Tweede zondag in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
De tweede etappe van onze veertigdagentocht naar Pasen
is een bergetappe.
God vraagt Abram om weg te trekken
uit zijn eigen vertrouwde omgeving
en om nieuwe wegen te gaan.
In het evangelie laat God op een berg zijn stem horen
en licht er voor de leerlingen al iets op
van Jezus’ verheerlijking.
Maar ze begrijpen nog niet dat er geen Pasen is zonder kruis,
dat deelhebben aan Gods heerlijkheid slechts kan
na een leven in dienst van Gods koninkrijk.

EERSTE LEZING               Gen. 12, 1-4a
Roeping van Abram, de vader van het volk van God.

Uit het Boek Genesis

In die dagen zei de Heer tot Abram:
“Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie,
naar het land dat Ik u zal aanwijzen.
“Ik zal een groot volk van u maken.
“Ik zal u zegenen en uw naam groot maken,
zodat hij een zegen zal zijn.
“Ik zal zegenen die u zegenen,
maar die u vervloeken zal Ik vervloeken.
“Door u zal zegen komen over alle geslachten op aarde.”

Toen trok Abram weg,
zoals de Heer hem had opgedragen.

Antwoordpsalm               Ps. 33(32), 4-5, 18-19, 20 en 22

Keervers
Geef ons, Heer, uw barmhartigheid,
zoals wij op U vertrouwen.

Oprecht is immers het woord van de Heer,
en al wat Hij doet is betrouwbaar.
Recht en gerechtigheid heeft Hij lief,
de aarde is vol van zijn mildheid.

Het oog van de Heer rust op hen die Hem vrezen,
die rekenen op zijn erbarming,
dat Hij hen ontrukken zal aan de dood,
bij hongersnood hen zal voeden.

Wij stellen al onze hoop op de Heer,
Hij is onze hulp en ons schild.
Laat uw erbarmen, Heer, over ons dalen
zoals ons vertrouwen uitgaat naar U.

TWEEDE LEZING              2 Tim.  1, 8b-10

God roept ons en geeft ons licht.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs

Dierbare,

Draag uw deel in het lijden voor het evangelie,
door de kracht van God,
die ons gered heeft
en geroepen met een heilige roeping,
niet op grond van onze verdiensten,
maar volgens het vrije besluit van zijn genade,
van alle eeuwigheid ons verleend in Christus Jezus.
Nu is zijn genade openbaar geworden
door de verscheining van onze Heiland, Christus Jezus,
die de dood heeft vernietigd
en onvergankelijk leven deed aanlichten door het evangelie.

Vers voor het evangelie

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
Vanuit een schitterende wolk
werd de stem van de Vader gehoord:
Dit is mijn welbeminde Zoon,
luistert naar Hem.
Lof en eer zij U, Heer Jezus.

EVANGELIE                Mt. 17, 1-9

Zijn gelaat begon te stralen als de zon.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd nam Jezus
Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee
en bracht hen boven op een hoge berg,
waar zij alleen waren.
Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd:
zijn gelaat begon te stralen als de zon
en zijn kleed werd glanzend als het licht.
Opeens verschenen hun Mozes en Elia,
die zich met Hem onderhielden.

Petrus nam het woord en zei tot Jezus:
“Heer, het is goed dat wij hier zijn.
“Als Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan,
een voor U,
een voor Mozes en een voor Elia.”
Nog was hij niet uitgesproken
of een lichtende wolk overschaduwde hen
en uit de wolk klonk een stem:
“Dit is mijn Zoon, de Welbeminde,
in wie Ik mijn welbehagen heb gesteld;
luistert naar Hem.”
Op het horen daarvan
wierpen de leerlingen zich ter aarde neer,
aangegrepen door een hevige vrees.

Maar Jezus kwam naar hen toe,
raakte hen aan en zei:
“Staat op, en weest niet bang.”
Toen zij hun ogen opsloegen,
zagen zij niemand meer dan alleen Jezus.
Onder het afdalen van de berg gelastte Jezus hun:
“Spreekt met niemand over wat ge hebt aanschouwd
voordat de Mensenzoon uit de doden is opgestaan.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties bij de zondagse eucharistieviering.

Zaterdag in de eerste week van de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
In de eerste lezing wordt de nadruk gelegd op het verbond tussen God en zijn volk: “Zij zullen zijn eigen volk zijn” en “zij zullen een volk zijn dat de Heer is toegewijd”. In het evangelie staan we veel verder dan de solidariteit van een volksgemeenschap. Elke mens is uniek voor God. Zo moet ook elke mens, zelfs de vijand, uniek zijn voor ons. Het ‘Ik zeg u’ van Jezus, is niet mis te verstaan als tegenstelling met vroeger.

EERSTE  LEZING                 Deut. 26, 16-19
Gij zult een volk zijn dat de Heer is toegewijd.

Uit het Boek Deuteronomium

Mozes sprak tot het volk :
“Heden gebiedt de Heer uw God u
deze voorschriften en bepalingen te volbrengen.
“Gij moet ze stipt ten uitvoer brengen,
met heel uw hart en heel uw ziel.
“Gij hebt heden van de Heer de verzekering gekregen,
dat Hij uw God zal zijn,
als gij tenminste zijn wegen gaat,
zijn voorschriften, geboden en bepalingen onderhoudt
en naar Hem luistert.
“En de Heer heeft heden van u de verzekering gekregen,
dat gij, zoals Hij beloofd heeft,
zijn eigen volk zult zijn en al zijn geboden zult onderhouden.
“Daarom zal Hij aan u groter eer, faam en luister schenken
dan aan de andere volken, die Hij geschapen heeft,
en zult ge een volk zijn dat de Heer uw God is toegewijd,
zoals Hij beloofd heeft.”

TUSSENZANG             Ps. 119(118), 1-2, 4-5, 7-8

Gelukkig die voortgaan volgens de wet van de Heer.

Gelukkig degenen wier levensweg rein is,
die voortgaan volgens de wet van de Heer.
Gelukkig die acht slaan op wat Hij verordent,
Hem zoeken met heel hun hart.

Gij hebt uw bevelen gegeven
opdat men ze trouw volbrengt.
Mogen mijn wegen recht zijn,
gericht op wat Gij beschikt.

Ik zal U in alle oprechtheid loven,
aanvaardend wat Gij hebt bepaald.
Aan uw beschikkingen zal ik mij houden ;
laat Gij mij dan niet alleen.

VERS VOOR HET EVANGELIE               Ps. 51(50), 12a en 14a

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer de weelde van uw zegen.

EVANGELIE                    Mt. 5, 43-48
Weest volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Gij hebt gehoord dat er gezegd is :
Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten.
“Maar Ik zeg u :
Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen,
opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel,
die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden
en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
“Want als gij bemint die u beminnen,
wat voor recht op loon hebt gij dan ?
“Doen tollenaars niet hetzelfde ?
“En als gij alleen uw broeder groet,
wat voor buitengewoons doet gij dan ?
“Doen de heidenen dat ook niet ?
“Weest dus volmaakt,
zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag van de eerste week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
We beluisteren de eerste lezing als een hoopvolle boodschap, die aan ons gericht is. wat we ook gedaan hebben, zegt Ezechiël, bekeer u, en gij zult leven. Wie rechtvaardig was, maar zich afkeert van de goede weg wordt veroordeeld, en kan zich niet beroepen op vroegere goede daden. De gekende psalm 130 antwoordt op de lezing: uit de diepten roep ik Heer… Want de Heer is steeds barmhartig, zijn genade onbeperkt.

EERSTE LEZING                   Ez. 18, 21-28

Zou Ik soms behagen vinden in de dood van een boosdoener, en niet veeleer daarin, dat hij zich afkeert van zijn wegen en in leven blijft !

Uit de Profeet Ezekiël

Zo spreekt God de Heer :

“Wanneer de boosdoener zich afkeert
van al de zonden die hij heeft bedreven,
wanneer hij al mijn geboden onderhoudt
en handelt naar recht en wet,
dan zal hij leven, zeker leven
en hij zal niet sterven.
“Van al de wandaden die hij bedreven heeft
wordt hem er geen meer toegerekend
en vanwege de gerechtigheid die hij betracht heeft
zal hij leven.
“Zou ik soms behagen vinden
in de dood van een boosdoener
-zo spreekt God de Heer –
en niet veeleer daarin,
dat hij zich afkeert van zijn wegen
en in leven blijft?
“Maar wanneer een rechtvaardige zich afkeert
van zijn gerechtigheid
en verkeerde dingen gaat doen,
wanneer hij al de afschuwelijkheden bedrijft
die de boosdoener begaat,
moet hij dan in leven blijven?
“Neen, van al de rechtvaardige daden,
die hij verricht heeft,
wordt hem er geen meer toegerekend,
en vanwege de ontrouw die hij getoond heeft,
vanwege de zonde, die hij heeft bedreven,
zal hij moeten sterven.
“Gij beweert : ‘De weg van de Heer is niet recht !’
“Huis van Israël, luistert toch!
“Zou het werkelijk mijn weg zijn, die niet recht is ?
“Zijn niet veeleer uw eigen wegen niet recht ?
“Als een rechtvaardige
zich van zijn eigen rechtvaardigheid afkeert
en kwaad gaat doen,
dan zal hij daaraan sterven,
sterven om het kwaad dat hij gedaan heeft.
“En als de boosdoener zich van zijn boze daden afkeert
en gaat handelen naar rechtschapenheid en deugd,
dan zal hij in leven blijven.
“Als hij tot inzicht komt en zich afkeert van zijn slechte daden,
dan blijft hij zeker in leven,
dan zal hij niet sterven.”

TUSSENZANG            Ps. 130(129), 1-2, 3-4ab, 4c-6, 7-8

Als Gij zonden blijft gedenken,
Heer, wie houdt dan stand ?

Uit de diepte roep ik, Heer,
luister naar mijn stem.
Wil aandachtig horen
naar mijn smeekgebed.

Als Gij zonden blijft gedenken,
Heer, wie houdt dan stand ?
Maar bij U vind ik vergeving,
daarom zoekt mijn haart naar U.

Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn word vertrouw ik.
Gretig zie ik naar Hem uit
meer dan wachters naar de ochtend.

Want de Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.
Hij zal Israël verlossen
van zijn ongerechtigheid.

VERS VOOR HET EVANGELIE              Joël, 2, 12-13

Bekeert u tot Mij met heel uw hart, spreekt de Heer,
want Ik ben genadig en barmhartig.

EVANGELIE                           Mt. 5, 20-26

Ga u eerst met uw broeder verzoenen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Als uw gerechtigheid
die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft,
zult ge zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen.
“Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders is gezegd :
Gij zult niet doden.
Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht.
“Maar Ik zeg u :
Al wie vertoornd is op zijn broeder,
zal strafbaar zijn voor het gerecht.
“En wie tot zijn broeder zegt : raka,
zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin;
en wie zegt : dwaas,
zal strafbaar zijn met het vuur van de hel.
“Als gij uw gave komt brengen naar het altaar
en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft,
laat dan uw gave voor het altaar achter,
ga u eerst met uw broeder verzoenen
en kom dan terug om uw gave aan te bieden.
“Haast u het eens te worden met uw tegenpartij
zolang ge nog met hem onderweg zijt ;
anders zou uw tegenpartij
u wel eens aan de rechter kunnen overleveren,
en de rechter u aan de gerechtsdienaar,
en zoudt gij in de gevangenis worden geworpen.
“Voorwaar, Ik zeg u :
Ge zult daar niet uitkomen
voordat ge tot de laatste penning hebt betaald.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag van de eerste week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Van Jezus leren wij wat wij in ons gebed moeten vragen. Als God werkelijk zijn hemelse liefde in zijn Zoon heeft geopenbaard, rest er maar één vraag: dat de aarde steeds meer die liefde herkent. Dat God voor alle mensen Vader mag zijn. Wanneer mogen we vertrouwen op verhoring van ons gebed? Wanneer we bidden zoals Jezus! In plaats van zijn eigen wil na te jagen,heeft Jezus vertrouwen gesteld in het diepe verlangen van zijn Vader: om met Hem verbonden te leven. Want dit is Gods plan: mensen gelukkig maken in de verbondenheid met Hem. Dat is de sleutel van Jezus’ gebed, en die sleutel opent de deur naar verhoring.

EERSTE LEZING                   Est. 14,1.3-5.12-14

Heer, geen andere helper heb ik dan U.

Uit het Boek Ester

In die tijd nam koningin Ester in doodsnood
haar toevlucht tot de Heer.
Zij bad aldus tot de God van Israël :
“Mijn Heer, onze Koning, Gij zijt de enige!
“Kom mij te hulp, mij die alleen sta
en geen andere helper heb dan U,
want ik ga een groot gevaar tegemoet.
“Van mijn geboorte af heb ik in de stam waaruit ik voortkwam
gehoord, dat Gij, Heer, uit alle volken Israël
en uit al hun voorouders onze vaderen hebt aangenomen
als een blijvend erfdeel en dat Gij voor hen alles hebt gedaan
wat Gij beloofd hadt.
“Gedenk ons, Heer,
openbaar U in het uur van onze nood, en geef mij moed,
Gij, Koning van de goden en heersers over alle heerschappij.
“Leg mij een gelukkig woord in de mond,
als ik sta tegenover de leeuw ;
verander zijn gezindheid en breng hem tot haat
tegen de man, die ons bestrijdt,
zodat hij en zijn medestanders te gronde gaan.
Red ons door uw hand en kom mij te hulp,
want ik sta alleen en heb niemand anders dan U, Heer.”

TUSSENZANG           Ps. 138(137), 1-2a, 2bc-3, 7c-8

Wanner ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord,
Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven.

U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart,
omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd.
Ik zing voor U en alle hemelmachten
en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom.

U prijs ik om uw goedheid en uw trouw,
want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld.
Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord,
Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven.

Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding :
de Heer voltooit voor mij al wat ik onderneem.
Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde ;
vergeet het maaksel van uw handen niet !

VERS VOOR HET EVANGELIE                Am. 5, 14

Zoekt het goede, en niet het kwade,
opdat gij leeft en God met u blijft.

EVANGELIE                      Mt. 7, 7-12

Al wie vraagt verkrijgt.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Vraagt en u zal gegeven worden ;
zoekt en ge zult vinden ;
klopt en er zal worden opengedaan.
“Want al wie vraagt verkrijgt;
wie zoekt vindt
en voor wie klopt doet men open.
“Of is er wel iemand onder u
die zijn zoon een steen zal geven als hij om een brood vraagt?
“Of een slang wanneer hij vraagt om een vis ?
“Als gij dus, ofschoon gij slecht zijt,
goede gaven weet te geven aan uw kinderen,
hoeveel te meer zal dan uw Vader die in de hemel is
het goede geven aan wie Hem daarom vragen.
“Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen,
doet dat ook voor hen.
“Dat is Wet en Profeten.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag van de eerste week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Op diverse plaatsen in het evangelie wordt aan Jezus een teken gevraagd. Zo’n teken moet Hem ondubbelzinnig legitimeren als Messias. Maar Hij weigert zo’n teken. Wie wil zien, kan zien. Wie wil horen, kan horen. Hij noemt zijn toehoorders een verdorven geslacht. De heidenen van Nineve en de heidense koningin van het Zuiden zijn een voorbeeld voor hen. Dit woord wordt tot ons gericht. zien en horen wij wat de Heer ons vraagt?

EERSTE LEZING                Jon. 3, 1-10

De inwoners van Nineve kwamen terug van hun heilloze wegen.

Uit de Profeet Jona

Het woord van de Heer werd
tot Jona gericht :
“Sta op, ga naar Nineve, de grote stad Nineve
en zeg haar aan wat Ik u te zeggen heb gegeven.”
Jona stond op en ging naar Nineve,
zoals de Heer bevolen had.
Nineve was een geweldig grote stad ;
drie dagen had men nodig om er doorheen te trekken.
Jona begon de stad in te gaan, één dagreis ver.
Toen riep hij :
“Veertig dagen nog,
en Nineve wordt met de grond gelijk gemaakt!”
Maar de Ninevieten zochten hun steun bij God ;
zij riepen een vasten uit en allen
van groot tot klein, trokken zij boetekleren aan.
Het woord van Jona kwam ook de koning van Nineve ter ore;
hij stond op van zijn troon, legde zijn staatsiegewaad af,
trok een boetekleed aan en zette zich neer in het stof.
Hij liet in Nineve omroepen :
“Op last van de koning en van zijn rijksgroten !
“Mensen en dieren, grootvee en kleinvee,
zij mogen niets eten,
zij mogen niet grazen en geen water drinken.
“Mensen en dieren moeten zich in boetekleren hullen
en uit alle macht tot God roepen ;
ieder moet terugkomen van zijn heilloze wegen
en van de ongerechtigheid, die aan zijn handen kleeft.
“Wie weet of God dan niet terugkomt op zijn besluit
en daar spijt van krijgt;
wie weet of Hij niet terugkomt op zijn vlammende toorn,
zodat wij niet te gronde gaan.”
En God zag wat zij deden;
Hij zag hoe zij terugkwamen van hun heilloze wegen.
En God kreeg spijt, dat Hij hen met dat onheil bedreigd had.
Hij bracht het niet ten uitvoer.

TUSSENZANG              Ps. 51(50), 3-4, 12-13, 18-19

Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid,
een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
Was mijn schuld volkomen van mij af,
reinig mij van al mijn zonden.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

In geschenken hebt Gij geen behagen,
wat ik U ook bied, Gij wilt het niet.
Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid,
een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

VERS VOOR HET EVANGELIE               Ez. 33, 11

Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze,
zegt de Heer,
maar veeleer daarin, dat hij zich bekeert en leeft.

EVANGELIE               Lc. 11, 29-32

Dit geslacht zal geen ander teken gegeven worden dan het teken van Jona.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd,
toen het volk samenstroomde begon Jezus te spreken :
“Dit geslacht is een verdorven geslacht : het verlangt een teken ;
maar geen ander teken zal het gegeven worden
dan het teken van Jona.
“Zoals namelijk Jona een teken werd voor de Ninevieten,
zo zal ook de Mensenzoon het zijn voor dit geslacht.
“De koningin van het Zuiden zal bij het oordeel opstaan
samen met de mensen van dit geslacht;
en zij zal hen veroordelen,
want zij kwam van het uiteinde der aarde
om te luisteren naar de wijsheid van Salomo :
welnu, hier is méér dan Salomo.
“De mensen van Nineve zullen bij het oordeel opstaan
samen met dit geslacht
en zij zullen het veroordelen,
want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona :
welnu, hier is méér dan Jona.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag van de eerste week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Bidden vraagt openheid en vertrouwen. We moeten iemand binnen laten en hem zicht geven op wat we soms liever in het duister hadden gelaten. We moeten dan onszelf uit handen geven en ruimte scheppen voor die ander, zodat hij aan het woord kan komen en wij kunnen luisteren.  Gods woord wil echter niet alleen beluisterd, maar ook beantwoord worden. Jezus heeft ons daartoe de woorden geschonken: Onze Vader. Het leert ons zonder reserve ja te zeggen aan God. Alle menselijke argwaan, alle weigering, elk isolement wordt in dat jawoord overwonnen. Zo vindt de Vader in ons mensen die ten volle open staan voor zijn liefde. Vertrouwen we ons toe aan die liefde?

EERSTE LEZING               Jes. 55, 10-11

Mijn woord keert pas weer wanneer het mijn wil volbracht heeft en zijn zending heeft vervuld.

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt God de Heer :
“Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen
en daar pas terugkeren
wanneer zij de aarde hebben gedrenkt,
haar hebben bevrucht zodat zij groen wordt,
wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven
en het brood aan de eter,
zo zal het ook gaan met het woord
dat komt uit mijn mond ;
het keert niet vruchteloos naar Mij terug ;
het keert pas weer wanneer het Mijn wil volbracht heeft
en zijn zending heeft vervuld.”

TUSSENZANG             Ps. 34(33), 4-5, 6-7, 16-17, 18-19

Naar vromen die roepen luistert de Heer
en redt hen uit iedere nood.

Verheerlijkt de Heer te zamen met mij
en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren.
Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord,
Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde.

Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig,
want Hij stelt u niet teleur.
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer
en redt hen uit hun ellende.

Het oog van de Heer is gericht op de vrome,
zijn oor naar hun smeken gekeerd.
Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af,
zij worden op aarde vergeten.

Naar vromen die roepen luistert de Heer
en redt hen uit iedere nood.
De Heer is nabij voor rouwmoedige harten,
hij helpt wie zijn schuld erkent.

VERS VOOR HET EVANGELIE                Mt. 4, 4b

Niet van brood alleen leeft de mens,
maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.

EVANGELIE                     Mt. 6, 7-15

Gij moet zo bidden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Indie tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Als gij bidt
gebruikt dan geen omhaal van woorden zoals de heidenen ;
want deze menen
dat zij door hun veelheid van woorden verhoring zullen vinden.
“Volght hun voorbeeld dus niet na,
want vóórdat gij Hem vraagt
wet uw Vader wat gij nodig hebt.
“Gij moet daarom zo bidden :
Onze Vader die in de hemel zijt,
uw Naam worde geheiligd;
uw Rijk kome,
uw wil geschiede
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven hebben aan onze schuldenaren.
En leid ons niet in bekoring,
maar behoed ons voor het kwaad.
“Want als gij aan de mensen hun fouten vergeeft
zal uw hemelse Vader ook u vergeven ;
maar als gij niet vergeeft aan de mensen
zal ook uw hemelse Vader uw fouten niet vergeven.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag Eerste week in de veertigdagentijd

Overweging
Jesaja leerde ons vanaf het begin dat vasten geen individuele zaak is. Vasten is gericht op de medemens, op de gemeenschap. De liturgie houdt ons vandaag een aantal belangrijke houdingen voor, die de relatie met de naaste bepalen. Merkwaardig is hoe deze geboden in de eerste lezing op God zelf gefundeerd worden en niet op overweging van het verstand: ‘Ik ben de Heer’: God wil dat we liefde en aandacht hebben voor onze naaste.In het evangelie gaat Jezus nog verder. Hij fundeert niet alleen de welwillende houding tot de naaste. Hij identificeert zich met de naaste, vooral met de meest kwetsbare: “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten, hebt ge voor Mij gedaan”.

EERSTE  LEZING                 Lev. 19, 1-2. 11-18
Spreek rechtvaardig recht over uw volksgenoten.

Uit het Boek Leviticus

De Heer sprak tot Mozes :
“Zeg tot heel de gemeenschap van de Israëlieten :
Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig.
“Gij moogt elkaar niet bestelen, niet beliegen en niet bedriegen.
“Ge moogt mijn naam niet gebruiken voor meineed,
want dan ontwijdt ge de naam van uw God.
“Ik ben de Heer.
“Gij moogt uw naaste niet uitbuiten en hem in niets te kort doen.
“Wat een dagloner verdient
moogt ge niet vasthouden tot de volgende morgen.
“Gij moogt een dove niet vervloeken
en een blinde niets in de weg leggen,
waarover hij struikelen kan.
“Ge moet ontzag hebben voor uw God.
“Ik ben de Heer.
“Wees niet partijdig bij het rechtspreken :
begunstig de arme niet en zie de rijke niet naar de ogen.
“Spreek rechtvaardig recht over uw volksgenoten.
“Strooi geen lasterpraat rond over elkaar
en sta uw naaste niet naar het leven.
“Ik ben de Heer.
“Wees niet haatdragend tegen uw broeder.
“Wijst elkaar terecht :
dan maakt ge u niet schuldig aan de zonde van een ander.
“Neem geen wraak op een volksgenoot
en koester geen wrok tegen hem.
“Bemin uw naaste als uzelf.
“Ik ben de Heer.”

TUSSENZANG            Ps. 19(18), 8, 9, 10, 15

Uw woorden, Heer, zijn geest en leven (Joh. 6,64b)

De wet van de Heer is volkomen,
zij sterkt de onzekere geest.

Zijn voorschriften zijn betrouwbaar,
onwetenden maken zij wijs.

Rechtmatig zijn al zijn bevelen,
bevredigend voor het gemoed.

Laat al mijn spreken en denken
voor U aanvaardbaar zijn, Heer,
voor U, mijn rots en verlosser.

VERS VOOR HET EVANGELIE              II Kor. 6, 2b

Nu is het de gunstige tijd,
vandaag is het de dag van het heil.

EVANGELIE             Mt. 25, 31-46
Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn  broeders
hebt gij voor Mij gedaan.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid
en vergezeld van alle engelen,
dan zal Hij plaats nemen op zijn troon van glorie.
“Alle volken zullen vóór Hem bijeengebracht worden
en Hij zal ze in twee groepen scheiden,
zoals de herder een scheiding maakt
tussen schapen en bokken.
“De schapen zal Hij plaatsen aan zijn rechterhand
maar de bokken aan zijn linker.
“Dan zal de Koning tot die aan zijn rechterhand zeggen :
Komt, gezegenden van mijn Vader,
en ontvangt het Rijk
dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld.
“Want Ik had honger, en gij hebt Mij te eten gegeven,
Ik had dorst, en gij hebt Mij te drinken gegeven,
Ik was vreemdeling, en gij hebt Mij opgenomen,
Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed,
Ik was ziek, en gij hebt Mij bezocht,
Ik was in de gevangenis, en gij hebt Mij bezocht.
“Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen :
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien
en U te eten gegeven,
of dorstig en U te drinken gegeven ?
“En wanneer zagen wij U als vreemdeling
en hebben U opgenomen,
of naakt en hebben U gekleed ?
“En wanneer zagen we U ziek of in de gevangenis
en zijn U komen bezoeken ?
“De Koning zal hun ten antwoord geven :
Voorwaar, Ik zeg u :
al wat gij gedaan hebt
voor een dezer geringsten van mijn broeders
hebt gij voor Mij gedaan.
“En tot die aan zijn linkerhand zal Hij dan zeggen :
Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwig vuur
dat bereid is voor de duivel en zijn trawanten.
“Want Ik had honger, en gij hebt Mij niet te eten gegeven,
Ik had dorst, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven,
Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij niet opgenomen,
naakt, en gij hebt Mij niet gekleed,
Ik was ziek en  in de gevangenis
en gij zijt Mij niet komen bezoeken.
“Dan zullen ook zij antwoorden en zeggen :
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig
of als vreemdeling, of naakt
of ziek, of in de gevangenis,
en hebben wij niet voor U gezorgd ?
“Daarop zal Hij hun antwoorden :
Voorwaar, Ik zeg u :
Al wat gij niet voor een van deze geringsten hebt gedaan
hebt gij ook voor Mij niet gedaan.
“En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf,
maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Eerste zondag in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
De weg van veertig dagen naar Pasen is ingezet.
Aswoensdag herinnerde onze drukdoende wereld eraan
dat we broos en kwetsbaar zijn, van stof en as.
Niet om ons terneer te drukken
maar om te beseffen dat de kracht om écht mens te zijn
een geschenk is van Godswege.

God wil de ziel zijn van ons leven, van onze verlangens,
Hij wil het mooiste in ons naar boven halen.
Daarom nodigt Hij ons ook uit
om niet onszelf centraal te stellen,
maar Hém lief te hebben
en de mensen rondom ons, de kleinen het eerst.
Laten wij dan de weg gaan van bekering en vernieuwing.

EERSTE LEZING                Gen. 2, 7-9; 3,1-7
Schepping van het eerste mensenpaar en zondeval.

Uit het boek Genesis

In het begin boetseerde God de Heer de mens uit stof,
van de aarde genomen,
en Hij blies hem de levensadem in de neus:
zo werd de mens een levend wezen.
Daarna legde God de Heer een tuin aan in Eden,
ergens in het oosten,
en daarin plaatste Hij de mens
die Hij geboetseerd had.
God de Heer liet uit de grond allerlei bomen opschieten,
aanlokkelijk om te zien
en heerlijk om van te eten;
daarbij was ook de boom van het leven
midden in de tuin
en de boom van de kennis van goed en kwaad.

Van alle dieren die God de Heer gemaakt had,
was er geen zo sluw als de slang.
Ze zeide tot de vrouw:
“Heeft God werkelijk gezegd
dat ge van geen enkele boom in de tuin moogt eten ?”
De vrouw zei tot de slang:
“Wij mogen wel eten
van de vruchten van de bomen in de tuin.
“God heeft alleen gezegd:
Van de vruchten van de boom
die midden in de tuin staat,
moogt ge niet eten;
ge moogt ze zelfs niet aanraken;
anders zult ge sterven.”
Maar de slang zei tot de vrouw:
“Gij zult helemaal niet sterven.
“God weet dat uw ogen open zullen gaan
als ge eet van die boom,
en dat ge dan gelijk zult worden aan God
door de kennis van goed en kwaad.”

Toen zag de vrouw
dat het goed eten was van die boom,
en dat hij een lust was voor het oog,
en hoe aantrekkelijk het was
er inzicht door te krijgen.
Zij plukte dus een vrucht en at ervan;
zij gaf er ook van aan haar man die bij haar stond,
en ook hij at ervan.
Nu gingen hun beide ogen open
en zij ontdekten dat zij naakt waren.
Daarom hechtten ze vijgenbladen aaneen
en maakten daar lendeschorten van.

Antwoordpsalm             Ps. 51(50), 3-4, 5-6a, 12-13, 14 en 17

Keervers
Heer, ontferm U, wij hebben gezondigd.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
Was mijn schuld volkomen van mij af,
reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb,
altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.
Jegens U alleen heb ik gezondigd,
wat U tegenstaat heb ik gedaan.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen,
maak mij sterk in edelmoedigheid.
Heer, maakt Gij mijn lippen los,
dat mijn mond uw lof kan zingen.

TWEEDE LEZING              Rom. 5, 12-19 of 12.17-19
Waar de dood begon te heersen, kwam de gave der gerechtigheid tot overvloed.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Door één mens is de zonde in de wereld gekomen
en met de zonde de dood;
en zo is de dood over alle mensen gekomen,
aangezien allen gezondigd hebben.

Er was immers reeds zonde in de wereld,
vóór de wet er was.
Maar de zonde wordt niet aangerekend, waar geen wet is.
Toch heeft de dood als koning geheerst
in de tijd van Adam tot Mozes,
dus ook over hen
die zich niet op de wijze van Adam schuldig hadden gemaakt
aan de overtreding van een gebod.
Adam nu is het beeld van Hem die komen moest.
Maar de genade van God
laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam.
De fout van één mens bracht allen de dood,
maar God schonk allen rijke vergoeding
door de grote gave van zijn genade:
de ene mens Jezus Christus.
Zijn gave is sterker dan die ene zonde.
De rechtspraak die volgde op de ene misstap,
liep uit op een veroordeling,
maar de gratie die na zoveel overtredingen verleend werd,
betekende volledige kwijtschelding.

Door toedoen van één mens begon de dood te heersen,
als gevolg van de val van die mens.
Zoveel heerlijker zullen zij
die de overvloed der genade
en de gave der gerechtigheid ontvangen,
leven en heersen,
dankzij de ene mens Jezus Christus.
Dit betekent:
één fout leidde tot veroordeling van allen,
maar één goede daad leidde tot vrijspraak
en leven voor allen.
En zoals door de ongehoorzaamheid van één mens
allen zondaars werden,
zo zullen door de gehoorzaamheid van Een
allen worden gerechtvaardigd.

Vers voor het evangelie                    Mt. 4, 4b

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
Niet van brood alleen leeft de mens,
maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.
Lof en eer zij U, Heer Jezus.

EVANGELIE                      Mt. 4, 1-11
Jezus vast gedurende veertig dagen en wordt bekoord.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tid werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd
om door de duivel op de proef gesteld te worden.
Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast,
kreeg Hij honger.

Nu trad de verleider op Hem toe en sprak:
“Als Gij de Zoon van God zijt,
beveel dan dat deze stenen hierin brood veranderen.”
Hij gaf ten antwoord:
“Er staat geschreven:
Niet van brood alleen leeft de mens,
maar van elk woord dat komt uit de mond van God.”

Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad,
plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort
en sprak tot Hem:
“Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden,
want er staat geschreven:
Aan zijn engelen zal Hij omtrent U een bevel geven,
dat zij U op de handen nemen,
opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen.”
Jezus zei tot hem:
“Er staat geschreven:
Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen.”

Tenslotte nam de duivel Hem mee naar een heel hoge berg,
vanwaar hij Hem alle koninkrijken van de wereld
toonde in hun heerlijkheid.
En hij zei:
“Dat alles zal ik U geven,
als Gij in aanbidding voor mij neervalt.”
Toen zei Jezus hem:
“Weg, Satan; er staat geschreven:
De Heer uw God zult gij aanbidden
en Hem alleen dienen.”
Nu let de duivel Hem met rust
en er kwamen engelen om Hem te dienen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties bij de zondagse eucharistieviering.

Zaterdag na Aswoensdag

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Bekering en vreugde horen samen. We moeten ons bekeren, en deze ommekeer vreugdevol vieren. Ja, we zijn kleine, gebroken mensen, en ja, we bieden soms weerstand wanneer God wegen gaat met ons die we niet willen gaan. Maar we mogen de vreugde proeven omdat Jezus de zonde vergeeft: omdat Hij geduldig naast ons loopt en ons terug bij de Vader brengt wanneer onze wegen doodlopen. Om ons te bevrijden uit onmacht en kleinheid, uit zonde en duisternis, zal Hij zijn leven geven voor ons. Daarom verbinden christenen de vreugde aan een kruis. Is er een grotere paradox denkbaar?

EERSTE LEZING           Jes. 58, 9b-14

Wanneer gij niet langer uw voordeel najaagt, zult gij vreugde vinden in de Heer.

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt God de Heer :
“Wanneer gij uit uw midden de onderdrukking verwijdert
en de dreigende vingers en de kwaadsprekerij,
wanner gij uw hart voor de hongerige opent
en de mistroostige verzadigt,
dan straalt uw licht in de duisternis,
dan wordt uw nacht als de middag.
“Dan zal de Heer u blijven geleiden ;
Hij zal u in dorre streken verzadigen
en aan uw gebeente zal Hij kracht geven.
“Als een gesproeide tuin zult gij dan worden,
als een bron, waarvan het water nooit wegblijgft.
“Dan bouwt gij de oude ruïnes weer op
en herstelt gij de fundamenten van vroeger.
‘De bressendichter’ zal men u noemen,
‘degene die weer leven brengt in de straten’.
“Wanneer gij op de sabbat
geen reis meer onderneemt
en op mijn heilige berg
niet langer uw voordeel najaagt,
wanneer gij de sabbat uw vreugde noemt
en de heilige dag van de Heer eerbiedigt,
wanneer gij die dag in ere houdt
door niet uw zaken na te gaan
en niet uw voordeel te zoeken
en geen handel te drijven,
dan zult gij vreugde vinden in de Heer ;
dan voer Ik u alle bergen van de aarde over
en laat Ik u genieten
van het erfdeel van Jakob, uw vader.”
Waarlijk, door de mond van de Heer
is dit woord gesproken !

TUSSENZANG                            Ps. 86(85), 1-2, 3-4, 5-6

Leer mij uw weg, Heer, om die trouw te volgen.

Aanhoor mijn gebed, Heer, en wil mij verhoren,
ik ben ongelukkig en arm.
Bescherm mij, want U ben ik toegewijd,
draag zorg voor uw dienaar, hij rekent op U.

Mijn God zijt Gij toch, heb erbarmen met mij,
voortdurend roep ik tot U.
Verblijd het hart van uw dienaar, Heer,
ik richt mij tot U vol vertrouwen.

Gij zijt immers goed en genadig, Heer,
barmhartig voor elk die U aanroept.
Luister dan, Heer, naar mijn bidden,
geef acht op mijn smekende stem.

VERS VOOR HET EVANGELIE            Ez. 18, 31

Werpt alle overtredingen, die gij begaan hebt,
van u weg, zegt de Heer,
en vernieuwt uw hart en uw geest.

EVANGELIE                                    Lc. 5, 27-32

Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars, opdat ze zich bekeren.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd,
bij het tolhuis gekomen, richtte Jezus zijn blik
op een tollenaar die daar zat,
een zekere Levi.
Hij zei tot hem :
“Volg Mij.”
De man stond op, liet alles achter en volgde Hem.
Levi nu bood Hem in zijn huis een groot feestmaal aan,
waarbij onder anderen talrijke tollenaars met hen aanlagen.
De Farizeeën,
met name de schriftgeleerden onder hen,
morden daarover tegen zijn leerlingen :
“Waarom
-zeiden ze –
eet en drinkt gij met tollenaars en zondaars ?”
Maar Jezus nam het woord en sprak :
“Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken.
“Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen
maar zondaars,
opdat ze zich bekeren.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag na Aswoensdag

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
“Scheurt uw hart”, luidde het op Aswoensdag. Ook Jesaja neemt vasten zeer ernstig. Vasten heeft niets met enkele uiterlijke tekenen van doen: “Is dat vasten, zegt de Heer ?” Dan komt als een lawine wat men wel onder vasten moet verstaan. We komen er niet gemakkelijk van af. De liturgie koppelt dit alles aan het korte evangelie waar Jezus (de bruidegom) zijn apostelen van vasten ontslaat zolang Hij in hun midden is.

EERSTE  LEZING                Jes. 58, 1-9a
Is dit soms een vasten dat Mij behaagt.

Uit de profeet Jesaja

Zo spreekt God de Heer :
“Roep het luide uit, houd u niet in,
laat uw stem schallen als een trompet ;
en openbaar mijn volk zijn overtredingen,
het huis van Jakob zijn zonden.
“Zeker, zij raadplegen Mij van dag tot dag,
beijveren zich om mijn wil te kennen,
als waren zij een volk dat gerechtigheid oefent
en de wet van zijn God niet veracht.
“Zij vragen Mij om gerechte vonnissen,
hunkeren naar de tegenwoordigheid van hun God.
“Wij vasten, waarom ziet Gij het niet ?
“Wij vernederen ons, waarom slaat Gij er geen acht op ?
“Zie terwijl gij vast, zijt gij uit op eigen gewin
en buit gij uw arbeiders uit.
“Het is met twist en ruzie dat gij vast,
en driftig slaat gij met de vuist.
“Als gij zo moet vasten
vindt uw gebed in de hemel geen gehoor.
“Is dit soms een vasten dat Mij behaagt,
is zo de dag dat een mens zich vernederen moet :
het hoofd laten hangen als een riet,
op zak en as zich neerleggen ?
“Noemt gij dát vasten,
noemt gij dát soms de dag aan de Heer aangenaam ?
“Het vasten dat Ik wens is dit :
zondige boeien slaken, de bomen van het juk verbreken,
de verdrukten in vrijheid laten gaan, elk juk in stukken slaan,
uw brood verdelen met de hongerigen,
de dakloze zwervers opnemen in uw huis,
de naakten die gij ziet, kleden,
en u niet afkeren van uw eigen vlees.
“Dan zal uw licht stralen als de dageraad,
uw genezing zal voorspoedig zijn ;
uw gerechtigheid zal voor u uitgaan,
de glorie van de Heer u op de voet volgen.
“Wanneer gij dan tot de Heer bidt zal Hij u verhoren,
wanneer gij dan tot Hem roept zal Hij antwoorden : Hier ben Ik !”
Zo spreekt de almachtige Heer.

TUSSENZANG              Ps. 51(50), 3-4, 5-6a, 18-19

Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid,
een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
Was mijn schuld volkomen van mij af,
reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb,
altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.
Jegens U alleen heb ik gezondigd,
wat U tegenstaat heb ik gedaan.

In geschenken hebt Gij geen behagen,
wat ik U ook bied, Gij wilt het niet.
Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid,
een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

VERS VOOR HET EVANGELIE             Ps. 130(129), 5 en 7

Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik ;
want de Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.

EVANGELIE                Mt. 9, 14-15
Wanneer de bruidegom van hen is weggenomen, dan zullen zij vasten.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Op zekere dag
kwamen de leerlingen van Johannes tot Jezus met de vraag :
“Waarom vasten wij en de Farizeeën wel,
maar uw leerlingen niet ?”
Jezus sprak tot hen :
“De vrienden van de bruidegom
kunnen toch niet bedroefd zijn
zolang de bruidegom bij hen is ?
“Er zullen dagen komen
dat de bruidegom van hen is weggenomen ;
dan zullen zij vasten.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.