http://kerkengeloof.wordpress.com

Woensdag – Aankondiging van de Heer Maria Boodschap

 Maria Boodschap. Aankondiging van de Menswording van Jezus Christus

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking.

Overweging De passage van het bezoek van de engel Gabriël aan Maria vertoont alle kenmerken van een roepingsverhaal. Het initiatief komt van Godswege; er is een begroeting met de belofte van Gods nabijheid; Maria krijgt eigenlijk een nieuwe naam die haar zending uitdrukt: ‘de Begenadigde’. In Christus zal God ons vrijmaken van zonde, en zullen wij deel krijgen aan de heerlijkheid van zijn goddelijk leven. De echte vrijheid is het ja van Maria. Kunnen wij ons met eenzelfde ja overgeven aan de boodschap van Jezus? EERSTE LEZING       Jes. 7, 10-14 Zie, de maagd zal ontvangen,  Uit de Profeet Jesaja In die dagen sprak Jesaja tot Achaz : “Vraag de Heer, uw God, om een teken, hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel.” Maar Achaz atwoordde : “Ik vraag niet om een teken ; ik wil de Heer niet op de proef stellen.” En Jesaja sprak : “Luister dan, huis van David, is het u niet genoeg mensen te ergeren, dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn ? “Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken : Zie, de maagd zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen ‘Immanuël’ : “God-met-ons” TUSSENZANG          Ps. 40(39), 7-8, 9, 10, 11 Ja, ik kom, Heer, om uw wil te doen. Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd, maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend. Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij ; dus zei ik : ja, ik kom, zoals van mij geschreven staat . Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde, uw wet is in mijn hart gegrift. In de bijeenkomsten heb ik gerechtigheid gepredikt, mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het. Ik hield uw weldaden niet in mijn hart verborgen, uw trouw, uw bijstand maakte ik bekend. Uw gunsten heb ik niet geheim gehouden, noch uw getrouwheid, voor de mensen om mij heen.   TWEEDE LEZING             Hebr. 10, 4-10 In de boekrol staat er over mij geschreven: Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen. Uit de brief aan de Hebreeën Broeders en zusters, Het is uitgesloten dat het bloed van stieren en bokken zonden zouden wegnemen. Daarom zegt Christus dan ook, als Hij in de wereld komt : “Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid. “Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen. “Toen zei ik : Hier ben ik. “Zoals er in de boekrol over mij geschreven staat : Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen.” Eerst zegt Hij : “Slachtoffers en gaven, brandoffers en zoenoffers hebt Gij niet gewild ; die konden U niet behagen hoewel de wet voorschrijft dat ze gebracht moeten worden.” En dan zegt Hij : “Hier ben ik, ik ben gekomen om uw wil te doen.” Hij schaft dus het eerste af om het tweede te laten gelden. Door die wil zijn wij geheiligd, eens voor al, door het offer van het lichaam van Jezus Christus.   VERS VOOR HET EVANGELIE              Joh. 1, 14ab (Alleluia.) Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. En wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd. (Alleluia.)   EVANGELIE            Lc. 1, 26-38 Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas In die tijd werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David ; de naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en sprak : “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u, Gij zijt de gezegende onder de vrouwen.” Zij schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar : “Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. “Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. “Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. “God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.” Maria echter sprak tot de engel : “Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken ?” Hierop gaf de engel haar ten antwoord : “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen ; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht, heilig genoemd worden, Zoon van God. “Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand ; want voor God is niets onmogelijk.” Nu zei Maria : “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” En de engel ging van haar heen.

Laudato Si 

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS 

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis 

67. Wij zijn God niet. De aarde gaat aan ons vooraf en is ons geschonken. Dat gegeven staat het toe een antwoord te geven op een beschuldiging die wordt ingebracht tegen het joods-christelijke denken: er is gezegd dat men, uitgaande van het verhaal van Genesis, dat ertoe uitnodigt de aarde te onderwerpen (vgl. Gen. 1, 28), een wilde exploitatie van de natuur zou bevorderen door een beeld van de mens als heerser en verwoester. Dit is niet een juiste interpretatie van de Bijbel, zoals de Kerk die verstaat. Ook al is het waar dat de christenen soms de Schriften op een onjuiste wijze hebben geïnterpreteerd, dan moeten wij vandaag met kracht afwijzen dat uit het feit dat wij geschapen zijn naar het beeld van God en uit de opdracht om de aarde te onderwerpen een absolute heerschappij over de andere schepselen mag worden afgeleid. Het is belangrijk de bijbelteksten met een juiste hermeneutiek in hun context te lezen en eraan te herinneren dat zij ons uitnodigen de tuin van de wereld “te bebouwen en te bewaken” (vgl. Gen. 2, 15). Terwijl “bebouwen” betekent een terrein ploegen en bewerken, wil “bewaken” zeggen beschermen, verzorgen, behoeden, bewaren, toezicht houden. Dat houdt een relatie in van verantwoordelijke wederkerigheid tussen mens en natuur. Iedere gemeenschap kan uit de aarde nemen wat hij nodig heeft voor eigen overleven, maar zij heeft ook de plicht haar te beschermen en de continuïteit van haar vruchtbaarheid voor de toekomstige generaties te waarborgen. Ten slotte, “aan God behoort de aarde” (Ps. 24, 1), aan Hem behoort “de aarde met al wat erop is” (Deut. 10, 14). Daarom wijst God iedere pretentie van absoluut bezit af: “Verkoop van land mag terugkoop niet uitsluiten, want het land behoort aan Mij; gij zijt er vreemdelingen en gasten” (Lev. 25, 23). Wordt vervolgd Elke dag om 7 am   De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling ________________________________________________________________________    

Miércoles – Anunciación del Señor Mensaje de María

 Anunciación. Anuncio de la Encarnación de Jesucristo

Invitación

¿Puedo pedirle que preste atención a… la lectura diaria del Evangelio?

Esta invitación tiene por objeto hacerle partícipe de la alegría del Evangelio. Todos, sin excepción, pueden experimentar esa alegría abriendo su corazón a la acción sanadora de la palabra de Dios.

Disponible todos los días.

Consideración: El pasaje de la visita del ángel Gabriel a María presenta todas las características de una historia de vocación. La iniciativa viene de Dios; hay un saludo con la promesa de la cercanía de Dios; María recibe, en realidad, un nuevo nombre que expresa su misión: «la Llena de Gracia». En Cristo, Dios nos liberará del pecado y participaremos de la gloria de su vida divina. La verdadera libertad es el«sí» deMaría. ¿Podemosentregarnosconelmismo«sí»al mensaje de Jesús? PRIMERA LECTURA           Is. 7, 10-14 He aquí que la virgen concebirá, Del profeta Isaías En aquellos días, Isaías dijo a Acaz: «Pide una señal al Señor, tu Dios, ya sea en lo alto del cielo o en lo profundo del infierno». Pero Acaz respondió: «No pediré señal; no quiero poner a prueba al Señor». E Isaías dijo: «Escucha, pues, casa de David, ¿no os basta con irritar a los hombres, que también queréis ser una ofensa para mi Dios? «Por eso, el Señor os dará una señal sin que la hayáis pedido: He aquí que la virgen concebirá y dará a luz un hijo, y le llamará «Emmanuel»: «Dios con nosotros» INTERLUDIO                 Sal . 40(39), 7-8, 9, 10, 11 Sí, vengo, Señor, para hacer tu voluntad. Nunca has deseado ofrendas ni sacrificios, pero sí has abierto mis oídos a tu voz. No me pides holocaustos ni sacrificios de expiación; por eso dije: sí, vengo, como está escrito de mí. Hacer tu voluntad, Dios mío, es mi alegría, tu ley está grabada en mi corazón. En las asambleas he predicado la justicia, no he callado mis labios, Señor, tú lo sabes. No he ocultado en mi corazón tus bondades, he dado a conocer tu fidelidad, tu ayuda. No he ocultado tus favores, ni tu fidelidad, ante quienes me rodean. SEGUNDA LECTURA                Heb. 10, 4-10 En el rollo está escrito acerca de mí: He venido, oh Dios, para hacer tu voluntad. De la carta a los Hebreos Hermanos y hermanas, Es imposible que la sangre de toros y machos cabríos quite los pecados. Por eso dice Cristo, al venir al mundo: «No quisiste sacrificios ni ofrendas, pero me preparaste un cuerpo. «Los holocaustos y las ofrendas de expiación no te agradaban. Entonces dije: Aquí estoy. Como está escrito en el rollo del libro acerca de mí: He venido, oh Dios, para hacer tu voluntad». Primero dice: «Sacrificios y ofrendas, no quisiste holocaustos ni sacrificios de expiación; no te complacían, aunque la ley prescribe que deben ofrecerse». Y luego dice: «Aquí estoy, he venido para hacer tu voluntad». Así, anula lo primero para dar validez a lo segundo. Por esa voluntad hemos sido santificados, de una vez por todas, por el sacrificio del cuerpo de Jesucristo. VERSÍCULO ANTES DEL EVANGELIO                       Jn 1, 14ab (Aleluya.) El Verbo se hizo carne y habitó entre nosotros. Y hemos contemplado su gloria. (Aleluya.) EVANGELIO                        Lc . 1 ,26-38 «Quedarás embarazada y darás a luz un hijo». Del santo Evangelio de nuestro Señor Jesucristo según Lucas En aquellos días el ángel Gabriel fue enviado por Dios a una ciudad de Galilea llamada Nazaret, a una virgen desposada con un hombre llamado José, de la casa de David; el nombre de la virgen era María. Él entró donde ella estaba y le dijo: «Alégrate, llena de gracia, el Señor está contigo, tú eres la bendita entre las mujeres». Ella se asustó ante esas palabras; y se preguntaba qué significaría aquel saludo. Pero el ángel le dijo: «No temas, María, porque has hallado gracia ante Dios. «He aquí que concebirás y darás a luz un hijo, y le pondrás por nombre Jesús. «Él será grande, y será llamado Hijo del Altísimo. El Señor Dios le dará el trono de su padre David, y reinará para siempre sobre la casa de Jacob, y su reino no tendrá fin». María, sin embargo, dijo al ángel: «¿Cómo será esto, puesto que no conozco varón?» Entonces el ángel le respondió: «El Espíritu Santo vendrá sobre ti y el poder del Altísimo te cubrirá con su sombra; por eso, el que va a nacer será llamado santo, Hijo de Dios. «Sabed que incluso Isabel, tu pariente, ha concebido un hijo en su vejez; y, aunque se la consideraba estéril, ahora está en su sexto mes; porque nada es imposible para Dios». Entonces María dijo: «He aquí la sierva del Señor; hágase en mí según tu palabra». Y el ángel se alejó de ella.

Laudato Si 

Encíclica de

EL PAPA FRANCISCO 

Sobre el cuidado de la casa común 

67. Nosotros no somos Dios. La tierra nos precede y nos ha sido donada. Este hecho permite responder a una acusación que se formula contra el pensamiento judeocristiano: se ha dicho que partiendo del relato del Génesis, que invita a someter la tierra (cf. Génesis 1, 28), se fomentaría una explotación desenfrenada de la naturaleza mediante una imagen del hombre como dominador y destructor. Esta no es una interpretación correcta de la Biblia, tal y como la entiende la Iglesia. Aunque sea cierto que los cristianos a veces han interpretado las Escrituras de manera errónea, hoy debemos rechazar con firmeza que del hecho de que hayamos sido creados a imagen de Dios y del mandato de someter la tierra se pueda deducir un dominio absoluto sobre las demás criaturas. Es importante leer los textos bíblicos con una hermenéutica adecuada en su contexto y recordar que nos invitan a «cultivar y cuidar» el jardín del mundo (cf. Génesis 2, 15). Mientras que «cultivar» significa arar y labrar un terreno, «cuidar» significa proteger, atender, preservar, preservar y vigilar. Esto implica una relación de responsabilidad y reciprocidad entre el ser humano y la naturaleza. Cada comunidad puede tomar de la tierra lo que necesita para su propia supervivencia, pero también tiene el deber de protegerla y garantizar la continuidad de su fertilidad para las generaciones futuras. Por último, «a Dios pertenece la tierra» (Sal. 24, 1), a Él pertenece «la tierra y todo lo que hay en ella» (Dt. 10, 14). Por eso, Dios rechaza toda pretensión de posesión absoluta: «La venta de la tierra no excluirá su recompra, pues la tierra me pertenece; vosotros sois extranjeros y huéspedes» (Lev. 25, 23). Continuará… Todos los días a las 2 am El texto bíblico de esta edición está tomado deLa Nueva Traducción de la Biblia, ©Sociedad Bíblica Neerlandesa 2004/2007. Reflexiones extraídas de Sugerencias litúrgicas para los días de la semana y los domingos Laudato Si. Traducción oficial al español ________________________________________________________________________

Wednesday – The Annunciation of the Lord The Annunciation

 The Annunciation. The Annunciation of the Incarnation of Jesus Christ

Invitation

May I draw your attention to the daily reading of the Gospel?

This invitation aims to share with you the joy of the Gospel. Everyone, without exception, can experience that joy by opening their heart to the healing power of God’s word.

Available every day.

Consideration The passage describing the angel Gabriel’s visit to Mary bears all the hallmarks of a vocation story. The initiative comes from God; there is a greeting accompanied by the promise of God’s closeness; Mary is, in fact, given a new name that expresses her mission: ‘the Blessed One’. In Christ, God will free us from sin, and we shall share in the glory of his divine life. True freedom is Mary’s ‘yes’. Can we, with the same‘yes’, surrender ourselves to the message of Jesus? FIRST READING           Isa. 7, 10–14 Behold, the virgin shall conceive, From the Prophet Isaiah In those days Isaiah spoke to Ahaz: “Ask the Lord your God for a sign, whether high in heaven or deep in hell.” But Ahaz replied: “I will not ask for a sign; I will not put the Lord to the test.” And Isaiah said: “Hear then, house of David, is it not enough for you to provoke people, that you would also provoke my God? “Therefore the Lord will give you a sign without your asking: Behold, the virgin shall conceive and bear a son, and she shall call his name ‘Immanuel’: ‘God-with-us’” INTERLUDIUM        Ps . 40(39), 7-8, 9, 10, 11 Yes, I am coming, Lord, to do your will. You have never asked for gifts or sacrifices, but you have opened my ears to your voice. You do not ask for burnt offerings or sin offerings from me; so I said: yes, I am coming, as it is written of me. To do your will, my God, is my joy; your law is written upon my heart. In the assemblies I have proclaimed justice; my lips have not been sealed, Lord, you know it. I have not kept your benefits hidden in my heart; I have made known your faithfulness, your help. I have not kept your favours secret, nor your faithfulness, from those around me. SECOND READING             Heb.10, 4–10 In the scroll it is written of me: ‘I have come, O God, to do your will.’ From the Letter to the Hebrews Brothers and sisters, It is impossible that the blood of bulls and goats should take away sins. That is why Christ says, when he comes into the world: ‘You did not desire sacrifices and offerings, but you prepared a body for me. “Burnt offerings and sin offerings were not pleasing to You. “Then I said: Here I am. “As it is written about me in the scroll: I have come, O God, to do Your will.” First He says: “Sacrifices and offerings, You did not desire burnt offerings and sin offerings; they could not please You, though the law prescribes that they must be offered.” And then He says: “Here I am, I have come to do Your will.” He thus abolishes the first to establish the second. By that will we have been sanctified, once and for all, through the sacrifice of the body of Jesus Christ. VERS BEFORE THE GOSPEL          John 1, 14ab (Alleluia.) The Word became flesh and dwelt among us. And we beheld his glory. (Alleluia.) GOSPEL                 Luke 1, 26-38 You will conceive and give birth to a son. From the Holy Gospel of our Lord Jesus Christ according to Luke At that time, the angel Gabriel was sent by God to a town in Galilee called Nazareth, to a virgin betrothed to a man named Joseph, of the house of David; the virgin’s name was Mary. He came to her and said: “Hail, full of grace, the Lord is with you, you are blessed among women.” She was greatly troubled by these words; and she wondered what this greeting might mean. But the angel said to her: “Do not be afraid, Mary, for you have found favour with God. “Behold, you will conceive and bear a son; and you shall call His name Jesus. “He will be great; and will be called the Son of the Most High. “The Lord God will give Him the throne of His father David; and He will reign over the house of Jacob for ever; and of His kingdom there will be no end.” But Mary said to the angel: “How can this be, since I have no husband?” To this the angel replied: “The Holy Spirit will come upon you, and the power of the Most High will overshadow you; therefore the child to be born will be called holy, the Son of God. “Know that even Elizabeth, your relative, has conceived a son in her old age; and though she was called barren, she is now in her sixth month; for nothing is impossible with God.” Then Mary said: “Behold the handmaid of the Lord; let it be done to me according to your word.” And the angel departed from her.

Laudato Si 

Encyclical of

POPE FRANCIS 

On Care for Our Common Home 

67. We are not God. The earth precedes us and has been given to us. This fact allows us to respond to an accusation levelled against Judeo-Christian thought: it has been said that based on the account in Genesis, which invites us to subdue the earth (cf. Gen. 1:28), we would promote a reckless exploitation of nature through an image of man as ruler and destroyer. This is not a correct interpretation of the Bible, as the Church understands it. Even if it is true that Christians have sometimes interpreted the Scriptures incorrectly, we must today firmly reject the notion that an absolute dominion over other creatures may be derived from the fact that we are created in the image of God and from the command to subdue the earth. It is important to read the biblical texts in their context using sound hermeneutics and to remember that they invite us to ‘cultivate and keep’ the garden of the world (cf. Gen. 2:15). Whilst ‘cultivate’ means to plough and work the land, ‘keep’ means to protect, care for, safeguard, preserve, and keep watch over. This implies a relationship of responsible reciprocity between humanity and nature. Every community may take from the earth what it needs for its own survival, but it also has the duty to protect it and to ensure the continuity of its fertility for future generations. Finally, “the earth is the Lord’s” (Ps. 24:1); to Him belongs “the earth and all that is in it” (Deut. 10:14). Therefore, God rejects any claim to absolute ownership: “The sale of land must not preclude its redemption, for the land belongs to Me; you are strangers and sojourners” (Lev. 25:23). To be continued Every day at 1 am The Bible text in this edition is taken fromThe New Bible Translation, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Reflections from Liturgical Suggestions for Weekdays and Sundays Laudato Si Official English translation ________________________________________________________________________

Dinsdag van de vijfde week in de veertigdagentijd

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking

Overweging

‘Hij die Mij gezonden heeft is met Mij; Hij heeft Mij niet alleen gelaten omdat ik altijd doe wat Hem behaagt’. Alleen al mediteren over deze woorden, ze herhalen in ons hart, maakt van ons gelukkige mensen. Dank zij Jezus, door Hem en in Hem, kunnen wij eenzelfde innige band met God omgaan. Voelen we ons in de steek gelaten of alleen ? God zal ons niet alleen laten. Datgene doen wat de Heer behaagt ? Dat is het perfecte antwoord op zijn liefde. Zo worden wij mensen die steeds meer gelijken op diegenen om wie het God in den beginne te doen was: mensen naar zijn beeld en gelijkenis.

 

EERSTE LEZING                 Num. 21, 4-9

Iedereen die gebeten is en opziet naar de bronzen slang, zal in leven blijven.

Uit het Boek Numeri

In die tijd trokken de Hebreeën van de berg Hor
in de richting van de Rietzee,
want zij wilden om Edom heentrekken.
Maar onderweg werd het volk ongeduldig.
Het keerde zich tegen God en tegen Mozes.
“Hebt gij ons uit Egypte gevoerd om te sterven in de woestijn ?
“Er is geen brood, er is geen water
en dat minderwaardige eten staat ons tegen.”
Toen zond de Heer giftige slangen op het volk af.
Deze beten de Israëlieten en velen van hen vonden de dood.
Nu kwam het volk naar Mozes en zei :
“Wij hebben gezondigd,
want wij hebben ons tegen de Heer en tegen u gekeerd.
“Bid de Heer, dat hij die slangen van ons wegneemt.”
Toen bad Mozes voor het volk
en de Heer zei tot hem :
“Maak zo’n giftige slang en zet die op een paal.
“Iedereen die gebeten is en er naar opziet,
zal in leven blijven.”
Mozes maakte een bronzen slang
en zette die op een paal.
Ieder die door een slang was gebeten
en zijn ogen op de bronzen slang richtte,
bleef in leven.

TUSSENZANG           Ps. 102(101), 2-3, 16-18, 19-21

Heer, verhoor mijn gebed,
laat mijn geroep U bereiken.

Heer, verhoor mijn gebed,
laat mijn geroep U bereiken.
Verberg uw gelaat niet voor mij
wanneer de zorgen mij drukken.
Schenk mij uw aandacht, Heer,
verhoor mij zodra ik U aanroep.

De heidenen zullen uw Naam weer duchten,
de vorsten der aarde uw heerlijkheid, Heer ;
wanneer Gij de muren van Sion herbouwt,
wanneer Gij daar weerkeert in volle luister;
wanneer Gij de stem der geplunderden hoort,
hun smeekbeden niet naast U neerlegt.

Stelt dit dan op schrift voor het komend geslacht
en laat onze zonen de Heer ervoor danken.
De Heer ziet omlaag van zijn heilige hoogte,
Hij ziet uit de hemel op aarde neer.
Hij zal het geschrei der gevangen horen,
verlossen die aan de dood zijn gewijd.

 

VERS VOOR HET EVANGELIE                   Ps. 130(129), 5 en 7

Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik;
want de Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.

 

EVANGELIE                 Joh. 8, 21-30

Wanneer gij de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven, zult gij inzien dat Ik ben.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd sprak Jezus tot de Farizeeën :
“Ik ga heen
en gij zult Mij zoeken,
maar in uw zonden zult ge sterven.
“Waar Ik heenga kunt gij niet komen.”
De Joden zeiden daarop :
“Hij zal toch geen zelfmoord plegen
dat Hij zegt :
Waar Ik heenga kunt gij niet komen ?”
Maar Hij hernam :
“Gij zijt van beneden,
Ik ben van boven.
“Gij zijt van deze wereld,
Ik ben niet van deze wereld.
“Daarom zei Ik u
dat gij in uw zonden zult sterven,
want als gij niet gelooft dat Ik ben,
zult gij in uw zonden sterven.”
Zij vroegen Hem toen :
“Wie zijt Gij dan?”
Jezus antwoordde :
“Waarom zou Ik eigenlijk daar nog met u over spreken?
“Veel zou Ik over u kunnen zeggen tot uw veroordeling.
“Maar Hij die Mij gezonden heeft is waarachtig,
en wat Ik van Hem heb gehoord
dat zeg Ik tot de wereld.”
Zij begrepen niet dat Hij hun van de Vader sprak.
Daarop zei Jezus :
“Wanneer gij de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven,
dan zult gij inzien dat Ik ben
en dat Ik uit Mijzelf niets doe,
maar dit alles zeg
zoals de Vader het Mij heeft geleerd.
“En Hij die Mij gezonden heeft
is met Mij ;
Hij heeft Mij niet alleen gelaten
omdat Ik altijd doe wat Hem behaagt.”
Toen Hij aldus sprak
gingen er velen in Hem geloven.
____________________________________________________________

Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis

66. De scheppingsverhalen in het boek Genesis bevatten in hun symbolische en verhalende taal een grondig onderricht over het menselijk bestaan
en zijn historische werkelijkheid. Deze verhalen suggereren dat hetmenselijk bestaan gebaseerd is op drie fundamentele,
nauw met elkaar verbonden relaties: de relatie met God, die met de naaste en die met de aarde. Volgens de Bijbel zijn deze drie vitale relaties verbroken, niet alleen buiten ons, maar ook in ons. Deze breuk is de zonde. De harmonie tussen
Schepper, mensheid en heel de schepping is verwoest, omdat wij de pretentie hebben gehad de plaats van God in te nemen.
Dit feit heeft ook de aard veranderd van de opdracht de aarde te onderwerpen (vgl. Gen. 1, 28) en
haar te bewerken en te bewaken (vgl. Gen. 2, 15). Als gevolg is de
oorspronkelijk harmonische relatie tussen mens en natuur veranderd in
een conflict (vgl. Gen. 3, 17-19). Daarom is het veelbetekenend dat de
harmonie die de heilige Franciscus van Assisi beleefde met alle schepselen,
is geïnterpreteerd als een genezing van deze breuk. De heilige Bonaventura
zei dat door de universele verzoening met alle schepselen Franciscus op de
een of andere wijze werd teruggebracht tot de staat van oorspronkelijke onschuld.
Verre van dat model wordt vandaag de zonde in al haar
verwoestende kracht zichtbaar in de oorlogen, in de verschillende vormen
van geweld en mishandeling, in het in de steek laten van de meest kwetsbaren, in de aanvallen op de natuur.

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling

________________________________________________________________________

 

Martes de la quinta semana de Cuaresma

Invitación

¿Puedo pedirle que preste atención a:
la lectura diaria del Evangelio?

Esta invitación tiene por objeto hacerle partícipe de la alegría del Evangelio.
Todos, sin excepción,
pueden experimentar esa alegría abriendo su corazón
a la acción sanadora de la palabra de Dios.

Disponible todos los días


Consideración

«El que me ha enviado está conmigo; no me ha dejado solo, porque siempre hago lo que le agrada». El mero hecho de meditar estas palabras, de repetirlas en nuestro corazón, nos convierte en personas felices. Gracias a Jesús, por Él y en Él, podemos mantener el mismo vínculo íntimo con Dios. ¿Nos sentimos abandonados o solos? Dios no nos dejará solos. ¿Hacer lo que agrada al Señor? Esa es la respuesta perfecta a su amor. Así nos convertimos en personas que se parecen cada vez más a aquellos por quienes Dios se preocupó desde el principio: personas a su imagen y semejanza.

PRIMERA LECTURA                 Núm. 21, 4-9

Todo aquel que haya sido mordido y mire a la serpiente de bronce, vivirá.

Del Libro de los Números

En aquellos días, los hebreos partieron del monte Hor
en dirección al Mar Rojo,
pues querían rodear Edom.
Pero durante el camino, el pueblo se impacientó.
Se rebeló contra Dios y contra Moisés.
«¿Nos habéis sacado de Egipto para morir en el desierto?
No hay pan, no hay agua,
y esta comida de mala calidad nos repugna».
Entonces el Señor envió serpientes venenosas contra el pueblo.
Estas mordieron a los israelitas y muchos de ellos murieron.
Entonces el pueblo acudió a Moisés y le dijo:
«Hemos pecado,
porque nos hemos rebelado contra el Señor y contra ti.
Ruega al Señor que aleje de nosotros esas serpientes».
Entonces Moisés oró por el pueblo
y el Señor le dijo:
«Haz una serpiente venenosa como esas y colócala sobre un poste.
«Todo aquel que haya sido mordido y la mire,
permanecerá con vida».
Moisés hizo una serpiente de bronce
y la colocó sobre un poste.
Todo aquel que había sido mordido por una serpiente
y fijaba la vista en la serpiente de bronce,
permanecía con vida.

INTERLUDIO                       Sal . 102(101), 2-3, 16-18,19-21

Señor, escucha mi oración,
que mi clamor llegue hasta ti.

Señor, escucha mi oración,
que mi clamor llegue hasta ti.
No me escondas tu rostro,
cuando me agobien las preocupaciones.
Préstame atención, Señor,
escúchame en cuanto te invoque.

Los paganos volverán a temer tu Nombre,
los príncipes de la tierra, tu gloria, Señor;
cuando reconstruyas los muros de Sión,
cuando vuelvas allí en todo tu esplendor;
cuando oigas la voz de los oprimidos,
no des oído a sus súplicas.

Escribe esto para la generación venidera
y que nuestros hijos den gracias al Señor por ello.
El Señor mira desde su santa altura,
mira desde el cielo a la tierra.
Oirá el clamor de los cautivos,
porque el Señor es siempre misericordioso,
su misericordia es infinita.

EVANGELIO                     Jn  8, 21-30

Cuando hayáis levantado al Hijo del hombre, sabréis que yo soy.

Del santo evangelio de nuestro Señor Jesucristo según Juan

En aquel tiempo, Jesús dijo a los fariseos:
«Me voy,
y vosotros me buscaréis,
pero moriréis en vuestros pecados.
“Adonde yo voy, vosotros no podéis venir.”
Los judíos le respondieron:
“¿Acaso se va a suicidar,
puesto que dice:
“¿Adonde yo voy, vosotros no podéis venir?”
Pero Él les respondió:
«Vosotros sois de abajo,
yo soy de arriba.
Vosotros sois de este mundo,
yo no soy de este mundo.
Por eso os he dicho
que moriréis en vuestros pecados,
porque si no creéis que yo soy,
moriréis en vuestros pecados».
Entonces le preguntaron:
«¿Quién eres, pues?»
Jesús respondió:
«¿Por qué habría de hablaros aún de eso?
Mucho podría decir de vosotros para vuestra condenación.
«Pero el que me ha enviado es veraz,
y lo que he oído de Él,
eso digo al mundo».
No entendían que les hablaba del Padre.
Entonces Jesús dijo:
«Cuando hayáis levantado al Hijo del Hombre,
entonces comprenderéis que yo soy,
y que nada hago por mí mismo,
sino que digo todo esto,
tal como el Padre me lo ha enseñado.
«Y el que me ha enviado
está conmigo;
no me ha dejado solo,
porque siempre hago lo que le agrada».
Cuando dijo esto,
muchos creyeron en él.
____________________________________________________________

Laudato Si

Encíclica de

EL PAPA FRANCISCO

Sobre el cuidado de la casa común

66. Los relatos de la creación del libro del Génesis contienen, en su lenguaje
simbólico y narrativo, una profunda enseñanza sobre la existencia humana
y su realidad histórica. Estos relatos sugieren que la
existencia humana se basa en tres relaciones fundamentales y estrechamente
: la relación con Dios, la del prójimo y la de la
tierra. Según la Biblia, estas tres relaciones vitales se han roto, no solo
fuera de nosotros, sino también en nuestro interior. Esta ruptura es el pecado.
La armonía entre el Creador, la humanidad y toda la creación ha sido destruida,
porque hemos tenido la pretensión de ocupar el lugar de Dios.
Este hecho también ha cambiado la naturaleza
del mandato de someter la tierra (cf. Génesis 1, 28) y
de la cultivar y custodiar (cf. Génesis 2, 15). Como consecuencia, la
relación originalmente armoniosa entre el hombre y la naturaleza se ha transformado en
un conflicto (cf. Génesis 3, 17-19). Por eso es significativo que la
armonía que san Francisco de Asís experimentaba con todas las criaturas
se haya interpretado como una sanación de esta ruptura. San Buenaventura
dijo que, a través de la reconciliación universal con todas las criaturas, Francisco fue, de una manera u otra,
inocencia original. Lejos de ese modelo, hoy el pecado se manifiesta en toda su
fuerza destructiva en las guerras, en las diversas formas
de violencia y maltrato, en el abandono de los más vulnerables, en los ataques a la naturaleza.

Continuará
Todos los días a las 2 am

 

El texto bíblico de esta edición está tomado deLa Nueva Traducción de la Biblia,
©Sociedad Bíblica Neerlandesa 2004/2007.

Reflexiones extraídas de Sugerencias litúrgicas para los días de la semana y los domingos
Laudato Si. Traducción oficial al español

________________________________________________________________________

Tuesday of the fifth week of Lent

Invitation

May I draw your attention to:
the daily reading of the Gospel?

This invitation aims to share with you the joy of the Gospel. Everyone, without exception,
can experience that joy by opening their hearts
to the healing power of God’s word.

Available every day


Consideration

‘He who sent me is with me; he has not left me alone, because I always do what pleases him.’ Simply meditating on these words, repeating them in our hearts, makes us happy people. Thanks to Jesus, through him and in him, we can share the same intimate bond with God. Do we feel abandoned or alone? God will not leave us alone. Doing what pleases the Lord? That is the perfect response to His love. In this way, we become people who increasingly resemble those for whom God intended from the beginning: people in His image and likeness.

FIRST READING                    Num. 21, 4-9

Anyone who has been bitten and looks up at the bronze serpent shall live.

From the Book of Numbers

At that time, the Israelites set out from Mount Hor
towards the Red Sea,
for they wished to go round Edom.
But on the way, the people grew impatient.
They turned against God and against Moses.
“Have you brought us out of Egypt only to die in the wilderness?
“There is no bread, there is no water,
and we are sick of this miserable food.”
Then the Lord sent poisonous snakes among the people.
These bit the Israelites, and many of them died.
Now the people came to Moses and said:
“We have sinned,
for we have turned against the Lord and against you.
“Pray to the Lord that he may take these snakes away from us.”
Then Moses prayed for the people
and the Lord said to him:
“Make a bronze snake and set it on a pole.
“Anyone who has been bitten and looks at it,
shall live.”
Moses made a bronze serpent
and set it on a pole.
Anyone who had been bitten by a serpent
and looked at the bronze serpent,
lived.

RESPONSORIAL PSALM                 Ps . 102(101), 2-3, 16-18, 19-21

Lord, hear my prayer,
let my cry come before you.

Lord, hear my prayer,
let my cry come before you.
Do not hide your face from me;
when troubles weigh me down.
Give me your attention, Lord,
hear me as soon as I call upon you.

The nations shall again revere your Name,
the rulers of the earth your glory, Lord;
when you rebuild the walls of Zion,
when You return there in full splendour;
when You hear the voice of the oppressed,
do not turn a deaf ear to their pleas.

Write this down for the coming generation
and let our sons give thanks to the Lord for it.
The Lord looks down from His holy height,
He looks down from heaven upon the earth.
He will hear the cry of the prisoners,
for the Lord is ever merciful,
his mercy is boundless.

GOSPEL                        John 8, 21-30

When you have lifted up the Son of Man, you will know that I am He.

From the Holy Gospel of our Lord Jesus Christ according to John

At that time, Jesus spoke to the Pharisees:
“I am going away;
and you will seek Me,
but you will die in your sins.
‘Where I am going, you cannot come.’
The Jews then said:
‘Surely He is not going to commit suicide;
since He says:
“Where I am going, you cannot come?”
But He replied:
“You are from below,
I am from above.
“You are of this world,
I am not of this world.
“That is why I told you
that you will die in your sins,
for if you do not believe that I am,
you will die in your sins.”
They then asked Him:
“Who are You, then?”
Jesus replied:
“Why should I even speak to you about this?
“I could say much against you to condemn you.
“But He who sent Me is true,
and what I have heard from Him
that I speak to the world.”
They did not understand that He was speaking to them of the Father.
Then Jesus said:
“When you have lifted up the Son of Man,
then you will realise that I am He
and that I do nothing of My own accord,
but speak all these things,
just as the Father has taught Me.
“And He who sent Me
is with Me;
He has not left Me alone,
because I always do what pleases Him.”
When He had spoken thus,
many came to believe in Him.
____________________________________________________________

Laudato Si

Encyclical of

POPE FRANCIS

On Care for Our Common Home

66. The creation stories in the Book of Genesis, through their symbolic
and narrative language, offer a profound teaching on human existence
and its historical reality. These stories suggest that
human existence is based on three fundamental, closely
interconnected relationships: the relationship with God, with our neighbour, and with the earth.
According to the Bible, these three vital relationships have been broken, not only
outside us, but also within us. This rupture is sin. The harmony between
the Creator, humanity and all creation has been destroyed, because we have presumed to take
God’s place. This fact has also altered the nature of the command to subdue the earth (cf. Gen. 1:28) and to
cultivate and keep it (cf. Gen. 2:15). As a result, the
originally harmonious relationship between humanity and nature has turned into
a conflict (cf. Gen. 3:17–19). It is therefore significant that the
harmony which Saint Francis of Assisi experienced with all creatures
has been interpreted as a healing of this rupture. Saint Bonaventure said that through
universal reconciliation with all creatures, Francis was in some way restored to the state of original
innocence.40 Far from that model, today sin is visible in all its
devastating power in wars, in the various forms
of violence and abuse, in the abandonment of the most vulnerable, in the attacks on nature.

To be continued
Every day at 1 am

 

The Bible text in this edition is taken fromThe New Bible Translation,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Reflections from Liturgical Suggestions for Weekdays and Sundays
Laudato Si Official English
translation

________________________________________________________________________

Maandag van de vijfde week in de veertigdagentijd

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Elke dag ter beschikking

 

 

Overweging
De lezingen  lopen meer parallel dan men zou denken. Tweemaal vinden we een beschuldigde van overspel. Tweemaal treffen we hypocriete rechters. Tweemaal is er een verlossende redder voor de vrouw. Jezus neemt de zonde niet licht op.
Maar Hij is barmhartig voor de zondaars, klaagt vooral de hypocriete rechters aan, zoals Daniël dat  deed.
Wij moeten opletten met dit verhaal dat ons leert niet te oordelen. Al te gemakkelijk vereenzelvigen wij ons met de zondige vrouw die genade krijgt, net zoals wij naar vergiffenis verlangen.  Zjn we soms ook niet de aanklagers?

EERSTE LEZING        Dan. 13, 1-9, 15-17, 19-30, 33-62 

Ofschoon ik niet gedaan heb hetgeen ze mij boosaardig ten laste leggen, moet ik toch sterven.

Uit de Profeet Daniël

Lang geleden woonde er in Babel een man die Joakim heette.
Hij had een vrouw, Susanna genaamd, de dochter van Chelkia ;
zij was buitengewoon mooi en vroom.
Omdat haar ouders rechtschapen mensen waren
hadden ze hun dochter volgens de wet van Mozes opgevoed.
Joakim was zeer rijk en bezat een park, dat bij zijn huis lag ;
bij hem kwamen de Joden samen,
omdat hij de aanzienlijkste man onder hen was.
Nu waren er dat jaar twee oudsten uit het volk
tot rechters aangesteld ;
van hen gold wat de Heer gezegd heeft :
De goddeloosheid is in Babel begonnen,
bij de oudsten die rechters waren en voorgaven
het volk te besturen.
Ze waren voortdurend in het huis van Joakim,
waar ieder die rechtszaken had zich tot hen wendde.
Als het volk tegen de middag vertrokken was,
ging Susanna wandelen in het park van haar man.
De twee oudsten sloegen haar dagelijks gade,
als zij zich ging verpozen,
en een hartstochtelijke begeerte naar haar kwam in hen op.
Zij verdraaiden de stem van hun geweten,
wendden hun ogen af van de hemel en dachten niet aan de dreiging
van de rechtvaardige straffen.
Terwijl zij naar een geschikte dag uitzagen,
ging Susanna vergezeld van twee dienstmeisjes,
volgens haar gewoonte weer eens het park in.
En omdat het warm was, wilde zij er een bad nemen ;
er was immers niemand behalve de twee oudsten,
die zich hadden verscholen en haar begluurden.
Susanna zei dus tot de dienstmeisjes :
“Ga olie en balsem halen en sluit de poort van het park,
dan ga ik een bad nemen.”
Zodra de dienstmeisjes vertrokken waren,
kwamen de twee oudsten te voorschijn en liepen op haar toe
en zeiden :
“Susanna, de poort van het park is gesloten
en er is niemand die ons ziet ;
wij branden van begeerte naar je :
wees ons daarom terwille en heb gemeenschap met ons,
anders zullen we tegen jou getuigen,
dat er een jongeman bij je was
en dat je daarom de dienstmeisjes hadt weggestuurd.”
Susanna zuchtte diep en sprak :
“Van alle kanten word ik bedreigd :
want doe ik het, dan wacht mij de dood ;
doe ik het niet, dan zal ik uw hand niet ontkomen.
“Maar liever val ik onschuldig in uw handen
dan te zondigen tegen de Heer.”
Daarop begon Susanna luid te roepen,
maar de twee oudsten schreeuwden tegen haar in
en een van hen liep naar de poort van het park en opende die.
Toen degenen die in huis waren
het geschreeuw in het park hoorden,
kwamen ze door de zij-ingang toegesneld om te zien
wat Susanna overkomen was.
Toen de oudsten hun verhaal deden,
geraakten de bedienden in grote verlegenheid,
want nog nooit was zoiets van Susanna verteld.
Toen het volk de volgende dag
weer bij haar man Joakim samenkwam,
gingen de oudsten er toe over om hun goddeloos plan uit te voeren
en Susanna ter dood te brengen.
Voor het verzamelde volk bevalen ze :
“Laat Susanna halen, de dochter van Chelkia,
de vrouw van Joakim.”
Men liet haar halen.
Zij verscheen, vergezeld van haar ouders,
haar kinderen en al haar verwanten.
Haar verwanten en allen die haar zagen weenden.
Terwijl de twee oudsten voor het volk gingen staan
en hun handen op haar hoofd legden,
blikte Susanna schreiend op naar de hemel,
want in haar hart bleef zij vertrouwen op de Heer.
Toen verklaarden de oudsten :
“Terwijl we alleen in het park wandelden,
kwam zij met twee dienstmeisjes naar binnen,
sloot de poort en stuurde de meisjes weg.
“Daarop kwam er een jonge man naar haar toe,
die zich schuil had gehouden, en ging bij haar liggen.
“Toen we vanuit een hoek van het park het misdrijf bemerkten,
snelden we naar hen toe
en zagen dat ze met elkaar gemeenschap hadden.
“Hem konden wij niet te pakken krijgen,
omdat hij sterker was dan wij,
de poort opende en zich uit de voeten maakte ;
maar haar grepen we
en we vroegen haar, wie die jongman was ;
maar ze wilde het ons niet zeggen. Dat getuigen wij.”
De vergadering geloofde hen,
gezien zij oudsten van het volk waren en rechters,
en veroordeelde Susanna ter dood.

Nadat Susanna ter dood veroordeeld was
riep zij met luide stem :
“Eeuwige God, die het verborgene kent
en alles reeds weet, voordat het gebeurt,
Gij weet dat deze oudsten
een vals getuigenis tegen mij hebben afgelegd ;
en ofschoon ik het niet gedaan heb
hetgeen ze mij boosaardig ten laste leggen,
moet ik toch sterven.”
De Heer verhoorde haar gebed.
Terwijl zij werd weggeleid om gedood te worden,
gaf God een jongeman, Daniël geheten, een heilig besluit in.
Deze jongeman riep met luide stem :
“Ik ben onschuldig aan haar bloed!”
Waarop het volk zich naar hem toekeerde en vroeg :
“Wat bedoel je daarmee?”
Hij ging in hun midden staan en zei :
“Zijn jullie niet goed wijs, zonen van Israël ?

“Veroordelen jullie een dochter van Israël
zonder nader onderzoek en kennis van zaken ?
“Ga terug naar de rechtszaal, want dezen hier
hebben een vals getuigenis tegen haar afgelegd.”
Daarop ging al het volk haastig naar de rechtszaal terug.
Daar zeiden de oudsten tot Daniël :
“Neem plaats in ons midden en deel ons je bedoelingen mee,
want God heeft je het gezag van de ouderdom verleend.”
Toe zei Daniël tot hen :
“Zonder ze van elkaar af,
dan zal ik ze aan een verhoor onderwerpen.”
Ze werden dus van elkaar gescheiden.
Daniël riep vervolgens een van de twee oudsten bij zich en zei :
“Je bent in boosheid vergrijsd,
maar nu krijg je de straf voor al de zonden die je bedreven hebt
door onrechtvaardige vonnissen te vellen :
onschuldigen heb je veroordeeld en schuldigen vrijgesproken
in strijd met het gebod van de Heer :
Breng iemand die onschuldig is en in zijn recht staat,
niet ter dood.
“Welnu, als je haar op heterdaad betrapt hebt,
zeg dan onder wat voor een boom heb je ze samen gezien ?”
Hij antwoordde : “Onder een mastiekboom.”
Daniël hernam : “Die prachtige leugen kost je je kop !
“Want Gods engel heeft van God al bevel gekregen
je in tweeën te splijten.”
Nadat Daniël deze had laten wegleiden,
liet hij de ander voorkomen en zei tot hem :
“Je bent een afstammeling van Kanaän en niet van Juda !
De schoonheid heeft je verleid
en de hartstocht heeft je hoofd op hol gebracht.
“Zo handelen jullie met de dochters van Israël
en uit vrees waren die jullie ter wille,
maar een dochter van Juda
heeft zich niet willen schikken naar jullie boosheid.
“Welnu : Onder wat voor een boom
heb je ze betrapt?”
Hij antwoordde : “Onder een steeneik.”
Daniël hernam :
“Ook jij hebt door die prachtige leugen je kop verspeeld !
“Want Gods engel staat reeds klaar
om je met het zwaard doormidden te houwen
en jullie beiden te verdelgen.”
Hierop barste heel de vergadering los in luid gejuich
en men loofde God, die redt wie op Hem vertrouwt.
En nu Daniël met hun eigen woorden bewezen had
dat de twee oudsten een vals getuigenis hadden afgelegd,
keerde het volk zich tegen hen
en overeenkomstig de wet van Mozes
voltrokken ze aan de oudsten de straf
die zij in hun boosheid hun naaste hadden beraamd :
ze werden ter dood gebracht.
Zo werd die dag een onschuldige van de dood gered.

TUSSENZANG                     Ps. (23), 22 1-3a, 3b-4, 5, 6

Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort ;
Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden
omwille van zijn Naam.
Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herderstaf
geven mij moed en vetrouwen.

Gij nodigt mij aan uw tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.

VERS VOOR HET EVANGELIE                               Ez. 33, 11

Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze,
zegt de Heer,
maar veeleer daarin, dat hij zich bekeert en leeft.

EVANGELIE                                        Joh. 8, 1-11
Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg.
’s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel
en al het volk kwam naar Hem toe.
Hij ging zitten en onderrichtte hen.
Toen brachten schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw
die op overspel was betrapt.
Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem:
Meester, deze vrouw
is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef.
Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen
zulke vrouwen te stenigen.
Maar Gij,
wat zegt Gij ervan?
Dit bedoelden ze als een strikvraag
in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen.
Jezus echter boog zich voorover
en schreef met zijn vinger op de grond.
Toen zij bij Hem aanhielden met vragen
richtte Hij zich op en zei tot hen:
Laat degene onder U die zonder zonden is,
het eerst een steen op haar werpen.
Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond.
Toen zij dit hoorden
dropen zij een voor een af,
de oudsten het eerst,
tot Jezus alleen achterbleef met de vrouw
die daar was blijven staan.
Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar:
Vrouw, waar zijn ze gebleven?
Heeft niemand u veroordeeld?
Zij antwoordde:
Niemand Heer.
Toen zei Jezus tot haar:
Ook Ik veroordeel U niet;
ga heen en zondig van nu af niet meer.

____________________________________________________

Laudato Si

Encycliek van

Paus Franciscus

Over de zorg voor ons gemeenschappelijk huis

De wijsheid van de Bijbelse verhalen
65. Zonder hier opnieuw de hele theologie van de schepping ter sprake te
brengen, vragen wij ons af wat de grote bijbelse verhalen ons zeggen over
de relatie van de mens met de wereld. De eerste beschrijving van het
scheppingswerk in het boek Genesis bevat Gods plan voor de schepping
van de mensheid. Na de schepping van man en vrouw wordt er gezegd dat
“God alles bezag wat Hij gemaakt had, en zag dat het heel goed was” (Gen.
1, 31). De Bijbel leert dat iedere mens uit liefde geschapen wordt, geschapen
naar het beeld van en de gelijkenis met God (vgl. Gen. 1, 26). Deze
woorden laten ons de immense waardigheid van iedere mens zien, die niet
iets is, maar iemand. Hij is in staat zichzelf te kennen, zichzelf te bezitten
en zichzelf in vrijheid te geven en in contact te treden met andere personen”.
De heilige Johannes Paulus II heeft eraan herinnerd hoe de heel
bijzondere liefde die de Schepper voor ieder mens heeft, “hem een oneindige
waardigheid verleent”.  Zij die zich inzetten voor de verdediging van
de menselijke waardigheid, kunnen in het christelijk geloof de diepste
redenen vinden voor die inzet. Wat voor een wonderbaarlijke zekerheid is
het te weten dat het leven van iedere persoon niet verloren gaat in een
hopeloze chaos, in een wereld die door puur toeval wordt geregeerd of door
cycli die zich zinloos herhalen! De Schepper kan tegen ieder van ons
zeggen: “Voordat Ik u in de moederschoot vormde, koos Ik u uit” (Jer. 1, 5).
Wij zijn ontvangen in Gods hart en daarom “is ieder van ons de vrucht
van een gedachte van God. Ieder van ons wordt gewild, ieder wordt
bemind, ieder is noodzakelijk”.

 

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling

Lunes de la quinta semana de Cuaresma

Invitación

¿Puedo pedirle que preste atención a:
la lectura diaria del Evangelio?

Esta invitación tiene por objeto hacerle partícipe de la alegría del Evangelio.
Todos, sin excepción,
pueden experimentar esa alegría abriendo su corazón
a la acción sanadora de la palabra de Dios.

Disponible todos los días

 

Consideración
Las lecturas son más paralelas de lo que cabría pensar. En dos ocasiones encontramos a una acusada de adulterio. En dos ocasiones nos encontramos con jueces hipócritas. En dos ocasiones hay un salvador redentor para la mujer.
Jesús no se toma el pecado a la ligera. Pero es misericordioso con los pecadores y denuncia sobre todo a los jueces hipócritas, tal como lo hizo Daniel.
Debemos prestar atención a esta historia que nos enseña a no juzgar. Con demasiada facilidad nos identificamos con la mujer pecadora que recibe misericordia, al igual que nosotros anhelamos el perdón. ¿No somos a veces también nosotros los acusadores?

PRIMERA LECTURA                   Dan. 13, 1-9, 15-17, 19-30, 33-62

Aunque no he hecho lo que maliciosamente me imputan, debo morir.

Del profeta Daniel

Hace mucho tiempo vivía en Babilonia un hombre llamado Joakim.
Tenía una esposa llamada Susana, hija de Helcías;
ella era extraordinariamente bella y piadosa.
Como sus padres eran personas justas,
habían educado a su hija según la ley de Moisés.
Joakim era muy rico y poseía un parque junto a su casa;
allí se reunían los judíos,
pues era el hombre más distinguido entre ellos.
Ora bien, aquel año dos ancianos del pueblo
fueron nombrados jueces;
de ellos se cumplió lo que el Señor había dicho:
«La impiedad ha comenzado en Babilonia,
entre los ancianos que eran jueces y pretendían
gobernar al pueblo.
Estaban constantemente en la casa de Joakim,
donde acudía a ellos todo aquel que tenía asuntos judiciales.
Cuando el pueblo se marchaba al mediodía,
Susana salía a pasear por el parque de su marido.
Los dos ancianos la observaban a diario,
cuando ella salía a descansar,
y les invadió un ardiente deseo por ella.
Tergiversaron la voz de su conciencia,
apartaron sus ojos del cielo y no pensaron en la amenaza
de los justos castigos.
Mientras esperaban un día propicio,
Susana, acompañada de dos sirvientas,
según su costumbre, una vez más al parque.
Y como hacía calor, quiso darse un baño;
pues no había nadie más que los dos ancianos,
que se habían escondido y la espiaban.
Susana dijo entonces a las criadas:
«Id a buscar aceite y bálsamo y cerrad la puerta del parque,
para que yo me dé un baño».
Tan pronto como las criadas se marcharon,
los dos ancianos salieron de su escondite y se acercaron a ella
y le dijeron:
«Susana, la puerta del parque está cerrada
y no hay nadie que nos vea;
ardemos de deseo por ti:
por eso, haznos el favor y acuéstate con nosotros,
si no, testificaremos contra ti,
que había un joven contigo,
y que por eso habías echado a las criadas».
Susana suspiró profundamente y dijo:
«Me amenazan por todas partes:
pues si lo hago, me espera la muerte;
si no lo hago, no escaparé de vuestras manos.
«Pero prefiero caer inocente en tus manos,
que pecar contra el Señor».
Entonces Susana comenzó a gritar en voz alta,
pero los dos ancianos le gritaban para que callara,
y uno de ellos corrió hacia la puerta del parque y la abrió.
Cuando los que estaban en la casa
oyeron los gritos en el parque,
acudieron apresuradamente por la entrada lateral para ver
qué le había sucedido a Susana.
Cuando los ancianos contaron su historia,
los sirvientes se sintieron muy avergonzados,
pues nunca se había oído nada semejante de Susana.
Al día siguiente, cuando el pueblo se reunió de nuevo con su marido Joakim,
los ancianos decidieron llevar a cabo su plan impío
y condenar a muerte a Susana.
Ante el pueblo reunido, ordenaron:
«Traed a Susana, la hija de Quelcía,
la mujer de Joakim».
La hicieron venir.
Ella apareció, acompañada de sus padres,
sus hijos y todos sus parientes.
Sus parientes y todos los que la veían lloraban.
Mientras los dos ancianos se ponían de pie ante el pueblo
y ponían sus manos sobre su cabeza,
Susana alzó los ojos al cielo llorando,
pues en su corazón seguía confiando en el Señor.
Entonces los ancianos declararon:
«Mientras paseábamos solos por el parque,
ella entró con dos sirvientas,
cerró la puerta y despidió a las muchachas.
«Entonces se le acercó un joven,
que se había escondido, y se acostó con ella.
«Cuando desde un rincón del parque nos dimos cuenta del delito,
corrimos hacia ellos
y vimos que estaban manteniendo relaciones.
«A él no pudimos atraparlo,
porque era más fuerte que nosotros,
abrió la puerta y se dio a la fuga;
pero a ella la agarramos
y le preguntamos quién era aquel joven;
pero ella no quiso decírnoslo. De eso damos testimonio».
La asamblea les creyó,
puesto que eran ancianos del pueblo y jueces,
y condenaron a Susana a muerte.

Después de que Susana fuera condenada a muerte,
gritó en voz alta:
«Dios eterno, que conoces lo oculto
y lo sabes todo antes de que suceda,
tú sabes que estos ancianos
han dado falso testimonio contra mí;
y aunque yo no he hecho
lo que maliciosamente me imputan,
sin embargo debo morir».
El Señor escuchó su oración.
Mientras la llevaban para ser ejecutada,
Dios inspiró a un joven, llamado Daniel, una santa resolución.
Este joven gritó en voz alta:
«¡Yo soy inocente de su sangre!»
A lo que el pueblo se volvió hacia él y le preguntó:
«¿Qué quieres decir con eso?»
Él se colocó en medio de ellos y dijo:
«¿No estáis en vuestro sano juicio, hijos de Israel?

«¿Juzgáis a una hija de Israel
sin una investigación más detallada y sin conocer los hechos?
«Volved al tribunal, pues estos aquí presentes
han prestado falso testimonio contra ella».
Entonces todo el pueblo regresó apresuradamente al tribunal.
Allí los ancianos dijeron a Daniel:
«Siéntate entre nosotros y comunícanos tus intenciones,
pues Dios te ha concedido la autoridad de la vejez».
Entonces Daniel les dijo:
«Separadlos unos de otros,
y yo los someteré a un interrogatorio».
Así pues, los separaron.
A continuación, Daniel llamó a uno de los dos ancianos y le dijo:
«Te has vuelto viejo en la ira,
pero ahora recibirás el castigo por todos los pecados que has cometido
al dictar sentencias injustas:
has condenado a inocentes y absuelto a culpables
en contra del mandamiento del Señor:
No condenes a muerte a quien es inocente y tiene razón,
.
«Pues bien, si la has sorprendido in fraganti,
dime, ¿bajo qué árbol los has visto juntos?»
Él respondió: «Bajo un lentisco».
Daniel replicó: «¡Esa hermosa mentira te costará la cabeza!
«Porque el ángel de Dios ya ha recibido orden de Dios
para partirte en dos».
Después de que Daniel lo mandara llevar,
hizo comparecer al otro y le dijo:
«¡Eres descendiente de Canaán y no de Judá!
La belleza te ha seducido
y la pasión te ha nublado la mente.
«Así tratáis a las hijas de Israel,
y por miedo se sometieron a vosotros,
pero una hija de Judá
no ha querido plegarse a vuestra maldad.
«Pues bien: ¿bajo qué árbol
la has sorprendido?»
Él respondió: «Bajo una encina».
Daniel prosiguió:
«¡Tú también has perdido la cabeza por esa hermosa mentira!
«Porque el ángel de Dios ya está listo
para cortarte por la mitad con la espada
y exterminaros a ambos».
Al oír esto, toda la asamblea estalló en vítores
y alabaron a Dios, que salva a quienes confían en Él.
Y ahora que Daniel había demostrado con sus propias palabras
que los dos ancianos habían dado falso testimonio,
el pueblo se volvió contra ellos
y, de acuerdo con la ley de Moisés,
ejecutaron en los ancianos el castigo
que estos, en su ira, habían tramado contra su prójimo:
fueron condenados a muerte.
Así, aquel día se salvó de la muerte un inocente.

INTERLUDIO                    Sal. (23), 22, 1-3a, 3b-4, 5, 6

Aunque mi camino pase por valles oscuros,
no temeré ningún mal, pues Tú me guías.

El Señor es mi pastor, nada me falta;
me hace descansar en verdes praderas.
Me lleva a las aguas, donde puedo descansar,
y me devuelve el ánimo.

Por senderos rectos me guía,
por amor a su Nombre.
Aunque mi camino pase por valles oscuros,
no temeré mal alguno, pues Tú me guías.
Tu vara y tu cayado
me dan valor y confianza.

Me invitas a tu mesa,
para burla de mis enemigos.
Unges mi cabeza con aceite,
mi copa está rebosante.

La prosperidad y la bendición nunca me abandonarán
todos los días de mi vida.
La casa del Señor será mi morada
por todos los tiempos venideros.

VERSÍCULO ANTE DEL EVANGELIO                            Ez . 33, 11

No me complace la muerte del impío,
dice el Señor,
sino más bien que se convierta y viva.

EVANGELIO                                      Jn  8, 1-11
El que de vosotros esté sin pecado, que le arroje la primera piedra.

Del santo Evangelio de nuestro Señor Jesucristo según
Juan

En aquel tiempo, Jesús se dirigió al Monte de los Olivos.
A primera hora de la mañana volvió a aparecer en el templo
y todo el pueblo acudió a Él.
Se sentó y les enseñaba.
Entonces los escribas y los fariseos le trajeron a una mujer
que había sido sorprendida en adulterio.
La pusieron en medio y le dijeron:
Maestro, esta mujer
ha sido sorprendida in fraganti cometiendo adulterio.
Ahora bien, Moisés nos mandó en la Ley
que apedreáramos a tales mujeres.
Pero tú,
¿qué dices tú?
Esto lo hacían como una trampa,
con la esperanza de poder acusarlo de algo.
Jesús, sin embargo, se inclinó
y escribió con el dedo en el suelo.
Cuando insistieron en preguntarle,
se enderezó y les dijo:
«El que de vosotros esté sin pecado,
que le arroje la primera piedra».
De nuevo se inclinó y escribió en el suelo.
Al oír esto,
se retiraron uno tras otro,
los más ancianos primero,
hasta que solo quedó Jesús con la mujer,
que había permanecido allí.
Entonces Jesús se enderezó y le dijo:
«Mujer, ¿dónde están?
¿Nadie te ha condenado?»
Ella respondió:
«Nadie, Señor».
Entonces Jesús le dijo:
«Tampoco yo te condeno;
vete y no peques más».

____________________________________________________

Laudato Si

Encíclica de

el Papa Francisco

Sobre el cuidado de nuestra casa común

La sabiduría de los relatos bíblicos
65. Sin volver a abordar aquí toda la teología de la creación,
nos preguntamos qué nos dicen los grandes relatos bíblicos sobre
la relación del ser humano con el mundo. La primera descripción de la
obra de la creación en el libro del Génesis contiene el plan de Dios para la creación
de la humanidad. Tras la creación del hombre y la mujer, se dice que
«Dios vio todo lo que había hecho, y vio que era muy bueno» (Gén.
1, 31). La Biblia enseña que cada persona es creada por amor, creada
a imagen y semejanza de Dios (cf. Gén. 1, 26). Estas palabras nos muestran
la inmensa dignidad de cada persona, que no es una cosa, sino alguien.
Es capaz de conocerse a sí misma, de poseerse a sí misma y de entregarse
en libertad y entrar en contacto con otras personas».
San Juan Pablo II recordó cómo el amor tan especial que el Creador tiene
por cada persona «le confiere una dignidad infinita».  Quienes se
comprometen con la defensa de la dignidad humana pueden encontrar
en la fe cristiana las razones más profundas
razones de ese compromiso. ¡Qué maravillosa certeza es
saber que la vida de cada persona no se pierde en un
caos sin esperanza, en un mundo gobernado por el puro azar o por
ciclos que se repiten sin sentido! El Creador puede decirnos a cada uno de nosotros:
«Antes de formarte en el seno materno, te elegí» (Jer. 1, 5).
Hemos sido acogidos en el corazón de Dios y, por eso, «cada uno de nosotros es el fruto
de un pensamiento de Dios. Cada uno de nosotros es querido, cada uno es
amado, cada uno es necesario».

Continuará
Todos los días a las 2 am

 

El texto bíblico de esta edición está tomado deLa Nueva Traducción de la Biblia,
©Sociedad Bíblica Neerlandesa 2004/2007.

Reflexiones extraídas de Sugerencias litúrgicas para los días de la semana y los domingos
Laudato Si. Traducción oficial al español

Monday of the fifth week of Lent

Invitation

May I draw your attention to:
the daily reading of the Gospel?

This invitation aims to share with you the joy of the Gospel. Everyone, without exception,
can experience that joy by opening their heart
to the healing power of God’s word.

Available every day

Consideration
The readings run more parallel than one might think. Twice we find a woman accused of adultery. Twice we encounter hypocritical judges.
Twice there is a redeeming saviour for the woman.
Jesus does not take sin lightly. But He is merciful towards sinners, and above all denounces the hypocritical judges, just as Daniel did.
We must take heed of this story, which teaches us not to judge. All too easily we identify with the sinful woman who receives mercy, just as we long for forgiveness. Are we not sometimes the accusers ourselves?

FIRST READING                               Dan. 13, 1-9, 15-17, 19-30, 33-62

Although I have not done what they maliciously accuse me of, I must still die.

From the Prophet Daniel

Long ago, there lived in Babylon a man named Joakim.
He had a wife named Susanna, the daughter of Helkiah;
she was exceptionally beautiful and devout.
Because her parents were righteous people,
they had raised their daughter according to the law of Moses.
Joachim was very rich and owned a garden adjacent to his house;
the Jews gathered at his house,
for he was the most distinguished man among them.
Now in that year two elders of the people
had been appointed as judges;
to them applied what the Lord had said:
‘Wickedness began in Babylon,
among the elders who were judges and pretended to
govern the people.
They were constantly in Joakim’s house,
where everyone with legal cases turned to them.
When the people had left at midday,
Susanna went for a walk in her husband’s garden.
The two elders watched her daily,
whenever she went to relax,
and a passionate desire for her arose within them.
They twisted the voice of their conscience,
turned their eyes away from heaven and did not think of the threat
of just punishment.
Whilst they waited for a suitable day,
Susanna, accompanied by two maidservants,
as was her custom, into the park once more.
And because it was hot, she wished to take a bath;
for there was no one there but the two elders,
who had hidden themselves and were spying on her.
So Susanna said to the maidservants:
“Go and fetch oil and ointment, and shut the gate of the park,
then I shall take a bath.”
As soon as the maids had left,
the two elders emerged and walked towards her
and said:
“Susanna, the gate of the park is closed
and there is no one to see us;
we are burning with desire for you:
therefore, for our sake, have intercourse with us,
otherwise we will testify against you,
that a young man was with you,
and that you therefore sent the maids away.”
Susanna sighed deeply and said:
“I am threatened on all sides:
for if I do it, death awaits me;
if I do not, I shall not escape your hand.
“But I would rather fall innocent into your hands
than sin against the Lord.”
Thereupon Susanna began to cry out loudly,
but the two elders shouted at her,
and one of them ran to the gate of the park and opened it.
When those who were in the house
heard the shouting in the park,
they rushed out through the side entrance to see
what had happened to Susanna.
When the elders told their story,
the servants were greatly perplexed,
for never before had anything like this been said of Susanna.
When the people gathered again the next day
at her husband Joakim’s house,
the elders set about carrying out their wicked plan
to put Susanna to death.
Before the assembled people they commanded:
“Bring Susanna, the daughter of Chelkia,
the wife of Joakim.”
They sent for her.
She appeared, accompanied by her parents,
her children and all her relatives.
Her relatives and all who saw her wept.
Whilst the two elders stood before the people
and laid their hands upon her head,
Susanna looked up to heaven weeping,
for in her heart she continued to trust in the Lord.
Then the elders declared:
“Whilst we were walking alone in the park,
she came in with two maidservants,
locked the gate and sent the girls away.
“Thereupon a young man came up to her,
who had been hiding, and lay down with her.
“When we noticed the crime from a corner of the park,
we rushed towards them;
and saw that they were having sexual intercourse.
“We could not lay hold of him,
for he was stronger than us,
he opened the gate and made his escape;
but we seized her
and asked her who that young man was;
but she would not tell us. This we testify.”
The assembly believed them,
since they were elders of the people and judges,
and sentenced Susanna to death.

After Susanna had been sentenced to death,
she cried out in a loud voice:
“Eternal God, who knows the hidden things
and knows everything before it happens,
Thou knowest that these elders;
have borne false witness against me;
and though I have not done
what they maliciously charge me with,
I must nevertheless die.”
The Lord heard her prayer.
As she was led away to be put to death,
God inspired a young man named Daniel with a holy resolve.
This young man cried out in a loud voice:
“I am innocent of her blood!”
Whereupon the people turned to him and asked:
“What do you mean by that?”
He stood in their midst and said:
“Have you lost your minds, sons of Israel?

“Are you condemning a daughter of Israel
without further investigation or knowledge of the facts?
“Return to the court, for these men here
have given false testimony against her.”
Thereupon all the people hurried back to the court.
There the elders said to Daniel:
“Take your seat among us and tell us your intentions,
for God has granted you the authority of old age.”
Then Daniel said to them:
“Separate them from one another,
and I will examine them.”
So they were separated from one another.
Daniel then summoned one of the two elders and said:
“You have grown old in anger,
but now you shall receive punishment for all the sins you have committed
by passing unjust judgements:
you have condemned the innocent and acquitted the guilty
in contravention of the Lord’s commandment:
Do not put to death anyone who is innocent and in the right,
“Now then, if you caught her in the act,
tell me, under what sort of tree did you see them together?”
He replied: “Under a mastic tree.”
Daniel retorted: “That splendid lie will cost you your head!
“For God’s angel has already received a command from God
to cut you in two.”
After Daniel had had him led away,
he summoned the other and said to him:
“You are a descendant of Canaan and not of Judah!
Beauty has seduced you,
and passion has turned your head.
“This is how you treat the daughters of Israel;
and out of fear they yielded to you,
but a daughter of Judah
would not submit to your wickedness.
“Now then: Under what sort of tree
did you catch her?”
He replied: “Under a holm oak.”
Daniel continued:
“You too have forfeited your life by that splendid lie!
“For God’s angel is already standing ready
to cut you in two with the sword
and to destroy you both.”
At this, the whole assembly burst into loud cheers
and they praised God, who saves those who trust in Him.
And now that Daniel had proved with their own words
that the two elders had given false testimony,
the people turned against them;
and in accordance with the law of Moses,
they carried out upon the elders the punishment;
which, in their malice, they had devised against their neighbour:;
they were put to death.
Thus, on that day, an innocent man was saved from death.

INTERLUDIUM                          Ps. (23), 22 1-3a, 3b-4, 5, 6

Even though I walk through the valley of the shadow of death,
I fear no evil, for You are with me.

The Lord is my shepherd; I shall not want;
He leads me beside still waters;
He restores my soul;

He guides my steps along the right paths;
for the sake of His Name.
Even though I walk through the valley of the shadow of death,
I fear no evil, for You are with me.
Your rod and Your staff
give me courage and confidence.

You invite me to Your table
to the annoyance of my enemies.
You anoint my head with oil;
my cup overflows.

Goodness and mercy shall follow me
all the days of my life.
I shall dwell in the house of the Lord
forever.

VERSES BEFORE THE GOSPEL                      Ezekiel  33, 11

I take no pleasure in the death of the wicked,
says the Lord,
but rather that he should turn from his ways and live.

GOSPEL                                     John 8, 1-11
Let him among you who is without sin be the first to throw a stone at her.

From the Holy Gospel of our Lord Jesus Christ according to John

At that time, Jesus went to the Mount of Olives.
Early in the morning He appeared again in the temple,
and all the people came to Him.
He sat down and taught them.
Then the scribes and Pharisees brought to Him a woman
who had been caught in the act of adultery.
They placed her in the middle and said to Him:
‘Teacher, this woman
has been caught in the very act of committing adultery.
Now Moses commanded us in the Law
to stone such women.
But You,
what do You say?
They meant this as a trap,
hoping to find some charge against Him.
But Jesus bent down
and wrote with His finger on the ground.
When they kept asking Him questions,
He stood up and said to them:
‘Let the one among you who is without sin,
be the first to throw a stone at her.’
Again He bent down and wrote on the ground.
When they heard this,
they went away one by one,
the elders first,
until Jesus was left alone with the woman,
who had remained standing there.
Then Jesus stood up and said to her:
Woman, where are they?
Has no one condemned you?
She replied:
No one, Lord.
Then Jesus said to her:
Neither do I condemn you;
go and sin no more.

____________________________________________________

Laudato Si

Encyclical of

Pope Francis

On Care for Our Common Home

The wisdom of the biblical stories
65. Without revisiting the entire theology of creation here,
we ask ourselves what the great biblical stories tell us about
the relationship between humanity and the world. The first account of the
work of creation in the Book of Genesis contains God’s plan for the creation
of humanity. After the creation of man and woman, it is said that
“God saw all that he had made, and it was very good” (Gen.
1:31). The Bible teaches that every human being is created out of love, created
in the image and likeness of God (cf. Gen. 1:26). These words show us the immense dignity of every human being, who is not a thing, but a person. He is capable of knowing himself, of possessing himself, and of freely giving himself and entering into contact with other persons”.
Saint John Paul II recalled how the very
special love that the Creator has for every human being “confer upon him an infinite dignity”.
Those who are committed to the defence of
human dignity can find in the Christian faith the deepest reasons for that commitment.
What a marvellous certainty it is to know that the life of every person is not lost in a
hopeless chaos, in a world governed by pure chance or by
cycles that repeat themselves meaninglessly! The Creator can say to each of us:
“Before I formed you in the womb, I chose you” (Jer. 1:5).
We are received into God’s heart and therefore “each of us is the fruit
of a thought of God. Each of us is wanted, each is loved, each is necessary”.

To be continued
Every day at 1 am

 

The Bible text in this edition is taken fromThe New Bible Translation,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Reflections from Liturgical Suggestions for Weekdays and Sundays
Laudato Si Official English translation

Vijfde zondag in de veertigdagentijd

Uitnodiging

Mag ik hiermee Uw aandacht vragen voor
het dagelijks lezen van het Evangelie?

Deze uitnodiging wil U deelgenoot maken aan de vreugde
van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd,
kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen
voor de genezende werking van Gods woord.

Iedere dag beschikbaar.

 

Openingswoord

Voor catechumenen is de veertigdagentijd heel bijzonder.
Zij bereiden zich intens voor op de paasnacht
en dringen steeds dieper door in de betekenis van hun doopsel.
In de lezingen van deze zondag ontdekken ze Jezus’ macht over de dood.
Zoals Jezus zijn vriend Lazarus wegroept uit het graf,
zo zal Hij ook de catechumenen uit het water van de doop roepen
en zullen ze herboren het nieuwe leven instappen.
Ook voor ons is de veertigdagentijd een periode waarin we ons doopsel herontdekken.
Laten we opnieuw doopleerlingen worden
en ons helemaal openstellen voor Jezus’ woorden.
Hij wil ook ons tot leven roepen en leven geven.

EERSTE LEZING                         Ez. 37, 12-14
Ik zal mijn geest over u uitstorten en gij zult leven.

Uit het boek Ezechiël

Zo spreekt God de Heer:

“Ik ga uw graven openen;
in massa’s zal Ik u uit uw graven wegvoeren
en u brengen naar de grond van Israël.
“En wanneer Ik dan uw graven geopend heb
en u in massa’s zal hebben weggevoerd uit uw graven,
zult gij weten dat Ik de Heer ben.
“Mijn geest zal Ik over u uitstorten en gij zult leven;
Ik zal u vestigen op uw eigen grond
en gij zult weten dat Ik de Heer ben:
Wat Ik zeg, dat volbreng Ik !”
Zo luidt de godsspraak van de Heer.

Antwoordpsalm            Ps. 130(129), 1-2, 3-4, 5-6ab, 7-8

Keervers
De Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.

Uit de diepte roep ik, Heer,
luister naar mijn stem.
Wil aandachtig horen
naar mijn smeekgebed.

Als Gij zonden blijft gedenken,
Heer, wie houdt dan stand?
Maar bij U vind ik vergeving,
daarom zoekt mijn hart naar U.

Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Gretig zie ik naar Hem uit,
meer dan wachters naar de ochtend.

Want de Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.
Hij zal Israël verlossen
van zijn ongerechtigheid.

 

TWEEDE  LEZING             Rom. 8, 8-11
De Geest van Hem, die Jezus van de doden heeft opgewekt, woont in u.

Uit de brief van de heiige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Zij die zelfzuchtig leven,
kunnen God niet behagen.
Maar uw bestaan wordt niet beheerst
door de zelfgenoegzaamheid,
maar door de Geest,
omdat de Geest van God in u woont.

Zou iemand de Geest van Christus niet hebben,
dan behoort hij Hem niet toe.
Als Christus in u is,
blijft wel uw lichaam door de zonde
de dood gewijd,
maar uw geest lééft,
dankzij de gerechtigheid.
En als de Geest van God
die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont,
zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan,
ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken
door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft.

 

Vers voor het evangelie        Joh. 11, 25a en 26

Lof en eer zij U, Heer Jezus.
Ik ben de verrijzenis en het leven, zegt de Heer,
wie in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven.
Lof en eer zij U, Heer Jezus.

 

EVANGELIE             Joh. 11, 1-45
Ik ben de verrijzenis en het leven.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd
was er iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië,
het dorp van Maria en haar zuster Marta.
Maria was de vrouw die de Heer met geurige olie had gezalfd
en zijn voeten met haar haren had afgedroogd.
De zieke Lazarus was haar broer.

De zusters van Lazarus stuurden Jezus de boodschap:
“Heer, hij die Gij liefhebt, is ziek.”
Toen Jezus dit hoorde, zei Hij:
“Deze ziekte voert niet tot de dood,
maar is om Gods glorie,
opdat de Zoon Gods er door verheerlijkt moge worden.”

Jezus hield veel van Marta, haar zuster en Lazarus.
Toen Hij dan ook hoorde dat Lazarus ziek was,
bleef Hij weliswaar nog twee dagen ter plaatse,
maar daarna zei Hij tot zijn leerlingen:
“Laat ons weer naar Judea gaan.”

De leerlingen zeiden:
“Rabbi, nog pas probeerden de joden U te stenigen
en gaat Gij er nu weer heen?”
Jezus antwoordde:
“Heeft de dag geen twaalf uren?
“Overdag kan iemand gaan zonder zich te stoten,
omdat hij het licht van deze wereld ziet.
“Maar gaat iemand ’s nachts, dan stoot hij zich
omdat het licht niet in hem is.”

Zo sprak Hij.
En Hij voegde er aan toe:
“Onze vriend Lazarus is ingeslapen,
maar Ik ga erheen om hem te wekken.”
Zijn leerlingen merkten op:
“Heer, als hij slaapt, zal hij beter worden.”
Jezus had echter van zijn dood gesproken,
terwijl zij meenden dat Hij over de rust van de slaap sprak.
Daarom zei Jezus hun toen ronduit:
“Lazarus is gestorven,
en omwille van u verheug Ik Mij dat Ik er niet was,
opdat gij moogt geloven.
“Maar laat ons naar hem toegaan.”
Toen zei Tomas, bijgenaamd Didymus, tot zijn medeleerlingen:
“Laten ook wij gaan om met Hem te sterven.”

Bij zijn aankomst bevond Jezus
dat Lazarus al vier dagen in het graf lag.

Betanië nu was dichtbij Jeruzalem,
op een afstand van ongeveer drie kilometer.
Vele joden waren dan ook naar Marta en Maria gekomen
om hen te troosten over het verlies van hun broer.

Zodra Marta hoorde dat Jezus op komst was,
ging zij Hem tegemoet;
Maria echter bleef thuis.
Marta zei tot Jezus:
“Heer, als Gij hier waart geweest,
zou mijn broer niet gestorven zijn.
“Maar zelfs nu weet ik
dat wat Gij ook aan God vraagt,
God het U zal geven.”
Jezus zei tot haar:
“Uw broer zal verrijzen.”
Marta antwoordde:
“Ik weet dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag.”
Jezus zei tot haar:
“Ik ben de verrijzenis en het leven.
“Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven,
en ieder die leeft in geloof aan Mij,
zal in eeuwigheid niet sterven.
“Gelooft gij dit?”
Zij zei tot Hem:
“Ja, Heer, ik geloof vast dat Gij de Messias zijt,
de Zoon Gods, die in de wereld komt.”
Na deze woorden ging zij haar zuster Maria roepen
en zei zachtjes:
“De Meester is er en vraagt naar je.”
Zodra Maria dit hoorde,
stond zij vlug op en ging naar Hem toe.
Jezus was nog niet in het dorp aangekomen,
maar bevond zich nog op de plaats waar Marta Hem ontmoet had.
Toen de joden die met Maria in huis waren om haar te troosten,
haar plotseling zagen opstaan en weggaan,
volgden zij haar
in de mening dat zij naar het graf ging om daar te wenen.

Toen Maria op de plaats kwam waar Jezus zich bevond,
viel zij Hem te voet zodra zij Hem zag en zei:
“Heer, als Gij hier waart geweest
zou mijn broer niet gestorven zijn.”
Toen Jezus haar zag wenen,
en eveneens de joden die met haar waren meegekomen,
doorliep Hem een huivering
en diep ontroerd sprak Jezus:
“Waar hebt gij hem neergelegd?”
Zij zeiden Hem:
“Kom en zie, Heer.”
Jezus begon te wenen,
zodat de joden zeiden:
“Zie eens hoe Hij van hem hield.”
Maar sommigen onder hen zeiden:
“Kon Hij die de ogen van een blinde opende,
ook niet maken dat deze niet stierf?”
Bij het graf gekomen overviel Jezus opnieuw een huivering.

Het was een rotsgraf en er lag een steen voor.
Jezus zei:
“Neemt de steen weg.”
Marta, de zuster van de gestorvene, zei Hem:
“Hij riekt al, want het is reeds de vierde dag.
Jezus gaf haar ten antwoord:
“Zei Ik u niet dat als gij gelooft,
ge Gods heerlijkheid zult zien?”
toen namen ze de steen weg.
Jezus sloeg de ogen ten hemel en sprak:
“Vader, Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt.
“Ik wist wel, dat Gij Mij altijd verhoort,
maar omwille van het volk rondom Mij
heb Ik dit gezegd,
opdat zij mogen geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.”
Na deze woorden riep Hij met luide stem:
“Lazarus, kom naar buiten!”
De gestorvene kwam naar buiten,
voeten en handen met zwachtels gebonden
en met een zweetdoek om zijn gezicht.
Jezus beval hun:
“Maak hem los en laat hem gaan.”
Vele joden, die naar Maria waren gekomen
en zagen wat Jezus gedaan had,
geloofden in Hem.

________________________________________________________

Laudato Si

Encycliek van

PAUS FRANCISCUS

Over de zorg voor het gemeenschappelijke huis

 

64. Anderzijds wil ik, ook al biedt deze encycliek een opening voor een
dialoog met allen om samen te zoeken naar wegen van bevrijding, vanaf
het begin laten zien hoe geloofsovertuigingen christenen, en gedeeltelijk
ook andere gelovigen, belangrijke motiveringen bieden om de zorg op zich
te nemen voor de natuur en de meest zwakke broeders en zusters. Als
alleen al het feit mens te zijn, de mensen ertoe beweegt te zorgen voor het
milieu waarvan zij een deel zijn, “voelen de christenen in het bijzonder dat
hun taken binnen de schepping en hun plichten ten aanzien van de natuur
en de Schepper deel uitmaken van hun geloof”.36 Daarom is het een weldaad
voor de mensheid en de wereld dat wij als gelovigen meer de ecologische
verplichtingen erkennen die voortvloeien uit onze overtuigingen.

Wordt vervolgd
Elke dag om 7 am

 

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen en de zondagen
Laudato Si Officiële Nederlandse vertaling
_____________________________________________________________________________