http://kerkengeloof.wordpress.com

Vrijdag van de vierde week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Als Jezus ter gelegenheid van het Loofhuttenfeest opnieuw naar Jeruzalem gaat, verscherpen de twistgesprekken zich. De discussie spitst zich meer en meer toe op de vraag of Jezus de Messias is. Jezus wijst zelf op het mysterie van zijn identiteit. Hij is niet van gewone menselijke afkomst, Hij is gezonden door de Vader. Daarom doet Hij ook de werken van de Vader.

EERSTE LEZING                                              Wijsh. 2, 1a.12-22

Laten wij de rechtvaardige tot een schandelijke dood veroordelen.

Uit het Boek der Wijsheid

In valse waan zeggen de goddelozen tot elkaar :
“Laten wij de rechtvaardige belagen, want hij is van geen nut,
hij gaat in tegen onze werken,
hij verwijt ons zonden tegen de wet
hij beschuldigt ons van overtredingen tegen onze opvoeding.
“Hij wendt voor kennis van God te bezitten
en hij noemt zich een kind van de Heer ;
hij is ons tot een verwijt tegen onze opvattingen geworden ;
alleen al hem te zien is ons een last,
want zijn levensstijl is anders dan van anderen
en zijn gedrag is ongewoom ;
als valse munt beschouwt hij ons,
hij mijdt onze wegen alsof ze onrein waren ;
hij noemt het einde der rechtvaardigen zalig,
hij beroemt er zich op dat God zijn vader is.
“Laten wij zien of zijn woorden waar zijn
en nemen wij als proef wat bij zijn heengaan gebeurt.
“Want als de rechtvaardige Gods zoon is,
zal Hij hem te hulp komehn
en hem redden uit de hand van zijn tegenstanders.
“Laten wij met brutaliteit en kwelling hem aanpakken,
om te zien of hij werkelijk zachtmoedig is
en om zijn geduld te toetsen.
“Laten wij hem tot een schandelijke dood veroordelen,
hij zal immers, naar zijn zeggen, toch beschermd worden.”

Zo redeneerden ze, maar daarmee waren ze op een dwaalspoor,
want hun slechtheid verblindde hen.
Zij verstonden Gods geheimen niet,
zij hoopten niet op loon voor een heilig leven,
noch geloofden zij in een ereprijs voor smetteloze zielen.

TUSSENZANG                                   Ps. 34(33), 17-18, 19-20, 21, 23

De Heer is nabij voor rouwmoedige harten.

Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af,
zij worden op aarde vergeten.
Naar vromen die roepen luistert de Heer
en redt hen uit iedere nood.

De Heer is nabij voor rouwmoedige harten,
Hij helpt wie zijn schuld erkent.
Veel rampen zullen de vrome bedreigen,
uit elk daarvan redt hem de Heer.

De Heer zal over zijn beenderen waken
opdat hij er geen van breekt.
De Heer redt het leven van wie Hem dient,
alwie tot Hem vlucht heeft geen straf te duchten.

VERS VOOR HET EVANGELIE                                Joh. 3, 16

Zozeer heeft God de wereld lief gehad
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,
opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan.

EVANGELIE                                                 Joh. 7, 1-2.10.25-30

De Joden wilden zich van Jezus meester maken, maar zijn uur was nog niet gekomen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd trok Jezus rond in Galilea,
want Hij wilde dat niet in Judea doen
omdat de Joden er op uit waren Hem te doden.
Het liep tegen een van de Joodse feesten,
het Loofhuttenfeest.
Toen zijn broeders naar het feest waren gegaan
vertrok Hij ook,
niet openlijk maar onopvallend.
Enkele Jeruzalemmers zeiden :
“Is dit niet de man die ze zoeken te doden ?
“En zie nu eens,
Hij staat in het openbaar te preken en men zegt Hem niets !
“Zou de overheid nu werkelijk erkend hebben
dat Hij de Messias is ?
“Maar van deze man weten wij waar Hij vandaan is ;
wanneer echter de Messias komt
weet geen mens waar Hij vandaan komt.”
Terwijl Jezus in de tempel leerde
riep Hij met luide stem :
“Gij kent Mij en gij weet waar Ik vandaan ben ;
toch ben Ik niet uit Mijzelf gekomen
maar Die Mij gezonden heeft is waarachtig ;
Hem kent gij niet.
“Ik ken Hem
omdat Ik uit Hem ben en Hij Mij heeft gezonden.”
Ze wilden zich van Hem meester maken,
maar niemand sloeg de hand aan Hem
want zijn uur was nog niet gekomen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag H. Jozef bruidegom van de H. Maagd Maria

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Telkens wanneer er in de geschiedenis van het Godsvolk een nieuw en beslissend hoofdstuk aanbreekt, horen we vertellen over een onvruchtbare vrouw die een kind ter wereld brengt, en over een vader die Gods wonderlijke wegen eerbiedigt. Ook wanneer de tijd van de Messias aanbreekt, krijgen we de aankondiging te horen van een wonderlijke geboorte. Jezus zal uit een maagd geboren worden, en niet Jozef uit het huis van David, maar God zal de verwekker zijn. Jezus zal zoon van David én zoon van God zijn, en opgroeien onder de zorg van Jozef. Juist om zijn eenvoud en die liefdevolle zorg wordt hij door gelovigen vereerd, die in hem een voorbeeld zien van oprechte naastenliefde. Hij wordt gevierd als patroonheilige van timmermannen en arbeiders.

EERSTE LEZING                              II Sam. 7, 4-5a.12-14a.16

God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken (Lc. 1, 32).

Uit het tweede Boek Samuël

In die dagen
werd het woord van de Heer gericht tot de profeet Natan :
“Zeg aan mijn dienaar David :
Zo spreekt de Heer :
Als uw dagen voleind zijn
en gij bij uw vaderen rust,
zal Ik de nazaat die gij verwekt,
hoog verheffen en zijn koninklijke macht in stand houden.
“Hij zal een huis bouwen ter ere van mijn naam
en Ik zal zijn koninklijke troon
voor altijd in stand houden.
“Ik zal hem tot vader zijn en hij zal mijn zoon zijn.
“Zo zal uw huis en uw koninklijke macht
altijd stand houden ;
uw troon staat vast voor eeuwig.”

TUSSENZANG                                  Ps. 89(88), 2-3, 4-5, 27 en 29

Zijn nageslacht zal blijven voor altijd.

Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen,
uw trouw verkondigen aan elk geslacht.
Gij hebt gezegd; mijn gunst blijft eeuwig duren,
de hemel is de grondslag van mijn trouw.

Ik heb met David een verbond gesloten,
mijn uitverkoren dienaar met een eed beloofd :
Ik zal uw nageslacht in stand houden voor eeuwig,
in alle tijden blijft uw troon bestaan.

Hij zal mij aanroepen : Gij zijt mijn Vader,
mijn God, de steenrots van mijn heil.
Voor altijd kan hij rekenen op mijn genade,
voor immer blijft mijn bond met hem van kracht.

TWEEDE LEZING                                     Rom. 4, 13. 16-18. 22

Tegen alle hoop in heeft hij gehoopt.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,

De belofte aan Abraham en zijn nakomelingen
dat zij de wereld zouden erven,
steunt niet op de wet
maar op de gerechtigheid van het geloof.
Daarom hangt het af van het geloof
en dus van de genade
en is de belofte verzekerd voor heel het nageslacht,
niet alleen voor hen die de wet hebben ontvangen
maar voor allen die het geloof navolgen
van ons aller vader Abraham.
Van hem staat immers geschreven :
“Ik heb u vader gemaakt van vele volken.”
Hij is dit voor het aanschijn van God,
in wie hij heeft geloofd,
die de doden levend maakt
en wat niet bestaat in het aanzijn roept.
Tegen alle hoop in heeft hij gehoopt
en geloofd dat hij vader zou worden van vele volken,
gelijk hem gezegd was :
“Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.”
Daarom werd het hem als gerechtigheid aangerekend.

VERS VOOR HET EVANGELIE                         Ps. 84(83), 5

(Alleluia.)
Gelukkig zij, die wonen in uw huis, o Heer,
die U daar altijd mogen prijzen.
(Alleluia.)

EVANGELIE                                            Mt. 1, 16.18-21.24a

Jozef deed zoals de engel van de Heer hem bevolen had.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Jakob was de vader van Jozef, de man van Maria,
en uit haar werd Jezus geboren, die Christus wordt genoemd.
De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze :
Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef
bleek zij, voordat ze gingen samenwonen,
zwanger van de heilige Geest.
Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was
en haar niet in opspraak wilde brengen,
dacht hij er over
in stilte van haar te scheiden.
Terwijl hij dit overwoog,
verscheen hem in een droom een engel van de Heer
die tot hem sprak :
“Jozef, zoon van David,
wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen ;
het kind in haar schoot is van de heilige Geest.
“Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen,
want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.”
Ontwaakt uit de slaap
deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had.

of:

EVANGELIE                                                       Lc. 2, 41-51a

Uw vader en ik hebben met pijn naar U gezocht.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

De ouders van Jezus reisden ieder jaar
bij gelegenheid van het paasfeest
naar Jeruzalem.
En overeenkomstig het gebruik bij dit feest
gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar geworden was.
Maar na afloop van die dagen
bleef het kind Jezus, terwijl zij terugkeerden, in Jeruzalem achter
zonder dat zijn ouders het wisten.
In de mening dat Hij zich bij de karavaan bevond,
gingen zij een dagreis ver
en zochten Hem toen onder familieleden en bekenden.
Omdat zij Hem niet vonden
keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug.
Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel,
waar Hij te midden van de leraren zat
naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde.
Allen die Hem hoorden,
waren verbaasd over zijn begrip en zijn antwoorden.
Toen zij Hem daar opmerkten, stonden zij verslagen.
Zijn moeder zei tot Hem :
“Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan ?
Denk toch eens met wat een pijn
uw vader en ik naar U hebben gezocht.”
Maar Hij antwoordde :
“Wat hebt ge toch naar Mij gezocht ?
Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?”
Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde.
Hij ging met hen mee naar Nazaret
en was hun onderdanig.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag van de eerste week in de veertigdagentijd

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Luisteren gaat niet vanzelf. Het vergt openheid en vertrouwen. We moeten iemand binnen laten en hem zicht geven op wat we soms liever in het duister hadden gelaten. We moeten dan onszelf uit handen geven en ruimte scheppen voor die ander, Zo gaat het met onze medemensen, en zo gaat het ook in ons gebed tot God. Gods woord wil echter niet alleen beluisterd, maar ook beantwoord worden. Jezus heeft ons daartoe de woorden geschonken: Onze Vader. Het leert ons zonder reserve ja te zeggen aan God. Alle menselijke argwaan, alle weigering, elk isolement wordt in dat jawoord overwonnen. Zo vindt de Vader in ons mensen die ten volle open staan voor zijn liefde.

EERSTE LEZING                               Jes. 55, 10-11

Mijn woord keert pas weer wanneer het mijn wil volbracht heeft en zijn zending heeft vervuld.

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt God de Heer :
“Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen
en daar pas terugkeren
wanneer zij de aarde hebben gedrenkt,
haar hebben bevrucht zodat zij groen wordt,
wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven
en het brood aan de eter,
zo zal het ook gaan met het woord
dat komt uit mijn mond ;
het keert niet vruchteloos naar Mij terug ;
het keert pas weer wanneer het Mijn wil volbracht heeft
en zijn zending heeft vervuld.”

TUSSENZANG                   Ps. 34(33), 4-5, 6-7, 16-17, 18-19

Naar vromen die roepen luistert de Heer
en redt hen uit iedere nood.

Verheerlijkt de Heer te zamen met mij
en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren.
Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord,
Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde.

Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig,
want Hij stelt u niet teleur.
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer
en redt hen uit hun ellende.

Het oog van de Heer is gericht op de vrome,
zijn oor naar hun smeken gekeerd.
Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af,
zij worden op aarde vergeten.

Naar vromen die roepen luistert de Heer
en redt hen uit iedere nood.
De Heer is nabij voor rouwmoedige harten,
hij helpt wie zijn schuld erkent.

VERS VOOR HET EVANGELIE                           Mt. 4, 4b

Niet van brood alleen leeft de mens,
maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.

EVANGELIE                                                     Mt. 6, 7-15

Gij moet zo bidden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

Indie tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Als gij bidt
gebruikt dan geen omhaal van woorden zoals de heidenen ;
want deze menen
dat zij door hun veelheid van woorden verhoring zullen vinden.
“Volght hun voorbeeld dus niet na,
want vóórdat gij Hem vraagt
wet uw Vader wat gij nodig hebt.
“Gij moet daarom zo bidden :
Onze Vader die in de hemel zijt,
uw Naam worde geheiligd;
uw Rijk kome,
uw wil geschiede
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven hebben aan onze schuldenaren.
En leid ons niet in bekoring,
maar behoed ons voor het kwaad.
“Want als gij aan de mensen hun fouten vergeeft
zal uw hemelse Vader ook u vergeven ;
maar als gij niet vergeeft aan de mensen
zal ook uw hemelse Vader uw fouten niet vergeven.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag na Aswoensdag

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

OVERWEGING
Zowel Mozes als Jezus (en ook de antwoordpsalm) spreken van een fundamentele keuze die elke mens moet maken. Men kiest voor het leven of voor de dood, voor het geluk of voor de ondergang. Het is een fundamentele keuze die elke dag opnieuw moet waargemaakt worden. Ze is nooit af. Leven betekent hier niet langer het gelukkig leven in het land dat u beloofd werd.  Het gaat over een leven dat men dagelijks moet prijs geven, verliezen, verloochenen, om het ware, authentieke leven te winnen over de dood heen. Dat moeten we ook doen wanneer we Jezus willen volgen; zijn weg gaan, de weg van het loslaten, verliezen, zichzelf verloochenen, gekruisigd worden, om doorheen dit alles met Hem naar Pasen toe te gaan.

EERSTE LEZING                    Deut. 30, 15-20

Zie, ik houd u vandaag leven en geluk voor.

Uit het Boek Deuteronomium

Mozes nam het woord en sprak tot het volk :
“Ik houd u vandaag het leven en het geluk voor,
maar ook de dood en het ongeluk.
“Als gij luistert naar de geboden van de Heer uw God,
die ik u heden geef,
als gij de Heer uw God bemint,
zijn wegen gaat en zijn geboden,
voorschriften en bepalingen nakomt,
dan zult gij leven en talrijk worden
en zal de Heer uw God u zegenen
in het land, dat ge in brezit gaat nemen.
“Maar als uw hart afdwaalt,
als ge niet luistert en u laat verleiden,
zodat gij u voor andere goden neerbuigt en die vereert,
dan kondig ik u heden aan,
dat gij zult omkomen en dat ge niet lang zult leven
op de grond, die ge na de overtocht van de Jordaan
in bezit gaat nemen.
“Ik neem heden de hemel en de aarde tot getuigen tegen u.
“Leven en dood houd ik u voor, zegen en vloek.
“Kies dan het leven,
dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten,
door de Heer uw God te beminnen,
naar Hem te luisteren en aan Hem gehecht te blijven.
“Want daarvan hangt het af, of gij zult leven
en of gij lang zult wonen op de grond,
die de Heer aan uw vaderen,
aan Abraham, Isaak en Jakob onder ede heeft toegezegd.”

TUSSENZANG                  Ps. 1, 1-2, 3, 4, 6

Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt
(Ps. 40(39), 5a).

Gelukkig de man die weigert te doen
wat goddelozen hem raden ;
die niet de wegen der zondaars gaat,
niet zit te midden der spotters.

Hij is als een boom, aan het water geplant,
die vruchten draagt op zijn tijd;
des zomers verdorren zijn bladeren niet,
maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.

De goddelozen vergaat het zo niet :
de wind blaast hen weg als kaf.
De Heer immers let op de weg der gerechten,
de weg van de zondaars loopt dood.

VERS VOOR HET EVANGELIE             Ps. 95(94), 8 ab

Luistert heden naar de stem van de Heer,
en weest niet halsstarrig.

EVANGELIE                             Lc. 9, 22-25

Wie zijn leven verliest omwille van Mij zal het redden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“De Mensenzoon,
moet veel lijden
en door de oudsten,
hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden,
maar na ter dood te zijn gebracht
zal Hij op de derde dag verrijzen.”
Maar tot allen sprak Hij:
“Wie mijn volgeling wil zijn,
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen
en door elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen.
“Want wie zijn leven wil redden zal het verliezen.
“Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal het redden.
“Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen,
als hij zichzelf hierdoor zijn ondergang en dood berokkent?”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag – H. Casimirus

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging

Het Evangelie biedt geen gemakkelijk recept dat snel klaargemaakt is. Van wie het in concrete dadan wil omzetten, vraagt het eenvoudigweg alles of niets. Tegelijkertijd weten we dat het onmogelijk is om louter op eigen kracht evangelisch te leven en Jezus na te volgen. Zelfs wanneer we afstand doen van alles, zelfs wanneer we alle bezit zouden weggeven, dan nog zijn wij niet in staat om onszelf te redden en het koninkrijk Gods te betreden. Alleen God zelf kan dat.
Toch mag ons dat niet ontmoedigen, want Jezus keek de rijke jongeling liefdevol aan.
Het is met deze blik dat Hij ook naar ons kijkt, naar de mensen met wie wij leven, maar ook naar hen die we niet zo graag zien, naar hen met wie we in ruzie leven.
Wat doet zoiets met mij ?

EERSTE LEZING                                              Sir.17, 24-29

Bekeer u tot de Heer en laat de zonden na.

Uit het Boek Ecclesiasticus

Aan boetvaardigen die zich bekeren staat de Heer terugkeer toe;
Hij bemoedigt hen, wanneer hun volharding tekort schiet.
Bekeer u tot de Heer en laat de zonden na;
bid voor zijn aangezicht en geef steeds minder aanstoot.
Keer terug tot de Allerhoogste en wend u af van ongerechtigheid,
(want Hijzelf zal u uit de duisternis
geleiden tot het gezonde licht.)
Haat uit de grond van uw hart wat een gruwel is.
Wie toch zal de Allerhoogste in het dodenrijk loven,
zoals de levenden die Hem een danklied zingen?
Het danklied van de dode gaat verloren, als bestond hij niet meer,
maar wie leeft en gezond is, prijst de Heer.
Hoe groot is de barmhartigheid van de Heer,
en zijn verzoenend handelen voor die zich tot Hem bekeren!

Tussenzang                                           Ps. 32(31), 1-2, 5, 6, 7

Wees blij in de Heer, alle vromen.

Gelukkig degene wiens fout werd vergeven,
wiens zonde door God werd bedekt.
Gelukkig de mens die geen schuld heeft bij God,
wiens hart geen misdaad verbergt.

Ik heb mijn zonden beleden voor U,
mijn schuld niet langer ontkend.
Ik sprak : voor de Heer beken ik mijn fout ;
toen hebt Gij mijn zonde vergeven.

Daarom zal de vrome zich keren tot U
wanneer hij door onheil bedreigd wordt ;
al breekt er een stortvloed over hem los,
de rampspoed zal hem niet raken.

Mijn toevlucht zijt Gij, mijn redder in nood,
Gij hult mij in voorspoed en vreugde.

Alleluia                                                  Ps. 25(24), 4c, 5a

Alleluia.
Leer mij uw paden kennen, Heer ;
leid mij volgens uw woord.
Alleluia.

EVANGELIE                                         Mc. 10, 17-27

Ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
.

In die tijd toen Jezus zich op weg begaf
kwam er iemand aanlopen
die zich voor Hem op de knieën wierp en vroeg:
“Goede Meester,
wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”
Jezus antwoordde:
“Waarom noemt ge Mij goed?
Niemand is goed dan God alleen.
Ge kent de geboden:
Gij zult niet doden,
gij zult geen echtbreuk plegen,
gij zult niet stelen,
gij zult niet vals getuigen,
gij zult niemand tekort doen,
eer uw vader en uw moeder.”
Hij gaf Hem ten antwoord:
“Dat alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af.”
Toen keek Jezus hem liefdevol aan en sprak:
“Eén ding ontbreekt u:
ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen,
daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel,
en kom dan terug om Mij te volgen.”
Dit woord ontstelde hem en ontdaan ging hij heen,
omdat hij vele goederen bezat.
Toen liet Jezus zijn blik gaan over zijn leerlingen en zei tot hen:
“Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben
het Koninkrijk Gods binnen te gaan!”
De leerlingen stonden verbaasd over wat Hij zei.
Daarom herhaalde Jezus:
“Kinderen,
wat is het moeilijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan.
Voor een kameel is het gemakkelijker
door het oog van een naald te gaan
dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.”
Toen waren ze nog meer verbijsterd en ze zeiden tot elkaar:
“Wie kan dan nog gered worden?”
Jezus keek hen aan en zei:
“Dit ligt niet in de macht der mensen maar wel in die van God:
want voor God is alles mogelijk.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag – H. Bernadette Soubirous, mgd.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
In heel de reeks verhalen over het begin van de schepping staan we telkens voor de verbijsterende vraag, die ons zelfs vandaag nog bezig houdt: hoe is Gods goedheid te verzoenen met een bestaan van onzekerheid en tragiek? Waarom vermoordt de mens zijn broer? Nog merkwaardiger is dat de spiraal van zonde en boosheid na de zondeval onverminderd doorgaat. Reeds vanaf het prille begin leren we God kennen als iemand wiens barmhartigheid zo groot is dat we ze nauwelijks kunnen vatten: Hij beschermt Kaïn, om zo een punt te zetten achter de rode draad die doorheen de geschiedenis van de mensheid dreigt verweven te geraken: de draad van geweld en dood. Hoe helpt Gods genade ons om onze vijanden lief te hebben?

EERSTE LEZING                                                  Gen. 4, 1-15.25

Kaïn viel zijn broer aan en vermoordde hem.

Uit het Boek Genesis

De mens had gemeenschap met zijn vrouw Eva;
zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld,
en zij sprak :
“Door de gunst van de Heer
heb ik een mannelijk kind voortgebracht.”
Vervolgens baarde zij Abel, zijn broer.
Abel werd schaapherder en Kaïn landbouwer.
Na verloop van tijd bracht Kaïn een offer aan de Heer
van de vruchten van de grond.
Ook Abel bracht een offer,
de eerstgeborenen van zijn beste schapen.
De Heer zag genadig neer op Abel en zijn offer,
maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht.
Een wilde woede greep Kaïn aan,
en zijn gezicht werd grimmig.
Nu zei de Heer tot Kaïn :
“Waarom zijt ge woedend
en waarom staat uw gezicht zo grimmig?
“Als gij het goede doet, is er opgewektheid ;
maar doet gij het goede niet,
dan loert de zonde als belager aan uw deur,
begerig u te grijpen.
“Zult gij hem meester kunnen blijven ?”
Daarop zei Kaïn tot zijn broer Abel :
“Laten we gaan wandelen.”
En toen zij buiten waren,
viel Kaïn zijn broer aan en vermoordde hem.
Nu zei de Heer tot Kaïn :
“Waar is uw broer Abel?”
Kaïn antwoordde :
“Ik weet het niet.
“Moet ik dan op mijn broer passen?”
Toen zei de de Heer :
“Wat hebt gij gedaan?
“Hoor, het bloed van uw broer
roept uit de grond tot Mij !
“Daarom zult gij vervloekt zijn,
verbannen van de grond die zijn mond heeft geopend
om uit uw hand het bloed van uw broer te ontvangen !
“De grond die gij bewerkt zal niets meer opbrengen ;
een zwerver en een vagebond zult ge zijn op de aarde!”
Toen zei Kaïn tot de Heer:
“Die straf is te zwaar om te dragen.
“Gij verdrijft mij van de bebouwde grond,
en ik zal ver van U moeten blijven.
“Ik zal een zwerver en een vagebond zijn op aarde,
en ieder die mij ontmoet kan mij doden.”
Maar de Heer antwoordde hem :
“Neen ! Wie het ook is die Kaïn doodt,
hij zal het zevenvoudig boeten !”
En de Heer gaf Kaïn een merkteken,
om te voorkomen dat ieder die hem ontmoette hem doden zou.

Adam had op,nieuw gemeenschap met zijn vrouw ;
zij baarde een zoon en noemde hem Set.
Want, zei ze, God heeft mij een andere zoon geschonken
in de plaats van Abel, die door Kaïn is vermoord.

TUSSENZANG                                           Ps. 50(49), 1, 8, 16bc-17, 20-21

Brengt God het offer van uw lof.

De Heer, de God der goden, spreekt,
Hij roept de aarde van het oosten tot het westen:
Ik maak u over offers geen verwijt:
uw offerdieren zie Ik aldoor branden.

Wat spreekt ge aldaar over mijn geboden
en hebt ge mijn verbond steeds op de tong ?
Gij die van tucht een afkeer hebt
en nimmer acht slaat op mijn woorden.

Ge zet u neer om van uw broeder kwaad te spreken,
uw moeders zoon belastert gij.
Zou Ik dan zwijgen als gij zoiets doet?
of meent ge soms dat Ik aan u gelijk ben ?
Ik klaag u aan, Ik leg u alles voor.

ALLELUIA                                                        Hebr. 4, 12
Alleluia.
Het woord van God is levend en krachtig,
en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest.
Alleluia.

EVANGELIE                                                    Mc. 8, 11-13

Wat verlangt dit geslacht toch een teken?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus 

In die tijd daagden de Farizeeën op
en begonnen met Jezus te redetwisten.
Om Hem op de proef te stellen
verlangden ze van Hem een teken uit de hemel.
Hij slaakte een zucht uit het diepste van zijn hart en zei :
“Wat verlangt dit geslacht toch een teken ?
“Voorwaar, Ik zeg u :
in geen geval zal aan dit geslacht een teken gegeven worden.”
Hij liet hen staan, stapte weer in de boot
en keerde naar de overkant terug.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag HH. Cyrillus, monnik, en Methodius, bisschop,

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
De broers Cyrillus en Methodius (9e eeuw) liggen aan de grondslag van het geloof van de Slavische volkeren. Hun verkondiging toont ons hoe de Blijde Boodschap mensen kan verenigen over alle grenzen en culturele verschillen heen. Vandaag, zoveel eeuwen later, blijft de opdracht actueel. De Europese Kerk staat voor een nieuwe evangelisatie. God wil zich nu  van ons bedienen om de maatschappij vanaf haar eigen fundamenten opnieuw te kerstenen, zoals de eerste christenen hebben gedaan en daarna zoveel geslachten dit hebben voortgezet. Zonder onze plaats in het beroep en gezin op te geven! Hoeveel goed kunnen we wel niet doen! Daartoe moeten we een leven leiden van levend geloof, iedere dag nauwgezet ervoor zorgen dat we tijd inruimen voor het gebed, waarbij we persoonlijk omgaan met Hem van wie wij weten dat Hij ons bemint. Dit is een taak die ons allen aangaat: laten we voor anderen de weg vergemakkelijken die tot de ontmoeting met Christus leidt. (Johannes Paulus II)

EERSTE LEZING                                                   Hand. 13, 46-49

Wij richten ons voortaan tot de heidenen.

Uit de handelingen van de Apostelen

In die dagen zeiden Paulus en Barnabas tot de Joden :
“Tot u moest wel het eerst het woord van God gesproken worden,
maar omdat gij het afwijst
en uzelf het eeuwige leven niet waardig keurt,
daarom richten wij ons voortaan tot de heidenen.
“Want aldus luidt de opdracht van de Heer tot ons :
Ik heb u geplaatst als een licht voor de heidenen,
opdat gij tot redding zoudt strekken
tot aan het uiteinde van de aarde.”
Toen de heidenen dit hoorden,
waren zij verheugd en verheerlijkten het woord van God,
en allen die tot het eeuwig leven waren voorbestemd,
namen het geloof aan.
Het woord des Heren verbreidde zich door heel die streek.

TUSSENZANG                                               Ps. 117(116), 1, 2

Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie aan heel de schepping
(Mc. 16,15)
of: Alleluia.

Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer, alle volken rondom.

Omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft ;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

ALLELUIA                                                Lc. 4, 18-19

Alleluia.
De Heer heeft Mij gezonden
om aan armen de Blijde Boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken.
Alleluia.

EVANGELIE                                            Lc. 10, 1-9

De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig;

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Lucas

In die tijd wees de Heer tweeënzeventig leerlingen aan
en zond hen twee aan twee voor zich uit
naar alle steden en plaatsen
waarheen Hijzelf van plan was te gaan.
Hij sprak tot hen :
“De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig.
“Vraagt daarom de Heer van de oogst
arbeiders te sturen om te oogsten.
“Gaat dan,
maar zie, Ik zend u als lammeren tussen wolven.
“Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel
en groet niemand onderweg.
“Laat in welk huis gij ook binnengaat uw eerste woord zijn :
Vrede aan dit huis !
“Woont daar een vredelievend mens,
dan zal uw vrede op hem rusten ;
zo niet, dan zal hij op u terugkeren.
“Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden ;
want de arbeider is zijn loon waard.
“Gaat niet van het ene huis naar het andere.
“In elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt,
eet wat u wordt voorgezet, geneest de zieken die er zijn
en zegt tot hen : Het Rijk Gods is u nabij.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Dinsdag – H. Agatha, mgd. en mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Een ontelbare menigte van geloofsgetuigen zijn ons vooraf gegaan. Zij zijn ons nabij wanner wij ons willen bevrijden van alles wat ons gevangen houdt. Vandaag moedigen zij ons aan om afstand te nemen van kwaad en gebrokenheid, van zonde en verslavingen. Ze leren ons de ogen te richten op de Heer Jezus: van allemaal is Hij de grootste geloofsgetuige.
Maar de ogen richten naar Jezus, is vaak de ogen richten naar het kruis: het symbool bij uitstek van geloof, van liefde en overgave. Wanneer we naar dat kruis kijken, zullen onze beproevingen in het juiste perspectief gezet worden.

EERSTE LEZING                                                            Hebr. 12,1_4

Laten wij vastberaden de wedstrijd lopen
waarvoor wij hebben ingeschreven.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,,

Laten wij ons aansluiten bij de menigte getuige van het geloof,
en elke last en belemmering van de zonde van ons afschudden,
om vastberaden de wedstrijd te lopen
waarvoor we hebben ingeschreven.
Ziet naar Jezus,
de aanvoerder en voltooier van ons geloof.
In plaats van de vreugde die Hem toekwam
heeft Hij een kruis op zich genomen
en de schande niet geteld :
nu zit Hij aan de rechterzijde van Gods troon.
Denkt aan Hem
die zoveel tegenwerking van de zondaars te verduren had ;
dat zal u helpen om niet uit te vallen en de moed niet op te geven.
Uw strijd tegen de zonde heeft u nog geen bloed gekost.

TUSSENZANG                                     Ps 22(21), 26b- 27, 28,30,31-32

Allen die God zoeken, prijzen Hem.

Voor heel de gemente zal ik U prijzen, Heer,
U danken voor het oog van de Gogvrezenen.
de armen zullen eten en verzadigd worden,
en allen die God zoeken, prijzen Hem,
hun moed zal weer herleven.

Dan zullen alle landen van de aarde
de Heer gedenken en zich tot Hem keren ;
en nedevallen zullen voor zijn Aangezicht
de stammen en de volken overal.
Die rusten in de aarde zullen Hem aanbidden,
en voor Hem zal buigen wie afdaalt in het stof;

Mijn ziel zal voor zijn Aanschijn blijven leven,
mijn nageslacht zal steeds zijn dienaar zijn.
Het zal veralen van de Heer aan het geslacht dat komt,
van zijn gerechtigheid aan die geboren worden:
dit heeft de Heer gedaan.

ALLELUIA                                             Joh 6, 64b, 69b

Alleluia.
Uw woorden, Heer, zijn geest en leven;
uw woorden zijn worden van eeuwig len
Alleluia.

EVANGELIE                                                      Mc 5, 21-43

Meisje, Ik zeg je, sta op.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgend
Marcus

Toen Jezus weer met de boot overgestoken was
stroomde veel volk bij Hem samen.
Terwijl hij zich aan de oever van het meer bevond
kwam er een zekere Jaïrus, de overste van de synagode.
Toen hij Hem zag, viel hij Hem te voet
en smeekte hem met aandrang :
“Mijn dochtertje kan elk ogenblik sterven,
kom toch haar de handen opleggen
opdat ze mag genezen en leven.
“Jezus ging met hem mee.
Een dichte menigte vergezlde Hem en drong van alle kanten op.
Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed.
Zij had veel te verduren gehad van een hele reeks dokters
en haar gehele vermogen uitgegeven,
maar zonder er baat bij te vinden ;
integendeel, het was nog erger met haar geworden.
Omdat zij over Jezus gehoord had
drong zij zich in de menigte naar voren
en raakte zijn mantel aan.
Want ze zei bij zichzelf :
“Als ik slechts zijn kleren kan aanraken,
zal ik al genezen zijn.”
Terstond hield de bloeding op
en werd ze aan haar lichaam gewaar
dat ze van haar kwaal genezen was.
op hetzelfde ogenblik was Jezus zich bewust
dat er een kracht van Hem was uitgegaan;
Hij keerde zich te midden van de menige om en vroeg :
“Wie heeft mijn kleren aangeraakt ?”
Zijn leerlingen zeiden tot Hem :
“”Gij ziet dat de menigte van alle kanten opdringt en Gij vraagt:
Wie heeft Mij aangeraakt ?”
Maar Hij liet zijn blik rondgaan om te zien wie dat gedaan had.
Wetend wat er met haar gebeurd was
kwam de vrouw zich angstig en bevend voor Hem neerwerpen
en bekende Hem de hele waarheid?
Toen sprak hij tot haar :
“Dochter, uw geloof heeft u genezen.
“Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost.”

Hij was nog niet uitgesproken
of men kwam uit het huis van de overste van de synagoge
met de boodschap :
“Uw dochter is gestorven.
“Waartoe zoudt ge de Meester nog langer lastig vallen ?
“Jezus ving op wat er beicht werd
en zei tot de overste van de synagoge:
“Wees niet ban, maar blijf geloven.”
Hij liet niemand met zich meegaan
behalve petrus, Jakobus, en Johannes de broer vanJakobus.
Toen zij aan het huis van de overste kwamen
zag Hij het rouwmisbaar
van mensen die luid weenden en weeklaagden.
Hij ging naar binnen en zei tot hen:
“Waarom dit misbaar en geween?
“Het kind is niet gestorven maar slaapt.”
Doch ze lachten Hem uit.
Maar Hij stuurde ze allemaal naar buiten en ging
met zijn metgezellen en de vader en moeder van het kind
het vertrek binnen waar het kind lag.
Hij pakte de hand van het kind en zei tot haar:
“Talita koemi”;
wat vertaald betekent:
Meisje, ik zeg je, sta op.
Onmiddellijk stond het meisje op en liep rond
want het was twaalf jaar.
En ze stonden stom van verbazing.
Hij legde hun nadrukkelijk op
dat neimand het te weten mocht komen, en voegde eraan toe
dat men haar eten moest geven.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, ©Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Maandag – H. Agnes, mgd. en mrt.

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging 

‘Christus was een vriend voor alle mensen, zonder uitzondering. Allen die, waar ook ter wereld, Christus liefhebben, vormen samen één grote gemeenschap die Hem in onderlinge vriendschap wil navolgen. Vanuit die verbondenheid kunnen zij bijdragen aan de genezing van de wonden waaraan de mensheid lijdt. Zonder zich op te dringen, kunnen zij de wereldwijde solidariteit bevorderen, waarbij geen enkel volk en geen enkele mens wordt uitgesloten. Soms is deze gemeenschap in onderlinge vriendschap heel zichtbaar, bijvoorbeeld tijdens internationale ontmoetingen. Maar zulke gebeurtenissen zijn er maar af en toe. Toch kun je overal op aarde een klein deeltje van deze gemeenschap, hoe armzalig ook, terugvinden. Het is onmogelijk om je geloof helemaal alleen te beleven. Geloof begint altijd met een ervaring van gemeenschap, met het besef dat Christus de bron is van een onbegrensde eenheid. Plaatselijke gemeenschappen, parochies, gebedsgroepen, kerken zijn bedoeld om voortdurend te groeien in vriendschap! Het moeten plaatsen worden waar men elkaar een warm welkom geeft en elkaar ondersteunt, met aandacht voor kleine en zwakke mensen, voor vreemdelingen en voor hen die onze idealen niet delen’. (Broeder Aloïs, Taizé 2014)

EERSTE LEZING                                                     Hebr. 5, 1-10

Hoewel Hij Gods Zoon was
heeft Christus in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Elke hogepriester wordt genomen uit de mensen
en aangesteld voor de mensen
om hen te vertegenwoordigen bij God
en om gaven en offers op te dragen voor de zonden.
Hij is in staat onwetenden en dwalenden geduldig te verdragen
daar hij ook zelf aan zwakheid onderhevig is ;
daarom moet hij als hij offers voor de zonden opdraagt,
even goed aan zijn eigen zonden denken
als aan die van het volk.
En niemand kan zich die waardigheid aanmatigen :
men moet evenals Aäron door God geroepen worden.
Ook Christus
heeft zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend ;
dat heeft God gedaan die Hem zei :
“Gij zijt mijn Zoon,
Ik heb u heden verwekt.”
En elders zegt Hij :
“Gij zijt priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisédek.”
In de dagen van zijn sterfelijk leven
heeft Hij onder luid geroep en geween
gebeden en smekingen opgedragen aan God
die Hem uit de dood kon redden.
Om zijn vroomheid is Hij verhoord :
hoewel Hij Gods Zoon was
heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd ;
en toen Hij het einde had bereikt
is Hij voor allen die Hem gehoorzamen
oorzaak geworden van eeuwig heil,
door God uitgeroepen tot hogepriester
op de wijze van Melchisédek.

TUSSENZANG                                        Ps. 110(109), 1, 2, 3, 4

Gij zijt eeuwig priester als Melchisédek.

De Heer sprak tot mijn heer : zit aan mijn rechterhand ;
Ik leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten.

Uit Sion reikt de Heer de scepter van uw macht ;
regeer te midden van uw tegenstanders.

Uw volk staat om u heen in blanke wapenrusting,
de jongemannen op het veld als morgendauw.

Gezworen heeft de Heer, het zal Hem niet berouwen :
Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek.

ALLELUIA                                                  Ps. 119(118), 18

Alleluia.
Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer,
de heerlijkheid van uw wet.
Alleluia.

EVANGELIE                                                       Mc. 2, 18-22

Kunnen de vrienden van de bruidegom vasten
zolang de bruidegom bij hen is ?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

Toen de leerlingen van Johannes en de Farizeeën
eens een vastendag hielden, kwam men Jezus vragen :
“Waarom vasten
de leerlingen van Johannes en die van de Farizeeën wel,
maar uw leerlingen niet ?”
Jezus sprak tot hen :
“Kunnen dan de vrienden van de bruidegom vasten
zolang de bruidegom bij hen is ?
“Zolang zij de bruidegom in hun midden hebben
kunnen ze niet vasten.
“Er zullen echter dagen komen
dat de bruidegom van hen is weggenomen en dan,
in die tijd, zullen ze vasten.
“Niemand naait een verstellap van ongekrompen stof
op een oud kleed.
“Anders trekt het ingezette stuk eraan,
het nieuwe stuk aan het oude,
en de scheur wordt nog groter.
“En niemand doet jonge wijn in oude zakken ;
anders doet de wijn de zakken bersten
en de wijn gaat verloren met de zakken.
“Neen, jonge wijn in nieuwe zakken.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag – H. Antonius, abt

Inleiding

Gevolg gevend aan de Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium van Paus Franciscus, wil deze inleiding U deelgenoot maken aan de vreugde van het evangelie. Iedereen, niemand uitgezonderd, kan die vreugde ervaren door zijn hart open te stellen voor de genezende werking van Gods woord.

Het evangelie is eerst en vooral een uitnodiging om een antwoord te geven aan God die ons liefheeft en redt, door Hem te erkennen in de ander en door uit onszelf te treden om het goede te zoeken voor allen. Het evangelie reikt die eenheid en volheid van het menselijk leven aan, die de beste remedie is tegen alle vormen van kwaad.

Langs deze elektronische weg wordt U uitgenodigd om dagelijks het evangelie te lezen en even na te denken over de betekenis voor uw leven. Het is vanaf 8 uur ‘s morgens steeds ter beschikking.

Overweging
Eens gaf Antonius les aan drie monniken over een zeer moeilijke kwestie uit het geloof, toen juist de bejaarde abt Paulus op bezoek kwam. Antonius vroeg aan de jongste van de drie monniken hoe hij over de kwestie dacht. De jongeman ging er onmiddellijk op in. Toen hij uitgesproken was, bleef vader Antonius enige tijd stil, en zei toen: “Het juiste antwoord heb je nog niet gevonden”. Toen kreeg de tweede het woord. Hij was al wat ouder, had al wat boeken gelezen en ervaring opgedaan. Hij koos geleerde woorden. Toen hij uitgesproken was, zei vader Antonius: “Ook jij hebt het juiste antwoord nog niet gevonden.” Tenslotte mocht de oudste van de drie een antwoord geven. Hij liet lange stiltes vallen, sprak bedachtzaam en je kon merken dat hij al veel had gelezen en een lange gebedservaring achter de rug had. Toen hij was uitgesproken, merkte vader Antonius op: “Toch heb je het juiste antwoord nog niet gevonden”. Hij wende zich tot oude oude abt en vroeg: ” Vader Paulus, zou u er misschien iets over kunnen zeggen?” Nu bleef het geruime tijd stil. Tenslotte zei vader Paulus: “Ik weet het niet…” Vader Antonius wende zich tot zijn drie leerlingen en met opgestoken vinger zei hij: “Vader Paulus heeft het juiste antwoord gevonden”. (naar de Vaderspreuken)

EERSTE LEZING                                                    hebr. 3, 7-14

Spreekt elkaar moed in, elke dag, zolang het “heden” duurt.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Luistert naar wat de heilige Geest zegt :
“Heden, als gij zijn stem hoort,
weest dan niet halsstarrig
zoals eertijds bij het oproer,
op de dag van de uitdaging in de woestijn,
waar uw vaderen Mij hebben uitgedaagd
en op de proef gesteld
ofschoon zij mijn werk gezien hadden, veertig jaar lang.
“Daarom werd Ik toornig op dat geslacht
en Ik zei : Altijd door dwaalt hun hart ;
mijn wegen hebben zij niet willen kennen.
“En Ik heb gezworen in mijn gramschap :
nooit zullen zij ingaan in mijn rust.”
Zorgt ervoor, broeders en zusters,
dat onder u niemand zo’n slechte en trouweloze gezindheid heeft,
die leidt tot afval van de levende God.
Spreekt elkaar moed in
elke dag, zolang dat ,heden’ duurt,
zodat niemand zich door de zonde
tot zulk een halsstarrigheid laat verleiden.
Want wij zijn Christus’ deelgenoten geworden,
mits we ons aanvankelijk vertrouwen
ongeschokt bewaren tot het einde.

TUSSENZANG                                           Ps. 95(94), 6-7, 8-9, 10-11

Luistert heden naar de stem van de Heer,
en weest niet halsstarrig.

Komt, laat ons aanbiddend ter aarde vallen,
neerknielen voor Hem die ons schiep.
Hij is onze God en wij zijn volk,
Hij is de herder en wij zijn kudde.

Luistert heden dan naar zijn stem :
weest niet halsstarrig als eens in Meriba,
zoals in Massa in de woestijn ;
waar uw vaderen Mij wilden tarten
ofschoon zij mijn daden hadden gezien.

Veertig jaar stond dit volk Mij tegen :
Ik sprak : zij zijn toch een dolend volk,
zij kennen mijn wegen niet.
Daarom heb Ik in gramschap gezworen :
nimmer vinden zij rust bij Mij.

ALLELUIA                                                        Ps. 27(26), 11

Alleluia.
Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand,
leid mij langs effen paden.
Alleluia.

EVANGELIE                                                    Mc. 1, 40-45

Terstond verdween de melaatsheid en de man was gereinigd.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Marcus

Er kwam eens een melaatse bij Jezus
die op zijn knieën viel en Hem smeekte :
“Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.”
Door medelijden bewogen stak Hij de hand uit,
raakte hem aan en sprak tot hem :
“Ik wil, word rein.”
Terstond verdween de melaatsheid en was hij gereinigd.
Terwijl Hij hem wegstuurde, vermaande Hij hem met klem :
“Zorg ervoor dat ge aan niemand iets zegt,
maar ga u laten zien aan de priester
en offer voor uw reiniging wat Mozes heeft voorgeschreven,
om ze het bewijs te leveren.”

Eenmaal vertrokken
begon de man zijn verhaal overal in het openbaar te vertellen
en ruchtbaarheid aan de zaak te geven,
met het gevolg
dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen,
maar buiten op eenzame plaatsen verbleef.
Toch kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.