Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging 

‘Christus was een vriend voor alle mensen, zonder uitzondering. Allen die, waar ook ter wereld, Christus liefhebben, vormen samen één grote gemeenschap die Hem in onderlinge vriendschap wil navolgen. Vanuit die verbondenheid kunnen zij bijdragen aan de genezing van de wonden waaraan de mensheid lijdt. Zonder zich op te dringen, kunnen zij de wereldwijde solidariteit bevorderen, waarbij geen enkel volk en geen enkele mens wordt uitgesloten. Soms is deze gemeenschap in onderlinge vriendschap heel zichtbaar, bijvoorbeeld tijdens internationale ontmoetingen. Maar zulke gebeurtenissen zijn er maar af en toe. Toch kun je overal op aarde een klein deeltje van deze gemeenschap, hoe armzalig ook, terugvinden. Het is onmogelijk om je geloof helemaal alleen te beleven. Geloof begint altijd met een ervaring van gemeenschap, met het besef dat Christus de bron is van een onbegrensde eenheid. Plaatselijke gemeenschappen, parochies, gebedsgroepen, kerken zijn bedoeld om voortdurend te groeien in vriendschap! Het moeten plaatsen worden waar men elkaar een warm welkom geeft en elkaar ondersteunt, met aandacht voor kleine en zwakke mensen, voor vreemdelingen en voor hen die onze idealen niet delen’. (Broeder Aloïs, Taizé 2014)

EERSTE LEZING                                                     Hebr. 5, 1-10

Hoewel Hij Gods Zoon was
heeft Christus in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Elke hogepriester wordt genomen uit de mensen
en aangesteld voor de mensen
om hen te vertegenwoordigen bij God
en om gaven en offers op te dragen voor de zonden.
Hij is in staat onwetenden en dwalenden geduldig te verdragen
daar hij ook zelf aan zwakheid onderhevig is ;
daarom moet hij als hij offers voor de zonden opdraagt,
even goed aan zijn eigen zonden denken
als aan die van het volk.
En niemand kan zich die waardigheid aanmatigen :
men moet evenals Aäron door God geroepen worden.
Ook Christus
heeft zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend ;
dat heeft God gedaan die Hem zei :
“Gij zijt mijn Zoon,
Ik heb u heden verwekt.”
En elders zegt Hij :
“Gij zijt priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisédek.”
In de dagen van zijn sterfelijk leven
heeft Hij onder luid geroep en geween
gebeden en smekingen opgedragen aan God
die Hem uit de dood kon redden.
Om zijn vroomheid is Hij verhoord :
hoewel Hij Gods Zoon was
heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd ;
en toen Hij het einde had bereikt
is Hij voor allen die Hem gehoorzamen
oorzaak geworden van eeuwig heil,
door God uitgeroepen tot hogepriester
op de wijze van Melchisédek.

TUSSENZANG                                        Ps. 110(109), 1, 2, 3, 4

Gij zijt eeuwig priester als Melchisédek.

De Heer sprak tot mijn heer : zit aan mijn rechterhand ;
Ik leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten.

Uit Sion reikt de Heer de scepter van uw macht ;
regeer te midden van uw tegenstanders.

Uw volk staat om u heen in blanke wapenrusting,
de jongemannen op het veld als morgendauw.

Gezworen heeft de Heer, het zal Hem niet berouwen :
Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek.

ALLELUIA                                                  Ps. 119(118), 18

Alleluia.
Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer,
de heerlijkheid van uw wet.
Alleluia.

EVANGELIE                                                       Mc. 2, 18-22

Kunnen de vrienden van de bruidegom vasten
zolang de bruidegom bij hen is ?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

Toen de leerlingen van Johannes en de Farizeeën
eens een vastendag hielden, kwam men Jezus vragen :
“Waarom vasten
de leerlingen van Johannes en die van de Farizeeën wel,
maar uw leerlingen niet ?”
Jezus sprak tot hen :
“Kunnen dan de vrienden van de bruidegom vasten
zolang de bruidegom bij hen is ?
“Zolang zij de bruidegom in hun midden hebben
kunnen ze niet vasten.
“Er zullen echter dagen komen
dat de bruidegom van hen is weggenomen en dan,
in die tijd, zullen ze vasten.
“Niemand naait een verstellap van ongekrompen stof
op een oud kleed.
“Anders trekt het ingezette stuk eraan,
het nieuwe stuk aan het oude,
en de scheur wordt nog groter.
“En niemand doet jonge wijn in oude zakken ;
anders doet de wijn de zakken bersten
en de wijn gaat verloren met de zakken.
“Neen, jonge wijn in nieuwe zakken.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.