http://kerkengeloof.wordpress.com

Vrijdag in de zevende week

EERSTE LEZING                                                      Sir. 6, 5-17

Een trouwe vriend is onbetaalbaar.

Uit het Boek Ecclesiasticus

Aangename taal maakt vele vrienden;
een innemend woord bevordert hoffelijke omgang.
Velen mogen met u in vrede leven,
maar laat slechts één op duizend uw raadsman zijn.
Wilt ge een vriend winnen, stel hem dan eerst op de proef
en vertrouw hem niet overijld.
Menigeen is vriend zolang het hem uitkomt,
maar blijft niet bij u als ge in nood verkeert.
Menigeen is vriend, maar wordt vijand
en maakt de twist tot uw schande openbaar.
Menigeen is vriend zolang hij uw tafel deelt,
maar blijft niet bij u als ge in nood verkeert.
Zolang het u goed gaat, doet hij als u
en gaat hij vrijmoedig met uw slaven om,
maar raakt ge aan lager wal, dan keert hij zich tegen u
en houdt hij zich voor u verborgen.
Houd u op een afstand van uw vijanden
en wees op uw hoede voor uw vrienden.
Een trouwe vriend is een sterke beschutting,
wie hem vindt heeft een schat gevonden.
Een trouwe vriend is onbetaalbaar;
onmeetbaar is zijn voortreffelijkheid.
Een trouwe vriend is een levenselixir;
wie de Heer vrezen zullen hem vinden.
Wie de Heer vreest houdt zijn vriendschap in stand,
want zoals hij zelf is, zo is ook zijn naaste.

Tussenzang                            Ps. 119(118), 12,16, 18, 27, 34,35

Leid mij langs de paden van uw geboden, Heer.

Gij zijt lofwaardig, Heer,
leer mij uw beschikkingen kennen.

Wat Gij hebt beschikt is mij welkom ;
uw woorden vergeet ik nooit.
Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen
de heerlijkheid van uw wet.

Leid mij op de weg van uw bevelen,
dan zal ik uw daden indachtig zijn.

Geef mij begrip om uw wet na te leven,
om hem te volgen met heel mijn hart.

Leid mij langs de paden van uw geboden,
daar vind ik mijn vreugde in.

Alleluia                                                 1 Sam. 3, 9 ; Joh. 6, 69b

Alleluia.
Spreek, Heer, uw dienaar luistert ;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
Alleluia.

EVANGELIE                                                Mc. 10, 1-12

Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
.

In die tijd vertrok Jezus
en ging naar het gebied van Judea en het Overjordaanse.
Ook daar kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe
en als naar gewoonte onderrichtte Hij hen.
Er kwamen ook Farizeeën die Hem vroegen:
“Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?”
Daarmee wilden zij Hem op de proef stellen.
Hij antwoordde hun met een wedervraag:
“Wat heeft Mozes u voorgeschreven?”
Zij zeiden:
“Mozes heeft toegestaan een scheidingsbrief op te stellen
en haar weg te zenden.”
Doch Jezus antwoordde hun:
“Om de hardheid van uw hart
heeft hij die bepaling voor u neergeschreven.
Maar in het begin, bij de schepping,
heeft God hen als man en vrouw gemaakt.
Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten
om zich te binden aan zijn vrouw
en deze twee zullen één vlees worden.
“Zo zijn zij dus niet langer twee,
één vlees als zij geworden zijn.
“Wat God derhalve heeft verbonden,
mag een mens niet scheiden.”
Thuis ondervroegen de leerlingen Hem nogmaals daarover.
Hij sprak tot hen:
“Wie zijn vrouw wegzendt en een ander huwt
maakt zich tegenover haar schuldig aan echtbreuk.
En wanneer zij haar man verlaat en een andere huwt
begaat zij echtbreuk.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Zevende week door het jaar Donderdag

EERSTE LEZING                                                 Sir.  5, 1-8

Talm niet terug te keren tot de Heer.

Uit het Boek Ecclesiasticus

Verlaat u niet op uw rijkdommen
en zeg niet: Ik ben van niemand afhankelijk.
Volg niet uw eigen zin en kracht
om te wandelen naar de begeerte van uw hart.
Zeg niet: Wie zal macht over mij hebben?,
want de Heer zal u daarvoor zeker straffen.
Zeg niet: Ik heb gezondigd, wat is me overkomen?,
want de Heer is lankmoedig.
Wees over uw verzoening niet zo onbekommerd
dat ge zonde op zonde zoudt stapelen,
en zeg niet:
Zijn ontferming is groot,
Hij zal mijn vele zonden wel vergeven,
want zowel erbarmen als toorn is bij Hem
en op zondaars rust zijn gramschap.
Talm niet terug te keren tot de Heer;
stel niet uit van dag tot dag,
want plotseling schiet de toorn des Heren uit,
en in het vuur der vergelding wordt ge vernietigd.
Verlaat u niet op oneerlijk verkregen rijkdommen,
want ze baten u niet op de dag der ellende.

Tussenzang                                       Ps. 1, 1-2, 3, 4, 6

Gelukkig is de man,
die op de Heer zijn hoop stelt  (Ps. 40(39), 5a)

Gelukkig de man die weigert te doen
wat goddelozen hem raden ;
die niet de wegen der zondaars gaat,
niet zit te midden der spotters ;
maar die zijn geluk vindt in ’s Heren wet,
haar dag en nacht overweegt.

Hij is als een boom, aan het water geplant,
die vruchten draagt op zijn tijd ;
des zomers verdorren zijn bladeren niet,
maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.

De goddelozen vergaat het zo niet :
de wind blaast hen weg als kaf.
De Heer immers let op de weg der gerechten,
de weg van de zondaars loopt dood.

Alleluia                                                       1  Joh. 2, 5

Alleluia.
Wie het woord van de Heer bewaart,
in hem is waarlijk Gods liefde volkomen.
Alleluia.

EVANGELIE                                                Mc. 9, 41-50

Het is beter voor u verminkt het leven binnen te gaan
dan in het bezit van twee handen in de hel te komen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Als iemand u een beker water te drinken geeft
omdat gij van Christus zijt, voorwaar Ik zeg u:
zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.
Maar als iemand
een van deze kleinen die geloven, aanleiding tot zonde geeft,
het zou beter voor hem zijn
als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp.
Dreigt uw hand u aanleiding tot zonde te geven,
hak ze af;
het is beter voor u verminkt het leven binnen te gaan
dan in het bezit van twee handen in de hel te komen,
in het onblusbaar vuur.
Geeft uw voet u aanleiding tot zonde,
hak hem af;
het is beter voor u kreupel het leven binnen te gaan
dan in het bezit van twee voeten in de hel te worden geworpen.
Geeft uw oog u aanleiding tot zonde,
ruk het uit;
het is beter voor u met één oog het Rijk Gods binnen te gaan
dan in het bezit van twee ogen in de hel te worden geworpen,
waar hun worm niet sterft en het vuur niet gedoofd wordt.
Iedereen zal met vuur gezouten worden.
Het zout is iets goeds;
maar als het zout zouteloos wordt
waarmee zult ge het dan zijn smaak hergeven?
Hebt zout in uzelf
en leeft in vrede met elkaar.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Dinsdag H. Christophorus Magellaen, pr. en gez., mrt.

EERSTE LEZING                                           Sir. 2, 1-11

Bereid u voor op verzoeking

Uit het Boek Ecclesiasticus.

Mijn kind, indien ge nadert om God de Heer te dienen,
bereid u dan voor op verzoeking.
Ga recht door zee, wees standvastig,
en wees niet overijld in tijd van tegenspoed.
Houd u vast aan Hem en val niet af,
dan wordt ge tenslotte verheven.
Aanvaard alles wat u overkomt;
wees lankmoedig in de wisselvalligheid van uw nederig bestaan.
Want goud wordt beproefd in vuur,
en hij die bij God welgevallig is, in de oven der vernedering;
(in ziekte en armoede verlaat u op God).
Vertrouw op Hem en Hij zal u helpen,
bewandel de rechte weg en hoop op Hem.
Gij die de Heer vreest, wacht op zijn erbarmen,
wijk niet af, ge zoudt kunnen vallen.
Gij die de Heer vreest, vertrouw op Hem,
en uw loon zal u zeker niet ontgaan.
Gij die de Heer vreest, hoop op het goede,
op eeuwige blijdschap en erbarmen;
(zijn vergelding is een eeuwige gave verbonden met vreugde).
Let op de geslachten van vroeger en ziet:
Wie vertrouwde op de Heer en werd beschaamd?
Wie volhardde in de vrees voor Hem en werd in de steek gelaten?
Of wie riep hem aan en werd niet verhoord?
Daarom: barmhartig en genadig is de Heer;
Hij vergeeft de zonden en redt ten tijde der verdrukking.

Tussenzang                               Ps. 37(36), 3-4, 18-19, 27-28,39-40

Vertrouw aan de Heer uw levensweg toe,
verlaat u op Hem, Hij zal er voor zorgen.

Vertrouw op de Heer en doe wat goed is,
dan zult gij veilig uw land bewonen.
Zoek uw geluk bij de Heer,
Hij geeft wat uw hart begeert.

De Heer draagt zorg voor het leven der vromen,
hun erfdeel blijft voor altijd bijeen.
Zij staan niet verlegen in tijden van rampspoed,
maar worden verzadigd bij hongersnood.

Blijf ver van het kwaad en doe wat goed is,
dan moogt ge voor eeuwig hier wonen;
want God bemint de gerechtigheid,
verlaat zijn getrouwen niet.

Het heil van de vromen komt van de Heer ;
Hij is hun toevlucht in tijden van kwelling.
De Heer staat hen bij en bevrijdt hen,
Hij redt die zich tot Hem wenden.

Alleluia                                                        Jak. 1, 21

Alleluia.
Neemt met zachtmoedigheid het woord van God aan
dat in u werd geplant,
en de kracht bezit
uw zielen te redden.
Alleluia.

EVANGELIE                                              Mc. 9, 30-37

De Mensenzoon wordt overgeleverd.
Als iemand de eerste wil zijn,
moet hij de laatste van allen zijn.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
.

Na de gedaanteverandering op de berg
gingen Jezus en zijn leerlingen daar weg
en trokken Galilea door;
maar Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam,
want Hij was bezig zijn leerlingen te onderrichten.
Hij zeide hun:
“De Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen der mensen
en ze zullen Hem doden;
maar drie dagen na zijn dood zal Hij weer opstaan.”
Zij begrepen die woorden wel niet
maar schrokken ervoor terug Hem te ondervragen.
Zij kwamen in Kafarnaüm
en, eenmaal thuis, ondervroeg Hij hen:
“Waar hebt ge onderweg over getwist?”
Maar zij zwegen, want zij hadden onderweg
een woordenwisseling gehad over de vraag
wie de grootste was.
Toen zette Hij zich neer,
riep de twaalf bij zich en zei tot hen:
“Als iemand de eerste wil zijn,
moet hij de laatste van allen
en de dienaar van allen zijn.”
Hij nam een kind en zette het in hun midden;
Hij omarmde het en sprak tot hen:
“Wie een kind als dit opneemt in mijn Naam
neemt Mij op; en wie Mij opneemt
neemt niet Mij op, maar Hem die Mij gezonden heeft.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Maandag na Pinksteren

EERSTE LEZING                                                  Hand. 19, 1b-6a

Hebt gij de heilige Geest ontvangen toen ge het geloof hebt aangenomen?

Uit de Handelingen van de Apostelen
.

In die dagen kwam Paulus
na zijn reis door het binnenland in Éfeze.
Daar ontmoette hij enige leerlingen aan wie hij vroeg:
“Hebt gij de heilige Geest ontvangen
toen ge het geloof hebt aangenomen?”
Zij antwoordden:
“Wij hebben niet eens gehoord
dat er een heilige Geest bestaat.”
Toen zei hij:
“Hoe zijt ge dan gedoopt?”
Ze antwoordden:
“Met het doopsel van Johannes.”
Paulus hernam:
“Johannes diende een doopsel toe ten teken van bekering,
maar hij zei aan het volk
dat ze moesten geloven in Wie na hem kwam, dat is Jezus.”
Toen zij dit gehoord hadden
lieten zij zich dopen in de naam van de Heer Jezus.
Nadat Paulus hun de handen had opgelegd
kwam de heilige Geest over hen.

Tussenzang                                   Ps. 104(103), 1ab, 24, 27-28, 30-31.

Zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven,
dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
wat zijt Gij groot, Heer mijn God!

Hoe veel is het wat Gij gedaan hebt, Heer,
en alles in wijsheid gemaakt,
de aarde is vol van uw schepsels.

En al deze dieren verwachten van U
dat Gij ze voedt op hun tijd.
Wat Gij voor hen uitstrooit verzamelen zij,
ze worden verzadigd als Gij uw hand opent.

Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven,
dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.
De roem van de Heer blijve eeuwig bestaan,
Hij vinde zijn vreugde in al zijn schepsels.

Alleluia                                             Joh. 14,16

Alleluia.
De Vader zal u op mijn gebed
een andere Helper geven,
om voor altijd bij u te blijven.
Alleluia.

EVANGELIE                                         Joh; 14, 15_17

De Geest van de waarheid zal altijd bij u blijven.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden.
Dan zal de Vader op mijn gebed
u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven:
de Geest van de waarheid
voor wie de wereld niet ontvankelijk is
omdat zij Hem niet ziet en niet kent.
Gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Zevende week van Pasen Zaterdag H. Johannes I, paus en mrt.

Eerste Lezing                                         Hand. 28, 16-20.30-31

Paulus bleef te Rome en predikte er het Rijk Gods.

Uit de Handelingen van de Apostelen
.

Na aankomst in Rome kreeg Paulus verlof
op zichzelf te wonen met de soldaat die hem bewaakte.
Drie dagen later ontbood hij de voornaamste Joden bij zich.
Toen zij bijeengekomen waren, zei hij tot hen:
“Mannen broeders,
ofschoon ik niets gedaan heb tegen ons volk
of tegen de voorvaderlijke gebruiken,
ben ik vanuit Jeruzalem
als gevangene uitgeleverd aan de Romeinen.
“Dezen wilden mij na verhoor in vrijheid stellen
omdat ik niets had bedreven waarop de doodstraf stond.
“Maar omdat de Joden zich hiertegen verzetten
zag ik me gedwongen mij op de keizer te beroepen,
dit echter niet
als had ik enige klacht in te brengen tegen mijn volk.
“Dat is dus de reden
waarom ik verzocht u te mogen zien en u toe te spreken.
“Het is om de verwachting van Israël
dat ik deze ketenen draag.”

Twee volle jaren vertoefde Paulus daar in een eigen huurwoning
en ontving allen die bij hem kwamen.
Hij predikte het Rijk Gods
en gaf onderricht in de leer over de Heer Jezus Christus
in alle vrijmoedigheid
zonder enige belemmering.

Tussenzang                                                  Ps. 11(10), 5, 6, 8

God is rechtvaardig, het recht is Hem lief,
gerechten zullen Hem zien.
Alleluia

De heer in zijn heilige tempel,
de Heer, Hij troont in de hemel.
Zijn ogen zien op ons neer,
zijn blikken doorvorsen de mensen.

Goeden en slechten doorziet Hij,
Hij haat wie het onrecht bemint.
Want God is rechtvaardig, het recht is Hem lief,
gerechten zullen Hem zien.

Alleluia                                                   Joh. 16, 7 en 13

Alleluia.
De Geest der waarheid zal Ik tot u zenden, zegt de Heer,
en Hij zal u tot de volle waarheid brengen.
Alleluia.

Evangelie                                             Joh.  21, 20-25

Dit is de leerling die dit geschreven heeft, en zijn getuigenis is waar.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
.

In die tijd,
toen Petrus zich omkeerde, zag hij,
dat de leerling van wie Jezus veel hield, hem volgde;
dezelfde die ook bij de maaltijd tegen Jezus’ borst had geleund
en had gezegd:
Heer, wie is het die U zal overleveren?
Toen Petrus hem nu zag, vroeg hij aan Jezus:
“Wat dan met hem?”
Waarop Jezus hem zei:
“Als Ik hem wil laten blijven tot Ik kom,
is dat uw zaak?
“Gij moet Mij volgen!”
Zo ontstond onder de broeders het gerucht
dat die leerling niet zou sterven.
Doch Jezus had hem niet gezegd dat hij niet zou sterven,
maar:
Als Ik hem wil laten blijven tot Ik kom,
is dat uw zaak?

Dit is de leerling
die van deze dingen getuigt en dit geschreven heeft,
en wij weten dat zijn getuigenis waar is.
Er zijn nog vele andere dingen die Jezus gedaan heeft.
Maar als ze een voor een beschreven worden,
dan zou naar mijn mening zelfs de hele wereld
te klein zijn voor de boeken die men dan zou moeten schrijven.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Dinsdag H. Mattias, apostel

Eerste lezing                                               Hand. 1, 15-17.20-26

Het lot viel op Mattias.
Hij werd toegevoegd aan de groep van de elf apostelen.

Uit de Handelingen van de Apostelen
.

In die dagen stond Petrus op te midden van de broeders
– er was een groep
van ongeveer honderdtwintig personen bijeen –
en sprak:
“Mannen broeders,
het Schriftwoord moest in vervulling gaan
dat de heilige Geest door de mond van David
tevoren gesproken heeft over Judas,
die de gids is geworden
van hen die Jezus gevangen namen.
Hij behoorde tot ons getal
en had aan dit dienstwerk zijn deel gekregen.
Er staat immers geschreven in het boek der psalmen:
Zijn woonplaats worde een woestenij
en niemand wone er meer;
en ook:
Een ander neme zijn ambt over.
Dus moet een van de mannen
die tot ons gezelschap behoorden
gedurende de tijd dat de Heer Jezus onder ons verkeerde,
vanaf het doopsel van Johannes
tot de dag waarop Hij van ons werd weggenomen,
met ons een getuige worden van zijn verrijzenis.”
Men stelde er twee voor:
Jozef ook Barsabbas geheten, bijgenaamd Justus,
en Mattias.
Toen baden zij als volgt:
“Gij, Heer, die aller harten kent,
wijs degene aan die Gij van deze twee hebt uitverkoren
om de plaats te bezetten in dit dienstwerk en apostelambt,
waaraan Judas ontrouw werd
om heen te gaan naar zijn eigen plaats.”
Toen liet men hen loten en het lot viel op Mattias.
Hij werd toegevoegd aan de groep van de elf apostelen.

Tussenzang                                Ps. 113(112), 1-2, 3-4, 5-6, 7-8

De Heer plaatst de machtelozen
te midden der machtigen van zijn volk.
Alleluia

Verheerlijkt, dienaars des Heren,
verheerlijkt de Naam van de Heer
De Naam van de Heer zij geprezen
vandaag en in eeuwigheid.

Van ochtendgloren tot avondrood
moet ieder die Naam aanbidden.
Want boven de volkeren troont de Heer,
zijn Glorie beheerst de hemel.

Wie is als de Heer onze God,
hoog boven de sterren gezeten?
Die van omhoog overziet
het hemelgewelf en de aarde.

Die machtelozen tilt uit het stof,
van vuilnishopen de armen weghaalt;
om hen in de kring van de vorsten te plaatsen,
te midden der machtigen van zijn volk.

Alleluia                                                         Joh. 15, 16

Niet gij hebt Mij uitgekozen maar Ik u.

Alleluia.
Ik heb u uitgekozen
en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan
en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn.
Alleluia.

Evangelie                                               Joh. 15, 9-17

Niet gij hebt Mij uitgekozen maar Ik u.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Zoals de Vader Mij heeft liefgehad
zo heb ook Ik u liefgehad.
Blijft in mijn liefde.
Als gij mijn geboden onderhoudt
zult gij in mijn liefde blijven,
gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden
in zijn liefde blijf.
Dit zeg Ik u
opdat mijn vreugde in u moge zijn
en uw vreugde volkomen moge worden.
Dit is mijn gebod,
dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad.
Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze,
dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.
Gij zijt mijn vrienden als gij doet wat Ik u gebied.
Ik noem u geen dienaars meer
want de dienaar weet niet wat zijn heer doet,
maar u heb Ik vrienden genoemd
want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord.
Niet gij hebt Mij uitgekozen maar Ik u,
en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan
en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn.
Dan zal de Vader u geven
al wat gij Hem in mijn Naam vraagt.
Dit is mijn gebod,
dat gij elkaar liefhebt.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Zesde week van Pasen Zaterdag

Eerste lezing                                 Hand.  18, 23-28
Paulus bewijst Apollos aan de hand van de Schriften dat Jezus de Messias is.

Uit de Handelingen van de Apostelen
.

Nadat Paulus enige tijd te Antiochíë had verbleven
vertrok hij weer
en maakte een rondreis
achtereenvolgens door de landstreek Galatië en door Frygië
om er alle leerlingen te sterken.
Intussen was in Éfeze een Jood aangekomen,
Apóllos,
een Alexandrijn van afkomst
en een welsprekend man,
die doorkneed was in de Schriften.
Hij had onderricht ontvangen in de weg des Heren,
sprak vol geestdrift
en gaf in bijzonderheden onderricht over alles wat Jezus betrof,
hoewel hij alleen het doopsel van Johannes kende.
Ook begon hij vrijmoedig in de synagoge op te treden.
Nadat Priscílla en Aquila hem gehoord hadden,
namen ze hem mee
en legden hem de weg van God nauwkeuriger uit.
Toen hij wilde doorreizen naar Acháia,
zonden de broeders aan de leerlingen een brief
met het verzoek hem goed te ontvangen.
Daar aangekomen
was hij door zijn genadegave van veel nut voor de gelovigen,
want krachtig weerlegde hij in het openbaar de Joden
door aan de hand van de Schriften te bewijzen
dat Jezus de Messias was.

Tussenzang                                            Ps. 47(46), 2-3, 8-9, 10

Koning is God over heel de aarde.
Alleluia.

Alle volkeren, klapt in de handen,
jubelt voor God met blij geroep.
Want groot is de Heer en alom geducht,
een machtig vorst over heel de aarde.

Koning is God over heel de aarde,
zingt dus een psalm voor Hem.
Koning is God over alle naties,
zetelend op zijn heilige troon.

Vorsten en volkeren komen daar samen,
vereend met het volk van Abrahams God.
Aan God komt toe alle macht op aarde,
de Allerhoogste is Hij.

Alleluia                                                        Joh. 14, 18

Alleluia.
Ik zal u niet verweesd achterlaten, zegt de Heer :
Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug,
en uw hart zal zich verheugen.
Alleluia.

Evangelie                                              Joh. 16, 23b-28
De Vader heeft u lief omdat gij Mij liefhebt en in Mij gelooft.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
wat gij de Vader ook zult vragen,
Hij zal het u geven in mijn Naam.
“Tot nu toe hebt gij niets gevraagd in mijn Naam.
“Vraagt en gij zult verkrijgen
opdat uw vreugde volkomen zij.
“In beelden heb Ik hierover tot u gesproken;
er komt een uur dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken,
maar Mij onomwonden
tegenover u zal uiten omtrent de Vader.
“Op die dag zult gij bidden in mijn Naam;
het is niet nodig te zeggen
dat Ik bij de Vader uw voorspreker zal zijn,
want de Vader zelf heeft u lief omdat gij Mij liefhebt
en omdat gij gelooft dat Ik van God ben uitgegaan.
“Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen;
weer verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Zesde week van Pasen Vrijdag

Eeerste Lezing                                                 Hand. 18, 9-18
In deze stad behoren veel mensen Mij toe.

Uit de Handelingen van de Apostelen
.

Toen Paulus te Korinte verbleef
sprak de Heer in een nachtelijk visioen tot hem:
“Wees niet bevreesd
maar spreek, en zwijg niet.
“Ik ben met u
en niemand zal u aanraken om u kwaad te doen,
want in deze stad behoren veel mensen Mij toe.”
Anderhalf jaar bleef hij daar wonen
terwijl hij bij hen het woord Gods onderwees.
Onder het proconsulaat echter van Gállio in Acháia
keerden de Joden zich als één man tegen Paulus
en brachten hem voor de rechtbank.
Zij verklaarden:
“Deze man tracht de mensen over te halen
tot onwettige godsverering.”
Paulus wilde juist iets zeggen
toen Gállio de Joden antwoordde:
“Als het ging over een of ander onrecht of ernstig misdrijf, Joden,
zou ik u vanzelfsprekend geduldig aanhoren.
“Maar zijn het twisten over een woord,
over namen en over die Wet van u,
dan moet gij zelf maar zien.
“Daarover wil ik geen rechter zijn.”
Hij joeg ze van zijn rechterstoel weg.
Nu wierpen allen zich op Sóstenes, de overste van de synagoge,
en gaven hem voor de rechterstoel een pak slaag.
Gállio trok er zich niets van aan.
Paulus bleef daar nog vele dagen,
nam toen afscheid van de broeders
en ging in gezelschap van Priscílla en Aquila scheep naar Syrië.
Eerst had hij in Kénchreë zijn hoofdhaar laten afknippen
want hij stond onder gelofte.

Tussenzang                             Ps. 47(46), 2-3, 4-5, 6-7

Koning is God over heel de aarde.
Alleluia.

Alle volkeren, klapt in de handen,
jubelt voor God met blij geroep.
Want groot is de Heer en alom geducht,
een machtig vorst over heel de aarde.

Volkeren levert Hij aan ons uit
en naties legt Hij aan onze voeten.
Hij kiest het erfdeel voor ons uit,
de trots van Jakob, zijn welbeminde.

God stijgt ten troon onder luid gejuich,
de Heer met geschal van bazuinen.
Zingt nu voor God, laat klinken uw zang,
voor onze koning een loflied!

Alleluia                                                         Joh. 16, 28

Alleluia.
Ik ben van de Vader uitgegaan
en in de wereld gekomen ;
Weer verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader.
Alleluia

Evangelie                                                    Joh. 16, 20-23a
Uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
gij zult wenen en weeklagen
terwijl de wereld zich zal verheugen.
“Gij zult bedroefd zijn,
maar uw droefenis zal in vreugde verkeren.
“Wanneer de vrouw gaat baren
is zij bedroefd omdat haar uur gekomen is;
maar wanneer zij het kindje ter wereld heeft gebracht
denkt zij niet meer aan de pijn,
van blijdschap dat er een mens ter wereld is gekomen.
“Zo zijt ook gij nu wel bedroefd,
maar wanneer Ik u zal weerzien zal uw hart zich verheugen
en uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen.
“Op die dag zult gij Mij over niets ondervragen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Hemelvaart van de Heer

Openingswoord
“Wat staat ge naar de hemel te kijken ?”
Zo spreken de engelen de apostelen toe.
Ook al kunnen wij vandaag Jezus niet meer zien
toch kunnen wij Hem werkelijk ontmoeten.
Laten wij onze blik naar binnen richten
en ons hart openen voor Christus de Heer,
en vragen wij dat God ons innerlijk oog verlicht,
om te beseffen hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept.

Eerste Lezing                                                 Hand. 1,1-11
Ten aanschouwen van hen werd de Heer omhooggeheven.

Uit de Handelingen van de Apostelen
.

Mijn eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven
over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag,
waarop Hij zijn opdracht gaf aan de apostelen
die Hij door de heilige Geest had uitgekozen,
en waarop Hij ten hemel werd opgenomen.
Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen
dat Hij in leven was.
Hij verscheen hun gedurende veertig dagen
en sprak met hen over het Rijk Gods.
Terwijl Hij met hen at
beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten,
maar de belofte van de Vader af te wachten
die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt:
“Johannes doopte met water,
maar gij zult over enkele dagen
gedoopt worden met de heilige Geest.”
Terwijl zij eens bijeengekomen waren
stelden zij Hem de vraag:
“Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?”
Maar Hij gaf hun ten antwoord:
“Het komt u niet toe dag en uur te kennen
die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld.
Maar gij zult kracht ontvangen
van de heilige Geest die over u komt,
om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem,
in geheel Judea en Samaria
en tot het einde der aarde.”
Na deze woorden
werd Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven
en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden,
stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden:
“Mannen van Galilea,
wat staat ge naar de hemel te kijken?
Deze Jezus die van u is weggenomen naar de hemel,
zal op dezelfde wijze wederkeren
als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”

Antwoordpsalm                                     Ps.  47(46), 2-3, 6-7, 8-9

Keervers
God stijgt ten troon onder luid gejuich,

de Heer met geschal van bazuinen.

Alle volkeren, klapt in de handen,
jubelt voor God met blij geroep.
Want groot is de Heer en alom geducht,
een machtig vorst over heel de aarde.

God stijgt ten troon onder luid gejuich,
de Heer met geschal van bazuinen.
Zingt nu voor God, laat klinken uw zang,
voor onze koning een loflied!

Koning is God over heel de aarde,
zingt dus een psalm voor Hem.
Koning is God over alle naties,
zetelend op zijn heilige troon.

Tweede Lezing                                  Hebr. 9, 24-28; 10, 19-23
Christus is de hemel zelf binnengegaan.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Christus is niet het heiligdom binnengegaan dat
– door mensenhanden gemaakt –
slechts een symbool is van het waarachtige heiligdom;
Hij is de hemel zelf binnengegaan om er nu
voor onze zaak bij God present te zijn.
Ook hoeft Hij zich daar niet telkens opnieuw te offeren,
terwijl de hogepriester, jaar in jaar uit
het allerheiligste binnengaat, met bloed dat niet het zijne is.
Anders had Christus meerdere malen moeten lijden,
vanaf het begin van de wereld;
maar in feite is Hij slechts éénmaal verschenen,
op het hoogtepunt van de geschiedenis
om door zijn offer de zonden te delgen.
Het is het lot van de mens éénmaal te sterven
en daarna komt het oordeel;
zo is ook Christus éénmaal geofferd
omdat Hij de zonden van allen op zich had genomen;
als Hij een tweede maal verschijnt zal het zijn
los van de zonde,
om heil te brengen aan allen die naar Hem uitzien.

Door het bloed van Jezus, broeders en zusters,
hebben wij vrije toegang gekregen tot het heiligdom.
In zijn eigen lichaam
heeft Hij voor ons de nieuwe, levende weg gebaand,
dwars door het voorhangsel heen.
We hebben nu
‘die grote priester die over het huis van God is aangesteld’.
Laten we dan dichterbij komen,
maar met een oprecht hart
en in de volle overtuiging van ons geloof,
ons hart rein gesprenkeld van alle schuldbesef,
ons lichaam gewassen met zuiver water.
Laten we onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis van onze hoop,
want Hij die de beloften deed is betrouwbaar.

Vers voor het evangelie                          Mt. 28, 19a.20                        

Alleluia.
Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen,
zegt de Heer;
Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.

Evangelie                                           Lc. 24, 46-53
En terwijl Hij hen zegende, werd Hij ten hemel opgenomen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Zó spreken de Schriften over het lijden en het sterven
van de Messias
en over zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag,
over de verkondiging onder alle volkeren,
van de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam.
Te beginnen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen.
Daarom zend Ik tot u wat door mijn Vader beloofd is;
blijft dus in de stad
totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn toegerust.”

Nu leidde Hij hen naar buiten tot bij Betanië,
Hij hief de handen omhoog en zegende hen.
En terwijl Hij hen zegende verwijderde Hij zich van hen
en Hij werd ten hemel opgenomen.
Zij aanbaden Hem
en keerden met grote blijdschap naar Jeruzalem terug.
Zij hielden zich voortdurend op in de tempel
en zij verheerlijkten God.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Zesde week van Pasen Woensdag

Eerste Lezing                                        Hand.  17,15.22-18,1
Wat ge vereert zonder het te kennen dat kom ik Ik u verkondigen.

Uit de Handelingen van de Apostelen
.

In die dagen brachten Paulus’ begeleiders hem weg tot Athene
en vertrokken met de boodschap voor Silas en Timóteüs
om zich zo snel mogelijk weer bij hem te voegen.
In Athene aangekomen
ging Paulus midden op de Areópagus staan
en nam het woord:
“Mannen van Athene,
ik zie aan alles hoeveel ontzag gij hebt voor hogere wezens.
“Want toen ik rondliep en bekeek wat gij zoal vereert
ontdekte ik zelfs een altaar met het opschrift:
Aan een onbekende god.
“Welnu,
wat gij vereert zonder het te kennen
dat kom ik u verkondigen.
“De God die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is,
Hij die de Heer is van hemel en aarde,
woont niet in door handen gemaakte tempels.
“Ook wordt Hij niet door mensenhanden verzorgd
alsof Hij iemand nodig had,
want zelf geeft Hij aan ieder leven en adem,
ja alles.
“Heel het mensengeslacht deed Hij uit één ontstaan,
om de gehele oppervlakte van de aarde te bewonen,
waarbij Hij de seizoenen vaststelde
en de grenzen van hun woongebied;
en om God te zoeken,
of ze misschien al tastende Hem zouden vinden.
“Hij is immers niet ver van ieder van ons.
“Want door Hem hebben wij het leven,
het bewegen en het zijn;
zoals sommigen van uw eigen dichters hebben gezegd:
Want wij zijn van zijn geslacht.
“Als wij dus tot Gods geslacht behoren,
moeten we niet menen
dat het goddelijke gelijken zou op goud, zilver of steen,
op een voortbrengsel van menselijke kunde en vernuft.
“Zonder acht te slaan op die tijden van onwetendheid,
laat God thans aan de mensen de boodschap brengen
dat zij zich allen en overal moeten bekeren.
“Hij heeft immers een dag vastgesteld,
waarop Hij de wereld naar rechtvaardigheid gaat oordelen
door een man die Hij daartoe heeft bestemd.
“Aan allen gaf Hij het bewijs daarvan
door Hem uit de doden te doen opstaan.”

Maar toen zij van de opstanding der doden hoorden
spotten sommigen daarmee
terwijl anderen zeiden:
“Daarover zullen wij u bij gelegenheid nog wel eens horen.”
Zo ging Paulus van hen weg.
Toch sloten sommigen zich bij hem aan
en kwamen tot het geloof,
onder wie Dionýsius de Areopagiet
en een vrouw die Dámaris heette
en nog anderen.
Hierna vertrok Paulus uit Athene en kwam in Korinte.

Tussenzang                                     Ps. 148, 1-2, 11-12ab, 12c-14a, 14bcd

Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Alleluia.

Looft de Heer, vanuit heel de hemel;
looft Hem, al wat hierboven is.
Looft Hem, al zijn engelenscharen,
looft Hem, heel zijn legermacht.

Vorsten der aarde met al uw volken,
heren en rechters in heel het land;
jonge mannen en jonge meisjes,
grijsaards en kinderen, allen bijeen:

Laat hen nu prijzen de Naam van de Heer,
want deze Naam is alleen verheven.
Roemrijk is Hij boven aarde en hemel.

Roemvol maakte Hij ook zijn volk.
Hij is de glorie van al zijn getrouwen,
van Israëls volk, zijn eigen bezit.

Alleluia

Alleluia.
Hij die alles riep in het bestaan
en zich ontfermde over ons, zijn mensen,
Hij is verrezen, Christus, de Heer!
Alleluia.

Evangelie                                       Joh. 16, 12-15
De Geest der waarheid zal u tot de volle waarheid brengen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Nog veel heb Ik u te zeggen,
maar gij kunt het nu niet verdragen.
“Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid,
zal Hij u tot de volle waarheid brengen;
Hij zal niet uit zichzelf spreken
maar spreken al wat Hij hoort
en u de komende dingen aankondigen.
“Hij zal Mij verheerlijken omdat Hij aan u zal verkondigen
wat Hij van Mij ontvangen heeft.
“Ik zei dat Hij aan u zal verkondigen
wat Hij van Mij ontvangen heeft,
omdat al wat de Vader heeft het mijne is.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aanDe Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.