Uitnodiging
Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?
Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.
Iedere dag beschikbaar.
Overweging
” Met de hulp van onze God hebben wij de moed gevonden om zijn boodschap bij u openlijk en met grote ijver te verkondigen.”” Dit fragment uit de brief van Paulus tekent hem ten voeten uit. Wie het Woord van God wil spreken of ervan wil getuigen, moet wars zijn van alle hoogmoed, hebzucht, en eigenwaan. Maar verkondigers moeten wel spreken met de zekerheid dat God hen draagt, en dat hen daardoor niets kan gebeuren. Beledigingen noch mishandelingen kunnen Paulus daarom tegenhouden. Het enige criterium voor hem is: God. In God vond Paulus zekerheid en standvastigheid. Niet alleen om Gods Woord te verkondigen, maar om er zelf naar te leven. Leven wij naar het Woord van God? Wanneer spreken onze daden tegen wat onze lippen belijden?
EERST LEZING 1Tess. 2, 1-8
Met het evangelie van God
hadden wij u graag ons eigen leven geschonken.
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica
Gij weet zelf, broeders en zusters,
dat ons optreden onder u niet vergeefs is geweest.
Na de mishandelingen en beledigingen
die wij zoals ge weet in Filippi hadden moeten verduren,
hebben wij met de hulp van onze God de moed gevonden
om zijn boodschap
bij u openlijk en met grote ijver te verkondigen.
Onze prediking
komt niet voort uit dwaling of onzuivere bedoelingen
en wil niemand bedriegen.
God zelf heeft ons geschikt bevonden
en ons het evangelie toevertrouwd;
daar om spreken wij ook niet om bij mensen in de gunst te komen
maar alleen om te behagen aan God, die ons hart toetst.
Wij hebben ons nooit afgegeven met vleierij,
gij weet het,
noch met bedekte hebzucht,
God is onze getuige.
Wij hebben geen eerbewijzen van mensen gezocht,
van u noch van anderen,
ofschoon wij
als apostelen van Christus ons hadden kunnen laten gelden.
Wij zijn even zachtzinnig met U omgegaan
als een verpleegster met haar baby’s.
We waren u zo innig genegen, dat wij u graag
mét het evangelie van God ons eigen leven hadden geschonken;
zo lief waart gij ons geworden.
Tussenzang Ps 139(138), 1-3, 4-6
Gij kent mij Heer, en Gij doorschouwt mij.
Gij kent mij Heer en Gij doorschouwt mij,
Gij ziet mij waar ik ga of sta.
Van verre kent Gij mijn gedachten,
Gij weet waarom ik bezig ben of rust,
Gij let op al mijn wegen.
Heer, voor het woord nog op mijn tong is
weet gij reeds wat ik zeggen ga.
Waar ik mij wend, Gij staat op wacht,
uw hand rust altijd op mijn schouder.
Uw kennis is voor mij te wonderbaar,
zo hemelhoog, dat ik ze niet kan vatten.
ALLELUIA 1 Sam 3, 9; Joh. 6, 69b
Alleluia.
Spreek Heer, uw dienaar luistert;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
Alleluia.
EVANGELIE Mt. 23, 23-26
Het ene moet men doen en het andere niet nalaten.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs
In die tijd sprak Jezus :
“Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars !
“Gij betaalt wel tienden van munt, anijs en komijn,
maar het gewichtigste van de Wet :
Rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw
verwaarloost ge.
“Het ene moet men doen en het andere niet nalaten.
“Blinde leiders, die de mug uitzift en de kameel doorslikt !
“Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars !
“De buitenkant van beker en schotel maakt ge schoon,
maar van binnen zijn ze gevuld met roof en genotzucht.
“Blinde Farizeeën, reinigt eerst de beker van binnen,
dan wordt de buitenkant van zelf rein.”
________________________________________________________
Laudato Si
Encycliek van
PAUS FRANCISCUS
Over de zorg voor het gemeenschappelijke huis
94. De rijke en de arme hebben een gelijke waardigheid, omdat “de Heer
hen allen heeft gemaakt” (Spr. 22, 2), “Hij zelf klein en groot heeft gemaakt
(Wijsh. 6, 7) en “de zon laat opgaan over slechten en goeden” (Mat. 5, 45).
Dit heeft praktische consequenties, zoals die welke door de bisschoppen
van Paraguay worden geformuleerd: “Iedere boer heeft het natuurlijke
recht een redelijk stuk grond te bezitten, waar hij zijn huis op kan bouwen,
werken voor het levensonderhoud van zijn gezin en zekerheid kan hebben
betreffende zijn eigen bestaan. Dit recht moet worden gegarandeerd, opdat
het uitoefenen ervan niet schijn, maar werkelijk is. En dit betekent dat de
boer, behalve dat hij het eigendomsrecht heeft, moet kunnen rekenen op de
middelen van technische vorming, leningen, verzekeringen en toegang tot
de markt”.
Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling
____________________________________________________________________________