http://kerkengeloof.wordpress.com

Achttiende zondag door het jaar

Boek met kaars 40

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking

Openingswoord

‘IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid!
Samen met Prediker vragen ook wij ons af:
wat hebben wij aan ons geploeter,
aan ons zwoegen en ons inspannen?
Onze rijkdom kunnen we toch niet meenemen in het graf.
Vandaag worden we uitgenodigd
omte focussen op wat essentieel is,
om bewust te leven en bedachtzaam om te gaan met elkaar.
Laten we steeds meer loskomen van bezit,
ons bekleden met de nieuwe mens
en ons richten op het hemelse.

EERSTE LEZING              Pred. 1,2;2,21-23
Wat heeft de mens aan al zijn geploeter?

Uit het boek Prediker

IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker,
ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid!
Er zijn mensen die zich aftobben en inspannen
met wijsheid en kennis van zaken,
maar wat ze verdienen, moeten ze afgeven aan anderen,
die zich niet inspanden.
Ook dat is ijdelheid en grote onbillijkheid.
Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter,
en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt?
Alle dagen bereiden hem leed, en ergernis is zijn loon;
zelfs ’s nachts vindt hij geen rust;
ook dat is ijdelheid.

Antwoordpsalm          Ps.90(89), 3-4, 5-6, 12 en 17
Keervers
Gij, Heer, zijt steeds onze toevlucht

Wat sterfelijk is vergaat weer tot stof,
Gij zegt: “Keer terug, kind van Adam!”
Voor U zijn duizend jaren één dag,
als gisteren dat al voorbij is,
een uur van slaap in de nacht.

Ons leven breekt af als een droom in de ochtend,
kortstondig is het als gras op het veld.
Des morgens ontkiemt het en schiet op,
des avonds is het verwelkt.

Leer ons onze dagen naar waarde te schatten
en zo te komen tot wijsheid van hart.
Uw luister, Heer God, moge over ons stralen,
bestuur onze handen bij al wat zij doen.

 

TWEEDE LEZING             Kolossenzen 3, 1-5.9-11
Zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt.
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters,

Als gij met Christus ten leven zijt gewekt
zoekt wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods.
Zint op het hemelse, niet op het aardse.
Gij zijt immers gestorven
en uw leven is nu met Christus verborgen in God.
Christus is uw leven,
en wanneer Hij verschijnt
zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.
Maakt dus radicaal een einde aan immorele praktijken,
ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, begeerlijkheid
en de hebzucht die gelijk staat met afgoderij.
En beliegt elkaar niet meer.
Gij hebt de oude mens met zijn gedragingen afgelegd
en u bekleed met de nieuwe mens,
die op weg is naar het ware inzicht,
terwijl hij zich vernieuwt naar het beeld van zijn Schepper.
Dan is er geen sprake meer van Griek of Jood;
besnedene of onbesnedene,
barbaar of Skyth,
van slaaf of vrije mens.
Dáár is alleen Christus,
alles in allen.

Vers voor het evangelie            Mt. 5,3

Alleluia.
Zalig de armen van geest
want hun behoort het Rijk der hemelen.
Alleluia.

 

EVANGELIE          Lucas 12,13-21
En al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei iemand uit het volk tegen Jezus:
“Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.”
Maar Jezus antwoordde hem:
“Man, wie heeft mij tot rechter of verdeler over u aangesteld?”
En Hij sprak tot hem:
“Pas op en wacht u voor alle hebzucht!
Want geen enkel bezit, – al is het nog zo overvloedig –
kan uw leven veilig stellen.”
Hij vertelde hun de volgende gelijkenis:
“Het land van een rijk man had een grote oogst opgeleverd.
Daarom overlegde deze bij zichzelf:
Wat moet ik doen?
Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen.
En hij zei:
Dit ga ik doen:
ik breek mijn schuren af en bouw grotere:
Daarin zal ik dan heel mijn rijkdom aan koren opbergen.
Dan zal ik tot mijzelf zeggen:
Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren;
rust nu uit,
eet en drink en geniet ervan!
Maar God sprak tot hem:
Dwaas!
Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen;
en al die voorzieningen die je getroffen hebt,
voor wie zijn die dan?
Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf,
maar niet rijk is bij God.”

_________________________

Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

Over de zorg voor het gemeenschappelijke huis

71. Ook al “was de boosheid van de mensen toegenomen” (Gen. 6, 5) en
“kreeg” God “spijt dat Hij de mens op aarde had gemaakt” (vgl. Gen. 6, 6),
toch heeft God door Noach, die nog zuiver en rechtschapen bleef, besloten
een weg tot redding te openen. Zo heeft Hij de mensheid de mogelijkheid
van een nieuw begin gegeven. Een goede mens is nodig, wil er hoop zijn!
De bijbelse traditie stelt duidelijk vast dat dit eerherstel de herontdekking
van en het respect voor het ritme dat door de hand van de Schepper in de
natuur is gelegd, met zich meebrengt. Dat toont bijvoorbeeld het sabbatgebod.
De zevende dag rustte God uit van al zijn werken. God gaf Israël de
opdracht dat iedere zevende dag moest worden gevierd als een dag van
rust, een sabbat (vgl. Gen. 2, 2-3; Ex. 16, 23; 20, 10). Anderzijds werd ook
ieder zevende jaar een sabbatjaar voor Israël en zijn land vastgesteld (vgl.
Lev. 25, 1-4), waarin men het land volkomen rust gunde, niet zaaide en
alleen het noodzakelijke oogstte om te overleven en gastvrijheid te bieden
(vgl. Lev. 25, 4-6). Ten slotte vierde men na verloop van zeven sabbatjaren,
dat wil zeggen negen en veertig jaar, het jobeljaar, het jaar van de universele
vergeving en het jaar dat “iedereen wordt hersteld in zijn vroegere
bezit en terugkeert naar zijn familie” (Lev. 25, 10). De ontwikkeling van
deze wetgeving heeft getracht het evenwicht en de gelijkheid in de relaties
van de mens met de ander en het land waar hij leefde en werkte, te waarborgen.
Maar tegelijkertijd was er een erkenning van het feit dat een gave
van het land met zijn vruchten het hele volk toebehoort. Zij die het gebied
bebouwden en bewaakten, moesten de vruchten ervan delen, in het bijzonder
met de armen, de weduwen, de wezen en de vreemdelingen. “Als gij uw
oogst van het land haalt, moogt gij uw akker niet tot de rand afmaaien en
wat is blijven liggen niet bijeenrapen. Gij moogt in uw wijngaard geen
nalezing houden en de afgevallen druiven niet bijeenrapen. Dat alles is
bestemd voor de arme en de vreemdeling” (Lev. 19, 9-10).

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________

 

Geef een reactie

Ontdek meer van KERK en GELOOF/CHURCH and FAITH

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder