Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

Bij het begin van het nieuwe jaar
wensen wij elkaar het beste.
Met Kerstmis heeft God
het beste van zichzelf getoond en gegeven.
In het spoor van de wijzen uit het Oosten
mogen wij God en de geboren Jezus
onze hulde brengen.
We mogen ons aandienen en aanbieden
zoals wij zijn.
Brengen we Hem al onze lof en eer.

EERSTE LEZING           Jes. 60, 1-6

De glorie van de Heer is over u opgegaan.

Uit de profeet Jesaja

Sta op, laat het licht u beschijnen, Jeruzalem,
want de Zon gaat over u op
en de glorie van de Heer begint over u te schijnen.
Want zie:
duisternis bedekt de aarde, het donker de volkeren
maar over u gaat de Heer op
en zijn glorie is boven u verschenen.

Volkeren komen af op uw licht,
koningen op de luister van uw dageraad.
Sla uw ogen op en zie om u heen:
van overal stromen ze naar u toe,
uw zonen komen van verre,
uw dochters draagt men op de arm.

Bij het zien hiervan zult gij met blijdschap worden vervuld
en uw hart zal bonzen en wijd worden van vreugde.
Want de schatten der zee gaan over in uw bezit,
de rijkdommen der volkeren worden aan u afgedragen.
Een zee van kamelen bedekt u,
jonge kamelen van Midjan en Efa.
Alle bewoners van Sjeba trekken naar u toe;
ze voeren goud en wierook aan
en verkondigen luid de roem van de Heer.

Antwoordpsalm          Ps. 72(71), 1-2, 7-8, 10-11, 12-13

Keervers
Alle volken der aarde huldigen U, Heer.

Mijn God, verleen de koning uw wijsheid,
de koningszoon uw rechtvaardigheid.
Hij moge uw volk rechtvaardig besturen,
uw armen met billijkheid.

Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien
en welvaart alom tot het einde der maanden.
Regeren zal hij van zee tot zee,
vanaf de rivier tot de grens van de aarde.

Vorsten van Tarsis, van verre kusten, zenden geschenken,
Arabische heersers en Etiopen betalen hem cijns.
Hem huldigen alle vorsten der aarde
en alle volkeren dienen hem.

De arme die steun vraagt, zal hij bevrijden,
de ongelukkige zonder hulp.
Hij zal zich ontfermen over misdeelden,
de zwakken schenkt hij weer levensmoed.

TWEEDE LEZING           Ef. 3, 2-3a.5-6

Thans is geopenbaard dat de heidenen mede-erfgenamen zijn van de belofte.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van
Efeze

Broeders en zusters,

Gij hebt vernomen
hoe zich de genade Gods heeft verwezenlijkt
die mij met het oog op u gegeven is;
door openbaring is mij de kennis van het geheim meegedeeld,
zoals ik het reeds in het kort heb beschreven.
Nooit is het onder vroegere geslachten
aan de kinderen der mensen bekend gemaakt,
zoals het nu door de Geest is geopenbaard
aan zijn heilige apostelen en profeten:
dat de heidenen in Christus Jezus mede-erfgenamen zijn,
medeleden en mededeelgenoten van de belofte
door middel van het evangelie.

Vers voor het evangelie              Mt. 2,2

Alleluia.
Wij hebben zijn ster in het oosten gezien
en komen de Heer onze hulde brengen.
Alleluia.

EVANGELIE                  Mt. 2, 1-12

Wij komen uit het oosten om de koning hulde te brengen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Toen Jezus te Betlehem in Juda geboren was,
te tijde van koning Herodes,
kwamen er te Jeruzalem Wijzen uit het oosten en vroegen:
“Waar is de pasgeboren koning der joden?
“Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien
en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen.”

Toen koning Herdes dit hoorde, werd hij verontrust
en heel Jeruzalem met hem.
Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden
van het volk bijeen
en legde hun de vraag voor
waar de Christus moest geboren worden.
Zij antwoordden hem:
“Te Betlehem in Juda.
“Zo immers staat er geschreven bij de profeet:
En gij Betlehem, landstreek van Juda,
gij zijt volstrekt niet de geringste onder de leiders van Juda,
want uit u zal een leidsman te voorschijn treden,
die herder zal zijn over mijn volk Israël.”

Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen
en hij vroeg hun nauwkeurig naar de tijd
waarop de ster verschenen was.
Daarop zond hij hen naar Betlehem met de opdracht:

“Gaat een zorgvuldig onderzoek instellen naar het Kind,
en wanneer gij het gevonden hebt, bericht het mij dan
opdat ook ik het hulde kan gaan brengen.”
Na de koning aangehoord te hebben, vertrokken zij.

En zie,
de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging voor hen uit
totdat ze boven de plaats waar het Kind zich bevond,
stil bleef staan.
Op het zien van de ster werden zij vervuld
van overgrote vreugde.
Zij gingen het huis binnen,
zagen er het Kind met zijn moeder Maria
en op hun knieën neervallend betuigden zij het hun hulde.
Zij haalden hun schatten te voorschijn
en boden het geschenken aan:
goud, wierook en mirre.

En in een droom van Godswege gewaarschuwd
niet meer naar Herodes terug te keren,
vertrokken zij langs een andere weg naar hun land.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.