Zaterdag – H. Cyrillus van Alexandrië, b. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Ook de ergste beproeving en het diepste lijden hebben een plaats in het plan van God. We moeten geloven dat het lijden nooit het laatste woord krijgt in de geschiedenis. Jeruzalem is verwoest, kinderen sterven op straat, de oudsten van Sion strooien zich as over het hoofd. Maar niet alles is verloren. Zolang er één man is die de aanwezigheid van God opzoekt, zolang er één man als Jeremia opstaat, gaat het gesprek met God verder. Het leven zal opnieuw ingang vinden, zolang één iemand blijft oproepen om te bidden. Zelfs wanneer niets nog mogelijk lijkt, moet dat het eerste zijn: bidden, roepen met heel ons hart, tot de Heer.

EERSTE LEZING                                      Lam. 2,2.10-14. 18-19

Roep met uw hart tot de Heer, de schutsmuur van Sion.

Uit de Klaagliederen van de profeet Jeremia

Meedogenloos heeft de Heer
het gebied van Jakob verwoest
en in zijn woede heeft Hij
de sterkten van Juda geslecht.
Eerloos zijn rijk en bestuurders
ter aarde geworpen.
Zwijgend zitten de oudsten van Sion
neer op de grond,
in zakken gekleed
en met as op het hoofd.
Jeruzalems meisjes laten het hoofd hangen.
Mijn ogen zijn moe van geween;
hoe branden mijn ingewanden,
ontzonken is mij de moed:
mijn volk is zozeer geslagen,
kinderen en zuigelingen
sterven op straat.
Zij vroegen hun moeder nog:
“Waar is het brood en de wijn?”
maar streden gewond met de dood
in de straten der stad,
en gaven de geest
op de schoot van hun moeder.
Wat kan ik nog zeggen,
waarmee Jeruzalem, u vergelijken ?
Wat kan ik nog aanvoeren,
Sion, om u te troosten?
Uw wonden zijn groot als de zee
en niemand die u geneest.
De visioenen van uw profeten
zijn leugen en bedrog.
Ze wekken geen schuldbesef
en wenden de rampen niet af.
Waardeloos zijn hun orakels,
misleidend.
Roep met uw hart tot de Heer,
de schutsmuur van Sion.
Houd met wenen niet op,
geef aan uw ogen geen rust
en de vrije loop aan uw tranen,
dag en nacht.
Roep, geheel de nacht, tot de Heer,
stort uw hart als water uit.
Bid, met de handen geheven,
dat uw kinderen leven,
die nu op de hoeken der straten
van honger verkwijnen.

TUSSENZANG                          Ps. 74(73), 1-2, 3-5a, 5b-7, 20-21

Vergeet niet achteloos
het leven van uw kleinen, Heer.

Hebt Gij uw kudde nu voorgoed verstoten ?
Mijn God, laait dan uw gramschap telkens op?
Denk aan uw volk, dat Gij U hebt verworven,
de stammen die Gij hebt gekocht als uw bezit,
de Sion die Gij U als woonplaats hebt gekozen.

Richt weer uw schreden naar die eindeloze puinhoop ;
de vijand heeft al wat daar stond verwoest.
Waar wij U zochten schreeuwen nu uw tegenstanders
en plaatsen er hun standaard als trofee.

Zoals men met de aks
een weg baant door het oerwoud,
zo slaan zij met houweel en bijl uw poorten in.
Uw tempel heeft men prijsgegeven aan de vlammen,
de woonplaats van uw Naam op aarde is ontwijd.
Zij zeiden: laat ons alles tot de grond verwoesten;
uw heiligdommen werden platgebrand in heel het land.

Denk, Heer, aan uw verbond: de maat is vol,
uit alle holen en spelonken loert de boosheid.
Stel het vertrouwen der verdrukten niet teleur,
laat armen en behoeftigen U loven.

ALLELUIA                     II Tim. 1, 10b

Alleluia.
Onze Heiland Jezus Christus heeft de dood vernietigd,
en onvergankelijk leven doen aanlichten
door het evangelie.
Alleluia.

EVANGELIE                 Mt. 8, 5-17

Velen zullen komen uit het oosten en het westen
en met Abraham, Isaäk en Jakob aanzitten in het Rijk der hemelen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Toen Jezus in Kafarnaüm aangekomen was,
kwam een honderdman naar Hem toe
die zijn hulp inriep met de woorden:
“Heer,
mijn knecht ligt verlamd in mijn huis en lijdt vreselijk pijn.”
Hij sprak tot hem:
“Ik zal hem komen genezen.”
Maar de honderdman antwoordde:
“Heer, ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt;
maar een enkel woord van U is voldoende
om mijn knecht te doen genezen.
“Want al ben ik zelf een ondergeschikte,
ik heb weer manschappen onder mij;
en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat;
en tot een ander: kom, en hij komt;
en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het.”
Toen Jezus dit hoorde stond Hij verwonderd
en zei tot hen die Hem volgden:
“Voorwaar, Ik zeg u:
Bij niemand in Israël heb Ik een zó groot geloof gevonden.
“Ik zeg u,
dat velen uit het oosten en het westen zullen komen
en met Abraham en Isaäk en Jakob
zullen aanzitten in het Rijk der hemelen;
maar de kinderen van het Rijk
zullen buitengeworpen worden in de duisternis;
daar zal geween zijn en tandengeknars.”
En tot de honderdman sprak Jezus:
“Ga:
zoals gij geloofd hebt geschiede u.”
En op datzelfde ogenblik werd de knecht gezond.

Toen Jezus in het huis van Petrus gekomen was
vond Hij diens schoonmoeder met koorts te bed liggen.
Hij raakte haar hand aan en zij werd vrij van koorts;
zij stond op en bediende Hem.

Toen de avond gevallen was
bracht men veel bezetenen bij Hem;
Hij dreef door een woord de geesten uit,
en alle zieken genas Hij, opdat in vervulling zou gaan
wat door de profeet Jesaja gezegd was:
Hij heeft onze zwakheden weggenomen
en onze ziekten heeft Hij gedragen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Laudato Si

 

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis door Paus Franciscus

91. Een gevoel van innige verbondenheid met de andere wezens in de natuur kan niet echt zijn, als er tegelijkertijd in het hart geen tederheid, medeleven en bezorgdheid is voor de mens. De inconsequentie van degene die strijdt tegen de handel in dieren die dreigen uit te sterven, maar totaal onverschillig blijft voor mensenhandel, geen belangstelling heeft voor de armen of vastbesloten is een andere mens die hem niet aanstaat, te vernietigen, is duidelijk. Dat brengt de zin van de strijd voor het milieu in gevaar. Het is niet toevallig dat in het gezang waarin hij God prijst, de heilige Franciscus toevoegt: “Wees geprezen, mijn Heer, om hen die vergeven om uw liefde”. Alles is met elkaar verbonden. Daarom is er een bezorgdheid voor het milieu vereist die verbonden is met een oprechte liefde voor de mens en een voortdurende inzet betreffende de problemen van de maatschappij.

 

Wordt vervolgd. Voor alle voorgaande publicaties scroll omlaag   

Gepubliceerd door leopardoel

I am an 89-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: