”
De wind ging liggen en het werd volmaakt stil.
Hij sprak tot hen :
“Waarom zijt ge zo bang ?
“Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit ?”
Zij werden door een grote vrees bevangen en vroegen elkaar :
“Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen ?”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag H. Johannes Bosco, pr.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Da mihi animas, caetera tolle’ is de spreuk die Don Bosco’s werk begeleidt. Letterlijk vertaald staat er ‘geef mij de zielen en hou de rest’. Het geluk van de jongeren, op aarde en in de hemel, staat voor Don Bosco centraal, daarvoor wil hij zijn leven geven. Om dat levensdoel te bereiken, vindt hij het belangrijk om zoveel mogelijk bij de jongeren aanwezig te zijn en op een hartelijke manier met hen om te gaan. Hij staat niet boven hen maar tussen hen, en hij spreekt hen ook aan op hun eigen verantwoordelijkheden. (Bron: website Salesianen)

EERSTE  LEZING          2 Sam. 11, 1-4a. 5-10. 13-17
Gij hebt Mij geminacht
en de vrouw van Uria tot vrouw genomen.

Uit het tweede Boek Samuël

Omstreeks de jaarwisseling,
wanneer de koningen te velde trekken,
liet David Joab met zijn eigen lijfwacht
en alle Israëlieten uitrukken ;
zij vernietigden de Ammonieten
en sloegen het beleg voor Rabba.
David zelf bleef in Jeruzalem.
Op een avond stond David van zijn rustbed op
en ging wat wandelen op het dakterras van het paleis.
Vanaf het terras zag hij een vrouw die aan het baden was ;
zij was heel mooi.
David liet naar de vrouw informeren
en er werd hem gezegd :
“Het is Batseba, de dochter van Eliam,
de vrouw van Uria de Hethiet.”
Toen zond David boden om de vrouw te halen ;
zij kwam bij hem en hij sliep met haar.
De vrouw werd zwanger, en zij liet aan David berichten :
“Ik ben zwanger.”
Toen zond David een boodschap aan Joab :
“Stuur Uria de Hethiet naar mij toe.”
Joab stuurde Uria naar David.
Toen Uria bij hem kwam, informeerde David,
hoe het met Joab ging
en met het leger en met de oorlog.
Daarna zei hij tot Uria :
“Ga naar huis en neem een bad.”
Uria verliet het paleis,
waarbij een schotel van de koninklijke tafel
achter hem werd aangedragen.
Maar Uria overnachtte in het portaal van het paleis,
bij de dienaren van zijn heer,
en hij ging niet naar huis.
Toen aan David gemeld werd
dat Uria niet naar huis was gegaan, zei hij tot Uria :
“U hebt toch een hele reis achter de rug.
“Waarom zijt ge dan niet naar huis gegaan ?”

David nodigde hem uit
te eten en te drinken aan zijn tafel
en hij voerde hem dronken.
Toch ging Uria ’s avonds weer slapen op zijn brits
bij de dienaren van zijn heer
en hij ging niet naar huis.
De volgende morgen schreef David een brief aan Joab,
die hij door Uria liet overbrengen.
In die brief schreef hij het volgende :
“Zet Uria vooraan in de strijd,
waar het hevigst gevochten wordt,
en trekt u dan achter hem terug,
zodat hij wordt getroffen en sneuvelt.”
Toen zette Joab bij de belegering van de stad
Uria op een bepaalde plaats,
waar hij wist dat er sterke troepen stonden;
De bewoners van de stad deden een uitval tegen Joab ;
er vielen enigen van het volk, van Davids lijfwacht ;
ook Uria de Hethiet vond de dood.

TUSSENZANG           Ps. 51(50), 3-4, 5-6a, 6b-7, 10-11

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
Was mijn schuld volkomen van mij af,
reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb,
altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.
Jegens U alleen heb ik gezondigd,
wat U tegenstaat heb ik gedaan.

Dus zijt Gij rechtvaardig in uw oordeel,
is het vonnis dat Gij velt gegrond.
Ach, met schuld belast werd ik geboren,
schuldig was het dat mijn moeder mij ontving.

Maak mij weer ontvankelijk voor blijde klanken,
geef mijn gekastijde lichaam nieuwe levensmoed.
Wend uw ogen af van mijn gebreken,
scheld mij al mijn schulden kwijt.

ALLELUIA                      Ps. 130(129), 5

Alleluia.
Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Alleluia.

EVANGELIE          Mc. 4, 26-34
De zaaier zaait, hij slaapt en staat op;
onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd zei Jezus tot de menigte :
“Het gaat met het Rijk Gods
als met een man die zijn land bezaait ;
hij slaapt en staat op, ’s nachts en overdag,
en onderwijl kiemt het zaad en schiet op,
maar hij weet niet hoe.
“Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort,
eerst de groene halm, dan de aar,
dan het volgroeide graan in de aar.
“Zodra de vrucht het toelaat slaat hij er de sikkel in,
want het is tijd voor de oogst.”

en verder :
“Welke vergelijking kunnen we vinden voor het Rijk Gods
en in welke gelijkenis zullen we het voorstellen ?
“Het lijkt op een mosterdzaadje.
“Wanneer dat gezaaid wordt in de grond,
is het wel het allerkleinste zaadje op aarde ;
maar eenmaal gezaaid schiet het op
en het wordt groter dan alle tuingewassen,
en het krijgt grote takken
zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen.”

In vele dergelijke gelijkenissen verkondigde Jezus hun zijn leer
op de wijze die zij konden verstaan.
Anders dan in gelijkenissen sprak Hij niet tot hen,
maar eenmaal met zijn leerlingen alleen
gaf Hij van alles uitleg.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.