Maandag H. Hilarius, b. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Wat de geloofsverkondiger heeft is eigenlijk niet van hem. Het is bestemd om met anderen gedeeld te worden. De geloofsverkondiger ‘moet zijn plaats kennen’. Deze nederigheid bezat Johannes de Doper. Hij wijst Jezus aan, Hij (h)erkent Hem! Een geloofsverkondiger heeft als zending Jezus aan te wijzen, hem te belijden. Veel meer dan dat kan hij of zij feitelijk niet doen. Als de ander door zijn woord en door zijn wijze van in het leven staan de weg naar Jezus vindt is zijn taak volbracht. De rest doet de Heer zelf wel. ‘Hij moet groter worden, maar ik kleiner’.

EERSTE LEZING                                                 I Sam. 1, 1a. 2-8
De mededingster van Hanna krenkte haar
omdat de Heer haar schoot gesloten hield.

Begin van het eerste Boek Samuël

Er was eens een man uit het bergland van Efraïm,
een Sufiet uit Ramataïm, die Elkana heette.
Elkana had twee vrouwen ;
de ene heette Hanna, de andere Peninna.
Peninna had kinderen, Hanna niet.
Elkana ging jaarlijks naar Silo
om zich neer te buigen voor God,
de Heer van de hemelse machten
en Hem offers te brengen.
De priesters van de Heer in Silo
waren toen Chofni en Pinechas, twee zonen van Eli.
Wanneer Elkana dan zijn offer opdroeg,
gaf hij zijn vrouw Peninna
en haar zonen en dochters ieder een deel,
maar aan Hanna gaf hij nog een extra deel,
want Hanna was zijn lievelingsvrouw,
hoewel de Heer haar schoot gesloten hield.
Haar mededingster echter krenkte haar telkens weer
en hoonde haar,
omdat de Heer haar schoot gesloten hield.
En ieder jaar opnieuw,
als Hanna naar de tempel van de Heer opging,
krenkte Peninna haar ;
dan schreide Hanna en wilde niet meer eten.
En Elkana vroeg haar dan :
“Hanna, waarom schrei je?
“Waarom eet je niet en ben je zo bedroefd?
“Ben ik voor jou niet meer waard dan tien zonen?”

TUSSENZANG                                                    Ps. 116(115), 12-13, 14-17, 18-19

Met offers zal ik U loven, Heer.
Alleluia.

Hoe kan ik mijn dank betuigen
vooral wat de Heer mij gaf?
Ik hef de offerbeker,
de Naam van de Heer roep ik aan.

Ik zal mijn geloften volbrengen
waar heel zijn volk het ziet.
Want kostbaar is in zijn ogen
het leven van wie Hem vereert.

O Heer, ik ben uw dienaar,
uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd,
Gij hebt mijn boeien geslaakt.

Met offers zal ik U loven,
de Naam van de Heer roep ik aan.

Ik zal mijn geloften volbrengen
waar heel zijn volk het ziet,
op ’t voorplein van uw tempel,
in uw Jeruzalem.

ALLELUIA                                                          Ps. 25(24), 4c, 5a

Alleluia.
Leer mij uw paden kennen, Heer ;
leid mij volgens uw woord.
Alleluia.

EVANGELIE                                                                       Mc. 1, 14-20
Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Nadat Johannes de Doper was gevangen genomen
ging Jezus naar Galilea
en verkondigde er Gods Blijde Boodschap.
Hij zei :
“De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij ;
bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.”

Toen Jezus eens langs het meer van Galilea liep
zag Hij Simon en de broer van Simon, Andreas,
terwijl zij bezig waren het net uit te werpen in het meer ;
zij waren namelijk vissers.
Jezus sprak tot hen :
“Komt, volgt Mij ;
Ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt.”
Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.

Iets verder gaande zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeus,
met zijn broer Johannes ;
ook zij waren in de boot bezig met hun netten klaar te maken.
Onmiddellijk riep Hij hen.
Zij lieten hun vader Zebedeüs
met de dagloners in de boot achter en volgden Hem.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: