Dinsdag – H. Petrus Chrysologus, b. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING
Niemand gaat zo intiem met God om als Mozes: van aangezicht tot aangezicht, zoals een mens met zijn medemens spreekt. God zal Mozes nabij zijn. De God die zich hier openbaart, is dezelfde God die zich in Jezus openbaart: een tedere en geduldige, liefhebbende Vader. De harde woorden die we horen in de eerste lezing lijken echter op het tegendeel te wijzen. Maar de nadruk valt op twee dingen. De tedere, beminnende God kan vooreerst niet onverschillig blijven tegenover het kwaad. En de God van liefde die altijd bij zijn volk zal zijn, bouwt een grote disproportie in tussen beminnen en bestraffen: duizend generaties tegen vier generaties.

EERSTE LEZING                                Ex. 33, 7-11a; 34, 5b-9.28
God de Heer sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht.

Uit het boek Exodus

In die dagen sloeg Mozes telkens de tent op buiten het kamp,
op een behoorlijke afstand;
hij noemde haar: tent van samenkomst.
Iedereen die de HEER iets wilde vragen
ging naar deze tent buiten het kamp.
Als Mozes zich naar de tent begaf
gingen alle mensen voor de ingang van hun tent staan,
en bleven hem nakijken tot hij in de tent was verdwenen.
En als Mozes dan binnen was, daalde de wolkkolom neer
en bleef staan boven de ingang van de tent.
Dan sprak de HEER tot Mozes.
Zodra de mensen de wolkkolom
boven de ingang van de tent zagen staan
bogen zij zich neer bij de ingang van hun tent.
De HEER sprak dan tot Mozes van aangezicht tot aangezicht,
zoals een mens met zijn medemens spreekt.
En Mozes riep de naam ‘HEER’ uit.
De HEER ging Mozes voorbij en riep:
“HEER! God de HEER is een barmhartige en medelijdende God,
groot in liefde en trouw,
die goedheid bewijst aan duizenden,
die misdaden, overtredingen en zonden vergeeft,
maar een schuldige niet ongestraft laat,
en de misdaden van de vaders straft
in hun kinderen en kleinkinderen,
in het derde en vierde geslacht.”
Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer.
Toen sprak hij:
“Och, HEER, wees zo goed en trek met ons mee.
Dit volk is wel halsstarrig
maar vergeef toch onze misdaden en zonden
en beschouw ons als uw eigen bezit.”
Mozes bleef daar veertig dagen en veertig nachten bij de HEER,
zonder te eten of te drinken.
En de HEER grifte de bepalingen van het verbond,
de tien geboden, in de stenen platen.

TUSSENZANG                                      Ps. 103(102), 6-7, 8-9, 10-11, 12-13

De Heer is barmhartig en welgezind.

De Heer is rechtvaardig in al wat Hij doet,
Hij laat de verdrukten recht wedervaren.
Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend,
Hij toonde zijn werken aan Israëls zonen.

De Heer is barmhartig en welgezind,
lankmoedig en goedertieren.
Hij blijft niet voortdurend verwijten maken,
Hij is niet voor eeuwig vertoornd.

Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen,
vergeldt ons niet onze schuld.
Zo wijd als de hemel de aarde omspant,
zo alomvattend is zijn erbarmen.

Zo ver als de afstand van oost tot west,
ze ver verdrijft Hij van ons de zonde.
Zo zeer als een vader zijn kinderen liefheeft,
zo zeer heeft de Heer zijn dienaren lief.

ALLELUIA                                           cf. Hand.  16, 14b

Alleluia.
Maak ons hart ontvankelijk, Heer,
en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon.
Alleluia.

EVANGELIE                                          Mt. 13, 36-43
Zoals het onkruid wordt bijeengebracht en in het vuur verbrand,
zo zal het ook gaan op het einde van de wereld.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
.

In die tijd liet Jezus de menigte gaan en keerde naar huis terug.
Zijn leerlingen kwamen nu naar Hem toe en zeiden:
Leg ons de gelijkenis uit van dat onkruid op de akker.
Hij gaf hun ten antwoord:
Die het goede zaad zaait, is de Mensenzoon,
de akker is de wereld.
Het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Rijk;
het onkruid zijn de kinderen van het kwaad,
en de vijand die het zaaide, is de duivel.
De oogst is het einde van de wereld
en de maaiers zijn de engelen.
Zoals nu het onkruid wordt bijeengebracht
en in het vuur verbrand,
zo zal het ook gaan op het einde van de wereld.
De Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden,
en zij zullen uit zijn Rijk bijeenbrengen
allen die tot zonde verleiden en ongerechtigheid bedrijven
om hen in de vuuroven te werpen,
waar geween zal zijn en tandengeknars.
Dan zullen de rechtvaardigen
in het Koninkrijk van hun Vader schitteren als de zon.
Wie oren heeft, hij luistere.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: