Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Jezus wil niet dat de mensen de indruk krijgen dat Hij zich inzet voor het tot stand brengen van een werelds koninkrijk. Hij weet dat het volk op het punt staat om van Hem een ‘echte’ koning te maken, die de mensen zal bevrijden van onderdrukkende machten. Zo interpreteren zij immers het begrip ‘Messias’. Jezus echter heeft iets heel anders voor ogen dan een werelds koninkrijk waarvan Hij de heerser zou worden. Hij weet dat Hij een heel andere zending moet waarmaken. De broodvermenigvuldiging en de redevoering over het brood van eeuwig leven tonen in welke richting zijn zending zal gaan; het wonder van de broodvermenigvuldiging is, net zoals de eucharistie die wij dagelijks vieren, een gebaar van zuivere, mateloze – goddelijke – liefde! Geen werelds, maar een hemels koninkrijk kondigt Jezus aan.

EERSTE LEZING                             Hand. 5, 34-42

Zij gingen heen, verheugd dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van de naam van Jezus.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen was er in het Sanhedrin een Farizeeër,
Gamaliël, een wetgeleerde
die bij het gehele volk in aanzien stond.
Hij liet de apostelen een ogenblik naar buiten brengen.
Daarop zei hij :
“Mannen van Israël,
bedenkt wel wat gij met deze mannen gaat doen.
“Vóór onze tijd immers trad Teudas op,
die beweerde dat hij iemand van betekenis was
en bij wie zich een groep van ongeveer vierhonderd man aansloot.
“Hij werd gedood
en allen die op hem vertrouwden, werden uiteengejaagd.
“Na hem, in de dagen van de volkstelling
trad Judas de Galileeër op
en sleepte veel volk mee,
en allen die op hem vertrouwden, werden verstrooid.
“Wat ons geval betreft zeg ik u :
bemoeit u niet met deze mensen
maar laat ze hun gang gaan.
“Gaat deze opzet of dit werk van mensen uit,
dan zal het op niets uitlopen.
“Gaat het echter van God uit,
dan zult gij hen niet uiteen kunnen slaan ;
anders zou misschien blijken dat gij tegen God in verzet zijt.”
Zij lieten zich door hem overreden.
Zij riepen de apostelen,
lieten hen geselen,
verboden hun te spreken in de naam van Jezus
en stelden hen in vrijheid.
De apostelen verlieten het Sanhedrin
verheugd dat ze waardig bevonden waren
smaad te lijden omwille van de naam van Jezus.
Zij gingen door
met dagelijks in de tempel en in de huizen onderricht te geven
en de blijde Boodschap te verkondigen
dat Jezus de Messias is.

TUSSENZANG                   Ps. 27(26), 1, 4, 13-14

Eén ding slechts vraag ik de Heer,
meer zal ik niet wensen :
dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef.
of : Alleluia.

De Heer is mijn licht en mijn leidsman,
wie zou ik vrezen :
de Heer is de schuts van mijn leven,
voor wie zou ik bang zijn ?

Eén ding slechts vraag ik de Heer,
meer zal ik niet wensen :
dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef.
Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren,
zijn tempel weer met eigen ogen mag zien.

Ik reken er op nog tijdens mijn leven
de weldaden van de Heer te ervaren.
Zie uit naar de Heer en houd dapper stand,
wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

ALLELUIA

Alleluia.
Christus stond op uit het graf
en werd een Licht voor allen
die Hij vrijkocht in zijn bloed.
Alleluia.

EVANGELIE                          Joh. 6, 1-15

Hij liet de broden en de vissen uitdelen onder de mensen die daar zaten, zoveel men maar wilde.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die dagen begaf Jezus zich naar de overkant
van het meer van Galilea, bij Tiberias.
Een grote menigte volgde Hem
omdat zij de tekenen zagen die Hij aan de zieken deed.
Jezus ging de berg op
en zette zich daar met zijn leerlingen neer.
Het was kort voor Pasen, het feest van de Joden.
Toen Jezus zijn ogen opsloeg
en zag dat er een grote menigte naar Hem toekwam
vroeg Hij aan Filippus :
“Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten ?”
– Dit zeide Hij om hem op de proef te stellen,
want zelf wist Hij wel wat Hij ging doen. –
Filippus antwoordde Hem :
“Wil ieder ook maar een klein stukje krijgen
dan is voor tweehonderd denariën brood nog te weinig.”
Een van zijn leerlingen,
Andreas, de broer van Simon Petrus
merkte op :
“Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen,
maar wat betekent dat voor zo’n aantal ?”
Jezus echter zei :
“Laat de mensen gaan zitten.”
Er was daar namelijk veel gras.
Zij gingen dan zitten ;
het aantal mannen bedroeg ongeveer vijfduizend.
Toen nam Jezus de broden
en na het dankgebed gesproken te hebben
liet Hij ze uitdelen onder de mensen die daar zaten,
alsmede de vissen, zoveel men maar wilde.
Toen ze verzadigd waren zei Hij tot zijn leerlingen :
“Haalt nu de overgebleven brokken op
om niets verloren te laten gaan.”
Zij haalden ze op
en vulden van de vijf gerstebroden twaalf manden met brokken,
welke door de mensen na het eten overgelaten waren.
Toen de mensen het teken zagen dat Hij had gedaan zeiden ze :
“Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen.”
Daar Jezus begreep
dat zij zich van Hem meester wilden maken
om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen,
trok Hij zich weer in het gebergte terug,
geheel alleen.

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

 

Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis door Paus Franciscus

18. De voortdurende versnelling van de veranderingen van de mensheid en de planeet gaat vandaag samen met een intensivering van het levens- en arbeidsritme in wat sommigen in het Spaans “rapidación” (versnelling) noemen. Hoewel verandering deel uitmaakt van de dynamiek van complexe systemen, is de snelheid die de menselijke activiteiten deze vandaag opleggen, tegengesteld aan de natuurlijke traagheid van de biologische evolutie. Hierbij komt nog het probleem dat de doelstellingen van deze snelle en voortdurende verandering niet noodzakelijk gericht zijn op het algemene welzijn en een houdbare en integrale menselijke ontwikkeling. Verandering is iets wenselijks, maar wordt verontrustend, wanneer zij verandert in een achteruitgang van de wereld en de kwaliteit van leven van een groot gedeelte van de mensheid.

Wordt vervolgd