http://kerkengeloof.wordpress.com

Donderdag in de vijfentwintigste week

Boek met kaars 40

 

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Iedere dag beschikbaar.

OVERWEGING

Achttien jaar zijn er ondertussen verlopen sinds de Joden uit ballingschap terugkeerden naar hun land. De heropbouw van de tempel is stilgevallen. De ballingen die terugkeerden en aanvankelijk met veel godsvrucht begonnen te bouwen aan de tempel, geven nu voorrang aan hun eigen wensen. Ze bouwen mooie en comfortabele woningen voor zichzelf. Ze realiseren hun dromen, maar staan niet meer stil bij de droom van God. Het huis van God verwordt ondertussen tot een ruïne: Het heet dat de tijd nog niet gekomen is om aan zijn huis te bouwen. Herkennen we dit?
‘Eerst leven, dan werken en geld verdienen, en dan tijd maken voor God’, of We hebben geen tijd om de eucharistie te vieren: En er is in het weekend al zoveel te doen!’, of nog: ‘Ik hou overdag zelfs geen kwartier over voor mezelf: wanneer zou ik dan nog tot bidden moeten komen?…

 

EERSTE  LEZING                      Hag.1, 1-8
Herbouwt het huis van de Heer;
dan zal Ik daarin mijn welbehagen hebben.

Begin van de profeet Haggai
In het tweede jaar van koning Daríus
in de zesde maand, op de eerste dag van die maand,
werd door de profeet Haggaï
het woord van de HEER gericht tot Zerúbbabel,
de zoon van Káltiël, landvoogd van Juda,
en tot de hogepriester Józua, de zoon van Jehósadak.
Zo spreekt de HEER van de hemelse machten:
“Dit volk denkt, dat de tijd nog niet is gekomen,
de tijd om het huis van de HEER te herbouwen.
Maar het woord van de HEER,
door de profeet Haggaï gesproken, luidt aldus:
Is het voor u dan wél de tijd
om zelf in uw goed betimmerde huizen te wonen,
terwijl dit huis nog een ruïne is?
Daarom – zo spreekt de HEER van de hemelse machten –
moet gij eens nadenken over de weg waarop gij u bevindt.
Gij hebt veel gezaaid, maar ge brengt weinig binnen;
gij eet, maar ge wordt niet verzadigd;
gij drinkt, maar ge wordt er niet vrolijk van;
gij kleedt u, maar ge wordt er niet warm van;
de loonarbeider krijgt zijn loon,
maar in de buidel met een gat!
Zo spreekt de HEER van de hemelse machten:
Gij moet nadenken over de weg waarop gij u bevindt.
Gaat het bergland in, haalt daar hout
en herbouwt het huis;
dan zal Ik daarin mijn welbehagen hebben
en mijn heerlijkheid tonen, zegt de HEER.”

TUSSENZANG            Ps. 149, 1-2, 3-4, 5-6a, 9b

Onze Heer die zijn volk bemint,
omkranst de verdrukte met zegekransen.
Alleluia.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zijn lof weerklinke te midden der zijnen.
Israël juiche zijn Schepper toe,
laat Sions zonen hun koning begroeten.

Looft zijn Naam in een heilige dans,
bespeelt voor Hem harp en citer.
Want onze Heer, die zijn volk bemint,
omkranst de verdrukte met zegekransen.

Jubelt dus, heiligen, om uw triomf,
viert feest in uw legerplaatsen ;
gaat met het lied van God in uw mond,
een taak die zijn vromen tot eer strekt.

 

ALLELUIA                   Joh. 17, 17b, a

Alleluia.
Uw woord is waarheid, Heer,
wijd ons U toe in de waarheid.
Alleluia.

 

EVANGELIE                Lc. 9, 7-9
Herodes zei: Johannes heb ik onthoofd.
Wie kan dat zijn over wie ik dergelijke verhalen hoor?

 
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd hoorde de viervorst Herodes alles wat er gebeurde
en hij wist niet wat hij ervan denken moest.
Sommigen immers zeiden: “Johannes is verrezen uit de doden”;
anderen: “Elia is verschenen”;
en weer anderen: “Een van de oude profeten is opgestaan.”
Maar Herodes zei:
“Johannes heb ik onthoofd.
Wie kan dat zijn over wie ik dergelijke verhalen hoor?”
Hij wilde Jezus daarom te zien krijgen.

________________________________________________________

Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

Over de zorg voor het gemeenschappelijke huis

De noodzaak de arbeid te beschermen
124. Bij elke opzet van een integrale ecologie die de mens niet uitsluit, is
het onontbeerlijk de waarde van de arbeid te betrekken, die door de heilige
Johannes Paulus II met zoveel wijsheid in zijn encycliek Laborem exercens
is ontwikkeld. Wij herinneren eraan dat God volgens het bijbelverhaal de
mens in de pas geschapen tuin plaatste (vgl. Gen. 2, 15) niet alleen om de
zorg voor wat aanwezig was op zich te nemen (behoeden), maar om er ook
te werken, opdat het vruchten zou voortbrengen (bebouwen). De arbeiders
en de handwerkslieden “houden de goederen van deze wereld in stand”
(Sir. 38, 33). Menselijk ingrijpen dat een verstandige ontwikkeling van de
schepping begunstigt, vormt de meest geëigende manier om voor haar te
zorgen. Dit impliceert ook dat de mens een instrument van God wordt om
zo te helpen de mogelijkheden die Hijzelf in de dingen heeft gelegd, naar
boven te laten komen: “De Heer laat de aarde geneeskrachtige kruiden
voortbrengen en een verstandig man versmaadt die niet” (Sir. 38, 4).

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________________________

Geef een reactie

Ontdek meer van KERK en GELOOF/CHURCH and FAITH

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder