http://kerkengeloof.wordpress.com

Zaterdag – H. Cecilia, mgd. en mrt.

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking

Overweging
“Toen hij dacht dat hij ging sterven ontbood hij al zijn vrienden en zei tegen hen: ‘De slaap is van mijn ogen geweken en mijn hart is van verdriet gebroken. Nu herinner ik mij al het kwaad dat ik Jeruzalem heb berokkend’. Dit is dan de genade die alleen door God geschonken wordt: de mens betaalt voor begane zonde en kwaad, maar juist daardoor wordt zijn hart gezuiverd en wordt hij een beter mens. Kunnen wij geduld opbrengen met wie ons kwaad berokkenen ? Geven wij kansen tot inkeer, of sluiten wij anderen voor altijd op in het kwaad dat zij deden ? Laten wij ons bewust worden van onze eigen gebrokenheid en zonde, en de Heer om zijn genade vragen.

 

EERSTE LEZING                   I Makk. 6, 1-13

Omwille van al het kwaad dat ik Jeruzalem heb berokkend,
kom ik om van verdriet en ellende.

Uit het eerste Boek van de Makkabeeën

In die dagen hoorde koning Antiochus
op zijn tocht door de hoger gelegen gebieden,
van een stad in Elam in Perzië,
die beroemd was om haar rijkdom, haar zilver en goud.
Haar tempel moest zeer rijk zijn
en in het bezit van de gouden schilden,
helmen, borstpantsers en wapens
die de Macedonische koning Alexander,
de zoon van Filippus, de eerste koning der Grieken,
daar had achtergelaten.
Koning Antiochus trok er dus heen
en trachtte de stad in te nemen en te plunderen,
maar hij slaagde er niet in,
omdat zijn voornemen aan de inwoners bekend was geworden.
Gewapenderhand verzetten zij zich tegen de koning
en hij moest de vlucht nemen.
Diep teleurgesteld keerde Antiochus naar Babel terug.
Hij bevond zich nog in Perzië,
toen men hem kwam melden, dat de legers
die naar het land van Juda waren getrokken, verslagen waren ;
ook Lysias, die aan het hoofd van een sterk leger was opgerukt,
had voor de joden de wijk moeten nemen.
Dezen waren door hun wapens, hun troepenmacht
en de grote buit, op de verslagen legers behaald,
een geduchte macht geworden.
De gruwel die hij op het brandofferaltaar
in Jeruzalem had laten oprichten,
hadden ze afgebroken
en de hoge muren rondom de tempel hersteld ;
ook zijn stad Bet-Sur hadden ze ommuurd.
Toen koning Antiochus dat hoorde, stond hij verbijsterd ;
hevig geschokt wierp hij zich op zijn bed
en werd ziek van verdriet,
omdat het hem niet was gegaan, zoals hij had verlangd.
Zo lag hij daar vele dagen lang
ten prooi aan herhaalde aanvallen van grote zwaarmoedigheid.
Toen hij dacht dat hij ging sterven,
ontbood hij al zijn vrienden en zei tot hen :
“De slaap is van mijn ogen geweken
en mijn hart is van kommer gebroken.
“Ik heb tot mezelf gezegd :
Wat een kwelling is mijn bestaan geworden
en wat een vloed van leed is over mij gekomen,
terwijl ik toch zo mild was en bemind ondanks mijn macht.
“Maar nu herinner ik mij al het kwaad
dat ik Jeruzalem heb berokkend
door beslag te leggen op al het zilveren en gouden vaatwerk
en door zonder reden de bewoners van Juda te laten uitroeien.
“Dat moet de reden zijn waarom deze rampen mij treffen
en ik van verdriet en ellende omkom op vreemde bodem.”

TUSSENZANG                   Ps. 9, 2-3, 4, 6, 16b, 19

In de poort van Sions stad zal ik U prijzen, Heer,
en jubelen van vreugde om uw hulp.

U wil ik danken, Heer, uit heel mijn hart
en al uw wonderen verhalen.
Verheugd en opgetogen over wat Gij doet
wil ik uw Naam bezingen, Allerhoogste.

Want al mijn tegenstanders zijn gevlucht,
gestruikeld en gevallen voor uw aanschijn.
De heidenen hebt Gij bedreigd,
de zondaars neergeslagen,
hun naam hebt Gij voor eeuwig uitgewist.

De heidenen zijn in hun eigen kuil gestort,
hun voet kwam in de strik, die zij mij spanden.
De arme blijft niet voor altijd vergeten,
nooit wordt de hoop van de behoeftige beschaamd.

 

ALLELUIA                      I Joh. 2, 5

Alleluia.
Wie het woord van de Heer bewaart,
in Hem is waarlijk Gods liefde volkomen.
Alleluia.

 

EVANGELIE                    Lc. 20, 27-40

De Heer is geen God van doden maar van levenden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd kwamen er enigen van de Sadduceeën,
die de verrijzenis loochenen
bij Jezus met de vraag :
“Meester, wij zien bij Mozes geschreven staan :
Als iemand een getrouwde broer heeft die kinderloos sterft,
dan moet zijn broer diens vrouw nemen
om aan zijn broer een nageslacht te geven.
“Nu waren er eens zeven broers.
“De eerste trouwde en stierf kinderloos.
“De tweede en de derde namen de vrouw
en op dezelfde manier stierven alle zeven
zonder kinderen na te laten.
“Het laatste stierf ook de vrouw.
“Van wie van hen is zij nu bij de verrijzenis de vrouw?
“Alle zeven toch hebben haar tot vrouw gehad.”
Jezus sprak tot hen :
“De kinderen van deze wereld
huwen en worden ten huwelijk gegeven,
maar zij die waardig gekeurd zijn
deel te krijgen aan de andere wereld
en aan de verrijzenis uit de doden,
huwen niet en worden niet ten huwelijk gegeven.
“Zij kunnen immers niet meer sterven
omdat zij gelijk engelen zijn ;
en, als kinderen van de verrijzenis zijn zij kinderen van God.
“Dat de doden verrijzen,
heeft ook Mozes aangeduid
waar het gaat over de braamstruik,
doordat hij de Heer noemt:
de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob.
“De Heer is toch geen God van doden maar van levenden
want voor Hem zijn allen levend.”
Sommigen van de schriftgeleerden merkten op :
“Meester dat hebt Gij goed gezegd.”
Zij waagden het dan ook niet meer Hem nog maar iets te vragen.

__________________________________________________________________

Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis

 

192. Een traject van een meer creatieve en beter georiënteerde ontwikkeling
van de productie zou bijvoorbeeld de ongelijkheid kunnen corrigeren tussen
een buitensporige technologische investering voor de consumptie en een schaarse investering voor het oplossen van de urgente problemen van de mensheid; het zou verstandige en winstgevende vormen van hergebruik en recycling kunnen scheppen; het zou de energie-efficiëntie van de steden kunnen verbeteren, enzovoort.
De diversificatie van de productie biedt de menselijke rede zeer uitgebreide mogelijkheden om te scheppen en te vernieuwen, terwijl dit het milieu beschermt en meer werkgelegenheid schept.
Dit zou een creativiteit zijn die in staat is opnieuw de
adeldom van de mens te doen bloeien, omdat het meer getuigt van waardigheid
met moed en verantwoordelijkheid het verstand te gebruiken om
binnen het kader van een bredere opvatting over kwaliteit van leven
vormen van een houdbare en rechtvaardige ontwikkeling te vinden.
Andersom getuigt het van minder waardigheid en creativiteit en van een
grotere oppervlakkigheid, door te gaan met creëren van vormen van
plundering van de natuur, alleen maar om nieuwe mogelijkheden voor
consumptie en onmiddellijk rendement te bieden.

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________________________

Geef een reactie

Ontdek meer van KERK en GELOOF/CHURCH and FAITH

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder