http://kerkengeloof.wordpress.com

Zaterdag in de drieëndertigste week

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke morgen vanaf 7 uur ter beschikking

Overweging
Met zichtbaar genoegen verhaalt de auteur van het eerste boek der Makkabeeën de opeenvolgende tegenslagen van de aartsvijand koning Antiochus. De klap op de vuurpijl is vanzelfsprekend het bericht van de smadelijke nederlaag van zijn keurtroepen door de joden. Antiochus wordt beschreven als door zware depressie overmand. De bekentenis van zijn wandaden is voor de schrijver tegelijk een hulde aan God. Vandaar ook psalm 9 als zegevierende antwoordpsalm.

EERSTE LEZING                   I Makk. 6, 1-13

Omwille van al het kwaad dat ik Jeruzalem heb berokkend,
kom ik om van verdriet en ellende.

Uit het eerste Boek van de Makkabeeën

In die dagen hoorde koning Antiochus
op zijn tocht door de hoger gelegen gebieden,
van een stad in Elam in Perzië,
die beroemd was om haar rijkdom, haar zilver en goud.
Haar tempel moest zeer rijk zijn
en in het bezit van de gouden schilden,
helmen, borstpantsers en wapens
die de Macedonische koning Alexander,
de zoon van Filippus, de eerste koning der Grieken,
daar had achtergelaten.
Koning Antiochus trok er dus heen
en trachtte de stad in te nemen en te plunderen,
maar hij slaagde er niet in,
omdat zijn voornemen aan de inwoners bekend was geworden.
Gewapenderhand verzetten zij zich tegen de koning
en hij moest de vlucht nemen.
Diep teleurgesteld keerde Antiochus naar Babel terug.
Hij bevond zich nog in Perzië,
toen men hem kwam melden, dat de legers
die naar het land van Juda waren getrokken, verslagen waren ;
ook Lysias, die aan het hoofd van een sterk leger was opgerukt,
had voor de joden de wijk moeten nemen.
Dezen waren door hun wapens, hun troepenmacht
en de grote buit, op de verslagen legers behaald,
een geduchte macht geworden.
De gruwel die hij op het brandofferaltaar
in Jeruzalem had laten oprichten,
hadden ze afgebroken
en de hoge muren rondom de tempel hersteld ;
ook zijn stad Bet-Sur hadden ze ommuurd.
Toen koning Antiochus dat hoorde, stond hij verbijsterd ;
hevig geschokt wierp hij zich op zijn bed
en werd ziek van verdriet,
omdat het hem niet was gegaan, zoals hij had verlangd.
Zo lag hij daar vele dagen lang
ten prooi aan herhaalde aanvallen van grote zwaarmoedigheid.
Toen hij dacht dat hij ging sterven,
ontbood hij al zijn vrienden en zei tot hen :
“De slaap is van mijn ogen geweken
en mijn hart is van kommer gebroken.
“Ik heb tot mezelf gezegd :
Wat een kwelling is mijn bestaan geworden
en wat een vloed van leed is over mij gekomen,
terwijl ik toch zo mild was en bemind ondanks mijn macht.
“Maar nu herinner ik mij al het kwaad
dat ik Jeruzalem heb berokkend
door beslag te leggen op al het zilveren en gouden vaatwerk
en door zonder reden de bewoners van Juda te laten uitroeien.
“Dat moet de reden zijn waarom deze rampen mij treffen
en ik van verdriet en ellende omkom op vreemde bodem.”

TUSSENZANG                   Ps. 9, 2-3, 4, 6, 16b, 19

In de poort van Sions stad zal ik U prijzen, Heer,
en jubelen van vreugde om uw hulp.

U wil ik danken, Heer, uit heel mijn hart
en al uw wonderen verhalen.
Verheugd en opgetogen over wat Gij doet
wil ik uw Naam bezingen, Allerhoogste.

Want al mijn tegenstanders zijn gevlucht,
gestruikeld en gevallen voor uw aanschijn.
De heidenen hebt Gij bedreigd,
de zondaars neergeslagen,
hun naam hebt Gij voor eeuwig uitgewist.

De heidenen zijn in hun eigen kuil gestort,
hun voet kwam in de strik, die zij mij spanden.
De arme blijft niet voor altijd vergeten,
nooit wordt de hoop van de behoeftige beschaamd.

ALLELUIA                      I Joh. 2, 5

Alleluia.
Wie het woord van de Heer bewaart,
in Hem is waarlijk Gods liefde volkomen.
Alleluia.

EVANGELIE                    Lc. 20, 27-40

De Heer is geen God van doden maar van levenden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd kwamen er enigen van de Sadduceeën,
die de verrijzenis loochenen
bij Jezus met de vraag :
“Meester, wij zien bij Mozes geschreven staan :
Als iemand een getrouwde broer heeft die kinderloos sterft,
dan moet zijn broer diens vrouw nemen
om aan zijn broer een nageslacht te geven.
“Nu waren er eens zeven broers.
“De eerste trouwde en stierf kinderloos.
“De tweede en de derde namen de vrouw
en op dezelfde manier stierven alle zeven
zonder kinderen na te laten.
“Het laatste stierf ook de vrouw.
“Van wie van hen is zij nu bij de verrijzenis de vrouw?
“Alle zeven toch hebben haar tot vrouw gehad.”
Jezus sprak tot hen :
“De kinderen van deze wereld
huwen en worden ten huwelijk gegeven,
maar zij die waardig gekeurd zijn
deel te krijgen aan de andere wereld
en aan de verrijzenis uit de doden,
huwen niet en worden niet ten huwelijk gegeven.
“Zij kunnen immers niet meer sterven
omdat zij gelijk engelen zijn ;
en, als kinderen van de verrijzenis zijn zij kinderen van God.
“Dat de doden verrijzen,
heeft ook Mozes aangeduid
waar het gaat over de braamstruik,
doordat hij de Heer noemt:
de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob.
“De Heer is toch geen God van doden maar van levenden
want voor Hem zijn allen levend.”
Sommigen van de schriftgeleerden merkten op :
“Meester dat hebt Gij goed gezegd.”
Zij waagden het dan ook niet meer Hem nog maar iets te vragen.

__________________________________________________________________

Laudato Si

 

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis door Paus Franciscus

De noodzaak de arbeid te beschermen

124. Bij elke opzet van een integrale ecologie die de mens niet uitsluit, is het onontbeerlijk de waarde van de arbeid te integreren, die door de heilige Johannes Paulus II met zoveel wijsheid in zijn encycliek Laborem Exercens is ontwikkeld. Wij herinneren eraan dat God volgens het Bijbelverhaal de mens in de pas geschapen tuin plaatste niet alleen om de zorgen voor het bestaande op zich te nemen (behoeden), maar om er te werken, opdat het vruchten zou voortbrengen (bebouwen). De arbeiders en de handwerkslieden “houden de goederen van deze wereld in stand” (Sir. 38, 33). In werkelijkheid is het menselijk ingrijpen dat een verstandige ontwikkeling van de schepping begunstigt, de meest geëigende wijze om ervoor te zorgen, omdat dit inhoudt een instrument van God te worden om te helpen de mogelijkheden die Hijzelf in de dingen heeft geschreven, naar boven te laten komen: “De Heer laat de aarde geneeskrachtige kruiden voortbrengen en een verstandig man versmaadt die niet” (Sir. 38, 4).

Wordt vervolgd      Voor alle voorgaande publicaties scroll omlaag

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________________________

Saturday in the thirty-third week

Invitation

May I hereby draw your attention to
the daily reading of the Gospel?

This invitation wants to share with you the joy of the Gospel.
Everyone, no one excepted,
can experience this joy by opening his heart
to the healing effect of God’s word.

Available every morning from 7 am

CONSIDERATION
With visible pleasure, the author of the first book of the Maccabees recounts the successive misadventures of the archenemy king Antiochus. The icing on the cake is, of course, the news of the humiliating defeat of his electoral troops by the Jews. Antiochus is described as being overcome by a deep depression. For the author, the confession of his misdeeds is also a tribute to God. Hence also Psalm 9 as a victorious psalm of reply.

FIRST READING     I Makk. 6, 1-13

Because of all the evil I have done to Jerusalem,
I am perishing in sorrow and misery.

From the First Book of the Maccabees

In those days King Antiochus
on his journey through the higher regions,
heard about a city in Elam in Persia,
which was famous for its riches, its silver and gold.
Its temple had to be very rich
and in possession of the golden shields,
helmets, breastplates and weapons
that the Macedonian king Alexander,
the son of Philip, the first king of the Greeks,
had left there.
So King Antiochus went there
and tried to take the city and plunder it,
but he did not succeed,
because his intention had become known to the inhabitants.
They rose up in arms against the king and he had to flee.
Deeply disappointed Antiochus returned to Babylon.
He was still in Persia, when he came to know that the armies that had gone to the land of Judah had been defeated ;
even Lysias, who had advanced at the head of a strong army,
had to take refuge from the Jews.
The Jews, by virtue of their arms, their force, and the great spoils, won over the defeated armies, had become a formidable force.
The abomination that he had erected on the altar of burnt offering in Jerusalem
they had torn down
and they had rebuilt the high walls around the temple;
they had also walled up his city of Bet-Sur.
When king Antiochus heard about this, he was astonished ;
horrified, he threw himself upon his bed
and became ill with grief,
because it had not gone as he had wished.
So he lay there for many days
he was prey to repeated attacks of great melancholy.
When he thought he was going to die,
he summoned all his friends and said to them:
“Sleep has departed from my eyes
and my heart is broken with sorrow.
“I said to myself :
What a torment my existence has become
and what a flood of sorrow has come upon me,
and yet I was so gentle and loved in spite of my power.
“But now I remember all the evil
I have done to Jerusalem
by confiscating all the silver and gold tableware
and by having the inhabitants of Judah exterminated for no reason.
“That must be the reason why these calamities afflict me
and I perish in sorrow and misery on foreign soil.

INTERLUDIUM    Ps. 9, 2-3, 4, 6, 16b, 19

In the gate of Zion’s city I will praise You, Lord,
and rejoice for your help.

I will give you thanks, Lord, from all my heart
and recount all your wonders.
Rejoicing and exulting in what Thou doest
I will sing your name, Most High.

For all my adversaries have fled,
stumbled and fallen before thee.
Thou hast threatened the heathen,
struck down the sinners,
Thou hast blotted out their name for ever.

The heathen were cast into their own pit,
their foot was caught in the snare they set for me.
The poor are not forgotten forever,
never is the hope of the needy put to shame.

ALLELUIA     I John 2, 5

Alleluia.
He who keeps the word of the Lord
in him truly the love of God is complete.
Alleluia.

GOSPEL     Lk 20, 27-40

The Lord is not a God of the dead, but of the living.

From the Holy Gospel of our Lord Jesus Christ according to Luke

At that time some of the Sadducees,
who denied the resurrection
came to Jesus with the question :
“Master, we see it written by Moses:
If anyone has a married brother who dies childless,
then his brother must take the brother’s wife
to give his brother an offspring.
“Now once there were seven brothers.
“The first married and died childless.
“The second and third took the wife
and in the same way all seven died
without leaving any children.
“The last one also died of the woman.
“To whom is she the wife at the resurrection?
“All seven have had her as their wife.
Jesus spoke to them:
“The children of this world
marry and are given in marriage,
but those who are judged worthy
partake of the other world
and the resurrection from the dead,
do not marry and are not given in marriage.
“For they can die no more
because they are like angels ;
and, as children of the resurrection, they are children of God.
“That the dead rise,
Moses also indicated
where it concerns the bramble,
in that he mentions the Lord:
’the God of Abraham, the God of Isaac and the God of Jacob.
“Surely the Lord is not a God of the dead but of the living
for before Him all are alive.”
Some of the scribes remarked :
“Master thou hast said well.”
So they dared not ask Him any more.

__________________________________________________________________

Laudato Si

Encyclic of

POPE FRANCIS

On the Care of the Common Home by Pope Francis

The Need to Protect Labour

124. In any conception of an integral ecology which does not exclude man, it is indispensable to integrate the value of labour, developed with so much wisdom by Saint John Paul II in his encyclical Laborem Exercens. We recall that, according to the Bible, God placed man in the newly created garden not only to take care of the existing (guard), but also to work in it so that it would produce fruit (cultivate). The workers and artisans “maintain the goods of this world” (Sir. 38, 33). In reality, human intervention that favours a wise development of creation is the most appropriate way of ensuring it, because it involves becoming an instrument of God to help bring out the possibilities that He Himself has written in things: “The Lord causes the earth to bring forth medicinal herbs, and a wise man does not despise them” (Sir. 38, 4).

To be continued                        For all previous publications scroll down

The Bible text in this edition is taken from De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Recitals from Liturgical suggestions for weekdays and Sundays
Laudato Si Official English translation
_____________________________________________________________________________

Gepubliceerd door leopardoel

I am a 90-years old retired Johnson & Johnson researcher, who wants to spend the rest of his years to the spreading of the gospel in a daily blog.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: