7 Oktober is de feestdag van O.L.-Vrouw van de Rozenkrans
Uitnodiging
Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?
Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.
Elke dag ter beschikking
Overweging
Dat op 7 oktober 1571 het Westen werd bevrijd van de bedreiging van de Turken door de overwinning bij Lépanto, wordt toegeschreven aan het Rozenkransgebed. Deze verjaardag is echter geen uitnodiging tot het herdenken van een historisch gebeuren, maar om de plaats van Maria in het heilsmysterie van Christus te ontdekken. Op speciale wijze is Maria verbonden met de menswording, het lijden en de glorievolle verheerlijking van de Zoon van God. Als de Moeder van God begroeten wij haar met de woorden van de engel Gabriël: ‘Wees gegroet, Maria’. (Uit het Missaal voor weekdagen en heiligenvieringen).
EERSTE LEZING Hnd 1, 12-14
Ze bleven eensgezind volharden in het gebed,
met Maria, de moeder van Jezus.
Uit de Handelingen van de Apostelen
Nadat Jezus ten hemel was opgenomen
keerden de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terug.
Deze berg ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand.
Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal
waar ze verblijf hielden :
Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas,
Filippus en Thomas, Bartholomeüs en Matteüs,
Jakobus, zoon van Alfeus,
Simon de IJveraar en Judas, de broer van Jakobus.
Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed
samen met de vrouwen,
met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.
TUSSENZANG Lc. 1, 46-47,48-49,50-51,52-53,54-55
Zalig zijt gij, Maagd Maria,
Gij hebt de Zoon van de eeuwige Vader
in uw schoot gedragen.
Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,
verrukt is mijn geest om God, mijn verlosser.
Zijn keus viel op zijn eenvoudige dienstmaagd :
Van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.
Wonderbaar is het wat Hij mij deed,
de Machtige, groot is zijn Naam !
Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen
voor ieder die Hem erkent.
Hij doet zich gelden met krachtige arm,
vermetelen drijft Hij uiteen.
Machtigen haalt Hij omlaag van hun troon,
eenvoudigen brengt Hij tot aanzien.
Behoeftigen schenkt Hij overvloed
maar rijken gaan heen met ledige handen.
Hij trekt zich zijn dienaar Israël aan,
zijn milde erbarming indachtig ;
zoals Hij de vaderen heeft beloofd,
voor Abraham en zijn geslacht voor altijd.
EVANGELIE Lc. 1, 26-38
Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas
In die tijd
werd de engel Gabriël van Godswege gezonden
naar een stad in Galilea, Nazaret,
tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette,
uit het huis van David ;
de naam van de maagd was Maria.
Hij trad bij haar binnen en sprak :
“Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u,
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen.”
Zij schrok van dat woord
en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen.
Maar de engel zei tot haar :
“Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God.
“Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen
en gij moet Hem de naam Jezus geven.
“Hij zal groot zijn
en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden.
“God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken
en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob
en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.”
Maria echter sprak tot de engel :
“Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken ?”
Hierop gaf de engel haar ten antwoord :
“De heilige Geest zal over u komen
en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen ;
daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht,
heilig genoemd worden, Zoon van God.
“Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante,
in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen
en, ofschoon zij onvruchtbaar heette,
is zij nu in haar zesde maand ;
want voor God is niets onmogelijk.”
Nu zei Maria :
“Zie de dienstmaagd des Heren;
mij geschiede naar uw woord.”
En de engel ging van haar heen.
____________________________________________________________________________________
Fratelli tutti
Encycliek van
PAUS FRANCISCUS
Over broederschap en sociale vriendschap
59. In de joodse tradities leek de imperatief om de ander lief te hebben
en de zorg voor hem op zich te nemen zich te beperken tot de relaties
tussen de leden van eenzelfde natie. Het oude voorschrift ”bemin uw
naaste als uzelf” (Lev. 9, 18) werd gewoonlijk verstaan als betrekking
hebbend op landgenoten. De grenzen verruimden zich echter vooral in het
jodendom dat zich buiten het land Israël had ontwikkeld. Daar verscheen
de uitnodiging niet anderen aan te doen wat jij niet wilt dat jou geschiedt
(vgl. Tobit 4, 15). De wijze Hillel (eerste eeuw na Chr.) zei hierover: “Dit is
de wet en de Profeten en de rest is commentaar”. Het verlangen om de
goddelijke manier van handelen na te volgen leidde ertoe deze tendens, om
zich te beperken tot de degenen die het meest nabij zijn, te overwinnen:
“De barmhartigheid van de mens gaat uit naar zijn naaste, maar de
barmhartigheid van de Heer gaat uit naar alles wat leeft” (Sir. 18, 13).
Wordt vervolgd
Elke dag om 7 uur am
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Fratelli tutti Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________________________