Negentiende zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
Hoe vaak het ook stormt, in ons leven of dat van de Kerk,
altijd blijft het woord van Jezus klinken:
“Wees niet bang.”
“Vrees niet, Ik ben het.” De onrust kan vanuit het eigen hart komen
of veroorzaakt worden door mensen of situaties buiten ons.
Maar als wij overspoeld dreigen te worden
reikt Hij ons telkens weer de hand.
Bij Hem mogen we vrede vinden, verzoening en genade.
Laten we dan ons hart openen voor de vrede die Hij ons schenken wil.

EERSTE LEZING                                         1 Kon. 19, 9a11-13a
Treed aan voor de Heer op de berg.

Uit het eerste boek Koningen

In die dagen kwam de profeet Elia bij de Horeb, de berg van God.
Daar ging hij een grot binnen en overnachtte er.
Maar de Heer zei tot hem:
“Ga naar buiten en treed aan voor de Heer op de berg.”

Toen trok de Heer voorbij.
Voor Hem uit ging een hevige storm
die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde.
Maar de Heer was niet in de storm.
Op de storm volgde een aardbeving.
Maar ook in de aardbeving was de Heer niet.
Op de aardbeving volgde vuur.
Maar ook in het vuur was de Heer niet.
Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries.
Zodra Elia dit hoorde,
bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel,
ging naar buiten en bleef staan
aan de ingang van de grot.

Antwoordpsalm                                         Ps. 85(84), 9ab-10, 11-12,13-14

Keervers
Toon ons uw barmhartigheid, Heer.

Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt,
voorzeker een woord van verzoening.
Zijn heil is nabij voor hen die Hem vrezen,
zijn glorie komt weer bij ons wonen.

Genade en waarheid ontmoeten elkander,
de vrede omhelst de gerechtigheid.
Waarheid ontspruit uit de aarde,
gerechtigheid ziet uit de hemel neer.

Dan schenkt de Heer ons zijn zegen
en draagt ons land rijke vrucht.
Dan zal voor hem uit gerechtigheid gaan
en voorspoed zijn schreden volgen.

TWEEDE LEZING                                                             Rom. 9, 1-5
Ik zou wensen vervloekt te zijn, als ik daarmee mijn broeders kon helpen.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen
van Rome

Broeders en zusters,

Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet,
mijn geweten waarborgt het mij in de heilige Geest:
in mijn hart is grote droefheid
en een pijn die niet ophoudt.

Waarlijk, ik zou wensen
zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn,
als ik mijn broeders en stamverwanten daarmee kon helpen.
Immers, zij zijn Israëlieten,
hun behoort de aanneming tot kinderen,
de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving,
de eredienst en de beloften;
van hen zijn de aartsvaders
en uit hen komt Christus voort naar het vlees,
die, boven alles verheven, God is:
de gezegende tot in de eeuwigheid! Amen.

Vers voor het evangelie                                                Ps. 130(129), 5

Alleluia.
Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Alleluia.

EVANGELIE                                                          Mt. 14, 22-33
Zeg mij over het water naar U toe te komen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Na de broodvermenigvuldiging
dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te gaan
en alvast naar de overkant te varen,
terwijl Hij het volk naar huis zou zenden.
Toen Hij het volk had weggezonden,
ging Hij op de berg om in afzondering te bidden.
De avond viel en Hij was daar alleen.

De boot was reeds een heel eind uit de kust verwijderd
en werd geteisterd door de golven,
want zij hadden tegenwind.
Tegen de morgen
kwam Jezus te voet over het meer naar hen toe.
Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan,
raakten zij van streek
omdat zij een spook meenden te zien
en zij begonnen van angst te schreeuwen.
Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen:
“Wees gerust, Ik ben het.
“Vreest niet.”
“Heer,- antwoordde Petrus – als Gij het zijt,
zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.”
Waarop Jezus sprak:
“Kom!”
Petrus stapte uit de boot
en liep over het water naar Jezus toe.
Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was,
werd hij bang;
hij begon te zinken en schreeuwde:
“Heer, red mij!”
Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast,
terwijl Hij tot hem zei:
“Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld?”
Nadat zij in de boot gestapt waren,
ging de wind liggen.

De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden:
“Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: