http://kerkengeloof.wordpress.com

Maandag Maria onbevlekt ontvangen

Overweging
Rond Kerstmis ligt een snoer van feesten waar Maria wordt gevierd. Maar ze staat nooit alleen: ze draagt het Kind om het te tonen aan de wereld. Dat is het echte beeld van Maria: de icoon van de Moeder met het Kind. De levende Heer, Gods zoon die mens geworden is, kan niet zonder een moeder. Van nu tot in februari gaat het telkens weer om hun beiden. Het feest van vandaag gaat over de prille aanvang: er wordt een kind ontvangen, dat één en al jawoord is, gericht tot God. Er treedt een meisje binnen in de wereld dat nooit neen zal zeggen, niet tot God en niet tot de mensen. Nog voor ze in de schoot van haar moeder leefde, had gods genade haar al bevrijd van elk mogelijk”neen”. Daarom mogen ook wij met vreugde vervuld zijn: omdat God ons altijd in alles voor geweest is. Hij heeft ons alles geschonken.

EERSTE LEZING                                     Gen. 3, 9-15.20
Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare.

Uit het Boek Genesis

Nadat Adam van de boom gegeten had
riep God de Heer de mens en vroeg hem :
“Waar zijt gij?”
Hij antwoordde :
“Ik hoorde uw donder in de tuin,
en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben ;
daarom heb ik mij verborgen.”
Maar God de Heer zei :
“Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt?
“Hebt ge soms gegeten van de boom
die Ik u verboden heb?”
De mens antwoordde :
“De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt,
zij heeft mij van die boom gegeven,
en toen heb ik gegeten.”
Daarop vroeg God de Heer aan de vrouw :
” Hoe hebt ge dat kunnen doen?”
De vrouw zei :
“De slang heeft mij verleid,
en toen heb ik gegeten.”
God de Heer zei toen tot de slang :
“Omdat ge dit gedaan hebt,
zijt gij vervloekt, onder alle tamme dieren
en onder alle wilde beesten !
“Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten,
alle dagen van uw leven !
“Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw,
tussen uw kroost en het hare.
“Dit zal uw kop bedreigen,
en gij zijn hiel!”

De mens noemde zijn vrouw Eva,
want zij is de moeder geworden van alle levenden.

TUSSENZANG                                               Ps. 98(97), 1, 2-3ab, 3c-4

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.

Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw
ten gunste van Israëls huis.

Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.

TWEEDE LEZING                                                Ef. 1, 3-6.11-12
In Christus heeft God ons uitverkoren
voor de grondlegging der wereld.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Gezegend is God,
de Vader van onze heer Jezus Christus,
die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend
met elke geestelijke  zegen.
In Hem heeft Hij ons uitverkoren
voor de grondlegging der wereld,
om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht.
In liefde heeft Hij ons voorbestemd
zijn kinderen te worden door Jezus Christus,
naar het welbehagen van zijn wil,
tot lof van de heerlijkheid van zijn genade.
Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de geliefde,
in wie wij ook ons erfdeel hebben ontvangen,
daartoe voorbestemd door de beschikking van Hem
die alles tot stand brengt naar het besluit van zijn wil,
opdat wij verbreiden de lof van zijn heerlijkheid,
wij, die reeds te voren onze hoop op de Christus hadden gebouwd.

ALLELUIA                                                               Lc. 1, 28

Alleluia.
Verheug u, Maria, Begenadigde,
de Heer is met u ;
gij zijt gezegend onder de vrouwen.
Alleluia.

EVANGELIE                                                         Lc. 1, 26-38
Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd werd de engel Gabriël van Godswege gezonden
naar een stad in Galilea, Nazaret,
tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette,
uit het huis van David ;
de naam van de maagd was Maria.
De engel trad bij haar binnen en sprak :
“Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u,
gij zijt de gezegende onder de vrouwen.”
Zij schrok van dat woord
en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen.
Maar de engel zei tot haar :
” Vrees niet Mria, want gij hebt genade gevonden bij God.
“Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen
en gij moet Hem de naam Jezus geven.
“Hij zal groot zijn
en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden.
“God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken
en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob
en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.”
Maria echter sprak tot de engel :
“Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken?”
Hierop gaf de engel haar ten antwoord :
“De heilige Geest zal over u komen
en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen ;
daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht
heilig genoemd worden, Zoon van God.
“Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante,
in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen
en, ofschoon zij onvruchtbaar heette,
is zij nu in haar zesde maand ;
want voor God is niets onmogelijk.”

Nu zei Mria :
“Zie de dienstmaagd des Heren ;
mij geschiede naar uw woord.”
En de engel ging van haar heen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Eerste zondag van de advent

EERSTE LEZING                                    Jes. 2, 1-5
De Heer verzamelt alle volkeren in de eeuwige vrede van het Rijk van God.

Uit de Profeet Jesaja

Visioen van Jesaja, de zoon van Amos,
over Juda en Jeruzalem.
Op het einde der dagen
zal de berg waarop de tempel van de HEER staat,
oprijzen boven alle bergen
en uitsteken boven alle heuvels.
Alle volkeren zullen erheen stromen
en talloze naties erheen trekken.
Zij zullen zeggen:
“Kom, laat ons optrekken naar de berg van de HEER,
naar de tempel van Jakobs God.
“Hij zal ons zijn wegen wijzen
en wij zullen zijn paden bewandelen.
“Want uit Sion komt de Wet,
het Woord van de HEER uit Jeruzalem.
“Oordelen zal Hij de volkeren,
rechtspreken over de talloze naties.
“Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers,
hun speren tot sikkels.
“Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander,
en niemand zal nog leren oorlog voeren.
“Huis van Jakob, kom,
Iaat ons wandelen in het licht van de HEER.”

Antwoordpsalm                               Ps. 122(121), 1-2, 3-4a, 4b-5, 6-7, 8-9

Keervers
Vol blijdschap trekken wij naar Gods huis!

Hoe blij was ik toen men mij riep:
wij trekken naar Gods huis!
Nu mag mijn voet Jeruzalem,
uw poorten binnentreden.

Jeruzalem, ommuurde stad,
zo dicht opeen gebouwd:
Naar U trekken de stammen op,
de stammen van Gods volk.

Zij gaan naar Israëls gebruik
de naam van God vereren.
Daar staan de zetels van het recht,
de troon van Davids huis.

Bidt dan om vrede voor Jeruzalem:
dat ieder die u liefheeft veilig zij.
Dat eendracht heerse binnen uw omwalling,
in al uw huizen rust.

Ter wille van mijn broeders en mijn makkers
wens ik u vrede toe;
Ter wille van het huis van onze God
bid ik voor u om zegen.

TWEEDE LEZING                                               Rom. 13, 11-14
Ons heil is nabij.

 
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Gij weet
dat het uur om uit de slaap te ontwaken
reeds is aangebroken.
Thans is ons heil dichterbij
dan toen wij tot het geloof kwamen.
De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan.
Laten wij ons dus ontdoen van de werken der duisternis
en ons wapenen met het licht.
Laten wij ons behoorlijk gedragen
als op klaarlichte dag,
en ons onthouden van braspartijen en drinkgelagen,
van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd.
Bekleedt u met de Heer Jezus Christus
en koestert geen zondige begeerten meer.

Vers voor het evangelie                                Ps. 85 (84), 8

Alleluia.
Laat ons uw barmhartigheid zien,
geef ons uw heil, o heer,
Alleluia.

EVANGELIE                                              Mt. 24, 37-44
Weest waakzaam zodat gij bereid zijt.

 
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Zoals het ging in de dagen van Noach,
zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon.
Zoals de mensen in de dagen voor de zondvloed
doorgingen met eten en drinken,
met huwen en ten huwelijk geven,
tot op de dag waarop Noach de ark binnenging,
en zij niets vermoedden
totdat de zondvloed kwam en allen wegrukte:
zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon.
Dan zullen er twee op de akker zijn:
de een wordt meegenomen, de ander achtergelaten:
twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn:
de een wordt meegenomen, de andere achtergelaten.
Weest dus waakzaam,
want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.
Begrijpt dit wel:
als de eigenaar van het huis wist
op welk uur van de nacht de dief zou komen,
zou hij blijven waken en in zijn huis niet laten inbreken.
Weest ook gij dus bereid,
omdat de Mensenzoon komt op het uur
waarop gij het niet verwacht.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Dinsdag H. Johannes Berchmans

Overweging
Het Rijk Gods is nabij: het wordt reeds nu, op aarde, opgebouwd. Zijn wij gericht op de toekomst die God ons aanzegt? Wachten wij passief op wat komen gaat, of bouwen wij naar godsvrucht en vermogen aan Gods rijk? Wij kunnen, te beginnen met vandaag, God vragen ons bij te staan en te leiden in dat kleine stukje wereld van ons dat wij hebben opgebouwd: onze familie, ons gezin, deze gemeenschap, ons persoonlijk leven en dat van diegenen die rond ons leven.

EERSTE LEZING                                          Dan. 2, 31-45
De God des hemels zal een rijk stichten
dat in eeuwigheid niet te grond zal gaan
en niet aan een ander volk zal uitgeleverd worden.

Uit de profeet Daniël
.

In die dagen sprak Daniël tot koning Nebukadnéssar:
“Koning,
in het visioen dat u gehad hebt,
hebt u een zeer groot
en helder glanzend beeld
voor u zien staan,
met een schrikwekkend uiterlijk.
Het hoofd van dat beeld was van zuiver goud,
zijn borst en armen van zilver,
zijn buik en lende van brons, zijn benen van ijzer,
zijn voeten waren gedeeltelijk van ijzer
en gedeeltelijk van aardewerk.
Terwijl u toekeek, werd een steen losgekapt
zonder dat er een hand aan te pas kwam;
die steen raakte het beeld
en verbrijzelde de voeten van ijzer en aardewerk.
Tegelijkertijd
vergruizelden toen het ijzer, brons, zilver en goud
en werden door de wind meegevoerd
als het kaf wanneer men het koren aan het dorsen is.
Van het beeld bleef niets over,
maar de steen die het getroffen had,
werd een grote berg die heel de aarde vulde.
Dat was uw droom.
Nu zullen wij u zeggen wat hij betekent.
Koning, koning der koningen,
aan wie de God des hemels het koningschap,
de macht en de kracht en de majesteit heeft geschonken,
overal waar mensen wonen,
aan wie Hij
de dieren van het veld en de vogels van de hemel
in handen gegeven heeft
en die Hij over hen allen deed heersen,
u zijt het hoofd van goud.
Maar na u zal er een ander rijk komen,
dat geringer is dan het uwe,
daarna een derde rijk van brons,
dat over de hele aarde zal heersen,
en tenslotte komt er een vierde rijk, hard als ijzer.
Juist als ijzer
dat alles kan vermorzelen en tot gruis maken,
zal dat rijk de voorgaande rijken verpletteren en verbrijzelen.
Dat de voeten en de tenen, zoals u gezien hebt,
gedeeltelijk van ijzer waren,
betekent dat het een verdeeld rijk zal zijn.
Maar toch zal het de vastheid van ijzer hebben,
want, zoals u gezien hebt,
was het ijzer met het aardewerk, uit modder verbonden.
Dat de tenen van de voeten gedeeltelijk van ijzer
en gedeeltelijk van aardewerk waren,
betekent dat het rijk enerzijds hard,
maar anderzijds broos zal zijn.
En dat, zoals u gezien hebt,
het ijzer met aardewerk uit modder verbonden was,
betekent dat men zal trachten
de delen van het rijk door huwelijken te verbinden.
Maar die delen zullen met elkaar geen eenheid gaan vormen,
evenmin als ijzer met aardewerk dat doet.
Maar in de tijd van die koningen
zal de God des hemels een rijk stichten,
dat in eeuwigheid niet te gronde zal gaan
en niet aan een ander volk zal uitgeleverd worden.
Het zal al die rijken verpletteren
en er een eind aan maken,
maar zelf zal het in eeuwigheid blijven bestaan.
U hebt immers gezien hoe er uit het gebergte,
zonder dat er een hand aan te pas kwam,
een steen losgekapt werd,
die het ijzer, het brons, het aardewerk,
het zilver en goud vergruizelde.
De grote God heeft aan de koning geopenbaard
wat er in de toekomst zal gebeuren.
De droom is waar en de uitleg betrouwbaar.”

TUSSENZANG                                            Dan. 3, 57, 58, 59, 60, 61

Looft de Heer, prijst en verheft Hem eeuwig.

Looft de Heer, alle schepselen Gods,
prijst en verheft Hem eeuwig.

Looft de Heer, alle boden des Heren,
hemelse machten, prijst Hem.

Looft Hem, wateren boven de hemel,
heel zijn legermacht, prijst Hem.

ALLELUIA                                           Lc. 21,28

Alleluia.
Richt u op en heft uw hoofden omhoog
want uw verlossing komt nabij.
Alleluia.

EVANGELIE                                                 Lc. 21, 5-11
Geen steen zal op de andere gelaten worden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd merkten sommigen opmerkten
hoe de tempel daar prijkte
met zijn fraaie stenen en wijgeschenken,
maar Jezus zei:
“Wat ge daar ziet:
er zal een tijd komen
dat er geen steen op de andere gelaten zal worden:
alles zal verwoest worden.”
De leerlingen vroegen Hem nu:
“Meester, wanneer zal dat dan gebeuren?”
Maar Hij zei:
“Weest op uw hoede dat gij niet in dwaling gebracht wordt.
Want velen zullen optreden in mijn Naam
en zij zullen zeggen: Ik ben het, en: Het ogenblik is nabij.
Loopt niet achter hen aan.
En wanneer gij hoort van oorlogen en onlusten,
laat u dan niet uit het veld slaan.
Dat alles moet wel eerst gebeuren,
maar het einde volgt niet terstond.”
Toen sprak Hij tot hen:
“Er zal strijd zijn van volk tegen volk
en van koninkrijk tegen koninkrijk;
er zullen hevige aardbevingen zijn,
en hongersnood en pest,
nu hier dan daar,
schrikwekkende dingen
en aan de hemel geweldige tekenen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
De Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Christus, koning van het heelal

EERSTE LEZING                                           2 Sam. 5, 1-3
Zij zalfden David tot koning over Israël.

Uit het tweede boek Samuël

In die dagen begaven alle stammen van Israël
zich naar David in Hebron en zeiden:
“Hier zijn wij, uw eigen vlees en bloed.
Vroeger al, toen Saul nog over ons regeerde,
was u degene die de troepen van Israël aanvoerde.
Daarenboven heeft de HEER u verzekerd:
Gij zult mijn volk Israël hoeden;
gij zijt het die over Israël zult heersen.”
Alle oudsten van Israël kwamen naar de koning in Hebron
en koning David sloot met hen een verbond
ten overstaan van de HEER
en zij zalfden David tot koning over Israël.

Antwoordpsalm                                            Ps. 122(121) 1-23, 3-4ab, 4cd-5

Keervers
Vol vreugde gaan wij naar Gods huis.

Hoe blij was ik, toen men mij riep:
“Wij trekken naar Gods huis!”
Nu mag mijn voet, Jeruzalem,
uw poorten binnentreden.

Jeruzalem, ommuurde stad,
zo dicht opeen gebouwd.
Naar u trekken de stammen op,
de stammen van Gods volk.

Zij gaan naar Israëls gebruik
de naam van God vereren.
Daar staan de zetels van het recht,
de troon van davids huis.

TWEEDE LEZING                                              Kol. 1, 12-20
Hij heeft ons overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters,

Blijmoedig danken wij God, de Vader,
omdat Hij u in staat stelde
te delen in de erfenis van de heiligen
en te leven in het licht.
Hij heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis
en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon.
In Hem is onze bevrijding verzekerd
en zijn onze zonden vergeven.
Hij is het beeld van de onzichtbare God,
de eerstgeborene van heel de schepping.
Want in Hem is alles geschapen
in de hemelen en op de aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
tronen en hoogheden,
heerschappijen en machten.
Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem.
Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.
Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is.
Hij is de oorsprong,
de eerste die van de dood is opgestaan
om in alles de hoogste te zijn,
Hij alleen.
Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid,
om door Hem het heelal met zich te verzoenen
en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten,
om alles in de hemel en op de aarde te verzoenen,
door Hem alleen.

Vers voor het evangelie                                      Mc. 11, 9-10

Alleluia.
Gezegend de komende in de naam van de Heer,
geprezen het komende koninkrijk van onze vader David !
Alleluia.

EVANGELIE                                                   Lc. 23, 35-43
Heer, denk aan mij, wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

Toen Jezus aan het kruis hing,
stond het volk toe te kijken
maar de overheidspersonen lachten Hem uit en zeiden:
“Anderen heeft Hij gered;
laat Hij zichzelf eens redden
als Hij de Messias van God is,
de uitverkorene!”
De soldaten brachten Hem zure wijn,
en ook zij voegden Hem spottend toe:
“Als Gij de koning der Joden zijt,
red dan Uzelf.”
Boven Hem stond als opschrift
in Griekse, Romeinse en Hebreeuwse letters:
“Dit is de koning der Joden.”
Ook een van de misdadigers die daar hingen hoonde Hem:
“Zijt Gij niet de Messias?
Red dan Uzelf en ons.”
Maar de andere strafte hem af en zei:
“Heb zelfs jij geen vrees voor God
terwijl je toch hetzelfde vonnis ondergaat?
En wij ondergaan dat vonnis terecht,
want wij krijgen wat wij door onze daden verdiend hebben;
maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.”
Daarop zei hij:
“Jezus,
denk aan mij
wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt.”
En Jezus sprak tot hem:
“Voorwaar, Ik zeg u:
vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Dinsdag H. Josafat, b. en mrt.

Overweging
De auteur worstelt met het probleem van de vergelding die in dit leven uitblijft. De goddelozen gaat het vaak goed , en de vromen worden niet beloond. We vinden deze problematiek ook in vele psalmen, en in het boek Job. Alleen het geloof in het eeuwig leven kan hierin licht brengen. Hoe groot het onrecht ook is, we vinden rust in de gedachte dat de ergste misdadigers, de grootste aanstichters van kwaad en zonde, allen die op aarde ontsnappen aan berechting, ooit voor God komen te staan en door Hem zullen beoordeeld worden.

EERSTE LEZING                                           Wijsh. 2,23 – 24; 3,1-9
In de ogen der mensen leken zij te sterven, maar ze zijn in vrede.

                             

Uit het boek der Wijsheid

God heeft de mens geschapen voor de onsterfelijkheid,
heeft hem gemaakt tot het beeld van zijn eigen wezen.
Door de afgunst van de duivel kwam echter de dood in de wereld,
en smaken zullen hem
allen die de duivel toebehoren.
Maar de zielen der rechtvaardigen zijn in Gods hand,
geen leed kan hen deren.
In de ogen der mensen leken zij te sterven,
hun einde werd beschouwd als een ramp,
hun heengaan van ons als een ondergang:
maar zij zijn in vrede!
Want al scheen het de mensen toe
dat ze gestraft werden,
toch zal hun hoop beloond worden
met een leven zonder eind.
Na een korte tijd van beproeving
zullen zij met grote weldaden overstelpt worden:
want God heeft ze op de proef gesteld
en ze waardig bevonden voor zich.
Als goud in de vuuroven heeft Hij ze gelouterd,
en ze aanvaard als een welriekend brandoffer.
Wanneer de tijd der vergelding komt,
zullen zij schitteren
sprankelen zullen zij
als vuurvonken in een stoppelveld.
Zij zullen recht spreken over de naties
heersen zullen zij over de volken,
en hun Heer zal koning zijn in eeuwigheid!
Die op God hopen, zullen zijn trouw ondervinden,
die Hem trouw blijven, geborgen zijn in zijn liefde:
want genade en erbarming vallen zijn uitverkorenen ten deel!

TUSSENZANG                                    Ps. 34(33), 2-3, 16-17, 18-19

De Heer zal ik prijzen iedere dag.

De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
laat elk die het hoort zich verheugen.

Het oog van de Heer is gericht op de vrome,
zijn oor naar hun smeken gekeerd.
Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af,
zij worden op aarde vergeten.

Naar vromen die roepen luistert de Heer,
en redt hen uit iedere nood.
De Heer is nabij voor rouwmoedige harten,
Hij helpt wie zijn schuld erkent.

ALLELUIA                                                   cf. Hand. 16, 14b

Alleluia.
Maak ons hart ontvankelijk, Heer,
en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon.
Alleluia.

EVANGELIE                                              Lc. 17, 7-10
Wij zijn onnutte knechten ;
wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd sprak Jezus:
“Wie van u zal tot de knecht
die hij in dienst heeft als ploeger of veehoeder
bij diens thuiskomst van het land zeggen:
Kom meteen aan tafel en tast toe?
Zal hij niet eerder zeggen:
Maak mijn maaltijd klaar;
omgord je en bedien mij terwijl ik eet en drink;
daarna kun je zelf eten en drinken?
Moet hij die knecht soms dankbaar zijn
omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen?
Zo is het ook met u:
wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd,
zegt dan: Wij zijn onnutte knechten;
wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag H. Willibrordus, b.

Overweging
In de gemeente van Rome duiken spanningen op, die ook in de Kerk van onze dagen herkenbaar zijn. Sommigen beleven het geloof volgens strenge regels en voelen zich ontdaan wanneer anderen meer vrijheid nemen. Anderen interpreteren deze regels dan weer anders of besteden er niet veel aandacht aan. Weer anderen stonden boven dit soort discussies en gingen in stilte andere wegen. Paulus neemt de liefde als uitgangspunt: laten we elkaar verdragen, niemand met de vinger wijzen, en ons richten naar de kern van ons geloof: de dood en verrijzenis van onze Heer.

EERSTE  LEZING                                                Rom.14,7-12
Zolang wij leven, leven wij voor de Heer,
en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen,
niemand sterft voor zichzelf alleen.
Zolang wij leven, leven wij voor de Heer,
en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer :
of wij leven of sterven,
Hem behoren wij toe.
Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden :
om Heer te zijn over doden en levenden.
Met welk recht veroordeelt gij uw broeder?
En gij, waarom kleineert gij uw broeder?
Allen zullen wij verschijnen voor de rechterstoel van God.
Want er staat geschreven :
“Zowaar Ik leef,
zegt de Heer,
voor Mij zal elke knie zich buigen
en elke tong zal God lofprijzen.”
Zo zal dan ieder van ons rekenschap moeten afleggen voor zichzelf.

TUSSENZANG                                          Ps. 27(26), 1, 4, 13-14

Ik reken er op nog tijdens mijn leven
de weldaden van de Heer te ervaren.

De Heer is mijn licht en mijn leidsman,
wie zou ik vrezen ;
de Heer is de schuts van mijn leven,
voor wie zou ik bang zijn?

Eén ding slechts vraag ik de Heer,
meer zal ik niet wensen :
dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef.
Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren,
zijn tempel weer met eigen ogen mag zien.

Ik reken er op nog tijdens mijn leven
de weldaden van de Heer te ervaren.
Zie uit naar de Heer en houd dapper stand,
wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

ALLELUIA                                                      Joh. 14,5

Alleluia.
Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer ;
niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.
Alleluia.

EVANGELIE                                                 Lc. 15, 1-10
Er is vreugde bij de engelen van God
over één zondaar die zich bekeert.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus
om naar Hem te luisteren.
De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden :
“Die man ontvangt zondaars en eet met hen.”
Hij hield hun deze gelijkenis voor :
“Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft
en er één van verliest,
laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter
om op zoek te gaan naar het verlorene
totdat hij het vindt?
“En als hij het vindt, legt hij het vol vreugde op zijn schouders
en hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren bij elkaar
en zegt hun :
Deelt in mijn vreugde,
want mijn schaap dat verloren was geraakt heb ik gevonden.
“Ik zeg u :
zo zal er in de hemel meer vreugde zijn
over één zondaar die zich bekeert,
dan over negenennegentig rechtvaardigen
die geen bekering nodig hebben.
“Of welke vrouw die tien drachmen bezit en één drachme verliest
steekt niet een lamp aan,
veegt niet het huis en zoekt niet zorgvuldig totdat ze die vindt?
“En als ze die gevonden heeft,
roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt :
Deelt in mijn vreugde,
want de drachme die ik had verloren heb ik gevonden.
“Zo, zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen van God
over één zondaar die zich bekeert.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overweging uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Eenendertigste zondag door het jaar

EERSTE LEZING                                                    Wijsh. 11,22-12,2
Gij ontfermt U over allen, omdat Gij houdt van alles wat bestaat.

Uit het boek Wijsheid

Heer, heel de aarde is voor U
als een stofje op de weegschaal,
als een vroege dauwdruppel die neervalt op aarde.
Maar Gij ontfermt U over allen,
want Gij vermoogt alles;
en Gij let niet op de zonden der mensen,
opdat ze tot inkeer komen.
Gij houdt immers van alles wat bestaat,
en verafschuwt niets van wat Gij geschapen hebt;
want zoudt Gij iets haten, dan hadt Gij het niet geschapen.

Hoe zou er iets kunnen blijven bestaan tegen uw wil,
hoe zou behouden kunnen blijven wat Gij niet gemaakt hebt?
Ja, alles spaart Gij, want alles is van U,
en Gij heerst vol liefde over al wat leeft!

Uw onvergankelijke geest is aanwezig in alles wat bestaat.
Daarom straft Gij de zondaars met mate,
en herinnert ze waarschuwend aan hun zonden,
opdat ze hun boosheid verlaten
en trouw blijven aan U, Heer.

Antwoordpsalm                               Ps. 145(144) 1-2, 8-9, 10-11, 13cd-14

Keervers
Uw Naam, mijn God, wil ik verheerlijken voor altijd
.

U wil ik loven, mijn God en Koning,
uw Naam verheerlijken voor altijd.
U wil ik prijzen iedere dag,
uw Naam verheerlijken voor altijd.

De Heer is vol liefde en medelijden,
lankmoedig en zeer goedgunstig.
De Heer is bezorgd voor iedere mens,
barmhartig voor al wat Hij maakte.

Uw werken zullen U prijzen, Heer,
uw vromen zullen U loven.
Zij roemen de glorie van uw heerschappij,
uw macht verkondigen zij.

De Heer is waarachtig in al zijn woorden
en heilig in al wat Hij doet.
De Heer ondersteunt die dreigen te vallen,
richt al wie gebukt gaat weer op.

TWEEDE  LEZING                                      2 Tess. 1,11 – 2,2
De naam van Christus zal in u verheerlijkt worden, en gij in Hem.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica
.

Broeders en zusters,

Telkens opnieuw bidden wij onze God,
dat Hij u zijn roeping waardig maakt
en al uw goede voornemens en elke daad van uw geloof
met macht tot volkomenheid brengt.
Dan zal de Naam van onze Heer Jezus in u verheerlijkt worden
– en gij in Hem –
door de genade van onze God en de Heer Jezus Christus.

Wij moeten u echter verzoeken, broeders en zusters,
in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus
en onze hereniging met Hem
niet zo gauw uw bezinning te verliezen.
Laat u toch niet opschrikken
door profetieën of uitspraken of een brief
die van ons afkomstig zouden zijn, en die beweren
dat de dag van de Heer is aangebroken.

Vers voor het evangelie                                      Joh. 3,16

Alleluia.
Zozeer heeft God de wereld liefgehad
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven
opdat al wie in Hem gelooft, eeuwig leven zal hebben.
Alleluia.

EVANGELIE                                               Lc. 19, 1-10
De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd ging Jezus Jericho binnen.
Terwijl Hij er doorheen trok,
poogde een zekere Zacheüs,
hoofdambtenaar bij het tolwezen en een rijk man,
te zien wie Jezus was.
Maar hij slaagde daarin niet vanwege de menigte,
want hij was klein van gestalte..
Om Hem toch te zien liep hij hard vooruit
en klom in een wilde vijgeboom
omdat Jezus daar langs zou komen.

Toen Jezus bij die plaats kwam
keek Hij omhoog en zei tot hem:
“Zacheüs, kom vlug naar beneden,
want vandaag moet Ik in uw huis te gast zijn.”
Zacheüs kwam snel naar beneden en ontving Hem vol blijdschap.
Allen zagen dat en merkten morrend op:
“Hij is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen!”

Maar Zacheüs trad op de Heer toe en sprak:
“Heer, bij deze schenk ik de helft van mijn bezit aan de armen;
en als ik iemand iets afgeperst heb
geef ik het hem vierdubbel terug.”

Jezus sprak tot hem:
“Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen,
want ook deze man is een zoon van Abraham.
De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken
en om te redden wat verloren was.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Dinsdag Dertigste week door het jaar

Overweging
De schepping is onvolmaakt: van binnen uit geordend, maar soms ook chaotisch en onbegrijpelijk. Net als wij ziet ze reikhalzend uit naar verlossing: ze is gericht op, ze verwacht, ze verhoop Gods glorie, zijn heerlijkheid. In deze spanningsvolle verwachting heeft de mens een taak te vervullen. Omdat de mens kind van God is, is hij in staat om uitdrukking te geven aan de hoop en de overtuiging dat Gods heerlijkheid eens komt.  Levend in die verwachting mogen we onze ogen niet sluiten voor leed en onrecht, voor ziekte en pijn, verdrukking en dood.

EERSTE  LEZING                                        Rom. 8, 18-25
Ook de schepping verlangt vurig
naar de openbaring van Gods kinderen.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Ik ben er van overtuigd
dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid
waarvan ons de openbaring te wachten staat.
Ook de schepping
verlangt vurig naar de openbaring van Gods kinderen.
Want zij is onderworpen aan een zinloos bestaan,
niet omdat zij het zelf wil
maar door de wil van Hem die haar daaraan onderworpen heeft.
Maar zij is niet zonder hoop,
want ook de schepping
zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid
en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods.
Wij weten immers
dat de hele natuur kreunt en barensweeën lijdt, altijd door.
En niet alleen zij, –ook wijzelf
die toch reeds de eerstelingen van de Geest hebben ontvangen,
ook wij zuchten over ons eigen lot
zolang wij nog wachten op de verlossing van ons lichaam.
In deze hoop zijn wij gered.
Maar men spreekt niet van hopen
als men het voorwerp van zijn hoop reeds aanschouwt :
wie verwacht nog wat hij al ziet?
Daar onze hoop gericht is op het onzichtbare
moet onze verwachting gepaard gaan met standvastigheid.

TUSSENZANG                                       Ps. 126(125), 1-2ab, 2cd-3, 4-5, 6

Geweldig was het wat God de Heer ons deed.

De Heer bracht Sions ballingen terug :
het was alsof wij droomden.
Toen lachten alle monden
en juichte elke tong.

Toen zei men bij de volken :
geweldig is het wat de Heer hen deed.
Geweldig was het wat de Heer ons deed,
daarom zijn wij zo blij.

Keer nu ons lot ten goede, Heer,
zoals een beek doet in de Zuid-woestijn.
Die onder tranen zaaien
zij oogsten met gejuich.

Vol zorgen gaan zij uit
met zaaizakken beladen ;
maar keren zingend weer
beladen met hun schoven.

ALLELUIA                                                Ps. 145(144)), 13cd

Alleluia.
Waarachtig is God in al zijn woorden
en heilig in al wat Hij doet.
Alleluia.

EVANGELIE                                               Lc. 13, 18-21
Het zaadje groeide en werd een grote boom.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus :
“Waarop gelijkt het Koninkrijk Gods,
waarmee zal Ik het vergelijken?
” Het gelijkt op een mosterdzaadje dat iemand in zijn tuin zaaide ;
het groeide en werd een grote boom
en de vogels uit de lucht nestelden in zijn takken.”
Jezus zei ook nog:
“Waarmee zal Ik het Rijk Gods vergelijken?
“Het gelijkt op gist,
die een vrouw in drie maten bloem verwerkte
totdat deze in hun geheel gegist waren.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
De Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

                                              

Negenentwintigste zondag door het jaar

EERSTE  LEZING                                        Ex. 17, 8-13
Zolang Mozes zijn armen opgeheven hield, waren de Israëlieten aan de winnende hand.

Uit het boek Exodus

In die dagen kwam Amalek aanzetten om Israël aan te vallen.
Toen zei Mozes tot Jozua:
“Kies manschappen uit en trek morgen ten strijde tegen Amalek.
Zelf ga ik met de staf van God in mijn hand
op de top van de heuvel staan.”
Jozua deed wat Mozes hem had opgedragen.
Hij bond de strijd aan met Amalek
terwijl Mozes, Aäron en Chur de top van de heuvel bestegen.
En zolang Mozes zijn armen opgeheven hield
waren de Israëlieten aan de winnende hand.
Maar liet hij zijn armen zakken dan won Amalek.
Tenslotte werden Mozes’ armen moe.
Toen haalden ze een steen voor hem waar hij op ging zitten.
Aäron en Chur ondersteunden zijn armen,
elk aan een kant.
Zo bleven zijn armen omhooggeheven, tot zonsondergang toe.
En Jozua versloeg Amalek en zijn leger met het zwaard.

Antwoordpsalm                                             Ps. 121(120) 1-2, 3-4, 5-6, 7-8

Keervers
Mijn hulp zal komen van God de Heer.

Omhoog naar de bergen richt ik mijn ogen:
vanwaar kan ik hulp verwachten?
Mijn hulp zal komen van God de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Hij zorgt dat uw voet niet struikelt,
Hij slaapt niet, die waakt over u.
Hij sluimert niet en Hij slaapt niet,
die over Israël waakt.

De Heer is het die u behoedt,
Hij staat als een wacht aan uw zijde.
Bij dag zal de zon u niet deren,
bij nacht doet de maan u geen kwaad.

De Heer bewaart u voor onheil,
uw leven houdt Hij in stand.
De Heer is bezorgd voor uw komen en gaan
op deze dag en altijd.

TWEEDE LEZING                                      2 Tim. 3,14-4,2
De man Gods zij voor zijn taak berekend, toegerust voor elk goed werk.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs
.

Dierbare,

Blijf bij de leer die gij gelovig hebt aanvaard.
Bedenk wie het waren die u onderricht hebben
en hoe gij van kindsbeen af
vertrouwd zijt met de heilige geschriften;
daaruit kunt gij de wijsheid putten die u leidt tot het heil,
door het geloof in Christus Jezus.
Elk door God geïnspireerd geschrift dient ook
om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen,
om de zeden te verbeteren
en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven,
zodat de man Gods voor zijn taak berekend is
en toegerust voor elk goed werk.
Ik bezweer u
voor het aanschijn van God en van Christus Jezus,
die levenden en doden zal oordelen
bij zijn verschijning en bij zijn koningschap:
verkondig het woord,
dring aan, te pas en te onpas,
weerleg, berisp, bemoedig,
in één woord,
geef uw onderricht met groot geduld.

Vers voor het evangelie

Alleluia.
Het woord van God is levend en krachtig.
Het ontleedt de bedoelingen
en de gedachten van de mens.
Alleluia.

EVANGELIE                                  Lc. 18,1-8
Zou God geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen, die tot Hem roepen?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd leerde Jezus in een gelijkenis aan zijn leerlingen
dat zij steeds moesten bidden en daarin niet versagen.
Hij zei:
“Er was eens in een zekere stad een rechter
die zich om God noch gebod bekommerde.
Er was ook een weduwe in de stad
die herhaaldelijk bij hem kwam met het verzoek:
Verschaf mij recht ten opzichte van mijn tegenstander.
Een tijdlang wilde die rechter niet,
maar daarna zei hij bij zichzelf:
Al bekommer ik mij om God noch gebod,
toch zal ik die weduwe recht verschaffen
om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken.”

En de Heer sprak:
“Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt!
Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen
die dag en nacht tot Hem roepen,
of zal Hij ten opzichte van hen onbewogen blijven?
Ik zeg u: Hij zal hun spoedig recht verschaffen.
Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst
het geloof op aarde vinden?”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Zaterdag HH. Johannes de Brébeuf en Isaak Jogues, pr. en gez., mrt.

Overweging
Het verhaal van Abraham is het verhaal van Gods belofte aan de hele mensheid. De belofte blijft geldig, voor iedereen die tot het geloof komt dat God nieuw leven schenkt. Abraham bij uitstek heeft dit mogen ervaren, omdat hij in het onmogelijke geloofde. Maar het is vooral Jezus die ons Gods kracht getoond heeft. Door zijn verrijzenis weten we wat het betekent om van de Vader nieuw leven te krijgen. Deze levenwekkende kracht van God is ook nu werkzaam in onze wereld. Ze doet mensen opstaan uit ontmoediging en gebrokenheid, en vergeeft telkenmale het kwaad dat begaan wordt. Het is deze kracht die ons eens zal doen opstaan uit de dood.

EERSTE LEZING                                                         Rom. 4, 13. 16-18
Tegen alle hoop in heeft Abraham gehoopt.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome
.

Broeders en zusters,

De belofte aan Abraham en zijn nakomelingen
dat zij de wereld zouden erven,
steunt niet op de wet
maar op de gerechtigheid van het geloof.
Daarom hangt die belofte af van het geloof
en dus van de genade
en is zij verzekerd voor heel het nageslacht,
niet alleen voor hen die de wet hebben ontvangen
maar voor allen die het geloof navolgen
van ons aller vader Abraham.
Van hem staat immers geschreven:
“Ik heb u vader gemaakt van vele volken.”
Hij is dit voor het aanschijn van God in wie hij heeft geloofd,
God die de doden levend maakt
en wat niet bestaat in het aanzijn roept.
Tegen alle hoop in heeft Abraham gehoopt
en geloofd dat hij vader zou worden van vele volken,
gelijk hem gezegd was:
“Zo talrijk zal uw nageslacht zijn”.

TUSSENZANG                                        Ps. 105(104), 6-7, 8-9, 42-43

Voor eeuwig blijft Gods verbond van kracht.
Alleluia.

Gij, kroost van zijn dienaar Abraham,
gij zonen van Jakob, zijn welbeminde.
De Heer, Hij is onze enige God,
wat Hij beslist geldt voor heel de aarde.

Voor eeuwig blijft zijn verbond van kracht,
wat Hij beloofd heeft voor duizend geslachten.
De bond die Hij vroeger met Abraham sloot,
de eed die Hij Isaäk eens heeft gezworen.

De Heer was indachtig zijn heilig woord,
tot Abraham eenmaal gesproken.
Hij voerde zijn volk met vreugde weg,
zijn uitverkorenen onder gejubel.

ALLELUIA                                               Ps. 119(118), 18

Alleluia.
Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer,
de heerlijkheid van uw wet.
Alleluia.

EVANGELIE                                             Lc. 12, 8-12
De heilige Geest zal u leren wat gij moet zeggen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Ik zeg u;
ieder die Mij bij de mensen belijdt,
hem zal de Mensenzoon als de Zijne erkennen bij Gods engelen.
Maar wie Mij tegenover de mensen verloochend heeft
zal verloochend worden tegenover Gods engelen.
Aan ieder die zich zal kanten tegen de Mensenzoon
zal het vergeven worden;
maar hem die de heilige Geest heeft gelasterd
zal het niet vergeven worden.
Wanneer men u brengt voor synagogen,
overheden en machthebbers,
maakt u dan niet bezorgd
over het hoe of wat van uw antwoord ter verdediging:
op dat ogenblik zal de heilige Geest u leren wat gij moet zeggen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overweging uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.