Tweeëntwintigste zondag door het jaar

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord
Geloven is vandaag net zo min evident
als in de tijd van profeet Jeremia.
Geloof wordt zo makkelijk gerelativeerd of weggelachen,
men voelt zich daardoor soms vreemd in de eigen maatschappij.
En toch kunnen we soms ook diep ervaren
dat we voor het Woord van God als het ware ‘bezwijken’,
omdat het ons aangrijpt en voedt,
omdat het sterker is dan wie we zelf zijn.
Laten we ons voor dat Woord proberen open te stellen.
Vragen we daarom eerst om een nieuw en ontvankelijk hart.

EERSTE LEZING                                                      Jer. 20, 7-9
Het woord van de Heer brengt mij schande en smaad.

Uit de profeet Jeremia

De profeet Jeremia bad als volgt:

“Heer God, Gij hebt mij verleid, Ik ben bezweken;
Gij waart mij te sterk,
ik kan niet tegen U op.
“De hele dag lacht men mij uit,
iedereen drijft de spot met mij.
“Telkens als ik het woord neem, moet ik schreeuwen,
‘geweld en onderdrukking’ roepen.
“Het woord van de Heer brengt mij
iedere dag schande en smaad.
“Soms denk ik:
Ik wil er niets meer van weten,
ik spreek niet meer in zijn naam.
“Maar dan laait er een vuur op in mijn hart,
het brandt in mijn gebeente.
“Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden
maar het lukt me niet.”

Antwoordpsalm                                                                Ps. 63(62), 2, 3-4, 5-6, 8-9

Keervers
Naar U, Heer, dorst mijn ziel en hunkert mijn hart.

God, mijn God zijt Gij,
ik zoek U reeds bij het ochtendgloren.
Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hart
als dorre akkers naar regen.

Zo zie ik omhoog naar de plaats waar Gij woont,
beschouw ik uw macht en glorie.
Meer waard dan het leven is mij uw genade,
mijn mond verkondigt uw lof.

Ik zal U prijzen zolang ik leef,
mijn handen uitstrekken naar U.
Mijn ziel wordt verzadigd met voedzame spijs,
mijn mond zal U jubelend danken.

Want Gij zijt altijd mijn beschermer geweest,
ik koester mij onder uw vleugels.
Met heel mijn hart houd ik vast aan U,
het is uw hand die mij steunt.

TWEEDE LEZING                                                        Rom. 12, 1-2
Wijdt uzelf toe als een levende offergave.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van
Rome

Broeders en zusters,

Ik smeek u bij Gods erbarming:
wijdt uzelf aan God toe
als een levende, heilige offergave,
die Hij kan aanvaarden.
Dat is de geestelijke eredienst die u past.
Stemt uw gedrag niet af op deze wereld.
Wordt andere mensen, met een nieuwe visie.
Dan zijt ge in staat
om uit te maken wat God van u wil,
en wat goed is, wat zéér goed is en volmaakt.

Vers voor het evangelie                                                      Vgl. Ef. 1, 17-18

Alleluia.
Moge de Vader van onze Heer Jezus Christus
ons innerlijk oog verlichten
om te zien hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept.
Alleluia.

EVANGELIE                                                                 Mt. 16, 21-27
Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken
dat Hij naar Jeruzalem moest gaan;
dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten,
de hogepriesters en de schriftgeleerden,
maar dat Hij na ter dood gebracht te zijn,
op de derde dag zou verrijzen.

Toen nam Petrus Jezus terzijde
en begon Hem ernstig daarover te onderhouden:
“Dat verhoede God, Heer! Zoiets mag U nooit overkomen!”

Maar Jezus keerde zich om en zei tot Petrus:
“Ga weg, satan, terug!
“Gij zijt Mij een aanstoot,
want gij laat u leiden door menselijke overwegingen
en niet door wat God wil.”

En daarna tot zijn leerlingen:
“Wie mijn volgeling wil zijn,
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen
en zijn kruis op te nemen.
“Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen.
Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.
“Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen,
als dit ten koste gaat van eigen leven?
“Of wat zal een mens kunnen geven
in ruil voor zijn eigen leven?
“Want de Mensenzoon zal komen
in de heerlijkheid van zijn Vader,
vergezeld van zijn engelen,
en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: