Paulus brief aan Filemon

Inleiding
Deze brief is ongewoon kort in vergelijking met de andere brieven van Paulus. De titel van de brief suggereert dat deze uitsluitend voor Filemon is bestemd, maar in de aanhef worden ook Apfia en Archippus genoemd en de gemeente die bij Filemon aan huis komt. Uit de inhoud blijkt dat Paulus in de gevangenis zat toen de brief geschreven werd, mogelijk in Efeze, Caesarea of Rome. Aangenomen wordt dat de brief rond 55 n.Chr. is geschreven en aan de echtheid wordt niet getwijfeld.
In de brief gaat het om Onesimus, een slaaf van Filemon die op dat moment bij Paulus is en door zijn toedoen christen is geworden. Paulus vraagt aan Filemon dat hij hem niet langer als een slaaf behandeld, maar als een geliefde broeder nu hij christen is geworden.
zegel slaaf

Dit is een afbeelding van een Romeinse slavenbadge waarop staat “Houd mij vast als ik tracht te ontsnappen en stuur mij terug naar mijn meester.
______________________________________________________

Van Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, en van onze broeder Timoteüs. Aan onze geliefde medewerker Filemon, aan onze zuster Apfia en onze medestrijder Archippus, en aan de gemeente die bij u thuis samenkomt. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.
Ik dank mijn God altijd wanneer ik u in mijn gebeden noem, want ik hoor vaak over de liefde en de trouw die u de Heer Jezus en alle heiligen toedraagt. Ik bid dat het geloof dat u met ons deelt u een dieper inzicht geeft in al het goede dat ons nader tot Christus brengt. Uw liefde heeft mij veel vreugde en troost gegeven, broeder, want u hebt de heiligen gesterkt.
In mijn verbondenheid met Christus heb ik het volste recht u te zeggen wat u moet doen, maar vanwege uw liefde doe ik u liever een verzoek – ik, Paulus, een man van respectabele leeftijd, die gevangen zit omwille van Christus Jezus. Ik zou u om een gunst willen vragen voor Onesimus, die tijdens mijn gevangenschap mijn kind is geworden. Hij was u destijds niet van nut; nu kan hij echter niet alleen mij, maar ook u goede diensten bewijzen. Ik stuur hem naar u terug, hoewel hij me na aan het hart ligt en ik hem graag bij me gehouden had. Dan had hij namens u voor mij kunnen zorgen nu ik omwille van het evangelie gevangenzit. Maar ik heb zonder uw medeweten niets willen ondernemen, want u moet mij niet een gunst verlenen omdat ik u onder druk zet, maar omdat u het zelf wilt. Misschien hebt u hem korte tijd moeten missen om hem voor altijd terug te krijgen, niet meer als een slaaf, maar als veel meer dan dat, als een geliefde broeder. Voor mij is hij dat al, hoeveel te meer moet hij het dus voor u zijn, zowel in het dagelijks leven als in het geloof in de Heer. Dus, als u met mij verbonden bent, ontvang hem dan zoals u mij zou ontvangen. En mocht hij u hebben benadeeld of u iets schuldig zijn, breng het mij dan in rekening. Ik, Paulus, schrijf hier eigenhandig neer dat ik u zal betalen. Ik ga er dan maar aan voorbij dat u mij uw eigen leven schuldig bent. Kom, broeder, bewijs mij deze dienst omwille van de Heer, stel mij omwille van Christus gerust.

Ik heb u geschreven in het volste vertrouwen dat u mijn verzoek zult inwilligen, ik weet dat u zelfs meer zult doen dan dat. Ten slotte: maak voor mij een kamer in orde, want ik heb goede hoop dat ik dankzij de gebeden van u allen aan u teruggegeven word. Epafras, die samen met mij omwille van Christus Jezus gevangenzit, laat u groeten, evenals mijn medewerkers Marcus, Aristarchus, Demas en Lucas. De genade van de Heer Jezus Christus zij met u.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: