http://kerkengeloof.wordpress.com

Donderdag H. Cyrillus van Alexandrië, b. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Ieder mens is op zoek naar een stuk vaste grond om daarop zijn leven te bouwen. Aan het slot van de Bergrede komt nogmaals duidelijk naar voren dat de vaste grond, de rots, het doen van de wil van de Vader is. Met het beeld van de twee huizen wordt ook klaar dat het er op aan komt te handelen naar Jezus’ woorden. Het gaat er in heel de Bergrede om zo te doen en te handelen dat wij meewerken aan de komst van Gods Rijk en dus door en door vanuit het Verbond met God leven.

EERSTE LEZING                     Gen. 16, 1-12.15-16 

Hagar baarde aan Abram een zoon en hij noemde die zoon Ismaël.

Uit het het boek Genesis

(Saraï, de vrouw van Abram,
had hem geen kinderen geschonken.
Nu had zij een Egyptische slavin, die Hagar heette.
Saraï zei tot Abram:
“Ge weet dat de HEER mijn schoot heeft gesloten,
zodat ik geen kinderen kan krijgen.
ga dus naar mijn slavin:
misschien krijg ik een zoon van haar.”
En Abram stemde in met Saraï’s voorstel.
Saraï, de vrouw van Abram, gaf dus Hagar,
haar Egyptische slavin,
aan haar man Abram als vrouw.
Abram woonde toen al tien jaar in Kanaän.
Hij had gemeenschap met Hagar en zij werd zwanger.
Toen zij dat bemerkte,
begon zij haar meesteres hooghartig te behandelen.
Daarom zei Saraï tot Abram:
“Gij zijt aansprakelijk voor het onrecht
dat mij wordt aangedaan.
Ik heb mijn slavin in uw armen gelegd:
en nu zij ziet dat ze zwanger is
wordt ik door haar hooghartig behandeld.
De HEER moge oordelen,
wie van ons beiden in zijn recht staat.”
Daarop zei Abram tot Saraï:
“Ge kunt over uw slavin beschikken;
doe met haar wat ge wilt.”)

In die dagen begon Saraï het leven van haar slavin
zó onaangenaam te maken dat zij van haar wegliep.
De engel van de HEER vond haar
bij een waterbron in de woestijn,
de bron die aan de weg naar Sur ligt.
Hij zei:
“Hagar, slavin van Saraï,
waar komt gij vandaan en waar gaat gij heen?”
Zij zei: “Ik ben weggelopen bij mijn meesteres Saraï.”
De engel van de HEER zei tot haar:
“Ga naar uw meesteres terug en wees haar onderdanig.”
En hij zei ook nog:
“Uw nakomelingen zal ik zeer talrijk maken,
zo talrijk dat zij niet meer te tellen zijn.”
De engel van de HEER verzekerde haar:
“Gij zijt nu zwanger;
gij zult een zoon baren en hem Ismaël noemen;
want God de HEER heeft u verhoord in uw ellende.
Een wilde ezel in de steppe wordt hij,
zijn hand gaat omhoog tegen allen,
de handen van allen tegen hem;
al zijn broers trotseert hij!”
Toen baarde Hagar aan Abram een zoon
en hij noemde die zoon Ismaël.
Abram was zesentachtig jaar,
toen Hagar hem Ismaël baarde.

TUSSENZANG                           Ps. 106(105), 1-2, 3-4a, 4b-5

Verheerlijkt de Heer, omdat Hij ons weldoet.
Alleluia.

Verheerlijkt de Heer, omdat Hij ons weldoet,
omdat zijn barmhartigheid eeuwig duurt.
Wie kan al zijn machtige daden verhalen,
wie geeft Hem de lof die Hem past?

Gelukkig zijn zij die zijn voorschriften volgen,
zich goed gedragen te allen tijd.
Vergeet mij niet, Heer, die uw volk welgezind zijt,
en daal tot mij af met uw hulp.

Dan zal het geluk van uw vrienden mijn deel zijn,
dan ben ik verheugd als uw volk zich verblijdt
en trots tot uw erfdeel te horen.

ALLELUIA                                                    Fil. 2, 15-16

Alleluia.
Schittert als sterren in het heelal,
en houdt vast het woord des levens.
Alleluia.

EVANGELIE                                              Mt. 7, 21-29

Het ene huis was op rotsgrond, het andere op zand gebouwd.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen;
“Niet ieder die tot Mij zegt: Heer! Heer!
zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen,
maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is.
Velen zullen op die dag tot Mij zeggen:
Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd
en hebben wij niet in uw Naam duivels uitgedreven
en in uw Naam veel wonderen gedaan?
Maar dan zal Ik hun onomwonden verklaren:
Nooit heb Ik u gekend;
gaat weg van Mij,
gij die ongerechtigheid doet!
Ieder nu die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt,
kan men vergelijken met een verstandig man
die zijn huis op rotsgrond bouwde.
De regen viel neer, de bergstromen kwamen oplaag,
de storm stak op en zij stortten zich op dat huis,
maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots.
Maar ieder die deze woorden van Mij hoort
doch er niet naar handelt,
kan men vergelijken met een dwaas
die zijn huis bouwde op het zand.
De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag,
de storm stak op en zij beukten dat huis,
zodat het volledig verwoest werd.

Toen Jezus deze toespraak geëindigd had
was het volk buiten zichzelf van verbazing over zijn leer.
Want Hij onderrichtte niet zoals hun schriftgeleerden,
maar als iemand die gezag heeft.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Maandag – Geboorte van de H. Johannes de Doper

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

De geboorte van Johannes de Doper
is een keerpunt in de geschiedenis van God met zijn volk.
Het is een teken van Gods barmhartigheid die nieuwe toekomst opent.
God zendt ons een profeet die oproept tot bekering,
en die de weg voorbereidt van de Messias.
Gedreven door de Geest zal Johannes
Jezus aanwijzen als het ‘Lam Gods’.
Laten wij God danken, dat Hij ons heeft laten delen
in de belofte van vernieuwing en bevrijding aan zijn volk Israël.

EERSTE LEZING                                                    Jes. 49, 1-6.

Ik stel u aan tot licht van de heidenvolkeren.

Uit de Profeet Jesaja

Luistert naar mij, eilanden,
spitst de oren, volkeren van ver :
De Heer heeft mij vanaf de moederschoot geroepen,
vanaf de schoot mijner moeder heeft Hij mijn naam genoemd.
Hij heeft mijn mond tot een snedig zwaard gemaakt,
met de schaduw van zijn hand heeft Hij mij bedekt.
Hij maakte van mij een geslepen pijl,
en in zijn koker heeft Hij mij geborgen.
Hij sprak tot mij :
“Mijn dienaar zijt gij,
Israël in wie Ik Mij zal verheerlijken.”
En Ik heb gezegd :
“Vergeefs heb ik mij afgetobd,
mijn kracht loopt uit op leegheid en wind,
maar mijn recht is bij de Heer,
en mijn beloning bij mijn God.”
Nu echter sprak de Heer
die mij vormde tot zijn knecht vanaf de moederschoot,
om Jakob terug te brengen tot Hem
en opdat Israël voor Hem zou worden verzameld.
-Ik ben verheerlijkt in de ogen van de Heer,
en mijn God is mijn sterkte.-
Hij sprak :
“Het is te gering dat gij mijn dienaar zijt,
om Jakobs stammen op te richten
en de gespaarden van Israël terug te brengen.
Ik stel u aan tot licht van de heidenvolkeren
om mijn heil te zijn tot aan het uiteinde der aarde.”

TUSSENZANG             Ps. 139(138), 1-2a+3, 13-14ab, 14c-15

Ik dank U, Heer, voor het wonder van mijn leven.

Gij kent mij, Heer, en Gij doorschouwt mij,
Gij ziet mij waar ik ga of sta.
Van verre kent Gij mijn gedachten,
Gij weet waarom ik bezig ben of rust.

Want wat er in mij is hebt Gij geschapen,
Gij hebt mij als een weefsel
in de moederschoot gevormd.
Ik dank U voor het wonder van mijn leven,
voor alle wonderwerken die Gij hebt gemaakt.

Gij weet ook alles wat er omgaat in mijn geest,
mijn diepste wezen is U niet verborgen.
Toen ik geheimnisvol werd voortgebracht,
mijn levensdraden in de schoot gevlochten werden.

TWEEDE LEZING                                Hand. 13, 22-26

Johannes predikte reeds vóór het optreden van Christus.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen zei Paulus :
“Nadat God Saul verworpen had
verhief Hij David tot koning van het volk Israël.
“Van deze gaf Hij het getuigenis :
Ik heb David gevonden, de zoon van Isaï,
een man naar mijn hart
die mijn wil in alles zal volbrengen.
“Uit diens nakomelingschap heeft God
volgens belofte
voor Israzël een Verlosser doen voortkomen,
Jezus ;
nadat reeds Johannes vóór zijn optreden
een doopsel van bekering had gepredikt
aan heel het volk van Israël.
“Toen Johannes aan het einde van zijn loopbaan was zei hij :
Wat meent ge dat ik ben
ben ik niet ;
maar na mij komt iemand
wiens schoeisel ik niet waard ben los te maken.
“Mannen, broeders,
zonen uit Abrahams geslacht en godvrezenden onder u :
tot ons is dit woord van verlossing gezonden.”

ALLELUIA                                                         Lc. 1, 76

Alleluia.
Gij, kind,
profeet van de Allerhoogste zult ge worden genoemd,
want voorafgaan zult gij aan de Heer
en gij zult zijn wegen bereiden.
Alleluia.

EVANGELIE                                                    Lc. 1, 57-66.80

Johannes is zijn naam.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd brak voor Elisabeth het ogenblik aan
dat zij moeder werd ;
zij schonk het leven aan een zoon.
Toen de buren en de familie hoorden
hoe groot de barmhartigheid was
die de Heer aan haar had betoond,
deelden zij in haar vreugde.
Op de achtste dag kwam men het kind besnijden
en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen.
Maar zijn moeder zei daarop :
“Neen, het moet Johannes heten.”
Zij antwoordde haar :
“Maar er is in uw familie niemand die zo heet.”
Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader
hoe hij het wilde noemen.
Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef er op:
“Johannes zal hij heten.”
Ze stonden allen verbaasd.
Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend,
zijn tong losgemaakt
en verkondigde hij Gods lof.
Ontzag vervulde alle omwonenden
en in heel het bergland van Judea
werd al het gebeurde rondverteld.
Ieder die het hoorde dacht er over na en vroeg zich af :
“Wat zal er worden van dit kind ?”
Want de hand des Heren was met hem.
Het kind groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer.
Hij verbleef in de woestijn
tot de dag, waarop hij zich aan Israël in het openbaar vertoonde.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Zaterdag – H. Paulinus van Nola, b. – HH. Johannes Fisher, b. en Thomas More, mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Jezus ontkent noch negeert onze primaire behoeften. Wat Hij ons wil zeggen is: laten we toch maar niet alleen op onszelf vertrouwen. Laten we in ons leven een soort ‘zorgeloosheid’ inbouwen, het besef dat God voor ons zorgt. Voor mensen die graag bij alles de touwtjes in handen hebben is dat niet gemakkelijk. Het zal van ons een andere instelling vragen als wij willen meewerken aan de opbouw van het Rijk Gods. Wij, leerlingen van de Heer, christenen, mogen ons altijd opnieuw afvragen: ‘Waarom en waartoe leven wij, wat is het doel van al onze inzet?’ Uiteindelijk is ons doel; meewerken aan, bijdragen tot de totstandkoming van Gods Rijk! Dat primeert op alles.

EERSTE LEZING                             II  Kor. 12, 1-10

Ik zal het liefst van alles roemen op mijn zwakheden.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
.

Broeders en zusters,

Moet er geroemd worden?
Het dient wel nergens toe,
maar dan kom ik tot visioenen en openbaringen van de Heer.
Ik ken een mens in Christus, die veertien jaar geleden,
in het lichaam of buiten het lichaam
– ik weet het niet, God weet het –
die werd weggerukt naar de derde hemel.
Van die mens weet ik dat hij,
met het lichaam, of zonder het lichaam
– ik weet het niet, God weet het –
dat hij werd weggerukt naar het paradijs
en onzegbare woorden vernam die geen mens mag uitspreken.
Op zo iemand wil ik roemen.
Voor mijzelf wil ik alleen roemen op mijn zwakheden.
Zou ik werkelijk willen roemen dan was ik geen dwaas;
ik zou immers de waarheid zeggen.
Maar daar zie ik van af;
ik wil niet dat iemand mij meer toeschrijft
dan wat hij van mij kan zien of horen.
Ook is er
– want anders zouden die buitengewone openbaringen
mij verwaand kunnen maken –
ook is er een doren in mijn vlees gestoken,
als een bode van satan die mij moet afranselen.
Tot driemaal toe heb ik de Heer aangeroepen
dat hij van mij zou weggaan.
Maar Hij antwoordde mij:
“Je hebt genoeg aan mijn genade.
Kracht wordt juist in zwakheid volkomen.”
Dus zal ik het liefst van alles roemen op mijn zwakheden.
Dan zal de kracht van Christus in mij wonen.
Daarom lijd ik om Christus’ wil gaarne
zwakheid, smaad, nood, vervolging en benauwdheid.
Want als ik zwak ben,
dan ben ik sterk.

TUSSENZANG                                     Ps. 34(33), 8-9, 10-11, 12-13

Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is.

De engel van God legt een schans om hen heen,
om elk die God vreest te beschermen.
Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is,
gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.

Eeerbiedigt de Heer, gij die Hem gewijd zijt,
want wie Hem eerbiedigt lijdt nimmer gebrek.
De rijken zijn arm en behoeftig geworden,
die gaan tot de Heer komen nooit iets te kort.

Komt, kinderen, luistert naar wat ik u zeg ;
ik leer u de Heer te vrezen.
Wie is er bij u die het leven liefheeft
en dagen van voorspoed verlangt?

ALLELUIA                                      Joh. 17, 17b a

Alleluia.
Uw woord is waarheid, Heer,
wijd ons U toe in de waarheid.
Alleluia.

EVANGELIE                                      Mt  6, 24-34

Maakt u niet bezorgd voor de dag van morgen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Niemand kan twee heren dienen:
hij zal de een haten en de ander liefhebben,
ofwel de een aanhangen en de ander verachten.
Gij kunt niet God dienen én de mammon.
Daarom zeg Ik u:
Weest niet bezorgd voor uw leven,
wat ge zult eten of wat ge zult drinken,
en ook niet voor uw lichaam,
wat ge zult aantrekken.
Is het leven niet méér dan het voedsel
en het lichaam niet méér dan de kleding?
Let eens op de vogels in de lucht:
ze zaaien niet en maaien niet en verzamelen niet in schuren,
maar uw hemelse Vader voedt ze.
Zijt gij dan niet veel méér dan zij?
Trouwens, wie van u is in staat
met al zijn tobben aan zijn levensweg één el toe te voegen?
En wat maakt gij u zorgen over kleding?
Kijkt naar de leliën in het veld: hoe ze groeien.
Ze arbeiden noch spinnen.
Toch zeg Ik u:
Zelfs Salomo in al zijn pracht
was niet gekleed als een van hen.
Als God nu het veldgewas,
dat er vandaag nog staat
en morgen in de oven wordt geworpen,
zó kleedt,
hoeveel te meer dan u, kleingelovigen?
Maakt u dus geen zorgen over de vraag:
wat zullen we eten
of wat zullen wij drinken
of wat zullen wij aantrekken?
Want dat alles jagen de heidenen na.
Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt.
Maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid:
dan zal dat alles u erbij gegeven worden.
Maakt u dus niet bezorgd over de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt voor zichzelf.
Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Maandag – H. Bernardinus van Siëna, pr.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Paulus en Barnabas worden als goden in mensengedaante aanzien omdat zij een lamme hebben genezen. Zij geven de omstaanders daarop het juiste antwoord want zij weten zich in dienst van de enige echte God: ‘Ook wij zijn maar mensen’. Van deze situatie maken ze gebruik om over God, Schepper en Vader te spreken. In navolging van Jezus wijzen zij Diegene aan om wie het gaat: ‘Het woord dat gij hoort is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gezonden heeft’.

EERSTE LEZING                                                   Hand. 14, 5-18

Gij moet u afkeren van de waardeloze goden en u wenden tot de levende God.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Toen de heidenen en de Joden van Ikonium
samen met hun overheden
aanstalten maakten om Paulus en Barnabas
te mishandelen en te stenigen,
namen zij,
zodra zij dit bemerkten,
de wijk naar de Lykaonische steden,
Lystra, Derbe en hun omstreken.
Ook daar predikten zij het Evangelie.
Er was in Lystra een man
die geen kracht in zijn voeten had en moest blijven zitten.
Hij was van zijn geboorte af lam
en had nooit kunnen lopen.
Terwijl die man naar Paulus’ toespraak luisterde,
keek deze hem onderzoekend aan
en zag dat hij het geloof bezat om gered te worden.
Daarom sprak hij met stemverheffing :
“Ga op uw voeten staan, rechtop!”
De man sprong op en liep rond.
Toen de mensen zagen wat Paulus gedaan had
begonnen ze te schreeuwen
en ze riepen in het Lykaonisch :
“De goden
zijn in mensengedaante tot ons neergedaald.”
Barnabas noemden ze Zeus
en Paulus, omdat hij de woordvoerder was, Hermes.
De priester van de tempel Zeus-buiten-de-stad
bracht bekranste stieren naar de poorten
en wilde samen met het volk een offer gaan opdragen.
Toen de apostelen Barnabas en Paulus dit vernamen
scheurden ze hun kleren
en stortten zich tussen het volk,
luid roepend :
“Mannen,
wat gaat ge nu beginnen ?
“Ook wij zijn mensen
juist als gij.
“Wij brengen u de Blijde Boodschap
dat gij u af moet keren van deze waardeloze goden,
en u wenden tot de levende God
die de hemel en de aarde gemaakt heeft
en de zee en alles wat daarin is.
“In de voorbije tijden liet Hij alle volken hun gang gaan,
maar Hij heeft niet nagelaten getuigenis van zichzelf te geven
door het schenken van weldaden :
vanuit de hemel schonk Hij u immers
regen en vruchtbare jaargetijden
en verblijdde u met overvloed van voedsel.”
Maar zelfs deze woorden
konden het volk er maar nauwelijks van weerhouden
hun een offer op te dragen.

TUSSENZANG                                    Ps. 115(113B), 1-2, 3-4, 15-16

Niet ons, Heer, niet ons,
maar uw Naam komt de eer toe

of :  Alleluia.

Niet ons, Heer, niet ons, maar uw Naam komt de eer toe,
want Gij zijt barmhartig en trouw.
Waarom moeten vreemde volkeren vragen :
waar is toch Israëls God ?

De God van Israël is in de hemel,
Hij handelt zoals Hij verkiest.
Hun afgodsbeelden zijn zilver en goud,
door mensenhanden vervaardigd.

Gezegend zijt Gij door de Heer onze God,
die hemel en aarde gemaakt heeft.
De hemel is eigen domein van de Heer,
de aarde deelde Hij toe aan de mensen.

ALLELUIA                                                              Kol. 3, 1

Alleluia.
Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt
zoekt wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods.
Alleluia.

EVANGELIE                                                      Joh. 14, 21-26

De Helper die de Vader zal zenden, Hij zal u alles leren.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Wie mijn geboden onderhoudt die hij heeft ontvangen,
hij is het die Mij liefheeft.
“En wie Mij liefheeft
zal door mijn Vader bemind worden ;
ook Ik zal hem beminnen en zal Mij aan hem openbaren.”
Judas – niet Iskariot – zei tot Hem :
“Heer, hoe komt het
dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld ?”
Jezus gaf hem ten antwoord :
“Als iemand Mij liefheeft
zal hij mijn woord onderhouden ;
mijn Vader zal hem liefhebben
en Wij zullen tot Hem komen en verblijf bij Hem nemen.
“Wie Mij niet liefheeft
onderhoud mijn woorden niet ;
het woord dat gij hoort is niet van Mij
maar van de Vader die Mij gezonden heeft.
“Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben,
maar de Helper,
de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden,
Hij zal u alles leren
en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands BijbelgenootschDe bijbeltekstap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Vrijdag – H. Damiaan de Veuster, pr.

Inleiding
Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

‘Aan de voet van het altaar vinden wij de kracht die wij nodig hebben. Zonder de heilige eucharistie zou ik het niet volhouden. Maar omdat ik de Heer aan mijn zijde weet, blijf ik altijd opgewekt en blij. Jezus is een tedere metgezel voor hen die verlangen Hem te dienen. Wees dus niet bevreesd om Hem in uw meest eenzame uren uw diepste ellende toe te vertrouwen, om Hem uw angsten en zorgen voor te leggen, uw plannen ook, uw hoop. Doe dat met veel vertrouwen en een oprecht hart.’
(Pater Damiaan, Kohala, 13 december 1881)

 

EERSTE LEZING                 Hand. 9, 1-20

Die man is mijn uitverkoren werktuig om mijn Naam uit te dragen onder de heidenen.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen ging Saulus,
die in ziedende woede
de leerlingen van de Heer met de dood bedreigde,
naar de hogepriester
aan wie hij brieven vroeg voor de synagogen in Damascus,
om alle aanhangers van de nieuwe leer die hij daar zou vinden,
mannen zowel als vrouwen,
gevangen naar Jeruzalem te mogen voeren.
Toen hij op zijn tocht Damascus naderde
omstraalde hem plotseling een licht uit de hemel.
Hij viel ter aarde
en hoorde een stem die hem zei :
“Saul, Saul,
waarom vervolgt gij Mij ?”
Hij sprak :
“Wie zijt Gij Heer ?”
Hij antwoordde :
“Ik ben Jezus,
die gij vervolgt.
“Maar sta op en ga de stad in;
daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet.”
Zijn reisgezellen stonden sprakeloos,
want zij hoorden wel de stem
maar zagen niemand.
Saulus stond van de grond op,
maar hoewel zijn ogen open waren zag hij niets.
Zij namen hem dus bij de hand
en brachten hem Damascus binnen.
Drie dagen lang kon hij niet zien
en at en dronk hij niet.
Nu woonde er in Damascus een leerling die Ananias heette
en tot hem sprak de Heer in een visioen :
“Ananias”
Hij antwoordde :
“Hier ben ik, Heer.”
De Heer vervolgde :
“Begeef u naar de Rechte Straat
en vraag in het huis van Judas naar Saulus van Tarsus ;
hij is juist in gebed.”
Deze zag reeds in een visioen
een man, Ananias, binnenkomen
en hem de handen opleggen opdat hij weer zou zien.
Maar Ananias wierp tegen :
“Heer, ik heb van velen gehoord
hoeveel kwaad die man
uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan.
“Ook hier heeft hij van de hogepriesters volmacht
om allen die uw Naam aanroepen in boeien te slaan.”
De Heer beval hem :
“Ga,
want die man is mijn uitverkoren werktuig
om mijn Naam uit te dragen onder heidenen en koningen
en onder de zonen van Israël.
“Ik zal hem laten zien
hoeveel hij om mijn Naam moet lijden.”
Toen begaf Ananias zich naar het huis,
trad binnen
en legde Saulus de hanen op met de woorden :
“Saul, broeder,
de Heer heeft mij gezonden,
Jezus die u op de weg hierheen verschenen is,
opdat ge weer zien moogt
en vervuld moogt worden van de heilige Geest.”
Op hetzelfde ogenblik
vielen hem als het ware de schellen van de ogen.
Hij zag weer
en terstond liet hij zich dopen.
Hij nam voedsel tot zich
en kwam weer op krachten.
Enige tijd bleef hij bij de leerlingen in Damascus.
Terstond begon hij in de synagoge Jezus te prediken en zei :
“Deze is de Zoon Gods.”

TUSSENZANG            Ps. 117(116), 1, 2

Gaat uit over heel de wereld
en verkondigt het Evangelie (Mc. 16,15).

Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer, alle volken rondom ;
omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft ;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

ALELUIA               Joh 10, 27

Alleluia.
Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer,
en Ik ken ze en ze volgen Mij.
Alleluia.

EVANGELIE                  Joh. 6, 52-59

Mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die dagen geraakten de Joden met elkaar in twist
en zeiden :
“Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven ?”
Jezus sprak daarop tot hen:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet
en zijn bloed niet drinkt,
hebt gij het leven niet in u.
“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt
heeft eeuwig leven
en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.
“Want mijn vlees is echt voedsel
en mijn bloed is echte drank.
“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt
blijft in Mij en Ik in hem.
“Zoals Ik door de Vader die leeft gezonden ben
en leef door de Vader,
zo zal ook hij die Mij eet
leven door Mij.
“Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald.
“Het is niet zoals bij de vaderen
die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn :
wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.”

Dit zei Jezus
bij zijn onderricht in de synagoge van Kafarnaüm.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag – H. Athanasius, b. en krkl.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De apostelen worden door de hogepriesters beschuldigd. Ze houden zich niet aan het verbod om te verkondigen, en inhoudelijk blijven ze de overheid ervan beschuldigen de moord op Jezus uitgevoerd te hebben. Petrus beantwoordt de beschuldigingen, maar bevestigt formeel dat ze niet zullen gehoorzamen, tenzij aan God. Want God moet men meer gehoorzamen dan mensen. Het geloof in Jezus, in zijn dood en verrijzenis zal offers vragen: ook van ons. Zijn wij daartoe bereid ?

EERSTE LEZING                                             Hand. 5, 27-33

Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen namen de dienaren van de bevelhebber
de apostelen mee en brachten hen voor het Sanhedrin.
De hogepriester begon hen te ondervragen :
“Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden
in die Naam onderricht te geven ?
“Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer.
“Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen.”
Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord :
“Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.
“De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt,
aan wie gij u vergrepen hebt
door Hem aan het kruis te slaan.
“Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven
aan zijn rechterhand
om aan Israël bekering
en kwijtschelding van zonden te schenken.
“Van dit alles zijn wij getuigen,
maar ook de heilige Geest
die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.”
Toen zij dit hoorden ontstaken zij in woede
en besloten hen te doden.

TUSSENZANG                                 Ps. 34(33), 2, 9, 17-18, 19-20

Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.
of : Alleluia.

De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is,
gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.

Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af,
zij worden op aarde vergeten.
Naar vromen die roepen luistert de Heer
en redt hen uit iedere nood.

De Heer is nabij voor rouwmoedige harten,
Hij helpt wie zijn schuld erkent.
Veel rampen zullen de vrome bedreigen,
uit elk daarvan redt hem de Heer.

ALLELUIA

Alleluia.
Hij die alles riep in het bestaan
en zich ontfermde over ons, zijn mensen,
Hij is verrezen, Christus de Heer !
Alleluia.

EVANGELIE                                                  Joh. 3, 31-36

De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus :
“Wie van boven komt
staat boven allen.
“Wie van de aarde is
behoort tot de aarde en spreekt de taal van de aarde.
“Wie uit de hemel komt staat boven allen.
“Hij legt getuigenis af van wat Hij zag en hoorde,
maar toch aanvaardt niemand zijn getuigenis.
“Wie zijn getuigenis wel aanvaardt
bezegelt daarmee dat God waarachtig is.
“Want Hij, die door God gezonden is
spreekt Gods eigen woorden :
zo mateloos schenkt God zijn Geest.
“De Vader heeft de Zoon lief
en heeft Hem alles in handen gegeven.
“Wie in de Zoon gelooft heeft het eeuwig leven.
“Wie weigert in de Zoon te geloven zal het leven niet zien,
integendeel, de toorn Gods blijft op hem.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Woensdag – H. Jozef, arbeider

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 7 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Het gesprek van Jezus met Nikodemus maakt duidelijk hoe groot Gods liefde voor de mensen is. Het zijn geen toevallig gekozen woorden die alleen voor Nikodemus bedoeld zijn, Jezus’ woorden zijn altijd bedoeld voor alle mensen van alle tijden, en dus ook voor ons. Hij vraagt de mens om het eigen leven te richten op God. Als we dat niet doen, maken we God machteloos om zijn liefde kenbaar te maken. Als we ons afwenden van het licht dat Jezus in de wereld wil laten schijnen, dan kan het licht ons niet bereiken. Niet omdat het niet effectief genoeg zou zijn, maar omdat wij door het bouwen van hindernissen verhinderen dat het tot ons komt.
Dat geeft de mens een zekere verantwoordelijkheid, die hij in vrijheid kan opnemen of weigeren. Hij kan keuzes maken, ten goede of ten kwade.

Eerste lezing                                                              Hand. 5,17-26
De mannen die gij in de kerker hebt gezet bevinden zich in de tempel en onderrichten het volk.

Uit de Handelingen van de Apostelen
 

In die dagen werden de hogepriester en heel zijn aanhang,  die de partij der Sadduceeën vormden,  met hevige afgunst vervuld.  Zij grepen de apostelen en zetten hen in de stadsgevangenis.  Maar in de nacht  ontsloot een engel des Heren de deuren van de gevangenis,  leidde hen naar buiten en zei:  “Gaat,  treedt weer op in de tempel  en predikt aan het volk al deze woorden des Levens.”  Zij gaven hieraan gehoor,  gingen tegen de morgen naar de tempel  en gaven er onderricht.  Toen nu de hogepriester kwam met de zijnen  riepen zij het Sanhedrin bijeen,  de raad der oudsten van het volk van Israël  en stuurden dienaren naar de gevangenis om hen te halen.  Maar bij aankomst vonden de dienaren hen niet meer in de kerker.  Zij keerden terug met het bericht:  “Wij vonden de gevangenis stevig op slot  en de wachten voor de deuren op hun post,  maar toen wij opendeden troffen wij niemand aan.”  Toen zij dit vernamen  vroegen de tempelcommandant en de hogepriesters,  – ongerust daarover –  zich af wat voor gevolgen dit zou kunnen hebben.  Maar iemand kwam hun melden:  “De mannen die gij in de kerker hebt gezet,  bevinden zich in de tempel en onderrichten het volk.”  Daarop ging de bevelhebber met zijn dienaren hen halen,  maar zonder geweld te gebruiken,  uit angst door het volk gestenigd te worden.

Tussenzang                     Ps. 34 (33), 2-3, 4-5, 6-7, 8-9

Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.
Alleluia

De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
laat elk die het hoort zich verheugen.

Verheerlijkt de Heer te zamen met mij
en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren
Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord,
Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde.

Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig,
want Hij stelt u niet teleur
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer
en redt hen uit hun ellende.

De engel van God legt een schans om hen heen,
om elk die God vreest te beschermen.
Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is,
gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.

Alleluia                          Kol. 3,1

Alleluia.
Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt
zoekt wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods.
Alleluia

 Evangelie                           Joh. 3, 16-21

God heeft zijn Zoon naar de wereld gezonden, opdat de wereld door Hem zou worden gered.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 

In die tijd zei Jezus tot Nikodémus:  “Zozeer heeft God de wereld liefgehad  dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,  opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan  maar eeuwig leven zal hebben.  God heeft zijn Zoon  niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen,  maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.  Wie in Hem gelooft wordt niet geoordeeld,  maar wie niet gelooft is al veroordeeld,  omdat hij niet heeft geloofd  in de Naam van de eniggeboren Zoon Gods.  Hierin bestaat het oordeel:  het licht is in de wereld gekomen,  maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht,  omdat hun daden slecht waren.  Ieder die slecht handelt heeft afschuw van het licht  en gaat niet naar het licht toe  uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden.  Maar wie de waarheid doet gaat naar het licht,  opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

Paaszondag Verrijzenis van de Heer

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Openingswoord

De nieuwe paaskaars brandt
en het nieuwe doopwater is gewijd.
In de paaswake is een nieuw begin gemaakt
dat hier aan ons wordt geschonken.
Wij horen nu over de verrijzenis van Jezuoetens.
Het klinkt ongelooflijk:
Jezus heeft de dood overwonnen.
Wij hebben er wellicht vragen bij.
Het zet ons nog meer aan om op zoek te gaan
naar de betekenis van de paasboodschap,
opdat we er nieuwe kracht en hoop uitputten.

Laten wij de verrezen Heer begroeten
en bidden om zijn ontferming.

Eerste lezing                  Hand. 10, 34a. 37-43

Wij hebben met Hem gegeten en gedronken nadat Hij uit de doden was opgestaan.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die tijd nam Petrus het woord en sprak:

“Gij weet wat er overal in Judea gebeurd is; hoe Jezus van Nazaret zijn optreden begon in Galilea na het doopsel dat Johannes predikte, en hoe God Hem gezalfd heeft met de heilige Geest en met kracht. “Hij ging weldoende rond en genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem.

“En wij getuigen van alles wat Hij in het land van de joden en in Jeruzalem gedaan heeft. “hem hebben ze aan het kruishout geslagen en vermoord. “God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan en laten verschijnen, niet aan het hele volk maar aan de getuigen die door God tevoren waren uitgekozen, aan ons die met Hem gegeten en gedronken hebben nadat Hij uit de doden was opgestaan.

“Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken, en te getuigen dat Hij de door God aangestelde rechter is over de levenden en de doden. “Van Hem leggen alle profeten het getuigenis af, dat ieder die in Hem gelooft door zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgt.”

Antwoordpsalm                 Ps. 118(117),1-2, 16ab-17, 22-23

Keervers

Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt.
Wij zullen hem vieren in
blijdschap.

ofwel
Alleluia, alleluia, alleluia.

Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig,
eindeloos is zijn erbarmen!
Herhaalt het, stammen van Israël:
eindeloos is zijn erbarmen!

De Heer greep in met krachtige hand,
de hand van de Heer heeft mij opgericht.
Ik zal niet sterven maar blijven leven
en alom verhalen het werk van de Heer.

De steen die de bouwers hebben versmaad,
die is tot hoeksteen geworden.
Het is de Heer, die dit heeft gedaan,
een wonder voor onze ogen.

Tweede lezing                                Kol. 3, 1-4

Zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters,

Als gij met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods.
Zint op het hemelse, niet op het aardse. Gij zijt immers gestorven en uw leven is nu met Christus verborgen in God. Christus is uw leven, en wanneer Hij verschijnt, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.

Sequentie

Laat ons ’t Lam van Pasen loven,
’t Lam Gods met offers eren.
Ja het Lam redt de schapen,
Christus brengt door zijn onschuld
ons arme zondaren tot de Vader.
Dood en leven, o wonder,
moeten strijden tezamen.
Die stierf, Hij leeft, Hij is
onze koning.
Zeg het ons, Maria,
wat is ’t dat gij gezien hebt?
Het graf van Christus dat leeg was,
de glorie van Hem die opgestaan is,
eng’len als getuigen,
de zweetdoek en het doodskleed.
Mijn hoop, mijn Christus in leven!
Zie Hij gaat u voor naar Galilea.
Waarlijk Christus is verrezen: stond op uit de doden.
O Koning, onze Held, geef ons vrede.

Vers voor het evangelie                       1 Kor. 5,7b-8a

Alleluia.
Ons Paaslam is geslacht: Christus zelf.
Wij moeten ons feest vieren in de Heer.
Alleluia.

Evangelie                                       Joh.20,1-9

Hij moest namelijk uit de doden opstaan.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena
vroeg in de morgen – het was donker – bij het graf
en zag dat de steen van het graf was weggerold.
Zij liep snel naar Simon Petrus
en naar de andere, de door Jezus beminde leerling,
en zei tot hen:
“Ze hebben de Heer uit het graf genomen
en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.”

Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf.
Ze liepen samen vlug voort,
maar de andere leerling snelde Petrus vooruit
en kwam het eerst bij het graf aan.
Vooroverbukkend zag hij de zwachtels liggen
maar hij ging niet naar binnen.

Simon Petrus die hem volgde, kwam ook bij het graf
en trad wel binnen.
Hij zag dat de zwachtels er lagen,
maar dat de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt,
niet bij de zwachtels lag,
maar ergens afzonderlijk opgerold op een andere plaats.
Toen ging ook de andere leerling
die het eerst bij het graf was aangekomen, naar binnen;
hij zag en geloofde
want zij hadden nog niet begrepen
hetgeen er geschreven stond,
dat Hij namelijk uit de doden moest opstaan.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Paaswake

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Begroeting

Deze nacht is niet zoals alle andere nachten.
Wij vieren dat Jezus, de Gekruisigde,
van de dood naar het leven is overgegaan.
Zoals de zon bij het ochtendgloren de nacht verdrijft,
zoals het licht telkens weer de duisternis overwint,
zo heeft God de dood aan banden gelegd.
Hij heeft voor de hele mensheid de poorten geopend
naar een nieuwe schepping.
In de verhalen die wij beluisteren gedenken wij
dat Gods trouw geen grenzen kent.
Met psalmen en liederen vieren wij dankbaar zijn grote daden.
Laten wij hier dan ook ons engagement vernieuwen
om leerlingen van Jezus te zijn.
Bidden wij dat wij allen deel krijgen
aan het nieuwe leven in Christus, de levende Heer.

Kortere lezing                                            Gen. 1,1.26-31a

Uit het boek Genesis

In het begin schiep God de hemel en de aarde.

God sprak:
“Nu gaan wij de mens maken,
als beeld van ons,
op ons gelijkend;
hij zal heersen over de vissen van de zee,
over de vogels van de lucht,
over de tamme dieren, over alle wilde beesten
en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
En God schiep de mens als zijn beeld;
als het beeld van God schiep Hij hem;
man en vrouw schiep Hij hen.

God zegende hen en God sprak tot hen:
“Weest vruchtbaar en wordt talrijk;
bevolkt de aarde en onderwerpt haar;
heerst over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht
en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
En God sprak:
“Hierbij geef Ik alle zaadvormende gewassen
op de hele aardbodem aan u
en alle bomen met zaaddragende vruchten;
zij zullen u tot voedsel dienen.
Maar aan alle wilde beesten,
aan alle vogels van de lucht
en aan alles wat over de grond kruipt,
aan al wat dierlijk leven heeft,
geef Ik het groene gras als voedsel.”
Zo gebeurde het.
God bezag alles wat Hij gemaakt had
en Hij zag dat het heel goed was.

Keervers                      Ps. 33(32), 4-5, 6-7, 12-13,  en 22

De aarde is vol van Gods mildheid.

Oprecht is het woord van de Heer
en al wat Hij doet is betrouwbaar.
Recht en gerechtigheid heeft Hij lief,
de aarde is vol van zijn mildheid.

Het woord van de Heer heeft de hemel gemaakt,
de geest uit zijn mond schiep de hemelse machten.
Als in een waterzak bergt Hij de zee,
de stromen in regenbakken.

Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
het volk dat Hij koos als zijn erfdeel.
Hoog uit de hemel schouwt Hij omlaag,
Hij ziet ieder mensenkind vóór zich.

Wij stellen al onze hoop op de Heer,
Hij is onze hulp en ons schild.
Laat uw erbarmen, Heer, over ons dalen
zoals ons vertrouwen uitgaat naar U.

 LEZING 3                  Ex. 14,15-15,1

De Israëlieten gingen over de droge bodem de zee door.

Uit het boek Exodus

In die dagen sprak de Heer tot Mozes:

“Wat roept gij Mij toch.
“Beveel de Israëlieten verder te trekken.
“Gij zelf moet uw hand opheffen,
uw staf uitstrekken over de zee en ze in tweeën splijten.
“Dan kunnen de Israëlieten
over de droge bodem door de zee trekken.
“Ik ga de Egyptenaren halsstarrig maken
zodat zij hen achterna gaan.
“En dan zal Ik Mij verheerlijken ten koste van de Farao
en heel zijn legermacht,
zijn wagens en zijn wagenmenners.
De Egyptenaren zullen weten dat Ik de Heer ben,
als Ik Mij verheerlijk ten koste van Farao,
zijn wagens en zijn wagenmenners.”

De engel van God
die aan de spits van het leger van de Israëlieten ging,
veranderde van plaats en stelde zich achter hen op,
tussen het leger van de Egyptenaren
en het leger van de Israëlieten.
De wolk bleef die nacht donker
zodat het heel die nacht niet tot een treffen kwam.

Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee
en de Heer deed die hele nacht
door een sterke oostenwind de zee terugwijken.
Hij maakte van de zee droog land
en de wateren spleten vaneen.
Zo trokken de Israëlieten over de droge bodem de zee door,
terwijl de wateren links en rechts een wand vormden.
De Egyptenaren zetten de achtervolging in;
alle paarden van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners
gingen achter de Israëlieten aan
de zee in.
Tegen de morgenwake richtte de Heer zijn blikken
vanuit de wolkkolom en de vuurzuil
op de legermacht van de Egyptenaren
en bracht ze in verwarring.
Hij liet de wielen van de wagens scheeflopen
zodat ze slechts met moeite vooruit kwamen.
De Egyptenaren riepen uit:
“Laten we vluchten voor de Israëlieten,
want de Heer strijdt voor hen tegen ons.”

Toen sprak de Heer tot Mozes:
“Strek uw hand uit over de zee;
dan zal het water terugstromen over de Egyptenaren
en hun wagens en wagenmenners.”
Mozes strekte zijn hand uit over de zee
en toen het licht begon te worden,
vloeide de zee naar haar gewone plaats terug.
Daar de Egyptenaren er tegen in vluchtten,
dreef de Heer hen midden in de zee.
Het water vloeide terug
en overspoelde wagens en wagenmenners,
heel de strijdmacht van Farao die de Israëlieten
op de bodem van de zee achterna waren gegaan.
Niet één bleef gespaard.
De Israëlieten daarentegen waren over de droge bodem
door de zee heengetrokken,
terwijl de wateren links en rechts van hen een wand vormden.

Zo redde de Heer op deze dag Israël uit de greep van Egypte;
Israël zag de Egyptenaren dood op de kust liggen.
Toen Israël het machtige optreden van de Heer tegen Egypte
gezien had,
kreeg het volk ontzag voor de Heer:
zij stelden vertrouwen in de Heer en in Mozes zijn dienaar.

Toen hieven Mozes en de Israëlieten
ter ere van de Heer een lied aan.

Antwoordpsalm                                   Ex. 15, 1-2ab.2cd-4, 5-6, 17-18

Keervers
De Heer bezing ik, de overwinnaar.

De Heer bezing ik, de overwinnaar,
paarden en ruiters dreef hij in zee.
De Heer is mijn kracht, Hem dank ik mijn redding,
de Heer is mijn God, voor Hem is mijn lied.

De God van mijn vaderen, hem zal ik prijzen,
een machtig strijder, zijn naam is de Heer.
Farao’s wagens, zijn legers verdronken,
de Rietzee verzwolg de keur van zijn volk.

De golven zijn over hen heen geslagen,
zij zijn als een steen in de diepte gestort.
Uw hand, Heer, die machtiger is dan de mensen,
uw hand heeft de vijand ten val gebracht.

Gij hebt hen gebracht naar uw eigen bezit,
geplant op de berg waar Gij zelf wilde wonen;
De heilige plaats, Heer, die Gij had gemaakt:
de Heer zal daar heersen voor altijd en eeuwig.

 

 LEZING 4                                        Jes. 54, 5-14

Met een eeuwige liefde heeft uw Heer zich over u ontfermd.

Uit de profeet Jesaja

Uw bruidegom, Hij is uw Schepper;
zijn Naam is: Heer van de hemelse machten;
Hij wordt genoemd: uw Verlosser,
Israëls Heilige, God van hemel en aarde!

Een verlaten, zielsbedroefde vrouw zijt gij
maar de Heer roept u weer bij uw naam.
Want – zo zegt uw God –
kan iemand de geliefde van zijn jeugd wel verstoten?
In een plotselinge opwelling heb Ik u in de steek gelaten
maar met een grote barmhartigheid zoek Ik u weer op.
In een vlaag van toorn
heb Ik voor een ogenblik mijn aangezicht van u afgewend
maar – zo spreekt de Heer, uw Verlosser –
met een eeuwige liefde ontferm Ik Mij weer over u.

Zoals Ik ten tijde van Noach gezworen heb
dat de wateren de aarde nooit meer zouden bedekken,
zo zweer Ik nu nooit meer op u vertoornd te zijn
en u nooit meer te bedreigen.
Want de bergen mogen wankelen,
de heuvels schudden
maar mijn trouw jegens u zal niet wankelen
en mijn verbond van liefde niet breken,
zegt de Heer die u  barmhartig is.

Ongelukkige Stad, door stormen geplaagd en troosteloos,
zie, uw grondvesten leg Ik met jaspis,
uw fundamenten met saffier;
uw tinnen maak Ik van robijnen,
uw poorten van karbonkels,
uw muren van kostbare stenen.
Uw kinderen zullen door de Heer onderricht worden
en een diepe vrede valt uw zonen ten deel.
Gij zult gegrondvest zijn op gerechtigheid:
weet u dus vrij van onderdrukking:
gij hebt niets te vrezen!
En vrij van verschrikking:
want geen verschrikking zal u nog ooit overvallen!

Antwoordpsalm                      Ps. 30(29), 2 en 4, 5-6, 11 en 12a en 13b

Keervers
U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd.

U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd,
Gij hebt mijn vijanden niet laten zegevieren.
Heer, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost,
Gij hebt mij losgemaakt van die ten grave dalen.

Bezingt de Heer dan met mij, al zijn vromen,
en dankt zijn Naam die hoogverheven is.
Zijn toorn duurt kort, maar zijn genade levenslang,
de avond brengt geween, de ochtend blijdschap.

Heer, luister en ontferm U over mij,
mijn God, sta mij terzijde met uw hulp.
Gij hebt mijn rouwklacht in een vreugdedans veranderd,
U zal ik loven, heer mijn God, in eeuwigheid.

 LEZING 5                                              Jes. 55, 1-11

Komt naar het water en luistert, en gij zult leven.

Uit de profeet Jesaja

Zo spreekt God de Heer:

“Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt!
“Ook gij die geen geld hebt, komt toch.
“Komt kopen,
geniet zonder geld
en zonder te betalen.
“Komt kopen wijn en melk.
“Wat geeft gij uw geld voor iets dat geen brood is ?
“Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt ?
“Luistert, luistert naar Mij:
dan eet gij wat goed is,
dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs.

“Neigt uw oor en komt naar Mij
en luistert,
en gij zult leven.
“Een blijvend verbond ga Ik sluiten met u;
de gunst, aan David verleend, verloochen Ik niet.
“Hem heb Ik gemaakt tot getuige voor de volkeren,
tot vorst en gebieder over de naties.
“Waarlijk, een volk zult gij roepen dat gij niet kent
en een volk dat u niet kent, snelt naar u toe
omwille van Israëls Heilige die u verheerlijkt.

“Zoekt de Heer nu Hij zich laat vinden,
roept Hem aan nu Hij nabij is.
“De ongerechtige moet zijn weg verlaten,
de zondaar zijn gedachten;
hij moet naar de Heer terugkeren
– de Heer zal zich erbarmen –
terug naar onze God, die altijd wil vergeven.
“Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten,
mijn wegen niet uw wegen
– zo luidt de godsspraak van de Heer -,
maar zoals de hemel hoog boven de aarde is,
zo hoog gaan mijn wegen uw wegen te boven
en mijn gedachten uw gedachten.

“Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen
en daar pas terugkeren
wanneer zij de aarde hebben gedrenkt,
haar hebben bevrucht, zodat zij groen wordt,
wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven
en het brood aan de eter,
zo zal het ook gaan met het woord
dat komt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar Mij terug;
het keert pas weer
wanneer het mijn wil volbracht heeft
en zijn zending heeft vervuld.”

Antwoordpsalm                                                  Jes. 12, 2cd-3, 4bcd, 5-6

Keervers
Gij zult in vreugde water putten
uit de bronnen van heil.

De Heer is mij kracht, Hem prijs ik,
Hij heeft mij redding gebracht.
Verheugd zult ge water scheppen
uit de bronnen van heil.

Verheerlijkt de Heer, roept zijn Naam aan;
Maakt bij de volken zijn daden bekend,
gedenkt hoe verheven zijn Naam is.

Bezingt de Heer om zijn weergaloos werk,
laat heel de aarde het weten.
Verheugt u en jubelt, die Sion bewoont,

om Israëls Heilige, groot in uw midden.

Lezing 8                                                    Rom. 6,3-11

Christus, eenmaal van de dood verrezen, sterft niet meer.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

Gij weet toch dat de doop waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood?
Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt.

Zijn wij één met Hem geworden door het beeld van zijn dood, dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding, in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is; daardoor is aan het bestaan in de zonde een einde gekomen, zodat wij niet langer aan de zonde dienstbaar zijn. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.

Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven; want wij weten dat Christus, eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. Door de dood die Hij gestorven is, heeft Hij eens en voor al afgerekend met de zonde; het leven dat Hij leeft, heeft alleen met God van doen. Zo moet ook gij uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.

Antwoordpsalm                                     Ps. 118(117),1-2,16ab-17,22-23
Keervers
Alleluia.Alleluia.Alleluia.

Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, eindeloos is zijn erbarmen!
Herhaalt het, stammen van Israël: eindeloos is zijn erbarmen!

De Heer greep in met krachtige hand, de hand van de Heer heeft mij opgericht.
Ik zal niet sterven maar blijven leven en alom verhalen het werk van de Heer.

De steen die de bouwers hebben versmaad, die is tot hoeksteen geworden.
Het is de Heer, die dit heeft gedaan, een wonder voor onze ogen.

 

EVANGELIE                                                   Mc. 16, 1-7

Jezus van Nazareth die gekruisigd is, is verrezen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena,
Maria, de moeder van Jakobus, en Salóme,
welriekende kruiden om Hem te gaan balsemen.

Op de eerste dag van de week,
heel vroeg,
toen de zon juist op was,
gingen zij naar het graf.
Maar ze zeiden tot elkaar:
“Wie zal de steen
voor ons van de ingang van het graf wegrollen?”
Opkijkend bemerkten ze echter dat de steen weggerold was;
en deze was zeer groot.
Binnengetreden in het graf
zagen ze tot hun ontsteltenis
aan de rechterkant een jongeman zitten in een wit gewaad.

Hij sprak tot haar:
“Schrikt niet.
“Gij zoekt Jezus de Nazarener die gekruisigd is.
“Hij is verrezen,
hij is niet hier.
“Kijk, dit is de plaats waar men Hem neergelegd had.
“Gaat aan zijn leerlingen en aan Petrus zeggen:
Hij gaat u voor naar Galilea;
daar zult ge Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

Donderdag van de vijfde week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Jezus stelt Abraham tot model, want hij heeft, in tegenstelling tot de gesprekspartners, geloofd. Jezus laat zelfs vermoeden dat hij nog groter is dan Abraham. De kritische vraag luidt: Zijt gij soms groter dan onze vader Abraham? Dat hebben we nog ergens gehoord: in het verhaal van de Samaritaanse bij de put van Jakob. Daar luidt de vraag: Zijt Gij soms groter dan onze vader Jakob? Daar evolueert de houding van de vrouw van schamper ongeloof naar groeiend geloof in Jezus. Vandaag zien we hoe het aanvankelijk spottend ongeloof omslaat in groeiende boosaardigheid. Het kruis is niet meer veraf.

EERSTE LEZING                         Gen. 17, 3-9

Gij zult de vader worden van een menigte volken.

Uit het Boek Genesis

In die tijd wierp Abram zich ter aarde,
en God sprak tot hem :
“Dit is mijn verbond met u :
Gij zult de vader worden van een menigte volken.
“Gij zult niet langer Abram heten ;
uw naam zal Abraham zijn,
want Ik maak u tot vader van een menigte volken.
“Ik zal u zeer vruchtbaar maken,
volken zal Ik van u maken,
zelfs koningen zullen uit u voortkomen.
“Ik sluit een verbond met u en uw nakomelingen,
geslacht na geslacht,
een altijd durend verbond :
Ik zal uw God zijn en de God van uw nakomelingen,
“Geheel Kanaän, het land waar gij nu als vreemdeling verblijft,
zal Ik aan u en uw nakomelingen geven
om het voor altijd te bezitten,
en Ik zal hun God zijn.”
Verder zei God nog tot Abraham :
“Gij van uw kant moet mijn verbond onderhouden,
gij en uw nakomelingen, geslacht na geslacht.”

TUSSENZANG                   Ps. 105 (104), 4-5, 6-7, 8-9

Voor eeuwig blijft zijn verbond van kracht.

Verlaat u op God, op zijn machtige arm,
blijft altijd zijn Aanschijn zoeken.
Vergeet nooit de wonderen die Hij deed,
zijn tekenen en zijn beloften.

Gij, kroost van zijn dienaar Abraham,
gij zonen van Jakob, zijn welbeminde.
De Heer, Hij is onze enige God,
wat Hij beslist geldt voor heel de aarde.

Voor eeuwig blijft zijn verbond van kracht,
wat Hij belooft heeft voor duizend geslachten.
De bond die Hij vroeger met Abraham sloot,
de eed die Hij Isaäk eens heeft gezworen.

VERS VOOR HET EVANGELIE                                     cf. Lc. 8, 15

Zalig zij die het woord dat zij hoorden
in een goed en edel hart bewaren
en vrucht voortbrengen
door hun standvastigheid.

EVANGELIE                     Joh. 8, 51-59

Abraham, uw vader juichte van vreugde bij de gedachte dat hij mijn dag zou zien.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot de Joden :
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :
als iemand mijn woord onderhoudt
zal hij in eeuwigheid de dood niet zien.”
Toen zeiden de Joden Hem :
“Nu weten wij zeker dat Gij van de duivel bezeten zijt.
“Want Abraham en de profeten zijn gestorven,
terwijl Gij beweert :
Als iemand mijn woord onderhoudt
zal hij in eeuwigheid de dood niet smaken.
“Zijt Gij soms groter dan onze vader Abraham
die wel gestorven is ?
“Zelfs de profeten zijn gestorven.
“Voor wie houdt Gij Uzelf wel?”
Jezus antwoordde :
“Als ik Mijzelf verheerlijk dan is mijn glorie niets ;
maar mijn Vader is het die Mij verheerlijkt,
van wie gij zegt :
Hij is onze God.
“Toch kent gij Hem niet.
“Ik daarentegen ken Hem
en als Ik zou zeggen dat Ik Hem niet ken
zou Ik aan u gelijk zijn : een leugenaar.
“Maar Ik ken Hem en onderhoud zijn woord.
“Abraham, uw vader juichte van vreugde
bij de gedachte dat hij mijn dag zou zien :
hij heeft hem gezien en zich verheugd.”
Toen zeiden de Joden tot Hem :
“Gij zijt nog geen vijftig jaar
en Gij hebt Abraham gezien?”
Jezus antwoordde hun :
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :
voor Abraham werd ben Ik.”
Toe raapten zij stenen op om Hem te stenigen
maar Jezus trok zich terug en verliet de tempel.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.