Poolse zuster, zieneres en mystica
Geboren op 25 augustus 1905
Gestorven op 5 oktober 1938
Uitnodiging
Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?
Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.
Elke dag ter beschikking
Overweging
Brengt het einde van het boek Job – na de lezing van gisteren – geen anticlimax? Een happy end zoals in een minder goede Amerikaanse film? Misschien wordt de vraag opgelost als we de bijbel openslaan. Het begin en het einde van het boek zijn in proza geschreven. Wellicht een heel oud verhaal (raamverhaal). Als men begin en einde na elkaar leest, heeft men de traditionele opvatting. Job wordt beproefd, Job onderwerpt zich, Job wordt in dit leven beloond. Het lange tussengedeelte is poëzie en verschilt in taal, stijl en inhoud van de prozatekst. Wellicht is dit een later ingelaste tekst van een auteur die heel ernstig worstelt met de traditionele leer en het mysterie van Gods beleid wil peilen.
EERSTE LEZING Job 42, 1-3.5-6.12-17
Nù hebben mijn ogen U aanschouwd.
Daarom herroep ik mijn woorden.
Uit het Boek Job
Toen gebeurde het
dat Job aan de Heer het volgende antwoord gaf :
“Ik heb erkend, dat Gij alle macht hebt ;
niets wat Gij wilt, wordt U geweigerd.
“Daarom sprak ik in domheid,
over dingen, te wonderbaar voor mijn begrip.
“Van horen zeggen had ik over U gehoord ;
“Daarom herroep ik mijn woorden en doe ik boete in stof en as.”
Toen zegende de Heer Job, meer nog dan tevoren,
en hij kreeg veertienduizend schapen,
duizend koppel runderen en duizend ezelinnen.
Hij kreeg ook zeven zonen en drie dochters.
De eerste noemde hij Jemina,
de tweede Kesia en de derde Keren-Happuk.
Er waren in het hele land geen vrouwen te vinden,
zo mooi als de dochters van Job,
en hun vader gaf hun een erfdeel evenals aan haar broers.
Daarna leefde Job nog honderdveertig jaar,
en hij zag zijn kinderen en kleinkinderen
tot in het vierde geslacht.
Toen stierf Job, hoogbejaard en levensmoe.
TUSSENZANG Ps. 119(118), 66, 71, 75, 91, 125, 130
Laat voor uw dienaar uw Aangezicht stralen, Heer.
Verleen mij dan inzicht en wijsheid,
want op uw geboden stel ik mijn hoop.
De kwelling was mij een weldaad :
Zo leerde ik wat Gij beschikt.
Rechtvaardig is wat Gij bepaalt, Heer, ik weet het,
Gij hebt mij terecht gestraft.
Zoals Gij bepaald hebt, zo is het voor immer,
want al wat bestaat dient U.
Uw dienaar ben ik, geef mij verstand
om wat Gij verordent te kennen.
De uitleg van uw woorden geeft klaarheid,
schenkt wijsheid aan wie onervaren is.
ALLELUIA Ps. 130(129), 5
Alleluia.
Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Alleluia.
EVANGELIE Lc. 10, 17-24
Verheugt u omdat uw namen staan opgetekend in de hemel.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas
In die tijd keerden de tweeënzeventig leerlingen
vol blijdschap terug en zeiden :
“Heer, zelfs de duivels
onderwerpen zich aan ons door uw Naam.”
Jezus zei hun :
“Ik zag de satan als een bliksemstraal uit de hemel vallen.
“Ik heb u macht gegeven
op slangen en schorpioenen te treden,
te heersen over heel de kracht van de vijand ;
en niets zal u kunnen schaden.
“Toch moet ge u niet verheugen over het feit
dat de duivels aan u onderworpen zijn,
maar verheugt u
omdat uw namen staan opgetekend in de hemel.”
Op dat uur jubelde Hij het uit, vervuld van de heilige Geest,
en Hij sprak :
“Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt
voor wijzen en verstandigen,
maar ze hebt geopenbaard aan kinderen.
“Ja, Vader,
zo heeft het U behaagd.
“Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven.
“Niemand weet wie de Zoon is tenzij de Vader ;
en wie de Vader is tenzij de Zoon
en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren.”
Daarop keerde Hij zich naar zijn leerlingen afzonderlijk
en Hij zei tot hen :
“Gelukkig de ogen die zien wat gij ziet.
“Ik zeg u :
Vele profeten en koningen verlangden te zien wat gij ziet
maar zij hebben het niet gezien;
en te horen wat gij hoort
maar zij hebben het niet gehoord.”
Fratelli tutti
Encycliek van
PAUS FRANCISCUS
Over broederschap en sociale vriendschap
De achtergrond
57. Deze parabel bevat een achtergrond van eeuwen. Kort na het verhaal
van de schepping van de wereld en van de mens laat de Bijbel de uitdaging
van de onderlinge relaties zien. Kaïn elimineert zijn broer Abel en Gods
vraag weerklinkt: “Waar is je broer Abel?” (Gen. 4, 9). Het antwoord is
hetzelfde als wat wij vaak geven: “Ben ik dan de hoeder van mijn broer?
(Ibid.). Met zijn antwoord stelt God ieder type van determinisme of fatalisme
ter discussie dat pretendeert de onverschilligheid te rechtvaardigen
als enig mogelijk antwoord. Het stelt ons daarentegen in staat een andere
cultuur te creëren die ons erop richt vijandschappen te overwinnen en de
zorg op ons te nemen voor elkaar.
Wordt vervolgd
Elke dag om 7 uur am
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen
Fratelli tutti Officiële Nederlandse vertaling
______________________________________________________________________________