Maandag HH. Pontianus, paus, en Hippolytus, pr., mrt

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De kinderen zijn vrij. Jezus is vrij. Hij is geen vreemde. Hij is wie Hij is. Petrus noemde Hem: ‘De christus, De Zoon van de levende God’. Christus is vrij. Hij behoort aan de tempel. Zijn verrezen lichaam zal de nieuwe tempel zijn. Hij is voortaan de plaats van Gods aanwezigheid. In Hem kunnen wij God aanbidden in geest en waarheid. Maar, Hij is mens geworden. Hij heeft zijn goddelijke privileges losgelaten. daaruit trekt Hij alle consequenties.

EERSTE LEZING                                                Ez. 1, 2-5.24-28
Verschijning van de heerlijkheid van de Heer.

Uit de Profeet Ezechiël

Op de vijfde dag van de maand,
in het vijfde jaar van de ballingschap van koning Jojakin,
werd het woord van de  Heer gericht
tot de priester Ezechiël, de zoon van Bazi ;
deze bevond zich in het land van de Chaldeeën,
bij de rivier, de Kebar :
daar raakte de hand van de Heer hem aan.

Ik keek op en ik zag een stormwind,
die uit het noorden kwam aanzetten,
een zware wolk met flitsend vuur, door stralengloed omgeven.
En binnenin, midden in het vuur,
was iets dat er uitzag als fonkelend metaal.
En in het midden daarvan was iets
dat op vier levende wezens leek.
En hun aanblik was zo,
dat zij de gestalte van een mens hadden.
Ik hoorde het gedruis van hun vleugels ;
het klonk als het gedruis van geweldige wateren,
als de stem van de Almachtige.
Wanneer zij zich voortbewogen, was er een dreunend geluid,
net het rumoer van een leger.
Wanneer zij stilstonden, lieten zij hun vleugels zakken.
Dat gebeurde, als er een stem weerklonk
boven het gewelf, dat zich boven hun hoofden bevond :
dan stonden zij stil en lieten zij hun vleugels zakken.
En boven het gewelf, dat zich boven hun hoofden bevond,
was iets dat er uitzag als saffier;
het had de vorm van een troon.
En op datgene wat de vorm van een troon had,
daarop gezeten, was een gestalte, die er uitzag als een mens.
Ik zag iets dat fonkelde als metaal ;
van datgene wat zijn heupen leken naar boven toe,
zag het er uit als een vuur, door een hulsel omgeven ;
en naar beneden toe van datgene wat zijn heupen leken,
zag ik iets dat op een vuur leek,
door een stralengloed omgeven.
Het zag er uit als de boog
die op regendagen in de wolken komt staan :
zo zag die stralengloed daar omheen er uit.
Dat was de aanblik van de verschijning
van de heerlijkheid van de Heer.
Ik zag haar en wierp mij neer,
met mijn aangezicht op de grond.

TUSSENZANG                                     Ps. 148, 1-2, 11-12ab, 12c -14b, 14cd

Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.

Looft de Heer vanuit heel de hemel,
looft Hem, al wat hierboven is.
Looft Hem, al zijn engelenscharen,
looft Hem, heel zijn legermacht.

Vorsten der aarde met al uw volken,
heren en rechters in heel het land;
jonge mannen en jonge meisjes,
grijsaards en kinderen, allen bijeen ;

Laat hen nu prijzen de Naam van de Heer,
want deze Naam is alleen verheven.
Roemrijk is Hij boven aarde en hemel,
roemvol maakte Hij ook ons volk.

Hij is de glorie van al zijn getrouwen,
van Israëls volk, zijn eigen bezit.

ALLELUIA                                                           Ps. 119(118), 135

Alleluia.
Laat voor uw dienaar uw Aangezicht stralen, Heer,
laat mij uw beschikkingen zien.
Alleluia.

EVANGELIE                                                Mt. 17, 22-27
Zij zullen de Mensenzoon doden,
maar op de derde dag zal Hij verrijzen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Terwijl zij nog in Galilea bijeen waren
sprak Jezus tot zijn leerlingen :
“De Mensenzoon
zal worden overgeleverd in de handen der mensen,
en ze zullen Hem doden,
maar op de derde dag zal Hij verrijzen.”
Zij werden zeer bedroefd.
Toen zij in Kafarnaüm waren aangekomen
kwamen de inners van de tempelbelasting
op Petrus af en zeiden:
“Betaalt uw Meester de didrachmen niet ?”
Hij antwoordde :
“Welzeker !”
Maar toen Petrus het huis binnenging
voorkwam Jezus hem met de  woorden:
“Wat dunkt u, Simon ?
“Van wie heffen de aardse vorsten tol of belasting,
van hun kinderen of van vreemden ?”
En toen hij antwoordde : Van vreemden, zei Jezus tot hem :
“Dus de kinderen zijn vrij.
“Maar toch, om hun geen aanstoot te geven :
ga naar het meer,
werp uw haak uit en grijp de eerste vis die boven komt ;
maak zijn bek open en gij zult een stater vinden ;
betaal daarmee voor Mij en voor u.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

 

 

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: