Woensdag – H.H. Dionysius, b., en gez., mrt. – H. Johannes Leonardi, pr.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven.

Overweging
Jona lijkt wel de oudste zoon uit Lucas’ parabel over de verloren zoon. Hij is boos omdat God goed is en vergeeft. Hij dacht dat hij geroepen was om Gods oordeel en straf aan te kondigen, nu wordt God plots barmhartig. De onbekende schrijver van het boek Jona leert ook ons vandaag een les. Hoe staan wij tegenover Gods barmhartigheid ? Hoe is het gesteld met onze zorg, met onze liefde voor de naaste, met ons vermogen om niemand pijn te doen – maar ook: hoe is het gesteld met onze weerstand om vergiffenis te schenken ?

EERSTE LEZING                   Jon. 4, 1-11

Gij zijt begaan met die boom, Jona,
en Ik zou dan niet begaan zijn met Nineve ?

Uit de Profeet Jona

Jona vond het besluit van de Heer heillloos
en hij werd nijdig.
Hij bad tot de Heer :
“Ach Heer, had ik het niet gedacht,
toen ik nog in mijn land was !
“Daarom ben ik ook aanstonds maar naar Tarsis gevlucht !
“Ik wist immers,
dat Gij een medelijdende en barmhartige God zijt,
lankmoedig en rijk aan liefde,
altijd geneigd om spijt te krijgen over aangezegd onheil.
“Gij kunt nu mijn levensadem wel van mij wegnemen, Heer :
de dood is mij liever dan het leven.”
Maar de Heer vroeg :
“Is er wel een reden om zo nijdig te zijn ?”
Jona ging de stad uit
en aan de oostkant van de stad gekomen
ging hij daar zitten.
Hij maakte zich een loofdak
en ging daaronder in de schaduw zitten uitkijken,
wat er met de stad zou gebeuren.
Nu liet de Heer God een ricinusboom opschieten,
tot boven Jona uit, om zijn hoofd te beschaduwen
en hem zo van zijn wreveligheid te genezen.
Jona was opgetogen over die boom.
Maar toe beschikte God het zo,
dat er de volgende dag in alle vroegte een worm kwam,
die de boom aanvrat en deed verdorren.
Bovendien zond God, zodra de zon was opgekomen,
een verzengende oostenwind,
en de zon stak zo hevig op Jona’s hoofd,
dat hij uitgeput neerzonk.
Hij verlangde te sterven en zei :
“De dood is mij liever dan het leven.”
Maar God vroeg aan Jona :
“Is er wel reden om zo nijdig te zijn
over die ricinusboom ?”
Hij antwoordde :
” Ja, ik heb reden om door en door nijdig te zijn !”
Daarop sprak de Heer :
“Gij zijt begaan met die ricinusboom,
waarvoor gij niets hebt gedaan
en die gij niet hebt opgekweekt,
die boom die tussen de ene nacht en de andere
is opgeschoten en verdwenen ?
“En Ik zou dan niet begaan zijn met Nineve,
de grote stad Nineve, waar behalve de vele dieren,
zoveel mensen wonen
– meer dan twaalf tienduizendtallen –
mensen die het verschil
tussen hun rechter- en hun linkerhand niet weten?”

TUSSENZANG                Ps. 86(85), 3-4, 5-6, 9-10 

Gij, Heer mijn God, zijt barmhartig en goed,
geduldig, mild en betrouwbaar.

Mijn God zijt Gij toch, heb erbarmen met mij,
voortdurend roep ik tot U.
Verblijd het hart van uw dienaar, Heer,
ik richt mij tot U vol vertrouwen.

Gij zijt immers goed en genadig, Heer,
barmhartig voor elk die U aanroept.
Luister dan, Heer, naar mijn bidden,
geef acht op mijn smekende stem.

Eens komen de volken, uw schepselen, weer
omU te aanbidden, uw naam te loven.
Want groot zijt Gij, Heer, en groot is uw schepping,
Gij zijt de enige God.

ALLELUIA                     Jak. 1, 21

Alleluia.
Neemt met zachtmoedigheid het woor van God aan
dat in u werd geplant
en de kracht bezit
uw zielen te redden.
Alleluia.

EVANGELIE                   Lc. 11, 1-4

Heer, leer ons bidden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

Op een keer was Jezus ergens aan het bidden.
Toen Hij ophield zei een van zijn leerlingen tot Hem :
“Heer,
leer ons bidden,
zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft.”
Hij sprak tot hen :
“Wanneer ge bidt, zegt dan :
Vader, uw Naam worde geheiligd,
uw Rijk kome.
“Geef ons iedere dag ons dagelijks brood,
en vergeef ons onze zonden,
want ook wijzelf vergeven aan ieder die ons iets schuldig is.
“En leid ons niet in bekoring.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

                           

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: