Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Begroeting

Deze nacht is niet zoals alle andere nachten.
Wij vieren dat Jezus, de Gekruisigde,
van de dood naar het leven is overgegaan.
Zoals de zon bij het ochtendgloren de nacht verdrijft,
zoals het licht telkens weer de duisternis overwint,
zo heeft God de dood aan banden gelegd.
Hij heeft voor de hele mensheid de poorten geopend
naar een nieuwe schepping.
In de verhalen die wij beluisteren gedenken wij
dat Gods trouw geen grenzen kent.
Met psalmen en liederen vieren wij dankbaar zijn grote daden.
Laten wij hier dan ook ons engagement vernieuwen
om leerlingen van Jezus te zijn.
Bidden wij dat wij allen deel krijgen
aan het nieuwe leven in Christus, de levende Heer.

Kortere lezing                                            Gen. 1,1.26-31a

Uit het boek Genesis

In het begin schiep God de hemel en de aarde.

God sprak:
“Nu gaan wij de mens maken,
als beeld van ons,
op ons gelijkend;
hij zal heersen over de vissen van de zee,
over de vogels van de lucht,
over de tamme dieren, over alle wilde beesten
en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
En God schiep de mens als zijn beeld;
als het beeld van God schiep Hij hem;
man en vrouw schiep Hij hen.

God zegende hen en God sprak tot hen:
“Weest vruchtbaar en wordt talrijk;
bevolkt de aarde en onderwerpt haar;
heerst over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht
en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
En God sprak:
“Hierbij geef Ik alle zaadvormende gewassen
op de hele aardbodem aan u
en alle bomen met zaaddragende vruchten;
zij zullen u tot voedsel dienen.
Maar aan alle wilde beesten,
aan alle vogels van de lucht
en aan alles wat over de grond kruipt,
aan al wat dierlijk leven heeft,
geef Ik het groene gras als voedsel.”
Zo gebeurde het.
God bezag alles wat Hij gemaakt had
en Hij zag dat het heel goed was.

Keervers                      Ps. 33(32), 4-5, 6-7, 12-13,  en 22

De aarde is vol van Gods mildheid.

Oprecht is het woord van de Heer
en al wat Hij doet is betrouwbaar.
Recht en gerechtigheid heeft Hij lief,
de aarde is vol van zijn mildheid.

Het woord van de Heer heeft de hemel gemaakt,
de geest uit zijn mond schiep de hemelse machten.
Als in een waterzak bergt Hij de zee,
de stromen in regenbakken.

Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
het volk dat Hij koos als zijn erfdeel.
Hoog uit de hemel schouwt Hij omlaag,
Hij ziet ieder mensenkind vóór zich.

Wij stellen al onze hoop op de Heer,
Hij is onze hulp en ons schild.
Laat uw erbarmen, Heer, over ons dalen
zoals ons vertrouwen uitgaat naar U.

 LEZING 3                  Ex. 14,15-15,1

De Israëlieten gingen over de droge bodem de zee door.

Uit het boek Exodus

In die dagen sprak de Heer tot Mozes:

“Wat roept gij Mij toch.
“Beveel de Israëlieten verder te trekken.
“Gij zelf moet uw hand opheffen,
uw staf uitstrekken over de zee en ze in tweeën splijten.
“Dan kunnen de Israëlieten
over de droge bodem door de zee trekken.
“Ik ga de Egyptenaren halsstarrig maken
zodat zij hen achterna gaan.
“En dan zal Ik Mij verheerlijken ten koste van de Farao
en heel zijn legermacht,
zijn wagens en zijn wagenmenners.
De Egyptenaren zullen weten dat Ik de Heer ben,
als Ik Mij verheerlijk ten koste van Farao,
zijn wagens en zijn wagenmenners.”

De engel van God
die aan de spits van het leger van de Israëlieten ging,
veranderde van plaats en stelde zich achter hen op,
tussen het leger van de Egyptenaren
en het leger van de Israëlieten.
De wolk bleef die nacht donker
zodat het heel die nacht niet tot een treffen kwam.

Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee
en de Heer deed die hele nacht
door een sterke oostenwind de zee terugwijken.
Hij maakte van de zee droog land
en de wateren spleten vaneen.
Zo trokken de Israëlieten over de droge bodem de zee door,
terwijl de wateren links en rechts een wand vormden.
De Egyptenaren zetten de achtervolging in;
alle paarden van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners
gingen achter de Israëlieten aan
de zee in.
Tegen de morgenwake richtte de Heer zijn blikken
vanuit de wolkkolom en de vuurzuil
op de legermacht van de Egyptenaren
en bracht ze in verwarring.
Hij liet de wielen van de wagens scheeflopen
zodat ze slechts met moeite vooruit kwamen.
De Egyptenaren riepen uit:
“Laten we vluchten voor de Israëlieten,
want de Heer strijdt voor hen tegen ons.”

Toen sprak de Heer tot Mozes:
“Strek uw hand uit over de zee;
dan zal het water terugstromen over de Egyptenaren
en hun wagens en wagenmenners.”
Mozes strekte zijn hand uit over de zee
en toen het licht begon te worden,
vloeide de zee naar haar gewone plaats terug.
Daar de Egyptenaren er tegen in vluchtten,
dreef de Heer hen midden in de zee.
Het water vloeide terug
en overspoelde wagens en wagenmenners,
heel de strijdmacht van Farao die de Israëlieten
op de bodem van de zee achterna waren gegaan.
Niet één bleef gespaard.
De Israëlieten daarentegen waren over de droge bodem
door de zee heengetrokken,
terwijl de wateren links en rechts van hen een wand vormden.

Zo redde de Heer op deze dag Israël uit de greep van Egypte;
Israël zag de Egyptenaren dood op de kust liggen.
Toen Israël het machtige optreden van de Heer tegen Egypte
gezien had,
kreeg het volk ontzag voor de Heer:
zij stelden vertrouwen in de Heer en in Mozes zijn dienaar.

Toen hieven Mozes en de Israëlieten
ter ere van de Heer een lied aan.

Antwoordpsalm                                   Ex. 15, 1-2ab.2cd-4, 5-6, 17-18

Keervers
De Heer bezing ik, de overwinnaar.

De Heer bezing ik, de overwinnaar,
paarden en ruiters dreef hij in zee.
De Heer is mijn kracht, Hem dank ik mijn redding,
de Heer is mijn God, voor Hem is mijn lied.

De God van mijn vaderen, hem zal ik prijzen,
een machtig strijder, zijn naam is de Heer.
Farao’s wagens, zijn legers verdronken,
de Rietzee verzwolg de keur van zijn volk.

De golven zijn over hen heen geslagen,
zij zijn als een steen in de diepte gestort.
Uw hand, Heer, die machtiger is dan de mensen,
uw hand heeft de vijand ten val gebracht.

Gij hebt hen gebracht naar uw eigen bezit,
geplant op de berg waar Gij zelf wilde wonen;
De heilige plaats, Heer, die Gij had gemaakt:
de Heer zal daar heersen voor altijd en eeuwig.

 

 LEZING 4                                        Jes. 54, 5-14

Met een eeuwige liefde heeft uw Heer zich over u ontfermd.

Uit de profeet Jesaja

Uw bruidegom, Hij is uw Schepper;
zijn Naam is: Heer van de hemelse machten;
Hij wordt genoemd: uw Verlosser,
Israëls Heilige, God van hemel en aarde!

Een verlaten, zielsbedroefde vrouw zijt gij
maar de Heer roept u weer bij uw naam.
Want – zo zegt uw God –
kan iemand de geliefde van zijn jeugd wel verstoten?
In een plotselinge opwelling heb Ik u in de steek gelaten
maar met een grote barmhartigheid zoek Ik u weer op.
In een vlaag van toorn
heb Ik voor een ogenblik mijn aangezicht van u afgewend
maar – zo spreekt de Heer, uw Verlosser –
met een eeuwige liefde ontferm Ik Mij weer over u.

Zoals Ik ten tijde van Noach gezworen heb
dat de wateren de aarde nooit meer zouden bedekken,
zo zweer Ik nu nooit meer op u vertoornd te zijn
en u nooit meer te bedreigen.
Want de bergen mogen wankelen,
de heuvels schudden
maar mijn trouw jegens u zal niet wankelen
en mijn verbond van liefde niet breken,
zegt de Heer die u  barmhartig is.

Ongelukkige Stad, door stormen geplaagd en troosteloos,
zie, uw grondvesten leg Ik met jaspis,
uw fundamenten met saffier;
uw tinnen maak Ik van robijnen,
uw poorten van karbonkels,
uw muren van kostbare stenen.
Uw kinderen zullen door de Heer onderricht worden
en een diepe vrede valt uw zonen ten deel.
Gij zult gegrondvest zijn op gerechtigheid:
weet u dus vrij van onderdrukking:
gij hebt niets te vrezen!
En vrij van verschrikking:
want geen verschrikking zal u nog ooit overvallen!

Antwoordpsalm                      Ps. 30(29), 2 en 4, 5-6, 11 en 12a en 13b

Keervers
U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd.

U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd,
Gij hebt mijn vijanden niet laten zegevieren.
Heer, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost,
Gij hebt mij losgemaakt van die ten grave dalen.

Bezingt de Heer dan met mij, al zijn vromen,
en dankt zijn Naam die hoogverheven is.
Zijn toorn duurt kort, maar zijn genade levenslang,
de avond brengt geween, de ochtend blijdschap.

Heer, luister en ontferm U over mij,
mijn God, sta mij terzijde met uw hulp.
Gij hebt mijn rouwklacht in een vreugdedans veranderd,
U zal ik loven, heer mijn God, in eeuwigheid.

 LEZING 5                                              Jes. 55, 1-11

Komt naar het water en luistert, en gij zult leven.

Uit de profeet Jesaja

Zo spreekt God de Heer:

“Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt!
“Ook gij die geen geld hebt, komt toch.
“Komt kopen,
geniet zonder geld
en zonder te betalen.
“Komt kopen wijn en melk.
“Wat geeft gij uw geld voor iets dat geen brood is ?
“Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt ?
“Luistert, luistert naar Mij:
dan eet gij wat goed is,
dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs.

“Neigt uw oor en komt naar Mij
en luistert,
en gij zult leven.
“Een blijvend verbond ga Ik sluiten met u;
de gunst, aan David verleend, verloochen Ik niet.
“Hem heb Ik gemaakt tot getuige voor de volkeren,
tot vorst en gebieder over de naties.
“Waarlijk, een volk zult gij roepen dat gij niet kent
en een volk dat u niet kent, snelt naar u toe
omwille van Israëls Heilige die u verheerlijkt.

“Zoekt de Heer nu Hij zich laat vinden,
roept Hem aan nu Hij nabij is.
“De ongerechtige moet zijn weg verlaten,
de zondaar zijn gedachten;
hij moet naar de Heer terugkeren
– de Heer zal zich erbarmen –
terug naar onze God, die altijd wil vergeven.
“Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten,
mijn wegen niet uw wegen
– zo luidt de godsspraak van de Heer -,
maar zoals de hemel hoog boven de aarde is,
zo hoog gaan mijn wegen uw wegen te boven
en mijn gedachten uw gedachten.

“Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen
en daar pas terugkeren
wanneer zij de aarde hebben gedrenkt,
haar hebben bevrucht, zodat zij groen wordt,
wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven
en het brood aan de eter,
zo zal het ook gaan met het woord
dat komt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar Mij terug;
het keert pas weer
wanneer het mijn wil volbracht heeft
en zijn zending heeft vervuld.”

Antwoordpsalm                                                  Jes. 12, 2cd-3, 4bcd, 5-6

Keervers
Gij zult in vreugde water putten
uit de bronnen van heil.

De Heer is mij kracht, Hem prijs ik,
Hij heeft mij redding gebracht.
Verheugd zult ge water scheppen
uit de bronnen van heil.

Verheerlijkt de Heer, roept zijn Naam aan;
Maakt bij de volken zijn daden bekend,
gedenkt hoe verheven zijn Naam is.

Bezingt de Heer om zijn weergaloos werk,
laat heel de aarde het weten.
Verheugt u en jubelt, die Sion bewoont,

om Israëls Heilige, groot in uw midden.

Lezing 8                                                    Rom. 6,3-11

Christus, eenmaal van de dood verrezen, sterft niet meer.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Gij weet toch dat de doop waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood?
Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt.

Zijn wij één met Hem geworden door het beeld van zijn dood, dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding, in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is; daardoor is aan het bestaan in de zonde een einde gekomen, zodat wij niet langer aan de zonde dienstbaar zijn. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.

Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven; want wij weten dat Christus, eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. Door de dood die Hij gestorven is, heeft Hij eens en voor al afgerekend met de zonde; het leven dat Hij leeft, heeft alleen met God van doen. Zo moet ook gij uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.

Antwoordpsalm                                     Ps. 118(117),1-2,16ab-17,22-23
Keervers
Alleluia.Alleluia.Alleluia.

Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, eindeloos is zijn erbarmen!
Herhaalt het, stammen van Israël: eindeloos is zijn erbarmen!

De Heer greep in met krachtige hand, de hand van de Heer heeft mij opgericht.
Ik zal niet sterven maar blijven leven en alom verhalen het werk van de Heer.

De steen die de bouwers hebben versmaad, die is tot hoeksteen geworden.
Het is de Heer, die dit heeft gedaan, een wonder voor onze ogen.

 

EVANGELIE                                                   Mc. 16, 1-7

Jezus van Nazareth die gekruisigd is, is verrezen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena,
Maria, de moeder van Jakobus, en Salóme,
welriekende kruiden om Hem te gaan balsemen.

Op de eerste dag van de week,
heel vroeg,
toen de zon juist op was,
gingen zij naar het graf.
Maar ze zeiden tot elkaar:
“Wie zal de steen
voor ons van de ingang van het graf wegrollen?”
Opkijkend bemerkten ze echter dat de steen weggerold was;
en deze was zeer groot.
Binnengetreden in het graf
zagen ze tot hun ontsteltenis
aan de rechterkant een jongeman zitten in een wit gewaad.

Hij sprak tot haar:
“Schrikt niet.
“Gij zoekt Jezus de Nazarener die gekruisigd is.
“Hij is verrezen,
hij is niet hier.
“Kijk, dit is de plaats waar men Hem neergelegd had.
“Gaat aan zijn leerlingen en aan Petrus zeggen:
Hij gaat u voor naar Galilea;
daar zult ge Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.