De brief aan de Hebreeën Heb 1

Inleiding

Hier stelt zich de vraag of de brief aan de Hebreeën wel echt een brief is. De gebruikelijke begroeting aan het begin ontbreekt, en inhoudelijk lijkt het boek meer een retorisch betoog dan een brief. Toch wordt het beoogde publiek net als in de brieven van Paulus aangesproken met “broeders en zusters” en “geliefden”, en eindigt het boek met een slotgroet. In dit boek komen veel Joodse gebruiken aan de orde en er wordt veel geciteerd uit het Oude Testament. De schrijver heeft kennelijk een publiek van Joodse Christenen op het oog gehad en hij wilde voorkomen dat zijn lezers hun Christelijk geloof zouden verliezen. Uit het boek blijkt dat een deel van de beoogde lezers gedemotiveerd is en afvallig dreigt te worden. De schrijver benadrukt dat het Christendom de enige juiste weg tot God is.
—————————————————————————————–
1 Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt heeft hij tot ons gesproken door zijn Zoon, die hij heeft aangewezen als enig erfgenaam en door wie hij de wereld heeft geschapen. In hem schittert Gods luister, hij is zijn evenbeeld, hij schraagt de schepping met zijn machtig woord; hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit, verheven boven de engelen omdat hij een eerbiedwaardiger naam heeft ontvangen dan zij. Tegen wie van de engelen heeft God immers ooit gezegd: ‘Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt’? Of: ‘Ik zal een vader voor hem zijn, en hij voor mij een zoon’?  Maar wanneer hij de eerstgeborene de wereld weer binnenleidt, zegt hij: ‘Laten al Gods engelen hem eer bewijzen.’ Over de engelen zegt hij: ‘Die zijn engelen inzet als windvlagen, en zijn dienaren als een vlammend vuur.’ Maar tegen de Zoon zegt hij: ‘God, uw troon houdt stand tot in alle eeuwigheid, en de scepter van het recht is de scepter van uw koningschap. Gerechtigheid hebt u liefgehad en onrecht gehaat; daarom, God, heeft uw God u gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken.’  En ook:  ‘In het begin hebt u, Heer, de aarde gegrondvest, en de hemel is het werk van uw handen. Zij zullen vergaan, maar u houdt stand, ze zullen als een gewaad verslijten, als een mantel zult u ze oprollen, als een gewaad zullen ze worden verwisseld; maar u blijft dezelfde, en uw jaren zullen geen einde nemen.’ Tegen wie van de engelen heeft hij ooit gezegd: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik van je vijanden een bank voor je voeten heb gemaakt’? Zijn zij niet allen dienende geesten, uitgezonden om hen bij te staan die deel zullen krijgen aan de redding?

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: