Dinsdag Eerste heilige Martelaren van de Romeinse Kerk

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Wij kunnen ons afvragen: waar haalden de eerste christelijke martelaren de kracht om het hoofd te bieden aan vervolging en bedreiging, en te komen tot de gave vanzichzelf?
Het antwoord is eenvoudig: uit hun band met God, uit hun gemeenschap met Christus, uit de overweging van de heilsgeschiedenis, namelijk Gods heilshandelen dat zijn hoogtepunt bereikte in Jezus Christus. Ook ons gebed moet gevoed zijn door het beluisteren van Gods woord, in gemeenschap met Jezus en zijn Kerk.

EERSTE LEZING                                                          Gen. 19, 15-29

God de Heer liet uit de hemel zwavel en vuur
over Sodom en Gomorra neerregenen.

Uit het Boek Genesis

In die dagen,
zetten de engelen Lot tot spoed aan en zeiden :
“Vooruit, neem uw vrouw en uw beide dochters mee ;
anders wordt gij het slachtoffer van de bestraffing van de stad.”
Toen Lot nog aarzelde, grepen de maanen hem zelf,
zijn vrouw en zijn beide dochters bij de hand,
want de Heer wilde hem sparen,
en zij brachten hem buiten de stad.
En toen zij hen de stad uit gebracht hadden,
zei één van hen :
“Breng uzelf in veiligheid,
want uw leven staat op het spel ;
kijk niet om, blijf nergens in de buurt staan,
maar vlucht de bergen in, anders komt gij om.”
Maar Lot zei tot hen :
“Dat niet, Heer !
“Zeker, Gij zijt zeer goed voor uw dienaar geweest
en hebt mij een grote weldaad bewezen
door mij in leven te laten,
maar ik kan onmogelijk naar de bergen vluchten.
“Daar zou het onheil mij achterhalen
en zou ik toch de dood vinden.
“Kijk, daar ligt een stad niet ver van hier ;
daar wil ik wel heen vluchten :
het is een kleine stad.
“Laat mij daarheen de wijk nemen ;
zij is toch maar klein.
“En dan zal ik het er levend afbrengen.”
God sprak tot hem :
“Ook hierin zal Ik u terwille zijn ;
de stad die gij bedoelt zal Ik niet verwoesten.
“Vlucht er nu haastig heen, want Ik kan niets doen,
zolang gij daar niet aangekomen zijt.”
Zo komt het dat die stad Soar heet.

Zodra de zon was opgegaan en Lot inSoar was aangekomen,
liet God de Heer uit de hemel zwavel en vuur
over Sodom en Gomorra neerregenen.
Hij verwoestte die steden en de hele streek,
met alle bewoners en al wat er groeide.
De vrouw van Lot, die achter hem liep,
keek om en veranderde in een zoutklomp.
Vroeg in de ochtend begaf Abraham zich naar de plaats,
waar hij met de Heer gestaan had.
Hij keek omlaag naar Sodom en Gomorra
en heel de Jordaanstreek,
en zag een walm van de aarde opstijgen,
als de rook van een smeltoven.
Zo hield God bij de verwoesting van de steden van die landstreek
rekening met Abrahams wens en let Hij Lot ontkomen,
toen Hij de steden verwoestte waar deze gewoond had.

TUSSENZANG                                              Ps. 26, (25) 2-3, 9-10, 11-12

Steeds heb ik uw liefde voor ogen, Heer.

Doorzoek mij maar, Heer, en beproef mij,
ga na wat er leeft in mijn hart.
Steeds heb ik uw liefde voor ogen
en richt mijn gedrag naar uw woord.

Verdelg mij dan niet met de zondaars,
zoals Gij met moordenaars doet ;
wier handen bevlekt zijn door onrecht,
bezodeld door omkoperij.

Maar ik ga mijn weg zonder schuld,
verlos mij en wees mij genadig.
Ik sta met mijn voeten op vaste grond,
ik zal U verheerlijken onder de mensen.

ALLELUIA                                                           II Tess. 2, 14

Alleluia.
God heeft ons geroepen
door de verkondiging van het evangelie,
opdat wij de heerlijkheid
van onze Heer Jezus Christus zouden verwerven.
Alleluia.

EVANGELIE                                                              Mt. 8, 23-27

Jezus richtte zich met een dwingend woord
tot de winden en de zee, en het water werd volmaakt stil.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Toen Jezus in de boot stapte volgden zijn leerlingen Hem.
Opeens raakte de zee in hevige beroering
zodat de golven over de boot sloegen ;
Hij echter lag te slapen.
Zij gingen naar Hem toe
en maakten Hem wakker met de woorden :
“Heer, red ons, wij vergaan !”
Hij sprak tot hen :
“Waarom zijt gij bang, kleingelovigen ?”
Dan stond Hij op,
richtte zich met een dwingend woord tot de winden en de zee,
en het water werd volmaakt stil.
De mensen stonden verbaasd en zeiden :
“Wat voor iemand is dat toch,
dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen ?”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: