Derde week van Pasen Dinsdag

Eerste Lezing                                                                                                Hand. 7, 5 1-8,
Heer Jezus, ontvang mijn geest.

Uit de Handelingen van de Apostelen
 

In die dagen sprak Stefanus tot het volk,  tot de oudsten en de schriftgeleerden:  “Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oor,  nog altijd weerstreeft gij de heilige Geest  juist zoals uw vaderen deden.  Wie van de profeten zijn door uw vaderen niet vervolgd?  Gedood hebben ze hen  die de komst aankondigden van de Rechtvaardige,  wiens verraders en moordenaars gij nu geworden zijt,  gij nog wel  die de Wet hebt ontvangen door bemiddeling van de engelen;  maar ge hebt ze niet onderhouden!”  Toen ze dit hoorden werden ze woedend  en ze knarsetandden tegen hem.  Maar Stefanus,  vervuld van de heilige Geest,  staarde naar de hemel en zag Gods heerlijkheid  en Jezus, staande aan Gods rechterhand;  en hij riep uit:  “Ik zie de hemel open  en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.”  Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen,  stopten hun oren toe  en stormden als één man op hem af.  Zij sleepten hem buiten de poort en stenigden hem.  De getuigen legden hun mantels neer  aan de voeten van een jongeman die Saulus heette.  Terwijl zij Stefanus stenigden  bad hij:  “Heer Jezus ontvang mijn geest.”  Toen viel hij op zijn knieën  en riep met luide stem:  “Heer, reken hun deze zonde niet aan.”  Na deze woorden ontsliep hij.  Saulus stemde in met de moord op deze man.

Tussenzang                                                       Ps. 31(30), 3cd-4, 6ab, 7b, 8a, 17, 21ab

Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen, Heer.
Alleluia

Wees mij een rots waar ik vluchten kan,
een sterke burcht waar ik veilig kan toeven.
Want altijd zijt Gij mijn rots en mijn vesting,
uw Naam is mijn leider en gids.

Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen,
Gij zult mij beschermen, getrouwe God.
Ik stel op U mijn vertrouwen, Heer,
ik mag mij verheugen in uw erbarmen.

Laat over uw dienaar uw Aanschijn stralen,
red mij door uw genade.
De glans van uw Aanschijn beschermt mij altijd
als mensen zich tegen mij keren.
Gij neemt mij op in uw tent,
beschut tegen kwade tongen.

Alleluia

Alleluia.
Christus moest lijden en sterven
en opstaan uit de doden,
en aldus binnengaan in zijn heerlijkheid.
Alleluia

Evangelie                                                                                                  Joh. 6, 30-35
Niet Mozes, maar mijn Vader geeft u het echte brood uit de hemel.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
  

In die dagen zei de menigte tot Jezus:  “Wat voor tekenen doet Gij dan wel  waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven?  Wat doet Gij eigenlijk?  Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn,  zoals geschreven staat:  Brood uit de hemel gaf Hij hun te eten.”  Jezus hernam:  “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:  wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel;  het echte brood uit de hemel  wordt u door mijn Vader gegeven;  want het brood van God daalt uit de hemel neer  en geeft leven aan de wereld.”  Zij zeiden tot Hem:  “Heer, geef ons te allen tijde dat brood.”  Jezus sprak tot hen:  “Ik ben het brood des levens:  wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben,  en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: