http://kerkengeloof.wordpress.com

Vrijdag – HH. Carolus Lwanga en gez., mrt.

Boek met kaars 40

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke morgen vanaf 7 uur ter beschikking

Overweging

Jezus stelt in het evangelie eigenlijk maar één vraag: ‘Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij meer lief dan deze die Mij liefhebben?’ Het is een heel persoonlijke, indringende vraag. Hij herhaalt ze, tot drie maal toe. Pas wanneer Hij zeker is van de liefde vertrouwt Hij iemand een verantwoordelijkheid toe. Het is slechts de liefde die ons bekwaam maakt voor een opdracht in de geloofsgemeenschap. Wat wij doen zal – ondanks ons persoonlijk falen en onze ontrouw – een concretisering zijn van de liefde die wij de Heer hebben toegezegd. De eisen liggen dus hoog. Onze liefde voor de Heer zal ons brengen waar wij het niet willen. Maar, wij zullen sterk zijn omdat wij ons gedragen weten door de liefde van de Heer voor ons.

EERSTE LEZING     Hand. 25, 13-21

Jezus is dood, aldus Festus, maar Paulus beweert dat Hij leeft.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen kwamen koning Agrippa en Berníke in Caesarea
en maakten hun opwachting bij Festus.
Tijdens hun verblijf aldaar, dat verscheidene dagen duurde
legde Festus het geval van Paulus aan de koning voor
met de woorden :
“Felix heeft hier een gevangene achtergelaten
tegen wie de hogepriesters en de oudsten van de Joden,
een aanklacht hebben ingediend
toen ik in Jeruzalem was,
met het verzoek hem te veroordelen.
“Ik heb hun te verstaan gegeven,
dat de Romeinen niet gewoon zijn
iemand bij wijze van gunst uit te leveren,
voordat de beklaagde tegenover zijn beschuldigers heeft gestaan
en gelegenheid gekregen heeft
zich tegen de aanklacht te verdedigen.
“Zij kwamen dus hier heen
en zonder uitstel heb ik de volgende dag rechtzitting gehouden
en heb ik de man laten voorleiden.
“Toen de aanklagers om hem heen stonden,
brachten zij geen enkele beschuldiging in van misdaden
waar ik op gerekend had.
“Wel hadden zij bepaalde kwesties tegen hem
op het gebied van hun eigen geloof
en over een zekere Jezus,
die dood is,
maar van wie Paulus beweerde dat Hij leeft.
“Omdat ik met het onderzoek van die dingen geen weg wist,
heb ik gevraagd of hij naar Jeruzalem wilde gaan
om daar in deze zaak terecht te staan.
“Maar Paulus is in hoger beroep gegaan
en wilde daarom tot de uitspraak van Zijne Majesteit
in bewaring gehouden worden.
“Daarom heb ik bevel gegeven hem in hechtenis te houden
totdat ik hem naar de keizer kan zenden.”

TUSSENZANG             Ps. 103 (102), 1-2, 11-12, 19-20ab

De Heer heeft zijn troon in de hemel gevestigd.
of : Alleluia.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen !
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
vergeet zijn weldaden niet !

Zo wijd als de hemel de aarde omspant,
zo alomvattend is zijn erbarmen.
Zo ver als de afstand van oost tot west,
zo ver verdrijft Hij van ons de zonde.

De Heer heeft zijn troon in de hemel gevestigd,
Hij voert heerschappij over heel het heelal.
Verheerlijkt de Heer, al zijn hemelse boden,
machtige uitvoerders van zijn bevel.

ALLELUIA                   Mt. 28, 19 en 20

Alleluia.
Gaat en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen;
Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.
Alleluia.

EVANGELIE     Joh. 21, 15-19

Weid mijn lammeren, hoed mijn schapen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

Toen Jezus verschenen was aan zijn leerlingen,
zei Hij na het ontbijt tot Simon Petrus :
“Simon, zoon van Johannes,
hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben ?”
Hij antwoordde :
“Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin.”
Jezus zei hem :
“Weid mijn lammeren.”
Nog een tweede maal zei Hij tot hem :
“Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?”
En deze antwoordde :
“Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin.”
Jezus hernam :
“Hoed mijn schapen.”
Voor de derde maal vroeg Hij :
“Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?”
Nu werd Petrus bedroefd,
omdat Hij hem voor de derde maal vroeg :
Hebt ge Mij lief? en hij zeide Hem :
“Heer, Gij weet alles ; Gij weet dat ik U bemin.”
Daarop zei Jezus hem :
“Weid mijn schapen.
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :
Toen ge jong waart,
deedt ge zelf uw gordel om en gingt waarheen ge wilde,
maar wanneer ge oud zijt, zult ge uw handen uitstrekken,
een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt.”
Hiermee zinspeelde Hij op de dood
waardoor hij God zou verheerlijken.
En na deze woorden zei Hij hem :
“Volg Mij.”

_________________________________________________________________

Laudato Si

 

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis door Paus Franciscus

71. Ook al “was de boosheid van de mensen toegenomen” (Gen. 6, 5) en “kreeg” God “spijt dat Hij de mens op aarde had gemaakt” (Gen. 6, 6) , toch heeft God door Noach, die nog zuiver en rechtschapen gebleven was, besloten een weg voor redding te openen. Zo heeft Hij de mensheid de mogelijkheid van een nieuw begin gegeven. Er is een goede mens nodig, wil er hoop zijn! De Bijbelse traditie stelt duidelijk vast dat dit eerherstel de herontdekking van en het respect voor het ritme dat door de hand van de Schepper in de natuur is gelegd, met zich meebrengt. Dat ziet men bijvoorbeeld in de wet van de sabbat. De zevende dag ruste God uit van al zijn werken. God gaf Israël de opdracht dat iedere zevende dag moest worden gevierd als een dag van rust, een sabbat.  Anderzijds werd ook ieder zevende jaar een sabbatjaar voor Israël en zijn land vastgesteld , waarin men het land volkomen rust gunde, niet zaaide en alleen het noodzakelijke oogstte om te overleven en gastvrijheid te bieden.  Ten slotte vierde men na verloop van zeven sabbatjaren, dat wil zeggen negen en veertig jaar, het jobeljaar, het jaar van de universele vergeving en het jaar dat “iedereen wordt hersteld in zijn vroegere bezit en terugkeert naar zijn familie” (Lev. 25, 10) . De ontwikkeling van deze wetgeving heeft getracht het evenwicht en de gelijkheid in de relaties van het menselijk wezen met de ander en het land waar hij leefde en werkte, te waarborgen. Maar tegelijkertijd was er een erkenning van het feit dat een gave van het land met zijn vruchten het hele volk toebehoort. Zij die het gebied bebouwden en bewaakten, moesten de vruchten ervan delen, in het bijzonder met de armen, de weduwen, de wezen en de vreemdelingen. “Als gij uw oogst van het land haalt, moogt gij uw akker niet tot de rand afmaaien en wat is blijven liggen niet bijeenrapen. Gij moogt in uw wijngaard geen nalezing houden en de afgevallen drijven niet bijeenrapen. Dat alles is bestemd voor de arme en de vreemdeling” (Lev. 19, 9-10) .

Wordt vervolgd                 Voor voorafgaande publicaties scroll naar beneden

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________________________

Friday – HH. Carolus Lwanga and fellows, Mar.

Invitation

May I hereby draw your attention to
the daily reading of the Gospel?

This invitation wants to share with you the joy of the Gospel.
Everyone, no one excepted,
can experience this joy by opening his heart
to the healing effect of God’s word.

Available every morning from 7 am

Consideration

In the Gospel, Jesus asks just one question: ‘Simon, son of John, do you love me more than these who love me?’ It is a very personal, penetrating question. He repeats it, three times. Only when He is certain of love does He entrust responsibility to someone. It is only love that makes us competent for a task in the community of faith. What we do – despite our personal failures and unfaithfulness – will be a concretisation of the love we have promised the Lord. Thus the demands are high. Our love for the Lord will take us where we do not want to go. But we will be strong because we know we are carried by the Lord’s love for us.

FIRST READING      Acts 25:13-21

Jesus is dead, says Festus, but Paul claims that He is alive.

From the Acts of the Apostles

In those days King Agrippa and Berníke came to Caesarea
and paid their respects to Festus.
During their stay there, which lasted several days
Festus presented the case of Paul to the king
with the words :
“Felix left a prisoner here
against whom the high priests and the elders of the Jews
have brought an accusation
when I was in Jerusalem,
asking me to condemn him.
“I made them understand that the Romans are not in the habit
of handing anyone over as a favour,
before the accused has stood before his accusers
and has had the opportunity
to defend himself against the charge.
“So they came here
and without delay I held court on the following day
and I had the man arraigned.
“When the prosecutors stood around him,
they did not bring any charges of crimes
that I had anticipated.
“However, they did have certain issues against him
concerning their own faith
and about a certain Jesus,
who is dead,
but of whom Paul claimed to be alive.
“Because I did not know how to investigate these things,
I asked him to go to Jerusalem
to stand trial in this matter.
“But Paul appealed
and therefore wished to be kept in custody until His Majesty’s verdict.
“Therefore I have ordered that he be kept in custody
until I can send him to the Emperor.”

INTERLUMINUM      Ps. 103 (102), 1-2, 11-12, 19-20ab

The Lord has established his throne in heaven.
or : Alleluia.

Glorify, my soul, the Lord,
His holy Name from the depths of thy being!
Glorify, my soul, the Lord,
forget not his benefits.

As wide as the heavens span the earth,
so all-embracing is His mercy.
As far as the distance from east to west,
He drives out sin from us.

The Lord has established His throne in heaven,
He reigns over all the universe.
Glorify the Lord, all his heavenly messengers,
mighty executors of his command.

ALLELUIA Mt 28, 19 and 20

Alleluia.
Go and make disciples of all nations;
I am with you always, even to the end of the world.
Alleluia.

GOSPEL      John 21, 15-19

Pasture my lambs, tend my sheep.

From the holy Gospel of our Lord Jesus Christ according to
John

When Jesus had appeared to his disciples
after breakfast he said to Simon Peter:
“Simon, son of John,
do you love Me more than these love Me?
He answered :
“Yes Lord, You know that I love You.”
Jesus said to him :
“Pasture My lambs.”
A second time He said to him :
“Simon, son of John, do you love Me?”
And this one answered :
“Yes Lord, Thou knowest that I love Thee.”
Jesus resumed :
“Shepherd my sheep.”
For the third time He asked :
“Simon, son of John, do you love Me?”
Now Peter was grieved,
because he asked him for the third time:
Do you love Me?” and he said to him:
“Lord, Thou knowest all things; Thou knowest that I love Thee.”
Thereupon Jesus said to him :
“Pasture my sheep.
“Verily, verily, I say unto thee:
When thou wast young,
thou didst put on thy girdle and go whithersoever thou wert,
but when thou art old, thou shalt stretch forth thy hands,
another will gird you up and take you whither you will not go.”
With this he alluded to death
through which he would glorify God.
And after these words He said to him :
“Follow Me.”

_________________________________________________________________

Laudato Si

Encyclic of

POPE FRANCIS

On the Care of the Common Home by Pope Francis

71. Even though “the anger of mankind had increased” (Gen 6:5) and God “regretted having made man on earth” (Gen 6:6), God decided, through Noah, who had remained pure and upright, to open a way for salvation. Thus, He has given mankind the possibility of a new beginning. It takes a good man for there to be hope! Biblical tradition clearly states that this restoration entails the rediscovery of and respect for the rhythm that has been laid down in nature by the hand of the Creator. This is seen, for example, in the law of the Sabbath. On the seventh day God rested from all His works. God gave Israel the instruction that every seventh day was to be celebrated as a day of rest, a Sabbath.  On the other hand, a Sabbath year was also established every seventh year for Israel and its land, in which they gave the land complete rest, did not sow and harvested only what was necessary for survival and hospitality.  Finally, at the end of seven Sabbath years, that is forty-nine years, they celebrated the year of Jobel, the year of universal forgiveness and the year in which “everyone is restored to his former property and returns to his family” (Lev. 25, 10) . The development of this legislation sought to ensure balance and equality in the relations of the human being with others and with the land where he lived and worked. But at the same time there was a recognition that a gift of the land and its fruits belonged to the whole people. Those who cultivated and guarded the land were to share its fruit, especially with the poor, the widows, the orphans and the strangers. “When you take your harvest from the land, you must not mow your field to the brim, nor gather up what remains. And when ye have gathered your harvest from the land, let not the soil be cut down to its depths, nor the drifts that have fallen away. All this is for the poor and the stranger” (Lev. 19, 9-10) .

To be continued                     For previous publications please scroll down

The Bible text in this edition is taken from The New Translation of the Bible,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Recitals from Liturgical suggestions for the weekdays and Sundays
Laudato Si Official English translation
_____________________________________________________________________________

Geef een reactie

Ontdek meer van KERK en GELOOF/CHURCH and FAITH

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder