Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

We zijn hartje zomer.
Voor velen is het vakantietijd:
een tijd om anders te gaan leven,
met meer kans om stil te staan, na te denken, te genieten.
De Heer Jezus roept ons op om groot te denken.
Het volstaat niet veiligheid en welvaart voor hier en nu
op te bouwen :
van die dingen kun je niets meenemen
wanneer je sterft en voor God komt te staan.
Er zijn dingen die blijven.
Ze zijn bestendig omdat ze gegroeid zijn
uit aandacht en oprechte liefde voor de ander.
Die goede daden vergezellen ons
wanneer we opgaan naar de ontmoeting met God.

EERSTE LEZING                               Pred. 1,2;2,21-23

Wat heeft de mens aan al zijn geploeter?

Uit het boek Prediker
.

IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker,
ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid!
Er zijn mensen die zich aftobben en inspannen
met wijsheid en kennis van zaken,
maar wat ze verdienen, moeten ze afgeven aan anderen,
die zich niet inspanden.
Ook dat is ijdelheid en grote onbillijkheid.
Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter,
en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt?
Alle dagen bereiden hem leed, en ergernis is zijn loon;
zelfs ‘s nachts vindt hij geen rust;
ook dat is ijdelheid.

Antwoordpsalm                              Ps.90(89), 3-4, 5-6, 12 en 17

Keervers
Gij, Heer, zijt steeds onze toevlucht

Wat sterfelijk is vergaat weer tot stof,
Gij zegt: “Keer terug, kind van Adam!”
Voor U zijn duizend jaren één dag,
als gisteren dat al voorbij is,
een uur van slaap in de nacht.

Ons leven breekt af als een droom in de ochtend,
kortstondig is het als gras op het veld.
Des morgens ontkiemt het en schiet op,
des avonds is het verwelkt.

Leer ons onze dagen naar waarde te schatten
en zo te komen tot wijsheid van hart.
Uw luister, Heer God, moge over ons stralen,
bestuur onze handen bij al wat zij doen.

TWEEDE LEZING                         Kol. 3, 1-5.9-11

Zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt.
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters,

Als gij met Christus ten leven zijt gewekt
zoekt wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods.
Zint op het hemelse, niet op het aardse.
Gij zijt immers gestorven
en uw leven is nu met Christus verborgen in God.
Christus is uw leven,
en wanneer Hij verschijnt
zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.
Maakt dus radicaal een einde aan immorele praktijken,
ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, begeerlijkheid
en de hebzucht die gelijk staat met afgoderij.
En beliegt elkaar niet meer.
Gij hebt de oude mens met zijn gedragingen afgelegd
en u bekleed met de nieuwe mens,
die op weg is naar het ware inzicht,
terwijl hij zich vernieuwt naar het beeld van zijn Schepper.
Dan is er geen sprake meer van Griek of Jood;
besnedene of onbesnedene,
barbaar of Skyth,
van slaaf of vrije mens.
Dáár is alleen Christus,
alles in allen.

Vers voor het evangelie                              Mt. 5,3

Alleluia.
Zalig de armen van geest
want hun behoort het Rijk der hemelen.
Alleluia.

EVANGELIE                                                  Lucas 12,13-21

En al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

In die tijd zei iemand uit het volk tegen Jezus:
“Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.”
Maar Jezus antwoordde hem:
“Man, wie heeft mij tot rechter of verdeler over u aangesteld?”
En Hij sprak tot hem:
“Pas op en wacht u voor alle hebzucht!
Want geen enkel bezit, – al is het nog zo overvloedig –
kan uw leven veilig stellen.”
Hij vertelde hun de volgende gelijkenis:
“Het land van een rijk man had een grote oogst opgeleverd.
Daarom overlegde deze bij zichzelf:
Wat moet ik doen?
Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen.
En hij zei:
Dit ga ik doen:
ik breek mijn schuren af en bouw grotere:
daarin zal ik dan heel mijn rijkdom aan koren opbergen.
Dan zal ik tot mijzelf zeggen:
Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren;
rust nu uit,
eet en drink en geniet ervan!
Maar God sprak tot hem:
Dwaas!
Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen;
en al die voorzieningen die je getroffen hebt,
voor wie zijn die dan?
Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf,
maar niet rijk is bij God.”