Maandag H. Hiëronymus, pr. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING

Het beeld dat voor ons zo alledaags en zo vanzelfsprekend is, vormt in de ogen van de verbannen en verspreide joden hun grootste droom: bejaarde mensen in de zon, nieuwe generaties jonge mensen, spelende kinderen op de plein’en, de terugkeer uit de verstrooiing van het hele volk. De lezing eindigt dan ook met de gekende verbondsformule: Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn. Het is in de diepste ellende en bij de zwaarste beproeving dat God aan het woord komt: dat wij dus waakzaam moeten zijn voor Gods stem, voor zijn zorg om ons. Zijn wij ervan overtuigd dat God bij ons woont – in onze stad, ons dorp, ons huis? Ben ik ervan overtuigd dat God zich uitspreekt tegenover mij? Dat Hij met mij een verbond aangaat?

EERSTE LEZING                                                Zach. 8, 1-8
Ik ga mijn volk redden uit het land waar de zon opkomt
en uit het land waar zij ondergaat.

Uit de profeet Zacharias
.

Het woord van de HEER der hemelse machten kwam
en het luidde als volgt:
Zo spreekt de HEER van de hemelse machten:
“Ik ijver voor Sion met heftige ijver;
heftig en grimmig ijver Ik voor haar.”
Zo spreekt de HEER:
“Ik keer terug naar Sion,
Ik neem in Jeruzalem mijn intrek.
Jeruzalem zal de stad van de trouw heten,
de berg van de HEER van de hemelse machten:
de heilige berg.”
Zo spreekt de HEER van de hemelse machten:
“Er zullen weer oude mannen en vrouwen zitten
op de pleinen van Jeruzalem,
ieder met een stok in de hand
vanwege hun vele jaren.
De pleinen van de stad zullen ook weer vol zijn
van jongens en meisjes,
die op haar pleinen spelen.”
Zo spreekt de HEER van de hemelse machten:
“Het zal in die dagen wonderbaar lijken
in de ogen van de rest van dit volk,
maar moet het daarom ook
in mijn ogen wonderbaar zijn?”
Zo spreekt de HEER van de hemelse machten:
“Zie, Ik ga mijn volk redden
uit het land waar de zon opkomt
en uit het land waar zij ondergaat.
Ik breng hen terug
en zij zullen in Jeruzalem wonen.
Zij zullen mijn volk zijn
en Ik hun God,
in trouw en in gerechtigheid.”

TUSSENZANG                             Ps. 102(101), 16-18, 19-21, 22-23,29

De Heer herbouwt de muren van Sion,
Hij keert er terug in volle luister.

De heidenen zullen uw Naam weer duchten,
de vorsten der aarde uw heerlijkheid, Heer;
wanneer Gij de muren van Sion herbouwt,
wanneer Gij daar weerkeert in volle luister;
wanneer Gij de stem der geplunderden hoort,
hun smeekbeden niet naast u neerlegt.

Stel dit dan op schrift voor het komend geslacht
en laat onze zonen de Heer ervoor danken.
De Heer ziet omlaag van zijn heilige hoogte,
Hij ziet uit de hemel op aarde neer.
Hij zal het geschrei der gevangenen horen,
verlossen die aan de dood zijn gewijd.

Dan wordt op de Sion zijn Naam weer verkondigd,
zijn lof in de heilige stad ;
als volken en stammen daarheen zullen komen
om hulde te brengen aan God de Heer.

Het kroost van uw dienaren krijgt weer een woonplaats,
hun nageslacht blijft voor uw aanschijn bestaan.

ALLELUIA                                        cf. Ef. 1, 17-18

Alleluia.
De God van onze Heer Jezus Christus
moge ons innerlijk oog verlichten,
om te zien, hoe groot de hoop is
waartoe Hij ons roept.
Alleluia.

EVANGELIE                                                Lc. 9, 46-50
Wie de kleinste is onder u allen, die is de grootste.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd kregen de leerlingen van Jezus woorden over de vraag
wie van hen wel de grootste was.
Maar Jezus die wist wat zij dachten
nam een kind, zette het naast zich en sprak tot hen:
“Wie dit kind opneemt in mijn Naam neemt Mij op;
en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft.
Wie dus de kleinste is onder u allen, die is de grootste.”
Nu nam Johannes het woord en zei:
“Meester, we hebben iemand in uw Naam duivels zien uitdrijven
en we hebben getracht het hem te beletten
omdat hij niet een van uw volgelingen is, zoals wij.”
Maar Jezus zei tot hem:
“Belet het hem niet.
Want wie niet tegen u is, is voor u.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: