Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Het Evangelie biedt geen gemakkelijk recept dat snel klaargemaakt is. Van wie het in concrete dadan wil omzetten, vraagt het eenvoudigweg alles of niets. Tegelijkertijd weten we dat het onmogelijk is om louter op eigen kracht evangelisch te leven en Jezus na te volgen. Zelfs wanneer we afstand doen van alles, zelfs wanneer we alle bezit zouden weggeven, dan nog zijn wij niet in staat om onszelf te redden en het koninkrijk Gods te betreden. Alleen God zelf kan dat.
Toch mag ons dat niet ontmoedigen, want Jezus keek de rijke jongeling liefdevol aan.
Het is met deze blik dat Hij ook naar ons kijkt, naar de mensen met wie wij leven, maar ook naar hen die we niet zo graag zien, naar hen met wie we in ruzie leven.
Wat doet zoiets met mij ?

EERSTE LEZING                                              Sir.17, 24-29

Bekeer u tot de Heer en laat de zonden na.

Uit het Boek Ecclesiasticus

Aan boetvaardigen die zich bekeren staat de Heer terugkeer toe;
Hij bemoedigt hen, wanneer hun volharding tekort schiet.
Bekeer u tot de Heer en laat de zonden na;
bid voor zijn aangezicht en geef steeds minder aanstoot.
Keer terug tot de Allerhoogste en wend u af van ongerechtigheid,
(want Hijzelf zal u uit de duisternis
geleiden tot het gezonde licht.)
Haat uit de grond van uw hart wat een gruwel is.
Wie toch zal de Allerhoogste in het dodenrijk loven,
zoals de levenden die Hem een danklied zingen?
Het danklied van de dode gaat verloren, als bestond hij niet meer,
maar wie leeft en gezond is, prijst de Heer.
Hoe groot is de barmhartigheid van de Heer,
en zijn verzoenend handelen voor die zich tot Hem bekeren!

Tussenzang                                           Ps. 32(31), 1-2, 5, 6, 7

Wees blij in de Heer, alle vromen.

Gelukkig degene wiens fout werd vergeven,
wiens zonde door God werd bedekt.
Gelukkig de mens die geen schuld heeft bij God,
wiens hart geen misdaad verbergt.

Ik heb mijn zonden beleden voor U,
mijn schuld niet langer ontkend.
Ik sprak : voor de Heer beken ik mijn fout ;
toen hebt Gij mijn zonde vergeven.

Daarom zal de vrome zich keren tot U
wanneer hij door onheil bedreigd wordt ;
al breekt er een stortvloed over hem los,
de rampspoed zal hem niet raken.

Mijn toevlucht zijt Gij, mijn redder in nood,
Gij hult mij in voorspoed en vreugde.

Alleluia                                                  Ps. 25(24), 4c, 5a

Alleluia.
Leer mij uw paden kennen, Heer ;
leid mij volgens uw woord.
Alleluia.

EVANGELIE                                         Mc. 10, 17-27

Ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
.

In die tijd toen Jezus zich op weg begaf
kwam er iemand aanlopen
die zich voor Hem op de knieën wierp en vroeg:
“Goede Meester,
wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”
Jezus antwoordde:
“Waarom noemt ge Mij goed?
Niemand is goed dan God alleen.
Ge kent de geboden:
Gij zult niet doden,
gij zult geen echtbreuk plegen,
gij zult niet stelen,
gij zult niet vals getuigen,
gij zult niemand tekort doen,
eer uw vader en uw moeder.”
Hij gaf Hem ten antwoord:
“Dat alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af.”
Toen keek Jezus hem liefdevol aan en sprak:
“Eén ding ontbreekt u:
ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen,
daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel,
en kom dan terug om Mij te volgen.”
Dit woord ontstelde hem en ontdaan ging hij heen,
omdat hij vele goederen bezat.
Toen liet Jezus zijn blik gaan over zijn leerlingen en zei tot hen:
“Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben
het Koninkrijk Gods binnen te gaan!”
De leerlingen stonden verbaasd over wat Hij zei.
Daarom herhaalde Jezus:
“Kinderen,
wat is het moeilijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan.
Voor een kameel is het gemakkelijker
door het oog van een naald te gaan
dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.”
Toen waren ze nog meer verbijsterd en ze zeiden tot elkaar:
“Wie kan dan nog gered worden?”
Jezus keek hen aan en zei:
“Dit ligt niet in de macht der mensen maar wel in die van God:
want voor God is alles mogelijk.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.