Woensdag-H. Norbertus, b.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Eens temeer blijkt hoe goed Jezus de Schriften kende. Door terug te grijpen naar een citaat uit het boek Exodus dient Hij de Sadduceeën, die Hem in de val willen lokken, van antwoord. De Sadduceeën vertegenwoordigen een rationele, sceptische stroming binnen het Jodendom van die dagen. Zij proberen de verrijzenis belachelijk te maken. Eerst en vooral, stelt Jezus, behoort de verrijzenis toe aan God, en niet aan de verbeeldingskracht van een mens. Bovendien slaat de vraag van de Sadduceeën nergens op: eens verrezen zal de mens geen andere behoefte meer hebben dan het loven en dienen van God.

EERSTE LEZING                  II Tim 1, 1-3. 6-12

Vergeet niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade
die in u is door de oplegging van mijn handen.

Begin van de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs

Van Paulus,
apostel van Christus Jesus door de wil van God,
volgens de belofte van het leven dat in Christus Jezus is,
aan Timoteüs.
zijn geliefd kind.

Genade, barmhartigheid en vrede voor u
vanwege God de Vader en onze Heer Jesus Christus!

Het is met dankbaarheid jegens God,
die ik evenals mijn voorouders
met een zuiver geweten tracht te dienen,
dat ik Uw naam noem in mijn gebeden,
zonder ophouden, dag en nacht.

Vergeet niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade
die in u is door oplegging van mijn handen.
Want God
heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid,
maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen.
Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene.
Draag uw deel in het lijden van het evangelie
door de kracht van God, die ons gered heeft
en geroepen met een heilige roeping,
niet op grond van onze verdiensten
maar volgens het vrije besluit van zijn genade.
Zijn genade
van alle eeuwigheid ons verleend in Christus Jesus,
is nu openbaar geworden door de verschijning van onze Heiland,
Christus Jezus,
die de dood heeft vernietigd
en onvergankelijk leven deed aanlichten door het evangelie.
Van dit evangelie
ben ik aangesteld als heraut en apostel en leraar.
Daarom moet ik ook deze beproeving ondergaan,
maar ik schaam er mij niet voor
want ik weet Wie ik mijn vertrouwen heb geschonken,
en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is
wat mij is toevertrouwd ongerept te bewaren
tot aan de grote dag.

TUSSENZANG                        Ps. 123 (122), 1-2a, 2bcd

Tot U, Heer, sla ik mijn ogen op.

Tot U sla ik mijn ogen op,
tot U, die woont in de hemel.
Zoals het oog van de slaaf,
gericht op de hand van zijn meester;

Zoals het oog van de dienstmaagd,
gericht op haar meesteres ;
zo richt zich ons oog op de Heer onze God
tot Hij zich om ons bekommert.

ALLELUIA                 II Tim 1, 10b

Alleluia.
Onze Heiland Jezus Christus heeft de dood vernietigd,
en onvergankelijk leven doen aanlichten
door het evangelie.
Alleluia.

EVANGELIE Mc. 12, 18-27

God is geen God van doden maar van levenden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die dagen kwamen er Sadduceeën bij Jezus;
dezen houden dat er geen verrijzenis bestaat.
Ze legden Hem daarom de volgende kwestie voor:
“Meester, wij zien bij Mozes geschreven staan:
Als iemands broer sterft
en een vrouw achterlaat maar geen kinderen,
dan moet zijn broer die vrouw nemen
om hem een nageslacht te geven.
Nu waren er eens zeven broers.
De eerste nam een vrouw
maar liet bij zijn dood geen kinderen na.
Toen nam de tweede haar
maar ook hij stierf zonder kinderen.
Zo ging het ook met de derde; kortom,
een van de zeven liet kinderen na.
Het laatste van allen stierf ook de vrouw.
Bij de verrijzenis, wanneer zij opstaan,
van wie van hen zal zij dan de vrouw zijn?
Alle zeven toch hebben haar tot vrouw gehad.”
Jezus antwoordde:
“Zijt gij niet op een dwaalspoor,
juist omdat gij nóch de Schrift, nóch Gods macht kent?
Wanneer de mensen uit de doden opstaan,
huwen zij niet en zij worden niet ten huwelijk gegeven,
maar zijn ze als engelen in de hemel.
En wat de doden betreft,
hebt ge in het boek van Mozes niet gelezen,
waar het gaat over de braamstruik,
hoe God tot hem zei:
Ik ben de God van Abraham,
de God van Isaäk en de God van Jakob?
Hij is geen God van doden maar van levenden.
Ge verkeert in grote dwaling.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: