Donderdag van de eerste week in de advent

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

De profeet Jesaja is dé profeet van het onvoorwaardelijk godsvertrouwen. Dit vertrouwen staat hier centraal. Als in een liturgische processie trekt het uitverkoren volk dat trouw bleef, de poorten van het eeuwige Jeruzalem binnen. ‘Maak open uw poort; vandaag voor de Heer’, zegt de antwoordpsalm. Trek binnen in de stad, in de plaats waar Hij u verwacht en maaltijd houdt. Laat Hem binnen door de poort van uw verlangend en trouwmoedig hart. Kan deze houding onze grondhouding worden? Hoe kan ik zo luisteren dat ik Gods Woord ontdek als een woord dat tot mij persoonlijk gesproken wordt?

EERSTE LEZING                                       Jes. 26, 1-6

Die standvastig zijn van hart omringt Gij met uw vrede.

Uit de Profeet Jesaja

Op die dag zal dit lied gezongen worden
in het land van Juda :
Een sterke stad is de onze,
de bescherming van de Heer dient haar tot muur en wal.
Opent de poorten en laat binnentrekken
de rechtvaardige natie die Hem trouw is gebleven.
Die standvastig zijn van hart omringt Gij met uw vrede,
want op U hebben zij hun vertrouwen gesteld.
Vertrouw op de Heer voor immer en altijd,
want de Heer is een rots die de eeuwen trotseert.
Hij vernedert die in de hoogte wonen.
Hooggelegen vestingen haalt Hij naar beneden ;
Hij laat ze neerstorten in de diepte,
Hij laat ze vallen in het stof.
Ze worden door voeten vertrapt,
de voeten van armen, de voeten van de zwakken.

TUSSENZANG                          Ps. 118(117), 1, 8-9, 19-21, 25-27a

Gezegend die komt met de Naam van de Heer.

Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig,
eindeloos is zijn erbarmen !
Beter is het te gaan tot de Heer,
dan op een mens te vertrouwen ;
en beter is het te gaan tot de Heer,
dan te vertrouwen op vorsten.

Maakt open de poort der gerechtigheid,
daarbinnen wil ik de Heer gaan danken.
Dit is de poort van de Heer,
de vromen treden er binnen.
Ik dank U, dat Gij mij hebt gehoord,
dat Gij mij redding gebracht hebt.

Ach Heer, geef Gij ons uw heil,
ach Heer, geef Gij ons voorspoed !
Gezegend die komt met de Naam van de Heer ;
wij zegenen u uit het huis des Heren ;
de Heer is God, Hij verlicht ons.

ALLELUIA                                       Jes. 40, 9-10

Alleluia.
Vreugdebode van Sion, verhef uw stem met kracht ;
zie, de Heer uw God zal komen met luister.
Alleluia.

EVANGELIE                               Mt. 7, 21. 24-27

Hij die de wil doet van de Vader zal binnengaan in het Rijk der Hemelen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Niet ieder die tot Mij zegt : Heer, Heer !
zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen,
maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is.
“Ieder nu die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt,
kan men vergelijken
met een verstandig man
die zijn huis op rotsgrond bouwde.
“De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag,
de storm stak op en zij stortten zich op dat huis,
maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots.
“Maar ieder die deze woorden van Mij hoort
doch er niet naar handelt,
kan men vergelijken met een dwaas
die zijn huis bouwde op het zand.
“De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag,
de storm stak op en zij beukten dat huis,
zodat het volledig verwoest werd.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,©Nederlands BijbelgenootschDe bijbeltekstap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag H. Johannes van Damascus, pr. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Maaltijd houden was in Israël heel wat meer dan gewoon eten: aanzitten aan een maaltijd schiep gemeenschap, verbondenheid. Inherent aan de maaltijd was het gebed, aan het begin en einde ervan. In het visioen van Jesaja wordt Sion het centrum van de wereld, waarnaar ‘alle’ volkeren optrekken om zich te laten onderrichten door Gods Woord en maaltijd te houden. Wij geloven in een Messias die niet alleen voor Israël redding brengt, maar voor alle volkeren. Uit de profetenlezing spreekt een universalisme dat zeer ongewoon is voor die tijd en dat in Jezus zijn voltooiing zal kennen.

EERSTE LEZING                                                                 Jes. 25, 6-10a
De Heer nodigt allen tot zijn gastmaal, en wist alle tranen af.

Uit de profeet Jesaja

In die dagen zal de HEER der hemelse machten voor alle volkeren
op deze berg een gastmaal aanrichten;
een gastmaal van vette spijzen,
een gastmaal van belegen wijnen:
vette spijzen met merg bereid,
belegen wijn zuiver als kristal.
Op deze berg zal Hij de sluier verscheuren
die ligt over alle volkeren
en de doek die uitgespreid ligt over alle naties.
De HEER zal voor immer de dood vernietigen;
Hij zal de tranen van alle gezichten afwissen,
en de schande van zijn volk
wegnemen van heel het aardoppervlak.
Want zo heeft de HEER besloten.
Op die dag zal men zeggen:
Dat is onze God op wie wij hoopten,
Hij heeft ons gered;
dit is de HEER op wie wij ons vertrouwen hadden gesteld;
laat ons jubelen en ons verheugen
in de redding die Hij ons bracht.
De hand van de HEER beschermt de berg Sion.

TUSSENZANG                                            Ps. 23(22), 1-3a, 3b-4, 6, 5

Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort;
Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden
omwille van zijn Naam.
Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herderstaf
geven mij moed en vertrouwen.

Gij nodigt mij aan uw tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.

ALLELUIA                                                      Jes. 33,22

Alleluia.
De Heer is onze rechter, wetgever en koning ;
Hij zal ons verlossen.
Alleluia.

EVANGELIE                                                            Mt. 15, 29-37
Jezus geneest meerdere zieken en vermenigvuldigt broden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
.

In die dagen kwam Jezus eens langs het meer van Galilea.
Hij ging de berg op en zette zich daar neer.
Talrijke mensen stroomden naar Hem toe,
die lammen, gebrekkigen, blinden,
stommen en vele anderen met zich meevoerden
om ze aan zijn voeten neer te leggen.
Hij genas hen, tot verbazing van het volk
dat zag hoe stommen spraken en gebrekkigen gezond werden,
lammen liepen en blinden konden zien.
En zij verheerlijkten de God van Israël.
Jezus riep zijn leerlingen bij zich en sprak:
“Ik heb medelijden met al deze mensen,
omdat ze al drie dagen lang bij Mij blijven,
zodat ze nu zonder voedsel zijn;
maar Ik wil hen niet laten gaan
zonder dat zij eerst gegeten hebben,
omdat Ik vrees dat zij anders onderweg zullen bezwijken.”
De leerlingen merkten echter op:
“Waar halen wij op een zo eenzame plaats
genoeg brood vandaan om al dat volk te verzadigen?”
Jezus vroeg hen:
“Hoeveel broden hebt ge dan?”
“Zeven – antwoordden zij – en wat visjes.”
Nadat Hij het volk gelast had op de grond te gaan zitten
nam Hij de zeven broden en de vissen
welke Hij na het spreken van het dankgebed brak,
en ze aan de leerlingen gaf, die ze weer aan het volk gaven.
Allen aten tot ze verzadigd waren
en aan overgebleven brokken
haalde men nog zeven volle manden op.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag H. Franciscus Xaverius, pr.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Het is een steeds terugkerend beeld in Israël: wanneer gesproken wordt over gelukkige tijden gebruikt men het beeld van een bloeiende boom. Over tegenspoed spreken doet men aan de hand van het beeld van een dode of ontwortelde boom. Het is uit een dergelijk verloren gewaande boom dat de Heer een twijg doet ontspruiten: de Komende moet uit gebrokenheid en beproeving opstaan. Het is een beeld dat vandaag ook kan verwijzen naar onze Kerk. Ook zij kent perioden van beproeving en pijn. Vertrouwen wij God oprecht, en genoeg, om rotsvast te geloven dat Hij zelfs de meest hopeloze situaties ombuigt tot nieuw leven?

EERSTE LEZING                                          Jes. 11, 1-10
De geest van de Heer zal op hem rusten.

Uit de profeet Jesaja

In die dagen zal een twijg ontspruiten
aan de stronk van Isaï,
een scheut aan zijn wortels zal vruchten dragen.
De geest van de HEER zal op hem rusten,
de geest van wijsheid en verstand,
de geest van raad en heldenmoed,
de geest van liefde en vreze des Heren,
en hij zal uitstralen deze vrede des Heren.
Hij zal geen oordeel vellen naar uiterlijke schijn,
geen uitspraak doen op basis van geruchten.
De kleine luiden zal hij recht verschaffen,
een eerlijk vonnis spreken over de geringsten der aarde,
maar de uitbuiter
zal hij striemen met de gesel van zijn mond,
de boosdoener doden
met de adem van zijn lippen.
De rechtvaardigheid zal hem dienen tot gordel om het middel,
de onkreukbaarheid tot band om de lenden.
Dan huist de wolf bij het lam,
vlijt de panter zich neer naast het geitje,
grazen tezamen het kalf en het leeuwenjong,
een kleuter kan ze weiden!
Koe en berin hebben vriendschap gesloten,
hun jongen liggen naast elkaar,
en de leeuw vreet hooi met het rund.
De zuigeling speelt bij het hol van de adder,
en het kleine kind steekt zijn handje in het nest van de slang!
Dan zondigt niemand meer, doet niemand meer kwaad
op heel mijn heilige berg,
maar zal de gehele aarde vervuld zijn met liefde tot God,
zoals de zeebodem bedolven is onder het water.
Op die dag zal de wortel van Isaï
opgericht staan als banier voor de volken,
alle naties zullen naar hem toestromen.
En zijn troon zal luisterrijk zijn!

TUSSENZANG                                                Ps. 72(71), 2, 7-8, 12-13, 17

Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien,
en welvaart alom tot het einde der maanden.

Mijn God, verleen de koning uw wijsheid,
de koningszoon uw rechtvaardigheid.
Hij moge uw volk rechtvaardig besturen,
uw armen met billikheid.

Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien,
en welvaart alom tot het einde der maanden.
Regeren zal hij van zee tot zee,
vanaf de Rivier tot de grens van de aarde.

De arme die steun vraagt zal hij bevrijden,
de ongelukkige zonder hulp.
Hij zal zich ontfermen over misdeelden,
de zwakken schenkt hij weer levensmoed.

Voor eeuwig blijve zijn naam geprezen,
in ere zolang als er dagen zijn.
Zijn naam zij een zegen voor alle stammen,
bij alle volken met lof vermeld.

ALLELUIA                                                   Ps. 85, 8(84,8)

Alleluia.
Laat ons uw barmhartigheid zien,
geef ons uw heil, o Heer.
Alleluia.

EVANGELIE                                                      Lc. 10, 21-24
Vervuld van de heilige Geest jubelde Jezus het uit.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd jubelde Jezus het uit, vervuld van de heilige Geest,
en Hij sprak:
“Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt
voor wijzen en verstandigen,
maar ze hebt geopenbaard aan kinderen.
Ja Vader,
zo heeft het U behaagd.
Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven.
Niemand weet wie de Zoon is tenzij de Vader;
en wie de Vader is tenzij de Zoon
en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren.”
Daarop keerde Hij zich naar zijn leerlingen afzonderlijk
en Hij zei tot hen:
“Gelukkig de ogen die zien wat gij ziet,
Ik zeg u:
Vele profeten en koningen verlangden te zien wat gij ziet,
maar zij hebben het niet gezien;
en te horen wat gij hoort,
maar ze hebben het niet gehoord.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag in de eerste week van de advent

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Lang voor de komst van Jezus ‘verwachtten’, ‘verlangden’, ‘wensten’, ‘hoopten’ mensen op de komst van Gods koninkrijk. Ook wij leven in de verwachting van het heil dat Hij ons doorheen Jezus Christus zal aanzeggen. Miljoenen mensen op deze aarde leven in dezelfde verwachting, misschien zonder dat klaar te beseffen. Mensen die Christus nooit ontmoet hebben, die zelfs niet weten van zijn bestaan, maar in wie God werkzaam is, gaan op zoek. Openen wij ons hart voor al wie zoekend op weg wil gaan en wil werken aan het visioen van vrede.

EERSTE LEZING                                                  Jes. 4, 2-6

De Messias zal de roem zijn van allen die behouden blijven.

Uit de Profeet Jesaja

Op die dag
zal de loot van de Heer
een luisterrijk sieraad zijn
en wordt de vrucht van het land
een heerlijke roem
voor wie uit Israël behouden zijn gebleven.
Dan zal het zo zijn,
dat alle overlevenden in Sion,
alle overgeblevenen in Jeruzalem
heilig genoemd zullen worden,
al degenen die ten leven
in Jeruzalem zijn opgeschreven.
Wanneer de Heer zal hebben weggewassen
het vuil van de dochter Sion,
wanneer Hij de bloedvlekken van Jeruzalem
zal hebben weggespoeld
door de adem van het gericht
en de adem van de verwoesting,
dan zal de Heer komen,
en over heel de Sionsberg
en over allen die daar samen zijn
zal Hij overdag een wolk van rook scheppen
en een heldere vuurgloed ’s nachts,
en de Glorie van de Heer
zal hen allen overdekken
als een schutdak en een tent,
schaduw gevend tegen de hitte van de dag
en bescherming biedend tegen onweer en regen.

TUSSENZANG                                Ps. 122(121), 1-2, 3-4a, 8-9

Hoe blij was ik, toen men mij riep:
wij trekken naar Gods huis !

Hoe blij was ik, toen men mij riep:
wij trekken naar Gods huis!
Nu mag mijn voet, Jeruzalem,
uw poorten binnen treden.

Jeruzalem, ommuurde stad,
zo dicht opeen gebouwd ±
naar U trekken de stammen op,
de stammen van Gods volk.

Terwille van mijn broeders en mijn makkers
wens ik u vrede toe +
terwille van het huis van onze God
bid ik voor u om zegen.

ALLELUIA                               Ps. 80, 4) 79,4)

Alleluia.
God van de heerscharen, richt ons weer op
lach ons weer toe en wij zullen gered zijn.
Alleluia.                                          

EVANGELIE                                        Mt. 8, 5-11

Velen zullen komen uit het oosten en het westen en aanzitten in
het Rijk der Hemelen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd toen Jezus in Kafarnaüm aangekomen was,
kwam een honderdman naar Hem toe
die zijn hulp inriep met de woorden :
“Heer,
mijn knecht ligt verlamd in mijn huis en lijdt vreselijke pijn.”
Hij sprak tot hem :
“Ik zal hem komen genezen.”
Maar de honderdman antwoordde :
“Heer, ik ben het niet waard dat Gij onder mijn dak komt ;
maar een enkel woord van U is voldoende
om mijn knecht te doen genezen.
“Want al ben ik zelf een ondergeschikte,
ik heb weer manschappen onder mij ;
en tot de een zeg ik : ga, en hij gaat ;
en tot een ander : kom, en hij komt ;
en aan mijn knecht : doe dit, en hij doet het.”
Toen Jezus dit hoorde stond Hij verwonderd
en zei tot hen die Hem volgden :
“Voorwaar , Ik zeg u :
Bij niemand in Israël heb Ik een zó groot geloof gevonden.
“Ik zeg u,
dat velen uit het oosten en het westen zullen komen
en met Abraham en Isaäk en Jakob
zullen aanzitten in het Rijk der hemelen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands BijbelgenootschDe bijbeltekstap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Eerste zondag van de advent

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

Vandaag begint er voor christenen een nieuwe periode.
Je merkt het aan de adventskrans bij het altaar.
Over vijfentwintig dagen is het Kerstmis,
een groot feest in heel de wereld,
maar voor christenen meer dan een eet- of cadeautjesfestijn.
Voor christenen is Kerstmis de bekroning van de advent,
de vervulling van het uitzien naar onze Redder, Jezus.
Waarvoor hebben wij een redder nodig?
Waarom naar Hem uitzien?
In de advent kan dat duidelijker worden.
Moge de eerste kaars de start aangeven
van onze adventstocht.
(Nu kan die kaars worden ontstoken).

En begroeten wij nu reeds de Heer,
die tot ons zal spreken en met ons wil zijn.

EERSTE LEZING                                    Jes. 2, 1-5

De Heer verzamelt alle volkeren in de eeuwige vrede van het Rijk van God.

Uit de Profeet Jesaja

Visioen van Jesaja, de zoon van Amos,
over Juda en Jeruzalem.
Op het einde der dagen
zal de berg waarop de tempel van de HEER staat,
oprijzen boven alle bergen
en uitsteken boven alle heuvels.
Alle volkeren zullen erheen stromen
en talloze naties erheen trekken.
Zij zullen zeggen:
“Kom, laat ons optrekken naar de berg van de HEER,
naar de tempel van Jakobs God.
“Hij zal ons zijn wegen wijzen
en wij zullen zijn paden bewandelen.
“Want uit Sion komt de Wet,
het Woord van de HEER uit Jeruzalem.
“Oordelen zal Hij de volkeren,
rechtspreken over de talloze naties.
“Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers,
hun speren tot sikkels.
“Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander,
en niemand zal nog leren oorlog voeren.
“Huis van Jakob, kom,
Iaat ons wandelen in het licht van de HEER.”

Antwoordpsalm                               Ps. 122(121), 1-2, 3-4a, 4b-5, 6-7, 8-9

Keervers
Vol blijdschap trekken wij naar Gods huis!

Hoe blij was ik toen men mij riep:
wij trekken naar Gods huis!
Nu mag mijn voet Jeruzalem,
uw poorten binnentreden.

Jeruzalem, ommuurde stad,
zo dicht opeen gebouwd:
Naar U trekken de stammen op,
de stammen van Gods volk.

Zij gaan naar Israëls gebruik
de naam van God vereren.
Daar staan de zetels van het recht,
de troon van Davids huis.

Bidt dan om vrede voor Jeruzalem:
dat ieder die u liefheeft veilig zij.
Dat eendracht heerse binnen uw omwalling,
in al uw huizen rust.

Ter wille van mijn broeders en mijn makkers
wens ik u vrede toe;
Ter wille van het huis van onze God
bid ik voor u om zegen.

TWEEDE LEZING                                               Rom. 13, 11-14

Ons heil is nabij.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Gij weet
dat het uur om uit de slaap te ontwaken
reeds is aangebroken.
Thans is ons heil dichterbij
dan toen wij tot het geloof kwamen.
De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan.
Laten wij ons dus ontdoen van de werken der duisternis
en ons wapenen met het licht.
Laten wij ons behoorlijk gedragen
als op klaarlichte dag,
en ons onthouden van braspartijen en drinkgelagen,
van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd.
Bekleedt u met de Heer Jezus Christus
en koestert geen zondige begeerten meer.

Vers voor het evangelie                                Ps. 85 (84), 8

Alleluia.
Laat ons uw barmhartigheid zien,
geef ons uw heil, o heer,
Alleluia.

EVANGELIE                                              Mt. 24, 37-44

Weest waakzaam zodat gij bereid zijt.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Zoals het ging in de dagen van Noach,
zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon.
Zoals de mensen in de dagen voor de zondvloed
doorgingen met eten en drinken,
met huwen en ten huwelijk geven,
tot op de dag waarop Noach de ark binnenging,
en zij niets vermoedden
totdat de zondvloed kwam en allen wegrukte:
zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon.
Dan zullen er twee op de akker zijn:
de een wordt meegenomen, de ander achtergelaten:
twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn:
de een wordt meegenomen, de andere achtergelaten.
Weest dus waakzaam,
want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.
Begrijpt dit wel:
als de eigenaar van het huis wist
op welk uur van de nacht de dief zou komen,
zou hij blijven waken en in zijn huis niet laten inbreken.
Weest ook gij dus bereid,
omdat de Mensenzoon komt op het uur
waarop gij het niet verwacht.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Zaterdag -H. Andreas, apostel

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

De lezingen van vandaag gaan over de roeping die we allen krijgen om ellende en beproeving met open ogen tegemoet te gaan, in het vertrouwen dat God ons nabij zal zijn. Alle christenen die ooit een zwaar kruis droegen in hun leven, en zich afvroegen waar God was in hun ellende, weten wat werkelijk geloven is. Zij weten dat God trouw is aan mensen-dat Hij veel trouwer is aan ons, dan wij aan Hem. Wie door de beproeving heen blijft geloven, legt de grootste geloofsbelijdenis af die er bestaat. Het is deze persoonlijke belijdenis die de Kerk opbouwt.

EERSTE LEZING                                       Rom. 10, 9-18

Het geloof ontstaat door de prediking,
en de prediking geschiedt in opdracht van Christus.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is,
en als uw hart gelooft
dat God Hem van de doden heeft opgewekt,
zult gij gered worden.
Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid
en de belijdenis van uw mond het heil.
Zo zegt het de Schrift:
“Niemand die in Hem gelooft zal worden teleurgesteld.”
Er bestaat geen verschil tussen Jood en heiden.
Zij hebben allen dezelfde Heer,
rijk aan gaven voor allen die Hem aanroepen.
Want alwie de naam van de Heer aanroept,
zal gered worden.
Maar hoe kan men Hem aanroepen
zonder in Hem te geloven?
Hoe in Hem geloven
zonder van Hem te hebben gehoord?
Hoe kan men van Hem horen
als niemand Hem verkondigt?
En hoe zullen zij Hem verkondigen
als zij niet zijn gezonden?
Gelijk er geschreven staat:
“Hoe lieflijk zijn de voeten van hen
die het goede nieuws brengen.”
Maar niet allen hebben aan het goede nieuws gehoor gegeven.
Jesaja zegt het reeds:
“Heer, wie heeft geloof geschonken aan onze prediking?”
Zo ontstaat dan het geloof door de prediking
en de prediking geschiedt in opdracht van Christus.
Maar, zo vraag ik,
hebben zij haar misschien niet gehoord?
Toch wel: “Hun geluid heeft zich over de gehele aarde verspreid
en hun woorden weerklonken tot aan de uiteinden der wereld.”

TUSSENZANG                                                  Ps. 19(18), 2-3, 4-5

Over heel de aarde klinkt hun roep.

De hemel verkondigt Gods heerlijkheid,
het uitspansel toont ons het werk van zijn handen.
De dag roept het toe aan de volgende dag,
de nacht geeft het door aan de nacht.

Geen woord wordt gesproken, geen stem weerklinkt,
geen enkel geluid is te horen ;
toch klinkt over heel de aarde hun roep,
hun boodschap dringt door tot de rand van de wereld.

ALLELUIA                                                Mt. 4, 19

Alleluia.
Komt, volgt Mij ;
Ik zal u vissers van mensen maken.
Alleluia.

EVANGELIE                                            Mt. 4, 18-22

Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Toen Jezus zich eens bij het meer van Galilea ophield,
zag Hij twee broers, Simon die Petrus wordt genoemd
en diens broer Andreas.
Zij waren bezig het net uit te werpen in het meer;
het waren namelijk vissers.
Hij sprak tot hen:
“Komt, volgt Mij;
Ik zal u vissers van mensen maken.”
Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.
Iets verder zag Hij nog twee broers,
Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en diens broer Johannes;
met hun vader Zebedeus waren zij in de boot
de netten aan het klaarmaken.
Hij riep hen,
en onmiddellijk lieten zij de boot en hun vader achter
en volgden Hem.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overweging uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag in de vierendertigste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Vandaag en morgen lezen we uit het apocalyptisch deel van Daniël. De twee lezingen maken één geheel uit. Vandaag is er het visioen; morgen de uitleg. Het is voor ons niet zo belangrijk al deze dieren en horens te identificeren in historische koningen. De bedoeling van de auteur is al te duidelijk. Hij leeft ten tijde van de vevolging van Antiochus IV en van de Makkabeeënopstand. Hij wil het beproefde volk bemoedigen door de redding van Godswege aan te kondigen. Welke woorden spreken wij tot mensen die beproefd worden ?

EERSTE  LEZING             Dan. 7, 2-14

Met de wolken des hemels
zag ik iemand aankomen die op een Mensenzoon geleek.

Uit de profeet Daniël

In die dagen sprak Daniël:
“In mijn nachtelijk visioen zag ik
dat de vier winden des hemels
de grote zee in beroering brachten
en vier grote dieren eruit opstegen.
En terwijl ik bleef toekijken
zag ik dat er tronen werden geplaatst
en een Hoogbejaarde zich neerzette;
zijn gewaad was wit als sneeuw
en zijn hoofdhaar blank als wol.
Zijn troon bestond uit vlammen,
de wielen ervan uit laaiend vuur.
Een stroom van vuur welde op en vloeide voor Hem uit.
Duizend maal duizenden dienden Hem
en tienduizend maal tienduizenden stonden vóór Hem.
Het gerechtshof zette zich neer en de boeken werden geopend.
Toen zag ik dat het vierde beest
vanwege de grootspraak van de horen
gedood werd, en zijn kadaver aan het vuur werd prijsgegeven
en zo vernietigd werd.
Ook de overige dieren werden beroofd van hun macht,
maar ze werden voor een korte tijd in leven gelaten.
In mijn nachtelijk visioen zag ik toen
met de wolken des hemels iemand aankomen
die op een Mensenzoon geleek.
Hij ging naar de Hoogbejaarde en werd voor Hem geleid.
Toen werd Hem heerschappij gegeven,
luister en koninklijke macht;
alle volken, stammen en talen brachten Hem hun hulde.
Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij
die nooit vergaat,
zijn koninkrijk gaat nooit te gronde.”

TUSSENZANG                Dan. 3, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81

Looft de Heer, prijst en verheft Hem eeuwig.

Looft Hem, bergen en heuvels,
al wat daar groeit, prijst de Heer.

Looft de Heer, alle bronnen,
zeeën en stromen, prijst Hem.

Looft de Heer, al wat leeft in het water,
vogels des hemels, prijst Hem.

Looft Hem, wilde en tamme dieren,
prijst en verheft Hem eeuwig.

ALLELUIA                                                        Joh. 14, 5
Alleluia.
Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer ;
niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.
Alleluia.

EVANGELIE                 Lc. 21, 29-33

Wanner ge al deze dingen ziet
weet dan dat het Rijk Gods nabij is.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd maakte Jezus een vergelijking
en zei tot zijn leerlingen:
“Kijkt naar de vijgenboom en naar alle andere bomen:
zodra ze uitlopen weet ge vanzelf, als ge dat ziet,
dat de zomer in aantocht is.
Zo ook, wanneer ge al deze dingen ziet,
weet dan dat het Rijk Gods nabij is.
Voorwaar, Ik zeg u:
dit geslacht zal niet voorbijgaan vóór dit alles geschied is.
Hemel en aarde zullen voorbijgaan
maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overweging uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag vierendertigste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De heersers van deze aarde mogen niet vergeten dat hun heerschappij door God gegeven is. Hoe groter de macht, hoe groter ook de verantwoordelijkheid. Misbruik van macht zal dan ook streng bestraft worden: in Gods ogen zijn diegenen die zich ontzettend belangrijk en machtig voordoen, maar tekort schieten in dienstbaarheid, het minst belangrijk. Van Jezus weten we dat wie nederig en onbelangrijk, klein en machteloos is, groot in Gods ogen.

EERSTE LEZING                                            Dan. 6, 12-28
Mijn God heeft zijn engel gezonden om de leeuwen te muilbanden.

Uit de profeet Daniël
.

In die dagen deden mannen van koning Daríus een inval
in het huis van Daniël
waar zij hem aantroffen
terwijl hij smeekbeden richtte tot zijn God.
Ze begaven zich daarop tot de koning
en brachten hem het koninklijk verbod in herinnering
met de woorden:
“Hebt u geen verbod uitgevaardigd,
dat alwie binnen dertig dagen een bede richt
tot welke god of mens ook buiten u, koning,
in de leeuwenkuil geworpen wordt?”
De koning antwoordde:
“Dat staat vast als een wet van Meden en Perzen,
die onherroepelijk is.”
Toen zeiden ze tot de koning:
“Daniël, een van de ballingen uit Juda,
stoort zich niet aan u,
noch aan het verbod dat u hebt uitgevaardigd,
maar driemaal per dag verricht hij zijn gebed.”
Die beschuldiging beviel de koning helemaal niet
en hij zon op middelen om Daniël te redden.
Tot zonsondergang deed hij pogingen daartoe,
maar die mannen zetten de koning onder druk en zeiden:
“Denk eraan, koning, het is voor Meden en Perzen een wet
dat er niet kan worden getornd aan een verbod of besluit,
door de koning uitgevaardigd.”
Daarop gaf de koning bevel om Daniël te halen.
Toen Daniël in de leeuwenkuil geworpen werd,
zei de koning tot hem:
“Moge uw God, door u zo trouw vereerd, u redden!”
Daarom nam men een steen
en legde die op de opening van de kuil.
De koning verzegelde hem met zijn eigen zegel
en met die van zijn rijksgroten
om elke ingreep van buitenaf uit te sluiten.
De koning ging naar zijn paleis,
bracht de nacht in vasten door
en liet geen vrouwen komen;
van slapen was geen sprake.
Bij het krieken van de morgen,
toen het licht begon te worden,
stond de koning open begaf zich haastig naar de leeuwenkuil.
Bij de kuil gekomen
begon hij op klagende toon tot Daniël te roepen.
Hij zei:
“Daniël, dienaar van de levende God,
heeft uw God, door u zo trouw vereerd,
u van de leeuwen kunnen redden?”
Daarop antwoordde Daniël:
“Koning, leef in eeuwigheid!
Mijn God heeft zijn engel gezonden
om de leeuwen te muilbanden.
Ze hebben mij geen letsel toegebracht,
daar ik in Gods ogen onschuldig ben.
Maar ook tegen u, koning, heb ik niets misdreven.”
Uiterst verheugd gaf de koning bevel
Daniël uit de kuil te trekken.
Daarop werd Daniël uit de kuil getrokken.
Hij had geen letsel opgelopen,
omdat hij op zijn God vertrouwd had.
Nu gaf de koning bevel
om de mannen, die Daniël beschuldigd hadden, te halen
en ze met hun kinderen en vrouwen
in de leeuwenkuil te werpen.
Ze hadden de bodem van de kuil nog niet bereikt,
of de leeuwen hadden hen reeds te pakken
en verbrijzelden hun beenderen.
Daarna schreef koning Daríus
aan alle volken, naties en talen die op aarde wonen:
“Veel heil zij u toegewenst!
Door mij wordt hiermee bepaald
dat men in alle delen van mijn koninkrijk
de God van Daniël moet eerbiedigen en vrezen,
want Hij is de levende God, die blijft in eeuwigheid.
Zijn koningschap is onvergankelijk
en zijn heerschappij duurt tot het einde.
Hij redt en bevrijdt en Hij verricht wondertekenen
in de hemel en op aarde:
Hij heeft Daniël gered uit de klauwen van de leeuwen.”

TUSSENZANG                                Dan. 3, 68, 69, 70, 71, 72, 73, 74

Looft de Heer, prijst en verheft Hem eeuwig.

Looft Hem, nevels en buien,
hagel en ijs, prijst de Heer.

Looft Hem, ijzel en sneeuw,
nachten en dagen, prijst Hem.

Looft Hem, licht en donker,
bliksem en wolken, prijst Hem.

looft de Heer, heel de aarde,
prijst en verheft Hem eeuwig.

ALLELUIA                                              Apok. 2, 10c

Alleluia.
Wees getrouw tot de dood, zegt de Heer,
en Ik zal u de kroon des levens geven.
Alleluia.

EVANGELIE                                                 Lc. 21, 20-28
Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden
totdat de tijd van de heidenen vervuld is.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Wanneer gij Jeruzalem door legers omsingeld ziet,
weet dan dat zijn verwoesting nabij is.
Laten dan de mensen in Judea naar de bergen vluchten:
die in de stad zijn eruit trekken
en die op het land vertoeven de stad niet binnengaan:
dagen van wraak zijn het,
waarop alles wat geschreven staat vervuld wordt.
Wee de zwangeren en zogenden in die dagen.
Want er zal grote nood komen over het land
en strafgericht over dit volk.
Sommigen zullen vallen door het verslindende zwaard,
anderen als gevangenen onder alle volkeren worden verstrooid.
Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden
totdat de tijd van de heidenen vervuld is.
Er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren
en op de aarde zullen volkeren in angst verkeren,
radeloos door het gebulder van de onstuimige zee.
De mensen zullen het besterven van schrik,
in spanning om wat de wereld gaat overkomen,
want de hemelse heerscharen zullen in verwarring geraken.
Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk,
met macht en grote heerlijkheid.
Wanneer zich dit alles begint te voltrekken,
richt u dan op en heft uw hoofden omhoog,
want uw verlossing komt nabij.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag vierendertigste week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De heersers van deze aarde mogen niet vergeten dat hun heerschappij door God gegeven is. Hoe groter de macht, hoe groter ook de verantwoordelijkheid. Misbruik van macht zal dan ook streng bestraft worden: in Gods ogen zijn diegenen die zich ontzettend belangrijk en machtig voordoen, maar tekort schieten in dienstbaarheid, het minst belangrijk. Van Jezus weten we dat wie nederig en onbelangrijk, klein en machteloos is, groot is in Gods ogen.

EERSTE LEZING                                   Dan. 5, 1-6.13-14.16-17.23-28
Er verschenen vingers van een menselijke hand
die schreven op de muur.

Uit de profeet Daniël

In die tijd richtte koning Belsássar een groot feestmaal aan
voor duizend van zijn rijksgroten.
Hij dronk in tegenwoordigheid van de duizend gasten wijn
en onder invloed van de wijn gaf hij bevel
de gouden en zilveren vaten te halen,
die zijn vader Nabukadnéssar
uit de tempel van Jeruzalem had weggenomen.
Belsássar wilde met zijn rijksgroten,
zijn vrouwen en bijvrouwen uit dat vaatwerk drinken.
Men bracht dus de gouden en zilveren vaten,
die uit de tempel van Jeruzalem waren weggehaald,
en de koning, zijn rijksgroten,
zijn vrouwen en bijvrouwen dronken eruit.
En bij het drinken van de wijn
loofden ze de goden van goud en zilver,
van brons, ijzer, hout en steen.
Terwijl ze dat deden,
verschenen er vingers van een menselijke hand
en die schreven iets
op de gepleisterde muur van het koninklijk paleis,
juist tegenover de luchter.
De koning zag de schrijvende hand;
hij verschoot van kleur en raakte in verwarring,
zijn heupgewrichten verslapten
en zijn knieën stieten tegen elkaar.
Toen werd Daniël voor de koning geleid
en de koning zei tot hem:
“Zijt gij Daniël, een van de ballingen van Juda,
die de koning, mijn vader, uit Juda heeft weggevoerd?
Ik heb van u gehoord,
dat de geest der goden in u is
en dat ge begaafd zijt met inzicht,
verstand en buitengewone wijsheid.
Men heeft mij van u verteld
dat gij de dromen kunt verklaren en knopen ontwarren.
Welnu, als ge het schrift kunt lezen
en het mij verklaren, zult ge met purper worden bekleed,
de gouden keten om uw hals dragen
en als derde heersen in het koninkrijk.”
Daarop antwoordde Daniël aan de koning:
“Houd uw gaven en geef uw geschenken aan een ander.
Het schrift zal ik evenwel voor de koning lezen
en hem er de verklaring van geven.
Boven de Heer van de hemel hebt u zich willen verheffen;
u hebt het vaatwerk van zijn tempel laten halen
en u, uw rijksgroten, uw vrouwen en bijvrouwen
hebben er wijn uit gedronken;
goden van zilver en goud, van brons, ijzer, hout en steen,
die niet zien, niet horen en niets weten,
hebt u geëerd,
terwijl u de God
in wiens hand uw adem ligt en heel uw leven,
niet hebt geprezen.
Daarom heeft Hij die hand dit schrift laten schrijven.
En dit staat er geschreven.
Mene, mene, tekel ufarsin.
De verklaring ervan luidt:
mene: geteld heeft God uw regeringsjaren
en er een eind aan gemaakt;
tekel: gewogen zijt u op de weegschaal en te licht bevonden;
peres: verdeeld is uw koninkrijk
en aan de Meden en Perzen gegeven.”

TUSSENZANG                                        Dan. 3, 62, 63, 64, 65, 66, 67

Looft de Heer, prijst en verheft Hem eeuwig.

Looft de Heer, klaarlichte zon en maan,
heldere sterren, prijst Hem.

Looft Hem, regen en dauw,
alle stormwinden, prijst hem.

Looft Hem, vuur en hitte,
koude en vorst, prijst de Heer.

ALLELUIA                                                  Lc. 21, 36

Alleluia.
Weest te allen tijde waakzaam en bidt
en dat wij stand mogen houden
voor het aangezicht van de Mensenzoon.
Alleluia.

EVANGELIE                                                  Lc. 21, 12-19
Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen
omwille van mijn Naam :
geen haar van uw hoofd zal verloren gaan.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Zij zullen u vastgrijpen en vervolgen,
zij zullen u overleveren aan de synagogen en gevangen zetten,
u voor koningen en stadhouders voeren
omwille van mijn Naam.
Het zal voor u uitlopen op het geven van getuigenis.
Welnu, prent het u in,
dat gij dan uw verdediging niet moet voorbereiden.
Want Ik zal u een taal en een wijsheid geven
die geen van uw tegenstanders
zal kunnen weerstaan of weerspreken.
Ge zult zelfs door ouders en broers,
door bloedverwanten en vrienden overgeleverd worden
en sommigen van u zullen ze ter dood doen brengen.
Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen
omwille van mijn Naam:
geen haar op uw hoofd zal verloren gaan.
Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag H. Johannes Berchmans

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Een heidense koning die Israël heeft vernietigd en de bevolking ervan gedeporteerd heeft, voelt zichzelf handelen als deel van Gods plan met de wereld. Zelfs wanneer hij handelt tegen Gods woord in, dan nog lijkt hij uitvoerder te zijn van dat plan. Het Rijk Gods is nabij: het wordt reeds nu, op aarde, opgebouwd. Zijn wij gericht op de toekomst die God ons aanzegt? Wachten wij passief op wat komen gaat, of bouwen wij naar godsvrucht en vermogen aan Gods rijk? Wij kunnen, te beginnen met vandaag, God vragen ons bij te staan en te leiden in dat kleine stukje wereld van ons dat wij hebben opgebouwd: onze familie, ons gezin, deze gemeenschap, ons persoonlijk leven en dat van diegenen die rond ons leven.

EERSTE LEZING                                          Dan. 2, 31-45
De God des hemels zal een rijk stichten
dat in eeuwigheid niet te grond zal gaan
en niet aan een ander volk zal uitgeleverd worden.

Uit de profeet Daniël

In die dagen sprak Daniël tot koning Nebukadnéssar:
“Koning,
in het visioen dat u gehad hebt,
hebt u een zeer groot
en helder glanzend beeld
voor u zien staan,
met een schrikwekkend uiterlijk.
Het hoofd van dat beeld was van zuiver goud,
zijn borst en armen van zilver,
zijn buik en lende van brons, zijn benen van ijzer,
zijn voeten waren gedeeltelijk van ijzer
en gedeeltelijk van aardewerk.
Terwijl u toekeek, werd een steen losgekapt
zonder dat er een hand aan te pas kwam;
die steen raakte het beeld
en verbrijzelde de voeten van ijzer en aardewerk.
Tegelijkertijd
vergruizelden toen het ijzer, brons, zilver en goud
en werden door de wind meegevoerd
als het kaf wanneer men het koren aan het dorsen is.
Van het beeld bleef niets over,
maar de steen die het getroffen had,
werd een grote berg die heel de aarde vulde.
Dat was uw droom.
Nu zullen wij u zeggen wat hij betekent.
Koning, koning der koningen,
aan wie de God des hemels het koningschap,
de macht en de kracht en de majesteit heeft geschonken,
overal waar mensen wonen,
aan wie Hij
de dieren van het veld en de vogels van de hemel
in handen gegeven heeft
en die Hij over hen allen deed heersen,
u zijt het hoofd van goud.
Maar na u zal er een ander rijk komen,
dat geringer is dan het uwe,
daarna een derde rijk van brons,
dat over de hele aarde zal heersen,
en tenslotte komt er een vierde rijk, hard als ijzer.
Juist als ijzer
dat alles kan vermorzelen en tot gruis maken,
zal dat rijk de voorgaande rijken verpletteren en verbrijzelen.
Dat de voeten en de tenen, zoals u gezien hebt,
gedeeltelijk van ijzer waren,
betekent dat het een verdeeld rijk zal zijn.
Maar toch zal het de vastheid van ijzer hebben,
want, zoals u gezien hebt,
was het ijzer met het aardewerk, uit modder verbonden.
Dat de tenen van de voeten gedeeltelijk van ijzer
en gedeeltelijk van aardewerk waren,
betekent dat het rijk enerzijds hard,
maar anderzijds broos zal zijn.
En dat, zoals u gezien hebt,
het ijzer met aardewerk uit modder verbonden was,
betekent dat men zal trachten
de delen van het rijk door huwelijken te verbinden.
Maar die delen zullen met elkaar geen eenheid gaan vormen,
evenmin als ijzer met aardewerk dat doet.
Maar in de tijd van die koningen
zal de God des hemels een rijk stichten,
dat in eeuwigheid niet te gronde zal gaan
en niet aan een ander volk zal uitgeleverd worden.
Het zal al die rijken verpletteren
en er een eind aan maken,
maar zelf zal het in eeuwigheid blijven bestaan.
U hebt immers gezien hoe er uit het gebergte,
zonder dat er een hand aan te pas kwam,
een steen losgekapt werd,
die het ijzer, het brons, het aardewerk,
het zilver en goud vergruizelde.
De grote God heeft aan de koning geopenbaard
wat er in de toekomst zal gebeuren.
De droom is waar en de uitleg betrouwbaar.”

TUSSENZANG                                            Dan. 3, 57, 58, 59, 60, 61

Looft de Heer, prijst en verheft Hem eeuwig.

Looft de Heer, alle schepselen Gods,
prijst en verheft Hem eeuwig.

Looft de Heer, alle boden des Heren,
hemelse machten, prijst Hem.

Looft Hem, wateren boven de hemel,
heel zijn legermacht, prijst Hem.

ALLELUIA                                           Lc. 21,28

Alleluia.
Richt u op en heft uw hoofden omhoog
want uw verlossing komt nabij.
Alleluia.

EVANGELIE                                                 Lc. 21, 5-11
Geen steen zal op de andere gelaten worden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd merkten sommigen opmerkten
hoe de tempel daar prijkte
met zijn fraaie stenen en wijgeschenken,
maar Jezus zei:
“Wat ge daar ziet:
er zal een tijd komen
dat er geen steen op de andere gelaten zal worden:
alles zal verwoest worden.”
De leerlingen vroegen Hem nu:
“Meester, wanneer zal dat dan gebeuren?”
Maar Hij zei:
“Weest op uw hoede dat gij niet in dwaling gebracht wordt.
Want velen zullen optreden in mijn Naam
en zij zullen zeggen: Ik ben het, en: Het ogenblik is nabij.
Loopt niet achter hen aan.
En wanneer gij hoort van oorlogen en onlusten,
laat u dan niet uit het veld slaan.
Dat alles moet wel eerst gebeuren,
maar het einde volgt niet terstond.”
Toen sprak Hij tot hen:
“Er zal strijd zijn van volk tegen volk
en van koninkrijk tegen koninkrijk;
er zullen hevige aardbevingen zijn,
en hongersnood en pest,
nu hier dan daar,
schrikwekkende dingen
en aan de hemel geweldige tekenen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
De Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.