Donderdag – H. Mutien-Marie Wiaux, klg.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Het gebed van David is uitzonderlijk mooi. Ik zal u een huis bouwen hoorden we gisteren (en vandaag). Huis (beth) heeft de betekenis van gebouw, en ook van familie. Gisteren kwamen beide betekenissen aan bod. Vandaag gaat het over de tweede betekenis: Wie ben ik en wat is mijn huis dat ge me zover gebracht hebt ?
David, die ooit een kleine herdersknaap was, mag dit alles wel beseffen. Daarom komt deze gedachte voortdurend terug in het gebed: verleden en toekomst geven elkaar de hand. Wie ben ik ? Het mag ook ons gebed zijn. De antwoordzang is een echo van psalm 132 op dit gebed.

EERSTE  LEZING         2 Sam. 7, 18-19. 24-29
Wie ben ik, Heer God, en wat is mijn huis ?

Uit het tweede Boek Samuël

Nadat Natan tot David gesproken had,
ging koning David het heiligdom binnen ;
hij zette zich neer voor de Heer en zei :
“Wie ben ik, Heer God, en wat is mijn huis,
dat Gij mij zover gebracht hebt ?
“En nu is U dit alles nog niet genoeg, Heer God :
ook over de toekomst van het huis van uw dienaar spreekt Gij.
“Is dit voor een mens wel weggelegd, Heer God ?
“Gij hebt uw volk Israël voorgoed bevestigd als uw volk
en Gij, Heer, zijt hun God.
“Doe daarom, Heer God, altijd het woord gestand
dat Gij gesproken hebt tot uw dienaar
en tot zijn huis
en handel volgens uw woord.
“Dan zal uw naam voor altijd groot zijn ;
dan zal gezegd worden :
God, de Heer van de hemelse machten is God over Israël
en voor U blijft het huis van uw dienaar David in stand.
“Gij, God, Heer van de hemelse machten, God van Israël,
Gij hebt uw dienaar geopenbaard :
Ik zal u een huis bouwen.
“Daardoor heeft uw dienaar de moed gevonden,
dit gebed tot U te richten.
“Welnu dan, Heer God,
Gij zijt God en uw woorden zijn betrouwbaar ;
Gij hebt deze weldaad aan uw dienaar beloofd.
“Zegen dan nu het huis van uw dienaar,
dat het altijd voor U mag blijven bestaan.
“Gij zelf, Heer God, hebt gesproken ;
uw rijke zegen zal voor altijd rusten
op het huis van uw dienaar.

TUSSENZANG           Ps. 132(131), 1-2, 3-5, 11, 12, 13-14

God de Heer zal Hem de troon van zijn vader
David schenken (Lc. 1, 32b)

Heer, denk in uw mildheid aan David,
aan zijn bezorgdheid voor U ;
hoe hij de Heer had gezworen,
de Sterke van Jakob beloofd :

Ik zal mijn huis niet betreden,
niet rusten gaan op mijn bed ;
ik gun mijn ogen geen slaap meer,
mijn oogleden weiger ik rust,
tot ik voor de Heer een plaats vind,
voor Jakobs Sterke een huis.

De Heer heeft David gezworen
een eed die Hij nimmer breekt :
een telg uit uw geslacht
zal Ik op uw troon verheffen.

Houden uw zonen zich aan mijn verbond,
aan alles wat Ik hen opleg,
dan zullen hun zonen ook voor altijd
zetelen op uw troon.

Want God heeft de Sion gekozen,
haar als een zetel gewild :
hier is mijn rustplaats voor eeuwig,
hier zal Ik wonen, dit is mijn keus.

ALLELUIA          Ps. 119(118), 135

Alleluia.
Laat voor uw dienaar uw Aangezicht stralen, Heer,
laat mij uw beschikkingen zien.
Alleluia.

EVANGELIE        Mc. 4, 21-25
De maat die gij gebruikt zal men ook voor u gebruiken.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd zei Jezus tot de menigte :
“Komt er soms een lamp,
om onder de korenmaat of onder de rustbank gezet te worden
of juist om op de standaard te worden geplaatst ?
“Niets is verborgen dat niet openbaar gemaakt zal worden ;
en niets is geheim dat niet aan het licht zal komen.
“Als iemand oren heeft om te horen, hij luistere.”
Verder zei Hij :
“Let op wat gij hoort.
“De maat die gij gebruikt
zal men ook voor u gebruiken ;
zelfs een toemaat zal men u geven.
“Aan wie heeft zal gegeven worden ;
maar wie niet heeft
hem zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag in de derde week

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
‘Om ons op de been te houden en standvastig te doen volharden in onze opzet, moeten we hetzelfde doen als mensen die op ijs lopen. Ze houden elkaar bij de hand vast, of ondersteunen elkaar onder de arm. Als iemand uitglijdt, zorgt de ander dat hij niet valt en omgekeerd steunt de een de ander ook, wanneer die op zijn beurt dreigt uit te glijden. Ons leven op aarde is als lopen over het ijs, want telkens weer doen zich aanleidingen voor om te wankelen en te vallen’.
(Franciscus van Sales, Conferenties, p. 36)

EERSTE  LEZING                         II Sam. 7, 4-17

Ik zal de nazaat die gij verwekt hebt hoog verheffen
en zijn koninklijke macht in stand houden.

Uit het tweede Boek Samuël

In die dagen werd het woord van de Heer gericht tot Natan :
“Zeg aan mijn dienaar David :
Zo spreekt de Heer :
Gij wilt voor Mij een huis bouwen en Mij daarin laten wonen ?
“Ik heb nooit in een huis gewoond,
sinds de tijd dat Ik de Israëlieten uit Egypte heb geleid
tot vandaag toe ;
steeds ben Ik meegetrokken in een tent,
waar Ik in verbleef.
“Zolang Ik met de Israëlieten meetrok
heb Ik nooit aan iemand gevraagd :
Waarom bouwt gij Mij niet een huis van cederhout ?
“Aan geen van de stammen van Israël,
die Ik had aangesteld om mijn volk te hoeden.
“Zeg daarom aan mijn dienaar David :
Zo spreekt God, de Heer van de hemelse machten :
Ik heb u uit de steppe gehaald, achter de schapen vandaan,
om vorst te zijn over mijn volk Israël.
“Op al uw tochten heb Ik u bijgestaan,
al uw vijanden heb Ik vernietigd,
uw naam heb Ik groot gemaakt als die van de groten der aarde.
“Ik heb mijn volk Israël een gebied gegeven
en het daar geplant om er te wonen.
“Het wordt niet meer opgeschrikt
en door geen boosdoeners verdrukt, zoals vroeger, in de tijd
dat Ik over Israël, mijn volk, rechters had aangesteld.
“Ik heb gezorgd dat al uw vijanden u met rust laten.
“De Heer kondigt u aan
dat Hij voor u een huis zal oprichten.
“Als uw dagen voleind zijn en gij bij uw vaderen rust,
zal Ik de nazaat die gij verwekt hoog verheffen
en zijn koninklijke macht in stand houden.
“Hij zal een huis bouwen ter ere van mijn Naam
en Ik zal zijn koninklijke troon voor altijd in stand houden.
“Ik zal hem tot vader zijn
en hij zal mijn zoon zijn.
“Als hij de verkeerde weg opgaat,
zal Ik hem kastijden met slagen en striemen,
even goed als andere mensen.
“Maar nooit zal Ik hem uit mijn gunst verstoten,
zoals Ik gedaan heb met Saul,
die Ik verstoten heb om plaats te maken voor u.
“Zo zal uw huis en uw koninklijke macht altijd standhouden ;
uw troon staat vast voor eeuwig.”
Al deze woorden, heel dit visioen, bracht Natan over aan David.

TUSSENZANG                        Ps. 89(88), 4-5, 27-28, 29-30

Vooraltijd kan hij rekenen op mijn genade.

Ik heb met David een verbond gesloten,
mijn uitverkoren dienaar met een eed beloofd :
Ik zal uw nageslacht in stand houden voor eeuwig,
in alle tijden blijft uw troon bestaan.

Hij zal Mij aanroepen : Gij zijt mijn Vader,
mijn God, de steenrots van mijn heil.
Ik wijs hem aan als eerstgeborene,
als hoogste van de koningen der aarde.

Voor altijd kan hij rekenen op mijn genade,
voor immer blijft mijn bond met hem van kracht.
Ik zal aan zijn geslacht geen einde maken,
noch aan zijn troon, zolang de hemel dagen heeft.

ALLELUIA                        Ps. 119(118), 105

Alleluia.
Uw woord is een lamp voor mijn voeten, Heer,
het is een licht op mijn pad.
Alleluia.

EVANGELIE                        Mc. 4, 1-20

Eens ging een zaaier uit om te zaaien.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd
begon Jezus te leren aan de oever van het meer.
Zeer veel volk verzamelde zich bij Hem,
zodat Hij in een boot die op het water lag moest stappen
om daar plaats te nemen,
terwijl al het volk zich langs het meer op het land bevond.
Hij leerde hun vele dingen door middel van gelijkenissen,
en in zijn onderrichting zei Hij tot hen :
“Luistert.
“Eens ging een zaaier uit om te zaaien.
“Toe hij aan het zaaien was
viel een gedeelte op de weg en de vogels kwamen het opeten.
“Een ander gedeelte viel op de rotsachtige plekken
waar het niet veel aarde had ;
het schoot snel op omdat het in ondiepe grond lag.
“Maar toen de zon was opgekomen
kreeg het te lijden van de hitte,
zodat het verdorde bij gebrek aan wortel.
“Weer een ander gedeelte viel onder de distels en deze schoten op
zodat het zaad verstikte en geen vrucht opleverde.
“Een ander gedeelte tenslotte viel op goede grond
en doordat het opschoot en zich ontwikkelde,
leverde het vrucht op
en bracht het dertig-, zestig- en honderdvoudige voort.”
En Hij voegde er aan toe :
“Wie oren heeft om te horen, hij luistere.”

Toen Hij weer alleen was
stelde zijn omgeving, ook de twaalf,
Hem vragen omtrent de gelijkenissen.
Hij antwoordde hun :
“Aan u is het geheim van het Rijk Gods geschonken
maar zij die erbuiten staan, krijgen alles in gelijkenissen,
opdat zij wel scherp kijken met hun ogen maar niet zien,
en wel luisteren met hun oren maar niet verstaan,
opdat zij zich niet zouden bekeren en vergiffenis krijgen.”
En Hij vervolgde :
“Begrijpt ge deze gelijkenis niet ?
“Hoe zult ge dan alle gelijkenissen verstaan ?
“De zaaier zaait het woord.
“Die op de weg
-waar het woord gezaaid wordt –
zijn de mensen bij wie als zij het gehoord hebben,
terstond de satan komt
en het woord wegrooft dat gezaaid ligt in hun binnenste.
“Op dezelfde manier
zijn die op de rotsachtige plekken gezaaid worden
de mensen die als zij het woord gehoord hebben,
het terstond met blijdschap opnemen ;
maar zij hebben geen wortel geschoten, leven bij het ogenblik,
en als zij omwille van het woord onderdrukt of vervolgd worden,
komen zij onmiddellijk ten val.
“Die tussen distels gezaaid worden zijn weer anderen,
die het woord wel gehoord hebben,
maar wanneer de zorgen van de wereld,
de begoocheling van de rijkdom
en de begeerten naar al het andere binnendringen,
verstikken deze het woord en zo blijft het zonder vrucht.
“De in de goede grond gezaaiden
zijn de mensen die het woord horen,
het in zich opnemen en vrucht dragen :
dertig-, zestig- en honderdvoudig.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag – H. Thomas van Aquino, pr. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Door de verovering van Jeruzalem en het overbrengen van de ark legt David de basis voor een centralistische aanpak, zowel politiek als religieus. Het hart van zijn rijk ligt in Jeruzalem. Het overbrengen van de ark legitimeert en onderbouwt zijn politieke status met een religieus fundament. Merk op dat dit alles zeer ritueel en plechtig gebeurt. Toch is die basis niet zo sterk als ze aanvankelijk voorkomt. Onderliggende stromingen zullen hem en zijn opvolgers nog heel wat problemen bezorgen.

EERSTE  LEZING                       II Sam.  6, 12b-15. 17-19

David en alle Israëlieten
brachten onder gejuich de ark des Heren over.

Uit het tweede Boek Samuël

In die dagen
bracht David de ark van God
uit het huis van Obededom
vol vreugde naar de Davidstad over.
Nadat de dragers van de ark zes stappen gezet hadden,
offerde David een gemeste stier.
Onderweg danste hij geestdriftig voor de Heer uit,
slechts gekleed in een linnen borstkleed.
Zo brachten David en alle Israëlieten
onder gejuich en bazuingeschal de ark van de Heer over.

Zij werd de stad binnengedragen en op haar plaats gebracht,
midden in de tent die David voor haar had opgezet.
Daarna droeg David brand- en slachtoffers op aan de Heer.
Na het opdragen van de brand- en slachtoffers
zegende hij het volk met de naam van God,
de Heer van de hemelse machten.
Aan alle aanwezigen, aan alle Israëlieten die daar bijeenwaren,
mannen en vrouwen,
liet hij een plat brood,
een klomp dadels en een rozijnenkoek uitdelen.
Daarop ging iedereen naar huis.

TUSSENZANG                         Ps. 24(23), 7, 8, 9, 10

Wie is deze Koning der glorie ?
De Heer is de koning der glorie.

Poorten, heft uw kroonlijsten op,
gaat open, aloude deuren :
de Koning der glorie moet binnengaan.

Wie is deze Koning der glorie ?
De Heer, de sterke, de machtige,
de Heer, de held in de strijd.

Poorten, heft uw kroonlijsten op,
gaat open, aloude deuren :
de Koning der glorie moet binnengaan.

Wie is deze Koning der glorie ?
De Heer van de hemelse machten,
Hij is de Koning der glorie.

ALLELUIA                         Ps. 119(118), 36a, 29b

Alleluia.
Mijn hart zij gericht op wat Gij verordent, Heer ;
geef mij uw wet als gids.
Alleluia.

EVANGELIE                          Mc. 3, 31-35

Mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder
zijn zij die de wil van God volbrengen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Eens kwamen Jezus’ moeder en zijn broeders,
en terwijl zij buiten bleven staan,
stuurden ze iemand naar Hem toe om Hem te roepen.
Er zat veel volk om Hem heen, dat het bericht doorgaf :
“Uw moeder en uw broeders daarbuiten vragen naar U.”
Jezus gaf hun ten antwoord :
“Wie is mijn moeder,
wie zijn mijn broeders?”
En terwijl Hij zijn blik liet gaan
over de mensen die in een kring om Hem heen zaten zei Hij :
“Ziehier mijn moeder en mijn broeders.
“Want mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij
die de wil van God volbrengen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag – H. Angela Merici, mgd.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen

en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging 

De David-cyclus zit gedeeltelijk verweven in de Samuel-cyclus en in de Saul-cyclus. Tijdens zijn vroegere jaren leefde hij in de schaduw én van Saul én van de Filistijnen. Vanaf het tweede boek Samuel kan David helemaal zichzelf zijn in zijn opgang naar de top. Aanvankelijk is hij slechts leider in Juda. De eerste stap is het verkrijgen (in Hebron) van het leiderschap van alle stammen. De verovering van Jeruzalem zal een volgende stap zijn.

EERSTE LEZING                    2 Sam 5, 1-7.10

Gij zult mijn volk Israël weiden.

Uit het tweede Boek Samuel

In die dagen
begaven alle stammen van Israël zich naar David in Hebron
en zeiden :
“Hier zijn wij, uw eigen vlees en bloed.
“Vroeger al, toen Saul nog over ons regeerde,
waart gij degene, die de troepen van Israël aanvoerde.
“Daarenboven heeft de Heer u verzekerd :
Gij zult mijn volk Israël weiden :
gij zijt het die over Israël zult heersen.”
Alle oudsten van Israël kwamen naar de koning in Hebron
en koning David sloot daar met hen een verbond
ten overstaan van de Heer ;
zij zalfden David tot koning over Israël.
David was dertig jaar toen hij koning werd
en hij regeerde veertig jaar lang.
In Hebron regeerde hij zeven jaar en zes maanden over Juda
en in Jeruzalem drieëndertig jaar
over geheel Israël en Juda.

De koning en zijn mannen trokken op naar Jeruzalem,
tegen de Jebusieten, de bewoners van de streek.
Die riepen David toe :
“Hier komt u niet binnen !
“Voorwaar, blinden en kreupelen houden u tegen.”
Ze bedoelden : David komt hier nooit binnen.
Toch veroverde David de vesting Sion, de Davidstad.
En de macht van David nam steeds meer toe :
de Heer, de God van de hemelse machten stond hem bij.

TUSSENZANG             Ps. 89(88), 20, 21-22, 25-26

Mijn trouw en mijn genade leiden hem.

Eertijds zijt Gij aan uw profeet verschenen
en hebt Gij uw besluit geopenbaard :
een sterke man heb Ik de troon geschonken,
een uitverkorene genomen uit het volk.

Mijn dienaar David heb Ik opgezocht
en hem gezalfd met mijn gewijde olie;
als teken dat mijn hand hem steeds zal steunen
en dat mijn arm hem kracht verlenen zal.

Mijn trouw en mijn genade leiden hem,
mijn Naam zal hem de zegen schenken.
Zijn hand laat Ik hem leggen op de zee,
zijn rechter op de stromen in het oosten.

 

ALLELUIA                  Ps. 119(118), 34

Alleluia.
Geef mij begrip om uw wet na te leven, Heer,
om haar te volgen met heel mijn hart.
Alleluia.

EVANGELIE                 Mc. 3, 22-30

Wanneer de satan verdeeld is, dan is zijn einde gekomen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd zeiden de schriftgeleerden over Jezus
dat Beëlzebub in Hem huisde
en dat Hij door middel van de vorst der duivels
de duivels uitdreef.
Jezus riep hen bij zich en sprak tot hen in gelijkenissen :
“Hoe kan de ene satan de andere uitdrijven ?
“Wanneer een rijk innerlijk verdeeld is
kan dat rijk geen stand houden.
“Wanneer een huis innerlijk verdeeld is
zal dat huis geen stand kunnen houden.
“En wanneer de satan opstaat tegen zichzelf en verdeeld is,
kan hij geen stand houden, maar is zijn einde gekomen.
“Bovendien,
niemand kan binnendringen in het huis van een sterke
om zijn huisraad te roven
als hij niet eerst die sterke heeft gebonden.
“Dan pas kan hij zijn huis leeghalen.
“Voorwaar, Ik zeg u :
alle zonden zullen aan de mensen vergeven worden,
ook alle godslasteringen die zij uitgesproken hebben,
maar als iemand lastert tegen de heilige Geest
krijgt hij in eeuwigheid geen vergiffenis ;
hij is bezwaard met een eeuwig blijvende zonde.”
Dit omdat zij gezegd hadden :
er huist een onreine geest in Hem.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

 

                                                    

Derde zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
Na de doop door Johannes gaat Jezus zijn eigen weg.
Hij begint zijn zending vanuit Galilea
waar volgens de Schrift ‘het volk woont dat in duisternis zit’.
Van begin af aan blijkt
dat Jezus’ verkondiging geen eenmanszaak is.
Hij vraagt gewone mensen om met Hem mee te doen,
om samen met Hem mensen op te vissen
uit hun duisternis en eenzaamheid.
Die oproep om medewerking: ‘Kom, volg Mij’
herhaalt Hij, generatie na generatie,
ook in onze tijd.

EERSTE LEZING                 Jes. 8,23b-9,3
Het volk ziet een groot licht.

Uit de profeet Jesaja

In vroeger tijd is er oneer gebracht
over het land Zebulon en over het land Naftali,
maar in de toekomst wordt er eer gebracht
over de zeeweg
en de overkant van de Jordaan,
en over het gewest van de heidenen.

Het volk dat in het donker wandelt,
ziet een groot licht;
een licht straalt over hen
die wonen in het land van doodse duisternis.
Gij hebt hun blijdschap vermeerderd,
hun vreugde vergroot.
Voor uw aanschijn zijn zij vol vreugde,
een vreugde als die om de oogst,
als die van mensen,
die jubelen bij het verdelen van de buit.

Want het juk dat zwaar op het volk drukte,
de stang op hun schouders
en de stok van hun drijvers:
Gij hebt ze stukgebroken
als op de dagen van Midjan.

Antwoordpsalm             Ps. 27(26), 1, 4, 13-14

Keervers
De Heer is mijn licht en mijn leidsman.

De Heer is mijn licht en mijn leidsman,
wie zou ik vrezen;
De Heer is de schuts van mijn leven,
voor wie zou ik bang zijn ?

Eén ding vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen:
dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef.
Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren,
zijn tempel weer met eigen ogen mag zien.

Ik reken erop in het land van de levenden
het heil van de Heer te aanschouwen.
Zie uit naar de Heer en houd dapper stand,
wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

TWEEDE  LEZING         I Kor. 1, 10-13.17
Weest allen eensgezind, laat er geen verdeeldheid onder u zijn.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

ik bezweer u bij de naam van Jezus Christus:
weest allen eensgezind,
laat er geen verdeeldheid onder u zijn;
weest volkomen één van zin en één van gevoelen.

Er is mij namelijk door de huisgenoten van Cloë over u verteld,
broeders en zusters, dat er onenigheid onder u heerst.
Ieder van u schijnt zijn eigen leus te hebben:
‘Ik ben van Paulus’. ‘Ik van Apollos’.
‘Ik van Kefas’. ‘Ik van Christus’.
Is Christus dan in stukken verdeeld ?
Is Paulus voor u gekruisigd ?
Of zijt gij gedoopt in de naam van Paulus ?

Christus heeft mij niet gezonden om te dopen.
Hij heeft mij gezonden om het evangelie te verkondigen,
en dat niet met fraaie en geleerde woorden;
anders zou het kruis van Christus zijn kracht verliezen.

Vers voor het evangelie         Mt.  4,23

Alleluia.
Jezus verkondigde de Blijde Boodschap van het koninkrijk,
Hij genas alle ziekten en kwalen onder het volk.

EVANGELIE               Mt. 4, 12-23 of 12-17
Hij vestigde zich in Kafarnaüm opdat in vervulling zou gaan het woord van de profeet Jesaja.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Toen Jezus vernam dat Johannes was gevangen genomen,
week Hij uit naar Galilea.
Met voorbijgaan echter van Nazaret
vestigde Hij zich in Kafarnaüm
aan de oever van het meer,
in het grensgebied van Zebulon en Naftali,
opdat in vervulling zou gaan het woord van de profeet Jesaja:

“Land van Zebulon, land van Naftali,
liggend aan de zee, Overjordanië:
Galilea van de heidenen !
“Het volk dat in de duisternis zat,
heeft een groot licht aanschouwd;
en over hen die in het land
van doodse duisternis gezeten waren,
over hen is een licht opgegaan.”

Van toen afbegon Jezus te prediken en te zeggen:
“Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij.”

Eens toen Hij zich bij het meer van Galilea ophield,
zag Hij twee broers, Simon die Petrus wordt genoemd
en diens broer Andreas.
Zij waren bezig het net uit te werpen in het meer;
het waren namelijk vissers.
Hij sprak tot hen:
“Komt, volgt Mij;
Ik zal u vissers van mensen maken.”
Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.
Iets verder zag Hij nog twee broers,
Jokobus, de zoon van Zebedeüs, en diens broer Johannes;
met hun vader Zebedeüs waren zij in de boot
de netten aan het klaarmaken.
Hij riep hen,
en onmiddellijk lieten zij de boot en hun vader achter
en volgden Hem.
jezus trok rond door geheel Galilea,
terwijl Hij als leraar optrad in de synagogen,
de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk
en alle ziekten en kwalen onder het volk genas.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Openingswoord uit Liturgische suggesties bij de zondagse eucharistieviering

Zaterdag- Bekering van de H. Apostel Paulus

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Paulus legde een hele weg af: van onvermoeibaar vervolger van christenen tot vurig verkondiger van de verrezen Heer. Enerzijds is het een van de grootste bekeringen of zelfs de grootste die we kennen en die de evolutie van het wereldchristendom heeft bepaald. Anderzijds kan men het moeilijk een bekering noemen. Paulus heeft het zelf zo aangevoeld alsof hij zich af-keerde van een zondig leven: het vervolgen en doden van christenen. Maar dit was in elk geval onwetendheid, en geïnspireerd door een farizeïsche volmaaktheidsijver die trouw wilde zijn aan de Wet, de Thora van God. Wij kunnen het eerder zien als een toe-kering. Hij heeft zich naar Christus toegewend en dit met een onvoorwaardelijkheid die haar gelijke niet kent. In dit soort be-kering gaat Paulus elke christen voor. Zich dagelijks naar Christus toe-keren, is het enige zoeken waar het werkelijk op aankomt.

Paulus’ weg is een weg die we herkennen: geloven in de Christus betekent ook voor ons op de cruciale momenten in ons leven vallen en opstaan, aarzelen en ons overgeven aan Gods liefde. Een weg waarop wij op het eerste gezicht vastlopen, kan een weg zijn waarop God ons tegemoet komt. Laten we niet bang zijn om te gaan waar Hij ons vraagt te gaan.

EERSTE LEZING               Hand. 22, 3-16

Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen
onder aanroeping van de naam Jezus.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen zei Paulus tot het volk :
“Ik ben een Jood,
geboren te Tarsus in Cilicië,
maar hier in deze stad grootgebracht
en aan de voeten van Gamaliël opgevoed
volgens de strenge opvattingen van de voorvaderlijke Wet.
“Ik was een ijveraar voor God
zoals gij allen heden zijt
en ik heb deze weg vervolgd ten dode toe,
mannen en vrouwen in boeien geslagen
en in de gevangenis geworpen,
zoals trouwens de hogepriester en de hele raad der oudsten
van mij kunnen getuigen.
“Met brieven van hen trok ik naar de broeders in Damascus
om ook de mensen daar
geboeid naar Jeruzalem te voeren en te laten bestraffen.
“maar onderweg, toenik al dicht bij Damascus was
omstraalde mij rond het middaguur
plotseling een fel licht uit de hemel.
“Ik viel ter aarde
en ik hoorde een stem tot mij zeggen :
Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij ?
“Ik antwoordde :
Wie zijt gij, Heer ?
“Hij hernam :
Ik ben Jezus van Nazaret die gij vervolgt.
“Mijn metgezellen zagen wel het licht
maar hoorden niet de stem van Hem die mij toesprak.
“Ik zei : Wat moet ik doen, Heer ?
“En de Heer weer tot mij : Sta op
en vervolg uw reis naar Damascus ;
daar zal men u alles zeggen wat gij te doen hebt.
“omdat ik echter niet zien kon
tengevolge van de schittering van het licht,
werd ik door mijn gezellen bij de hand geleid
en zo kwam ik in Damascus aan.
“Een zekere Ananias, een wetgetrouw man
die om zijn goede naam en faam bekend staat
bij alle Joodse ingezetenen,
kwam mij bezoeken,
ging voor mij staan en sprak :
Saul, broeder, word weer ziende !
“Op hetzelfde ogenblik zag ik hem staan.
“Toen zei hij :
De God van onze vaderen heeft u voorbestemd
om zijn wil te leren kennen,
de Rechtvaardige te zien
en een stem uit diens mond te horen,
omdat gij voor Hem bij alle mensen zult moeten getuigen
van wat ge gezien en gehoord hebt.
“Wat aarzelt gij dan nog ?
“Sta op, laat u dopen
en uw zonden afwassen onder aanroeping van zijn Naam.”

TUSSENZANG                  Ps. 117(116)

Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie aan heel de schepping;
(Mc. 16,15)

Alleluia.

Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer, alle volken rondom.

Omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft ;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

ALLELUIA                Joh. 15, 16

Alleluia.
Ik heb u uitgekozen
en ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan
en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn.
Alleluia.

EVANGELIE                   Mc. 16, 15-18

Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd verscheen Jezus aan de elf en zei :
“Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt  het evangelie aan heel de schepping.
“Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden,
maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden.
“En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen :
in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven,
nieuwe talen spreken,
slangen opnemen ;
zelfs als ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen ;
en als ze aan zieken de handen opleggen
zullen dezen genezen zijn.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag H. Franciscus van Sales, b. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging van de hand van de h. Franciscus
‘Christus was een vriend voor alle mensen, zonder uitzondering; Allen die, waar ook ter wereld, Christus liefhebben, vormen samen één grote gemeenschap die Hem in onderlinge vriendschap wil navolgen. Vanuit de verbondenheid kunnen zij bijdragen aan de genezing van de wonden waaraan de mensheid lijdt. Het is onmogelijk om je geloof helemaal alleen te beleven. Geloof begint altijd met een ervaring van gemeenschap, met het besef dat Christus de bron is van een onbegrensde eenheid. Plaatselijke gemeenschappen, parochies, gebedsgroepen, kerken zijn bedoeld om voortdurend te groeien in vriendschap! Het moeten plaatsen worden waar men elkaar een warm welkom geeft en elkaar ondersteunt, met aandacht voor kleine en zwakke mensen, voor vreemdelingen en voor hen die onze idealen niet delen’. (Frère Aloïs, Taizé 2014)

EERSTE  LEZING              I Sam. 24, 3-21
De Heer beware mij ervoor dat ik de hand zou slaan
aan hem die zijn gezalfde is.

Uit het eerste Boek Samuël

In die dagen koos Saul
drieduizend uitgelezen manschappen uit heel Israël
en hij ging op zoek naar David en zijn mannen,
ten oosten van de steenbokrotsen.
Op zijn weg kwam hij bij de schaapskooien.
Daar is een spelonk
en Saul ging die binnen om zich af te zonderen.
Maar achter in die spelonk zaten David en zijn mannen !
De mannen zeiden tot David :
“Dit is het ogenblik dat de Heer bedoelde toen Hij u zei :
Ik lever uw vijand aan u over.
“Doe met hem wat gij wilt.”
Toen stond David op en zonder dat Saul iets merkte
sneed hij een slip van diens mantel af.
Zijn hart bonsde
omdat hij de slip van Sauls mantel had afgesneden.
daarop zei hij tot zijn mannen :
“De Heer beware mij ervoor
dat ik mij zou vergrijpen aan mijn heer, de gezalfde van God,
dat ik de hand zou slaan aan hem
die de gezalfde van de Heer is.”
Met deze woorden hield David zijn mannen in bedwang
en liet niet toe dat zij zich op Saul wierpen.
Intussen was Saul opgestaan ;
hij verliet de spelonk om zijn weg te vervolgen.
Toen ging ook David de spelonk uit en riep Saul na :
“Mijn Heer en koning !”
Saul keek om en David boog zich neer tot op de grond
om hem zijn hulde te betuigen.
Hij zei tot Saul :
“Waarom luistert u toch naar de praatjes van de mensen
als zou David uw ongeluk willen ?
“U ziet nu met uw eigen ogen
dat de Heer u in de spelonk aan mij had overgeleverd.
“Ze wilden u doden,
maar ik heb u gespaard en gezegd :
Ik vergrijp mij niet aan mijn heer,
want hij is de gezalfde van God.
“Kijk, mijn vader,
kijk naar de slip van uw mantel die ik in mijn hand heb.
“Dat ik de slip van uw mantel heb kunnen afsnijden
en u niet heb gedood
moet voor u toch een duidelijk bewijs zijn
dat ik geen boze of opstandige bedoelingen heb.
“Ik heb niets tegen u misdaan
en toch hebt u het op mijn leven gemunt.
“De Heer moge oordelen,
wie van ons beiden in zijn recht staat,
en de Heer moge mij wreken op u :
ik zal niet de hand aan u slaan.
“Het oude spreekwoord zegt :
Van boosheid gaat boosheid uit.
“Ik zal niet de hand aan u slaan.
“Tegen wie trekt de koning van Israël eigenlijk uit?
“Achter wie zit u eigenlijk aan ?
“Het gaat toch maar om een dode hond of een vlo!
“De Heer zal rechter zijn en oordelen,
wie van ons beiden in zijn recht staat ;
Hij moge toezien, mijn zaak verdedigen
en mij recht verschaffen tegen u.”
Toen David dit gezegd had, riep Saul :
“Is dat jouw stem, mijn zoon David ?”
En Saul begon luid te schreien.
En hij zei tot David :
“Gij zijt rechtschapen, ik niet,
want terwijl ik u kwaad doe, behandelt gij me goed.
“Vandaag hebt gij getoond dat ge het goed met mij voorhebt.
“De Heer had mij aan u overgeleverd
en toch hebt ge me niet gedood.
“Wie laat ooit zijn vijand ongedeerd heengaan,
als hij hem in handen krijgt ?
“De Heer zal u belonen
om hetgeen ge vandaag voor mij gedaan hebt.
“Nu weet ik dat gij koning wordt
en dat de koninklijke macht over Israël
in uw handen zal blijven.”

TUSSENZANG               Ps. 57(56), 2, 3-4, 6, 11

Wees mij genadig, god, wees mij genadig.

Wees mij genadig, God, wees mij genadig,
bij U zoek ik mijn heil.
Ik houd mij schuil onder uw vleugels
totdat het onheil wijkt.

Ik roep tot God, de Allerhoogste,
tot God, die voor mij zorgt ;
dat Hij mij redding zendt vanuit de hemel
en mijn vervolgers smadelijk verjaagt.

Vertoon U in den hoge, God, in majesteit,
uw glorie strale over heel de aarde.
Omdat uw medelijden wijd is als de hemel,
uw troon tot aan de wolken reikt.

ALLELUIA              Ps. 119(118), 18

Alleluia.
Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer,
de heerlijkheid van uw wet.
Alleluia.

EVANGELIE             Mc. 3, 13-19
Jezus riep tot zich die Hij zelf wilde ; en zij kwamen bij hem.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd ging Jezus de berg op
en riep tot zich die Hij zelf wilde ;
en zij kwamen bij Hem.
Hij stelde er twaalf aan om Hem te vergezellen
en door Hem uitgezonden te worden om te prediken,
met de macht de duivels uit te drijven.
Hij wees dus deze twaalf aan ;
Simon, die Hij de naam Petrus gaf ;
verder Jakobus, de zoon van Zebedeüs
en Johannes, de broer van Jakobus,
aan wie Hij de naam Boanérges gaf, wat betekent :
zonen van de donder ;
vervolgens Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs,
Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs,
Taddeüs, Simon de IJveraar
en Judas Iskariot, die Hem overgeleverd heeft.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag – Tweede week door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging in het kader van deze gebedsweek
‘Al biddend dringt tot me door dat ik met God verbonden ben, door Hem bemind, in zijn handen, ook als ik op duisternis en weerstand bots. Onthutsend is deze liefde,een bijna niets, een ragfijn draadje door de duisternis. En ik weet dat het mij kan ontglippen als ik dat ene uur verzuim dat mij werd gevraagd te waken ‘om niet in bekoring te vallen’. Daarom geloof ik samen met heel wat spirituele meesters uit andere religieuze tradities van de mensheid dat we moeten volharden in het gebed. Ik moet bidden zonder iets terug te verwachten.’
(Broeder Christian de Chergé, L’invincible espérance)

EERSTE  LEZING                               I Sam 18, 6-9; 19, 1-7

Mijn vader Saul wil je doden.

Uit het eerste Boek Samuël

Toen David in die dagen
terugkeerde van zijn overwinning op de Filistijn,
trokken de vrouwen uit alle steden van Israël
koning Saul zingend en dansend tegemoet,
met tamboerijnen, vreugdeliederen en triangels.
De dansende vrouwen hieven een beurtzang aan en zongen :
“Bij duizenden sloeg Saul ze neer,
maar David bij tienduizenden !”
Saul was zeer ontstemd
en ergerde zich hevig aan die woorden ; hij zei :
“Aan David geven zij tienduizenden, aan mij duizenden ;
alleen het koningschap ontbreekt hem nog maar !”
Vanaf dat ogenblik bekeek Saul David met afgunst !”
Hij deelde zijn zoon Jonatan en al zijn hovelingen mee
dat hij David wilde doden.
Daarop liet Jonatan weten
aan David, die hij bijzonder genegen was :
“Mijn vader Saul wil je doden.
“Wees morgenochtend op je hoede ;
zoek een schuilplaats en houd je verborgen.
“Ik ga dan de stad uit
en kom met mijn vader in jouw nabijheid staan.
“Dan spreek ik met mijn vader over jou
en wat ik te horen krijg laat ik je weten.”
Jonatan pleitte dus voor David bij zijn vader Saul
en zei tot hem :
“Laat de koning zich niet vergrijpen aan zijn dienaar David.
“Hij heeft niets tegen u misdaan.
“Integendeel, wat hij gedaan heeft
is u zeer voordelig geweest.
“Hij heeft zijn leven op het spel gezet ;
hij heeft de Filistijnen verslagen
en de Heer heeft Israël een grote overwinning geschonken.
“Gij hebt het gezien en u erover verheugd.
“Waarom zoudt u zich dan vergrijpen
aan onschuldig bloed en David zonder enige reden doden?”
Saul luisterde naar Jonatan en zwoer :
“Zowaar de Heer leeft, David wordt niet gedood !”
Toen riep Jonatan David
en vertelde hem alles wat er gezegd was.
Hij bracht David bij Saul
en David diende Saul opnieuw zoals voorheen.

TUSSENZANG                        Ps. 56(55), 2-3, 9-10, 11, 12-13

Op de Heer vertrouw ik zonder vrees.

Wees genadig, God, nu mensen mij vertrappen,
steeds bestoken en benadelen zij mij.
Mijn bestrijders kwellen mij voortdurend,
vallen op mij aan met man en macht.

Heel mijn zwerversleven kent Gij,
al mijn tranen hebt Gij opgevangen in uw kruik.
Maar mijn vijand wijkt als ik U aanroep,
ja, ik weet het, God verlaat mij niet !

Op de Heer en zijn belofte,
op de Heer vertrouw ik zonder vrees ;
hoe zou dan een mens mij deren ?

Wat ik U beloofd heb, God, zal ik volbrengen,
U breng ik het offer van mijn lof.

Want door U ben ik de dood ontkomen,
Gij behoedt mijn voeten voor de val.
Daardoor kan ik voortgaan voor Gods Aanschijn
in het licht dat alle levenden verlicht.

ALLELUIA                         Ps. 119(118), 27

Alleluia.
Leid mij op de weg van uw bevelen, Heer,
dan zal ik uw daden indachtig zijn.
Alleluia.

EVANGELIE                             Mc. 3, 7-12

De onreine geesten schreeuwden : Gij zijt de zoon van God.
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk Hem bekend te maken.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd trok Jezus met zijn leerlingen weg
in de richting van het meer,
maar een grote volksmenigte uit Galilea ging Hem achterna.
Er kwamen ook veel mensen uit Judea, Jeruzalem, en Iduméa,
uit het Overjordaanse
en uit de streek rond Tyrus en Sidon tot Hem,
omdat ze hoorden wat Hij allemaal deed.
Hij droeg zijn leerlingen op
te zorgen dat er een bootje voor Hem bij de hand was,
als voorzorg tegen het opdringen van de menigte.
Want Hij had er al velen genezen,
met het gevolg dat allen die aan kwalen leden
op Hem aandrongen om Hem aan te raken.
Zelfs de onreine geesten vielen
als zij Hem zagen,
voor Hem neer en schreeuwden :
“Gij zijt de Zoon van God.”
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk Hem bekend te maken.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag H. Vincentius, diaken en mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging in het kader van deze gebedsweek
In Christus is Gods liefde op aarde verschenen: nooit zal Hij zijn liefde weigeren. hij overschrijdt alle grenzen, overstijgt alle verschillen. De kleinsten krijgen zijn aandacht. Uitgestoten of veracht, ziek en arm, klein en onaanzienlijk, bang en nederig: allen zal Hij helen en een nieuwe plaats geven onder mensen. daarom zetten ook wij ons in voor het doorbreken van gesloten kringen, en worden wij geroepen om dragers te worden van Gods liefde. Want ‘is het niet eerder geoorloofd te redden dan te doden’?

EERSTE  LEZING                                                        I 1 1 Sam. 17, 32-33.37.40-51
Met slinger en steen was David sterker dan de Filistijn.

Uit het eerste Boek Samuël

In die dagen,
werd David bij Saul gebracht, en hij zei :
“Laat niemand de moed verliezen vanwege die Filistijn ;
uw dienaar zal met hem gaan vechten.
Saul zei tot David :
“Jij kunt toch niet met die Filistijn gaan vechten !
“Je bent nog maar een knaap
en hij is een vechtersbaas, vanaf zijn jonge jaren.”
Maar David zei :
“De Heer, die mij gered heeft
uit de klauwen van leeuwen en beren,
Hij zal mij ook redden uit de handen van die Filistijn.”
Daarop zei Saul tot David :
“Ga dan, en moge de Heer met je zijn.”

David nam zijn stok in de hand,
zocht in de beek vijf gladde stenen uit,
deed ze in zijn herderstas, de tas voor de slingerstenen,
en ging met zijn slinger in de hand op de Filistijn af.
Daar kwam de Filistijn aan, voorafgegaan door zijn schildknaap ;
steeds dichter naderde hij David.
Maar toen hij David in het oog had gekregen
en hem goed had bekeken,
begon hij hem te honen,
omdat David nog maar een jongen was,
rossig en prettig van voorkomen.
Hij riep David toe :
“Ben ik soms een hond,
dat je met een stok op me afkomt ?”
En hij begon David bij zijn goden te vervloeken.
“Kom maar eens hier, riep hij hem toe,
dan zal ik je vlees te vreten geven
aan de vogels in de lucht en aan de dieren op het veld.”
Maar David zei tot de Filistijn :
“Gij komt op mij af met zwaard en werpspies,
maar ik kom op u af
met de naam van de Heer van de legermachten,
die gij hebt getart.
“Vandaag zal de Heer u aan mij overleveren ;
ik zal u neervellen, uw hoofd van uw romp scheiden
en vandaag nog de lijken van de Filistijnen te vreten geven
aan de vogels in de lucht en de dieren op het veld.
“Heel de aarde zal weten dat Israël een God heeft.
“Heel deze menigte zal weten
dat de Heer geen redding brengt door zwaard of lans.
“Want de Heer beslist over de strijd
en Hij zal u aan ons overleveren.”
Toen de Filistijn tot de aanval overging,
rende David op de gelederen af, de Filistijn tegemoet.
Hij deed een greep in zijn tas,
nam er een steen uit, slingerde die naar de Filistijn
en trof hem tegen het voorhoofd.
De steen drong in het hoofd
en de Filistijn viel voorover op de grond.
Zo was David met zijn slinger en steen
sterker dan de Filistijn ;
hij trof hem dodelijk zonder een zwaard te gebruiken;
Nu rende David op de Filistijn toe;
hij ging bij hem staan,
trok het zwaard van de Filistijn uit de schede,
hieuw hem het hoofd van de romp en doodde hem.
Toen de Filistijnen zagen dat hun held dood was,
sloegen ze op de vlucht.

Tussenzang                                                            Ps. 144(143), 1, 2, 9-10

Verheerlijken wil ik de Heer, mijn rots !

Verheerlijken wil ik de Heer, mijn rots,
Hij maakte mijn armen sterk in de strijd,
mijn handen bekwaam in het vechten.

Mijn steun en mijn burcht, mijn beschermer en redder,
mijn schild en mijn toevlucht, die volken bedwingt.

Dan zing ik voor U een nieuw lied, mijn God,
dan speel ik voor U op de lier.
Voor U die aan koningen zegepraal schenkt,
die David, uw dienaar, gered hebt.

ALLELUIA                  Ps. 145(144), 13cd

Alleluia.
Waarachtig is God in al zijn woorden
en heilig in al wat Hij doet.
Alleluia.

EVANGELIE           Mc.  3, 1-6
Is het niet eerder geoorloofd op sabbat iemand te redden
dan te doden ?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd ging Jezus naar de synagoge
waar een man aanwezig was met een verschrompelde hand.
De Farizeeën hielden Jezus in het oog
om te zien of Hij die man op sabbat zou genezen,
met de bedoeling Hem daarvan te beschuldigen.
Jezus zei nu tot de man met de verschrompelde hand :
“Kom in het midden staan.”
Daarop stelde Hij hun de vraag :
“Is het niet eerder geoorloofd op sabbat goed te doen dan kwaad,
iemand te redden dan te doden ?”
Maar zij zwegen.
Toen liet Hij toornig,
maar tegelijkertijd bedroefd om de verstoktheid van hun hart
zijn blik rondgaan
en zei tot de man :
“Steek uw hand uit
en deze was weer gezond.
De Farizeeën gingen naar buiten
en aanstonds smeedden zij met de Herodianen plannen
om Jezus uit de weg te ruimen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag tweede week door het jaar H. Agnes, mgd. en mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
God heeft mensen nodig. Hij roept ze tot zijn dienst, maar Hij hanteert daarbij andere criteria dan wij, voor Hem telt niet het uiterlijke vertoon: Hij kijkt naar het hart. Hij heeft David geroepen en gezalfd en de Geest kwam over hem. Ook Jezus zal verklaren: ‘De Geest des Heren is over Mij gekomen omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden’. In elke eucharistie zendt God zijn Geest over ons opdat wij één zouden zijn, in liefde verbonden met elkaar.

EERSTE  LEZING           I Sam. 16, 1-13
Samuël zalfde David te midden van zijn broers.
Sedert die dag was de geest des Heren vaardig over David.

Uit het eerste Boek Samuël

In die dagen sprak de Heer tot Samuël :
“Hoe lang zult gij nog treuren over Saul,
terwijl Ik hem heb verworpen
en hij geen koning meer zal zijn over Israël ?
“Vul een hoorn met olie :
Ik zend u naar Isaï de Betlehemiet,
want een van zijn zonen
heb ik voor het koningschap bestemd.”
Maar Samuël zei :
“Hoe kan ik dat doen ?
“Als Saul het hoort, vermoordt hij mij.”
De Heer antwoordde :
“Gij neemt een kalf mee en zegt
dat ge komt om aan de Heer te offeren.
“Gij moet Isaï bij het offer uitnodigen
en ik zal u dan wel te kennen geven
wat ge doen moet ;
degene die Ik aanwijs moet ge zalven.”
Samuël deed wat de Heer bevolen had.
Toen hij in Betlehem kwam,
liepen de oudsten van de stad
hem ontsteld tegemoet en vroegen :
“Uw komst betekent toch niets kwaads ?”
Hij antwoordde :
“Niets dan goeds.
” Ik ben gekomen om aan de Heer te offeren :
zorgt dat gij heilig zijt
en komt dan met mij ten offer.”
Samuël droeg er zorg voor
dat Isaï en zijn zonen zich heiligden
en riep hen bijeen voor het offer.
Toen zij aankwamen viel Samuëls blik op Eliab en hij dacht :
Die daar voor de Heer staat
is ongetwijfeld zijn gezalfde !
Maar de Heer zei tot Samuël :
“Ga niet af op zijn voorkomen
of zijn rijzige gestalte; hem wil ik niet.
“Want God ziet niet zoals een mens ziet ;
een mens kijkt naar het uiterlijk,
maar de Heer naar het hart.”
Toen riep Isaï Abinadab
en stelde hem aan Samuël voor, maar Samuël zei :
“Ook hem heeft de Heer niet uitverkoren.”
Zo stelde Isaï zeven van zijn zonen aan Samuël voor,
maar Samuël zei tot Isaï :
“Geen van hen heeft de Heer uitverkoren.”
Daaropvroeg hij aan Isaï :
“Zijn dat al uw jongens ?”
Hij antwoordde :
“Alleen de jongste ontbreekt ; die hoedt de schapen.”
Toen zei Samuël tot Isaï :
“Laat die dan halen
want we gaan niet aan tafel voordat hij hier is.”
Isaï liet hem dus halen.
De jongen was rossig, had mooie ogen en een prettig voorkomen.
Nu zei de Heer :
“Hem moet gij zalven :hij is het.”
Samuël nam dus de hoorn met olie
en zalfde David te midden van zijn broers.
Sedert die dag was de geest van de Heer vaardig over David.
Daarna vertrok Samuël en ging naar Rama.

TUSSENZANG     Ps. 89(88), 20, 21-22, 27-28

Mijn dienaar David heb ik opgezocht.

Eertijds zijt Gij aan uw profeet verschenen
en hebt Gij uw besluit geopenbaard :
Een sterke man heb Ik de troon geschonken,
een uitverkorene genomen uit het volk.

Mijn dienaar David heb ik opgezocht
en hem gezalfd met mijn gewijde olie ;
als teken dat mijn hand hem steeds zal steunen
en dat mijn arm hem kracht verlenen zal.

Hij zal Mij aanroepen : Gij zijt mijn Vader,
mijn God, de steenrots van mijn heil.
Ik wijs hem aan als eerstgeborene,
als hoogste van de koningen der aarde.

ALLELUIA                Ps. 119(118), 27

Alleluia.
Leid mij op de weg van uw bevelen, Heer,
dan zal ik uw daden indachtig zijn.
Alleluia.

EVANGELIE       Mc 2, 23-28
De sabbat is gemaakt om de mens maar niet de mens om de sabbat.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Eens ging Jezus op een sabbat door de korenvelden
en zijn leerlingen begonnen onder het gaan aren te plukken.
De Farizeeën zeiden tot Hem :
“Waarom doen ze op sabbat iets wat niet geoorloofd is ?”
Hij gaf hun ten antwoord :
“Hebt gij nooit gelezen wat David deed, toen hij gebrek had
en hij en zijn metgezellen honger kregen ?
“Hoe hij onder de hogepriester Abjatar
het huis van God binnenging
en van de toonbroden at, die alleen de priesters mogen eten,
en hoe hij er ook van gaf aan zijn metgezellen?”
En Hij voegde er aan toe :
“De sabbat is gemaakt om de mens
maar niet de mens om de sabbat.
De Mensenzoon is dus Heer, ook van de sabbat.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.