http://kerkengeloof.wordpress.com

Zaterdag H. Aloïsius Gonzaga, klg.

Overweging
Het evangelie schetst vandaag beelden die we niet letterlijk moeten nemen. Jezus vraagt ons niet om zo onbezorgd door het leven te gaan dat anderen daarvoor moeten opdraaien. Het is evenmin de bedoeling ons geen zorgen te maken om onze dierbaren, of om diegenen voor wie we verantwoordelijk zijn. Het gaat hier om een nieuw beeld voor wat gisteren reeds aangebracht werd: de keuze tussen aardse goederen en hemelse schatten. Jezus herinnert ons aan wat essentieel is en wat bijkomstig is. Zijn opdracht? Kijk naar de mooie kanten van het leven, en vooral: leef! Neem de tijd om te luisteren en rond je te kijken, om God te zien in de natuur en in de schepping.

EERSTE  LEZING                                                     2 Kron. 24, 17-25
Zekarja, die gij vermoord hebt tussen de tempel en het altaar.

Uit het tweede Boek der Kronieken

Na de dood van de priester Jojada
kwamen de aanzienlijken van Juda
en betuigden koning Joas hun hulde.
En de koning luisterde naar hen.
In die dagen verwaarloosde het volk
de tempel van de Heer, de God van zijn vaderen,
en het vereerde heilige palen en afgodsbeelden.
Om deze zonde kwam een hevige toorn over Juda en Jeruzalem.
De Heer stuurde profeten op hen af om hen tot inkeer te brengen ;
dezen waarschuwden hen, maar zij wilden niet luisteren.
Toen kwam de geest van God over Zekarja,
de zoon van Jojada, de priester.
Hij ging voor het volk staan en sprak tot hen :
“Zo spreekt God :
Waarom overtreedt gij de geboden van de Heer
zonder enig voordeel daarbij te vinden ?
“Omdat gij de Heer in de steek gelaten hebt,
heeft Hij u in de steek gelaten !”
Maar het volk spande samen tegen Zekarja
en op bevel van de koning stenigden zij hem
in de voorhof van de tempel van de Heer.
Zo weinig dacht koning Joas nog
aan alle weldaden die Jojada hem bewezen had,
dat hij diens zoon, Zekarja, liet vermoorden.
Stervend riep deze nog :
“De Heer moge het zien en het wreken !”
Bij de jaarwisseling rukte het leger der Arameeën tegen Joas uit ;
ze trokken Juda en Jeruzalem binnen,
brachten alle aanzienlijken van het volk om het leven,
en stuurden alles wat zij buit gemaakt hadden
naar de koning van Damascus.
Want ofschoon het leger der Arameeën
slechts uit weinigen bestond,
liet de Heer hun zeer veel buit in handen vallen,
omdat zij de Heer, de God van hun vaderen,
in de steek gelaten hadden.
Ook aan Joas voltrokken zij het strafgericht.
Want toen ze hem met hevige pijnen hadden achtergelaten,
zwoeren zijn hovelingen tegen hem samen
om het bloed van Jojada’s zoon te wreken.
Zij vermoordden hem in zijn bed.
Hij werd begraven in de Davidstad,
maar niet in de graven der koningen.

TUSSENZANG                        Ps. 89(88), 4-5, 29-30, 31-32, 33-34

Voor altijd kan hij rekenen op mijn genade.

Ik heb met David een verbond gesloten,
mijn uitverkoren dienaar met een eed beloofd:
Ik zal uw nageslacht in stand houden voor eeuwig,
in alle tijden blijft uw troon bestaan.

Voor altijd kan hij rekenen op mijn genade,
voor immer blijft mijn bond met hem van kracht.
Ik zal aan zijn geslacht geen einde maken,
noch aan zijn troon, zolang de hemel dagen heeft.

Indien zijn zonen ontrouw worden aan mijn wet
en niet meer leven volgens mijn geboden ;
indien zij mijn verordeningen schenden,
aan mijn bevelen niet voldoen ;
dan zal Ik hun vergrijpen met de roede straffen,
met slagen hen doen boeten voor hun schuld.
Maar hem zal Ik mijn gunsten niet ontnemen,
aan wat Ik beloofd heb blijf Ik trouw.

ALLELUIA                                                         Ps. 119(118), 18

Alleluia.
Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer,
de heerlijkheid van uw wet.
Alleluia

EVANGELIE                                               Mt. 6, 24-34
Maakt u niet bezorgd voor de dag van morgen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Niemand kan twee heren dienen :
hij zal de een haten en de ander liefhebben,
ofwel de een aanhangen en de ander verachten.
“Gij kunt niet God dienen èn de mammon.
“Daarom zeg Ik u :
Weest niet bezorgd voor uw leven,
wat ge zult eten of wat ge zult drinken,
en ook niet voor uw lichaam,
wat ge zult aantrekken.
“Is het leven niet méér dan het voedsel
en het lichaam niet méér dan de kleding ?
Let eens op de vogels in de lucht :
ze zaaien niet en maaien niet en verzamelen niet in schuren,
maar uw hemelse Vader voedt ze.
“Zijt gij dan niet veel méér dan zij ?
“Trouwens, wie van u is in staat
met al zijn tobben aan zijn levensweg één el toe te voegen ?
“En wat maakt gij u zorgen over kleding ?
“kijkt naar de leliën in het veld : hoe ze groeien.
“Ze arbeiden noch spinnen.
“Toch zeg Ik u :
Zelfs Salomo in al zijn pracht
was niet gekleed als een van hen.
Als God nu het veldgewas,
dat er vandaag nog staat
en morgen in de oven wordt geworpen
zo kleedt,
hoeveel te meer dan u, kleingelovigen ?
“Maakt u dus geen zorgen over de vraag :
wat zullen wij eten
of wat zullen wij drinken
of wat zullen wij aantrekken ?
“Want dat alles jagen de heidenen na.
“Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt.
“Maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid :
dan zal dat alles u erbij gegeven worden.
“Maakt u dus niet bezorgd voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt voor zichzelf.
“Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

Donderdag van de tweede week in de veertigdagentijd

Overweging
Zowel de eerste lezing, de tussenzang als het evangelie spreekt over twee wegen. Jeremia vergelijkt de dorre woestijnboom met de groene boom aan het water. Zo staat de mens die alles verwacht van aardse rijkdom, tegenover de mens die op God vertrouwt. Psalm 1 gebruikt analoge beelden, en het evangelie draagt die tegenstelling over op de rijke vrek en de arme Lazarus. Ook daar is het volledig vertrouwen op aardse rijkdom een vorm van zelfbedrog: het is schijngeluk en biedt valse zekerheid. Hebben wij voldoende aandacht – niet alleen voor de kloof tussen rijk en arm – maar voor de arme vlak bij onze deur ? Die aandacht komt automatisch wanneer we in het gelaat van wie wij ontmoeten, de Christus herkennen. Wat doen wij voor Hem ?

EERSTE LEZING                                              Jer. 17, 5-10
Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt ; gezegend is hij die op de Heer vertrouwt.

Uit de Profeet Jeremia

Dit zegt God de Heer :
“Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt,
die steunt op een schepsel en zich afkeert van de Heer.
“Hij is een kale struik in de steppe,
nooit krijgt hij regen.
“Hij staat op dorre woestijngrond,
in een onvruchtbaar, verlaten gebied.
“Gezegent is hij die op de Heer vertrouwt,
en zich veilig weet bij Hem.
“Hij is een boom aan een rivier,
de wortels tot in het water.
“Hij heeft geen last van de hitte,
zijn bladeren blijven groen.
“Een tijd van droogte deert hem niet,
hij blijft altijd vrucht dragen.
“Niets is zo onbetrouwbaar als het hart,
onverbeterlijk is het, wie kan het peilen ?
“Ik, God de Heer, doorgrond hart en nieren,
Ik vergeld ieder naar zijn gedrag,
naar de vrucht van zijn werk.”

TUSSENZANG                                                 Ps. 1, 1-2, 3, 4, 6

Gelukkig is de man,
die op de Heer zijn hoop stelt (Ps. 40 (39), 5a)

Gelukkig de man die weigert te doen
wat goddelozen hem raden ;
die niet de wegen der zondaars gaat,
niet zit te midden der spotters.

Hij is als een boom, aan het water geplant,
die vruchten draagt op zijn tijd ;
des zomers verdorren zijn bladeren niet,
maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.

De goddelozen vergaat het zo niet :
de wind blaast hen weg als kaf.
De Heer immers let opde weg der gerechten,
de weg van de zondaars loopt dood.

VERS VOOR HET EVANGELIE                                  Ps. 130(129), 5 en 7

Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik ;
want de Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.

EVANGELIE                                                       Lc. 16, 19-31
Gij hebt uw deel van het goede gekregen en Lazarus viel het kwade ten deel.
Nu ondervindt hij vertroosting en wordt gij gefolterd.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus tot de Farizeeën :
“Er was eens een rijk man
die in purper en fijn linnen gekleed ging
en iedere dag uitbundig feest vierde,
terwijl een arme, die Lazarus heette,
met zweren overdekt voor de poort lag.
“Hij verlangde er naar zijn honger te stillen
met wat bij de rijkaard van de tafel viel.
“maar er kwamen alleen honden die zijn zweren likten.
“Nu gebeurde het dat de arme stierf
en door de engelen in de schoot van Abraham werd gedragen.
“De rijke stierf ook en kreeg een eervolle begrafenis.
sloeg hij zijn ogen op en zag van verre Abraham
en Lazarus in diens schoot.
“Toen riep hij uit :
Vader Abraham, ontferm u over mij
en geef Lazarus opdracht de top van zijn vinger in water te dopen
en mijn tong daarmee te komen verfrissen,
want ik word door de vlammen hier gefolterd.
“Maar Abraham antwoordde :
Mijn zoon, herinner u hoe gij tijdens uw leven
uw deel van het goede hebt gekregen
en hoe op gelijke manier aan Lazarus het kwade ten deel viel ;
daarom ondervindt hij nu hier de vertroosting
maar wordt gij gefolterd.
Daarenboven gaapt er tussen ons en u voorgoed een wijde kloof,
zodat er geen mogelijkheid bestaat,
– zelfs als men het zou willen –
van hier naar u te gaan noch van daar naar ons te komen.
“De rijke zei :
Dan vraag ik u, vader Abraham,
dat gij hem naar het huis van mijn vader wilt sturen,
want ik heb nog vijf broers ;
laat hij hen waarschuwen
opdat zij niet eveneens
in deze plaats van pijniging terecht komen.
“Maar Abraham sprak :
Zij hebben Mozes en de profeten ; laat ze naar hen luisteren.
“Maar hij zei : Och neen, vader Abraham !
Maar als er een uit de doden naar hen toegaat,
zullen ze zich bekeren.
“Hij echter sprak tot hem :
Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren,
zullen ze zich ook niet laten overreden
als er iemand uit de doden opstaat.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Donderdag Sacramentsdag

Overweging
De eerste christenen wisten dat dit verhaal beluisterd moest worden in eenklank met de vele oudtestamentische beelden van de rijke, overvloedige, van de beste spijzen voorziene maaltijd, waartoe God zijn mensen in de messiaanse tijd uitnodigt. Jezus met zijn leerlingen op het bruiloftsdiner te Kana; Jezus te gast bij Zacheus; Jezus’ laatste avondmaal met zijn leerlingen; de maaltijd met de twee leerlingen in Emmaüs; het brood en de vis die Jezus voor zijn leerlingen bereidt: verhalen die spreken in gelijkaardige beelden en bewoordingen over de liefdevolle genegenheid en zorg die Jezus heeft voor het volk en voor zijn leerlingen. Brood en wijn worden dé symbolen van die menslievendheid en genezende liefde van de Heer.

EERSTE  LEZING                                                     Deut. 8, 2-3.14b-16a
Hij gaf u voedsel dat gij noch uw vaderen ooit hadden gezien.

Uit het boek Deuteronomium

In die dagen sprak Mozes tot het volk:

“Blijf denken aan heel die tocht van veertig jaar,
die de Heer uw God u in de woestijn heeft laten maken.
“Hij heeft u toen vernederd en op de proef gesteld
om uw gezindheid te leren kennen;
Hij wilde zien of ge zijn geboden zoudt onderhouden of niet.
“Hij heeft u vernederd en u honger laten lijden,
maar u ook het manna te eten gegeven,
dat gij noch uw vaderen ooit hadden gezien.
“Hij wilde u daardoor laten beseffen,
dat de mens niet leeft van voedsel alleen,
maar van alles wat uit de mond van de Heer komt.
“Denk aan de Heer, uw God,
die u uit Egypte,
dat land van slavernij, heeft geleid;
de Heer
die u door die grote en verschrikkelijke woestijn heeft geleid,
vol giftige slangen en schorpioenen,
door dat dorstige land zonder water;
die uit de keiharde rots water voor u liet ontspringen;
die u in de woestijn het manna te eten gaf,
dat uw vaderen nooit hadden gezien”

Antwoordpsalm                                               Ps. 147 B (147), 12-13, 14-15, 19-20

Keervers
Loof de Heer, Jeruzalem.

Loof de heer, Jeruzalem,
Sion, verheerlijk uw God!
Want Hij heeft uw poorten stevig gegrendeld,
uw kinderen heeft Hij gezegend in u.

Hij laat u in vrede uw land bewonen
en voedt u met tarwebloem.
Hij zendt zijn bevel uit over de aarde
en haastig rept zich zijn woord.

Hij is het die Jakob zijn woord heeft gezonden,
zijn wet en geboden voor Israël.
Nooit was er een volk dat Hij zo heeft behandeld,
Hij maakte geen ander zijn wegen bekend.

TWEEDE  LEZING                                                      1 Kor. 10, 16-17
Eén brood, één lichaam ofschoon wij velen zijn.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen
van Korinte

Broeders en zusters,

Geeft niet de beker der zegening die wij zegenen,
gemeenschap met het bloed van Christus ?
Geeft niet het brood dat wij breken,
gemeenschap met het lichaam van Christus ?
Omdat het brood één is,
vormen wij allen één lichaam,
want allen hebben wij deel aan het ene brood.

Vers voor het evangelie                                                 Joh. 6, 51-52

Alleluia.
Ik ben het levende brood
dat uit de hemel is neergedaald.
Als iemand van dit brood eet,
zal hij leven in eeuwigheid.
Alleluia.

EVANGELIE                                                               Joh. 6, 51-58
Mijn vlees
is echt voedsel en mijn bloed is echte drank.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot de menigte der joden:

“Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald.
“Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.
“Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees
ten bate van het leven van de wereld.”

De joden geraakten daarover met elkaar aan het twisten
en zeiden:
“Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven ?”

Jezus sprak daarop tot hen:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet
en zijn bloed niet drinkt,
hebt gij het leven niet in u.
“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt,
heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag
“want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank.
“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt,
blijft in Mij en Ik in hem.
“Zoals Ik door de Vader die leeft, gezonden ben
en leef door de vader,
zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij.
“Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald.
“Het is niet zoals bij de vaderen die het manna gegeten hebben
en niettemin gestorven zijn;
wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.
 

Dinsdag Elfde week door het jaar

Overweging
In het liefhebben is God volmaakt. Hij laat de zon opgaan over slechten en goeden. Hij bemint zonder meer. Wederkerigheid is voor God geen voorwaarde om lief te hebben. In dat perspectief roept Jezus op tot liefde voor de vijand. Ook wij kunnen immers groeien in volmaakte liefde en zo kinderen worden van de Vader. In de concrete toewijding aan anderen toont de liefde immers haar echtheid.  Jezus zelf is ons daarin voorgegaan. Hij werd arm terwijl Hij rijk was, om ons rijk te maken door zijn armoede.

EERSTE LEZING                                                                  1 Kon. 21, 17-28
Gij hebt de Israëlieten tot zonden verleid

Uit het eerste Boek der Koningen

Na de dood van Nabot
kwam het woord van de Heer tot Elia de Tisbiet :
“Ga naar Achab, de koning van Israël, die in Samaria woont ;
hij is naar de wijngaard van Nabot gegaan
om hem in bezit te nemen.
“Zeg hem :
Zo spreekt de Heer :
Komt gij na een moord het erfgoed in bezit nemen ?
“Zeg hem dan :
Zo spreekt de Heer :
Op de plaats waar de honden het bloed van Nabot hebben opgelikt
zullen ze ook het uwe oplikken.”
Toen zei Achab tot Elia :
“Heeft mijn vijand mij weer weten te vinden ?”
Hij antwoordde :
“Ja, dat heb ik,
omdat ge u hebt laten gebruiken voor dat wat de Heer mishaagt.
“Daarom – zo spreekt de Heer –
ga Ik onheil over u brengen en vaag u weg.
“Al wat man is in het huis van Achab
zal Ik van hoog tot laag uit Israël verdelgen.
“Ik zal met uw huis hetzelfde doen
als Ik gedaan heb met het huis van Jerobeam,
de zoon van Nebat,
en met dat van Baësa, de zoon van Achia,
omdat gij Mij getergd hebt
en de Israëlieten tot zonden verleid.
“En over Izebel zegt de Heer :
De honden zullen Izebel verslinden
bij de stadsmuur van Jizreël.
“Wie van het huis van Achab in de stad sterft
zal door de honden verslonden worden,
en wie op het open veld sterft
wordt verslonden door de vogels van de hemel.”

Nog nooit heeft iemand zich zo laten gebruiken
om te doen wat de Heer mishaagt als Achab,
daartoe verleid door zijn vrouw Izebel.
Hij heeft zich schandelijk gedragen
door de afgoden te dienen,
juist zoals de Amorieten dat gedaan hadden,
die de Heer voor de Israëlieten verjaagd heeft.

Toen Achab deze woorden hoorde, scheurde hij zijn kleren,
trok een boetekleed aan over zijn blote lijf en vastte ;
hij liep terneergeslagen rond
en legde zich in zijn boetekleed te ruste.
Daarom kwam het woord van de Heer tot Elia de Tisbiet :
“Hebt gij gezien hoe Achab zich voor Mij vernederd heeft ?
“Omdat hij zich voor Mij vernederd heeft,
zal ik het onheil op zijn huis
niet tijdens zijn leven doen neerkomen,
maar wel tijdens het leven van zijn zoon.”

TUSSENZANG                                                 Ps. 51(50), 3-4, 5-6a, 11, 16

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
Was mijn schuld volkomen van mij af,
reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb,
altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.
Jegens U alleen heb ik gezondigd,
wat U tegenstaat heb ik gedaan.

Wend uw ogen af van mijn gebreken,
scheld mij al mijn schulden kwijt.
Houd mij ver van bloedschuld, God mijn redder,
dan bezingt mijn tong uw wijs beleid.

ALLELUIA                                                         Ps. 27(26), 11

Alleluia.
Toon mij uw weg, heer, bij tegenstand,
leid mij lans effen paden.
Alleluia.

EVANGELIE                                                      Mt. 5, 43-48
Bemint uw vijanden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Gij hebt gehoord dat er gezegd is :
Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten.
“Maar Ik zeg u :
Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen,
opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel,
die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden
en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.”
“Want als gij bemint die u beminnen,
wat voor recht op loon hebt gij dan ?
“Doen de tollenaars niet hetzelfde ?
“En als gij alleen uw broeder groet,
wat voor buitengewoons doet gij dan ?
“Doen de heidenen dat ook niet ?
“Weest dus volmaakt,
zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

 

 

 

 

 

 

Zondag HEILIGE DRIE-EENHEID

Openingswoord
Vandaag vieren we het naamfeest van God.
De bron van waaruit wij mogen leven is de Vader.
Hij heeft ons Jezus gegeven, zijn Zoon: beeld van zijn goedheid.
In en door Jezus leven wij uit de heilige Geest,
open en aandachtig voor elkaar en voor mensen om ons heen.
Openen we ons hart voor de ontmoeting met deze levende God.

EERSTE LEZING                                                 Ex. 34, 4b-6.8-9
De Heer is een barmhartige en medelijdende God.

Uit het boek Exodus

In die dagen besteeg Mozes ’s morgens vroeg de SinaÏ,
zoals de Heer hem bevolen had.
De twee stenen platen nam hij mee.
De Heer daalde neer in een wolk, kwam bij hem staan
en riep de naam van de Heer uit.
De Heer ging hem voorbij en riep:
“De Heer!
“De Heer is een barmhartige en medelijdende God,
lankmoedig en groot in liefde en trouw.”

Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer.
Toen sprak hij:
“Och, Heer, wees zo goed en trek met ons mee.
“Dit volk is wel halsstarrig,
maar vergeef toch onze misdaden en zonden,
en beschouw ons als uw eigen bezit.”

Antwoordpsalm                                                     Dan. 3, 52a, 52b, 53, 54, 55, 56

Keervers
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij, Heer, God onzer vaderen,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen uw heilige roemrijke Naam,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij in het huis van uw glorie,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij op de troon van uw Rijk,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij die de diepten doorschouwt,
tronend op cherubs, in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij in de koepel des hemels,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

TWEEDE LEZING                                                      2 Kor. 13, 11-13
De genade van Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen
van Korinte

Broeders en zusters,

Laat alles weer goed komen,
neemt mijn vermaning ter harte,
weest eensgezind, bewaar de vrede,
en de God van liefde en vrede zal met u zijn.
groet elkander met de heilige kus.
U groeten al de heiligen.
De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God
en de gemeenschap van de heilige Geest
zij met u allen. Amen.

Vers voor het evangelie                                         Apok. 1, 8

Alleluia.
Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
God die is, en die was en die komt.
Alleluia.

EVANGELIE                                                       Joh. 3, 1-18
God heeft zijn Zoon naar de wereld gezonden
opdat de wereld door Hem zou gered worden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot Nikodemus:

“Zozeer heeft God de wereld liefgehad,
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,
opdat al wie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan,
maar eeuwig leven zal hebben.
“God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden
om de wereld te oordelen,
maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.
“Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld,
maar wie niet gelooft, is al veroordeeld,
omdat hij niet heeft geloofd
in de naam van de eniggeboren Zoon van God.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

 

 

 

 

 

Vrijdag H. Antonius van Padua, pr. en krkl.

Overweging
Jezabel, de vrouw van Achab, wil Elia ter dood brengen. De profeet vlucht, zoals Mozes eens deed. En net zoals Mozes komt hij in een moment van uiterste vertwijfeling en wil sterven. Juist in die diepe duisternis ontmoet Elia God. God stuurt hem naar de Horeb, d.w.z. terug naar de bron waar alles begonnen is. Daar zal hij op onuitsprekelijke wijze God ontmoeten en nieuwe kracht vinden. Als wij deze grote voormannen uit de Schrift al eens ontmoedigd zien, moet het ons niet verwonderen dat ook wij soms de moed verliezen. Moge Elia een herkenningspunt zijn voor ons, en een bron van steun op momenten waarop we ons afvragen voor wie of voor wat we ons gelovig inzetten…

EERSTE LEZING                                                    1 Kon 19, 9a. 11-16
Ga naar buiten en treed voor de Heer op de berg.

Uit het eerste Boek der Koningen

Toen Elia bij de berg Horeb kwam
ging hij er een grot binnen en overnachtte daar.
Toen kwam het woord van de Heer tot hem :
“Ga naar buiten en treed voor de Heer op de berg.”
Toen trok de Heer voorbij.
Voor de Heer uit ging een zeer zware storm
die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde.
Maar de Heer was niet in de storm.
Op de storm volgde een aardbeving.
Maar ook in de aardbeving was de Heer niet.
Op de aardbeving volgde vuur.
Maar ook in het vuur was de Heer niet.
Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries.
Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel,
ging naar buiten en bleef staan aan de ingang van de grot.
En toen klonk er een stem die hem vroeg :
“Wat doet ge hier, Elia ?”
Hij antwoordde :
“Ik heb vurig geijverd voor de Heer, de God der hemelse machten.
“De Israëlieten hebben uw verbond met voeten getreden,
uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood ;
ik alleen ben overgebleven
en nu staan ze mij ook naar het leven.”
Toen zei de Heer tot hem :
“Keer terug op uw schreden
en ga door de woestijn naar Damascus ;
als ge daar gekomen zijt,
moet ge Hazaël zalven tot koning van Aram.
“Jehu, de zoon van Nimsi, moet ge zalven tot koning van Israël,
en Elisa, de zoon van Safat uit Abel-Mechola,
moet ge zalven tot uw opvolger als profeet.”

TUSSENZANG                                     Ps. 27(26), 7-8a, 8b-9abc, 13-14

Uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien.

Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem,
heb medelijden en wil mij verhoren.
Tot U spreekt mij hart, naar U zie ik op

Uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien.
Wil uw gelaat niet verbergen voor mij,
verstoot mij, uw dienaar, niet in uw gramschap,
want Gij zijt mijn helper, verjaag mij dus niet.

Ik reken er op nog tijdens mijn leven
de weldaden van de Heer te ervaren.
Zie uit naar de Heer en houd dapper stand,
wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

ALLELUIA                                                              Ps. 95(94), 8ab

Alleluia.
Luistert heden naar de stem van de Heer
en weest niet halsstarrig.
Allelui.

EVANGELIE                                                           Mt. 5, 27-32
Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren
heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Gij hebt gehoord , dat er gezegd is :
Gij zult geen echtbreuk plegen.
“Maar Ik zeg u :
Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren
heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd.
“Indien uw rechteroog u tot zonde dreigt te brengen,
ruk het uit en werp het van u weg ;
want het is beter voor u,
dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat
dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.
“En als uw rechterhand u tot zonde dreigt te brengen,
hak ze af en werp ze van u weg ;
want het is beter voor u
dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat
dan dat heel uw lichaam in de hel terecht komt.
“Ook is er gezegd :
Wie zijn vrouw verstoot moet haar een scheidingsbrief geven.
“Maar Ik zeg u :
Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van ontucht,
brengt haar ertoe echtbreekster te worden ;
en wie een verstoten vrouw huwt begaat echtbreuk.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

                                                                                                                  

Woensdag H. Barnabas, apostel

Overweging
In de zendingsrede schetst Matteüs vandaag eerst beknopt de inhoud van de verkondiging, in woord en daad. Daarna somt hij de grondhoudingen op van wie echt als gezondene van Jezus het Goede Nieuws willen verkondigen: het besef dat alles wat ze doen uit gratuïteit moet vertrekken, afgezien van elk winstbejag, een spiritualiteit oefenen die berust op armoede en soberheid, op onderscheidingsvermogen en vredelievendheid.

EERSTE LEZING                                              Hand. 11, 21b-26 ; 13, 1-3
Hij was een goed man, vol van de heilige Geest en geloof.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen
kwamen zeer velen tot het geloof
en bekeerden zich tot de Heer.
Het gerucht omtrent het optreden van de volgelingen van de Heer
kwam ook de kerk van Jeruzalem ter ore
en men vaardigde Barnabas af naar Antiochië.
Toen deze daar aankwam
en Gods genade zag,
verheugde hij zich
en wekte allen op met hart en ziel de Heer trouw te blijven.
Hij was een goed man,
vol van de heilige Geest en geloof.

Veel mensen werden voor de Heer gewonnen.

Daarop vertrok hij naar Tarsus
om Saulus te gaan zoeken.
Toen hij hem gevonden had
bracht hij hem naar Antiochië.
Een vol jaar namen zij deel aan de bijeenkomsten in die gemeente
en gaven onderricht aan een grote menigte.
Het was in Antiochië
dat de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd.

Er waren daar in de gemeente profeten en leraren :
Barnabas, Simon die Niger genoemd werd,
Lucius uit Cyrene,
Manaën, jeugdvriend van de viervorst Herodes, en Saulus.
Terwijl ze eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten
en vastten,
sprak de heilige Geest :
“Zondert Mij Barnabas en Saulus af voor het werk
waartoe Ik hen heb geroepen.”
Na vasten en gebed legden ze hun toen de handen op
en lieten hen vertrekken.

TUSSENZANG                                         Ps. 98(97), 1, 2-3ab, 3c-4, 5-6

De Heer deed de volkeren zijn gerechtigheid kennen.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.

Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw
ten gunste van Israëls huis.

Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.

Zingt voor de Heer bij de citer,
met citer en psalterspel
Laat schallen trompet en bazuin
en danst voor de Heer, uw koning.

ALLELUIA                                                  Mt. 28, 19a en 20b

Alleluia.
Gaat en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen.
Ziet, Ik ben met u, alle dagen,
tot aan de voleinding der wereld.
Alleluia.

EVANGELIE                                                     Mt. 10, 7-13
Verkondigt op uw tocht : Het Koninkrijk der hemelen is nabij.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot de twaalf :
“Verkondigt op uw tocht :
Het Koninkrijk der hemelen is nabij.
“Geneest zieken, wekt doden op,
reinigt melaatsen en drijft duivels uit.
“Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven.
“Tracht dus geen goud, zilver of koper te verwerven
om er uw gordels mee te vullen.
“Verschaft u ook geen reiszak voor onderweg,
geen tweede onderkleed, geen schoeisel of stok,
want de arbeider is zijn onderhoud waard.
“Als gij in een stad of een dorp komt, onderzoekt dan
wie waard is u te ontvangen,
en verblijft daar tot gij weer vertrekt.
“Wanneer ge dat huis binnentreedt
brengt het uw vredegroet ;
en wanneer het die waard is,
dan kere uw vrede tot u terug”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

 

 

 

 

Pinksteren

 

Openingswoord
Sinds de hemelvaart van Jezus is Hij bij de Vader.
Maar Hij laat zijn leerlingen niet verweesd achter:
Hij zendt zijn goede Geest,
die angst en onzekerheid verdrijft.
Wat gebeurde aan de apostelen
gebeurt vandaag ook aan ons: “Vrede zij u”, zegt de verrezen Heer,
en Hij schenkt ons de heilige Geest,
die ons aanmoedigt en aanwakkert.
Laten we die Geest in dankbaarheid ontvangen, en de vele gaven van
die Geest in zovele mensen erkennen.

EERSTE LEZING                                      Hand. 2, 1-11
Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Toen de dag van Pinksteren aanbrak,
waren allen bijeen op dezelfde plaats.
Plotseling kwam uit de hemel
een gedruis alsof er een hevige wind opstak
en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van.
Er verscheen hun iets dat op vuur geleek
en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.
Zij werden allen vervuld van de heilige Geest
en zij begonnen te spreken in vreemde talen,
naargelang de Geest hun te vertolken gaf.

Nu woonden er in Jeruzalem joden,
vrome mannen
die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel.
Toen dat geluid ontstond, liepen die te hoop
en tot hun verbazing
hoorde iedereen hen spreken in zijn taal
Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering:

“Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs ?
“Hoe komt het dan
dat ieder van ons hen hoort spreken
in zijn eigen moedertaal ?
“Parten, Meden en Elamieten,
bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië,
van Pontus en Asia,
van Frygië en Pamfylië,
Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene,
de Romeinen die hier verblijven,
joden zowel als proselieten,
Kretenzen en Arabieren,
wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”

Antwoordpsalm                               Ps. 104(103), 1ab en 24ac, 29bc-30, 31 en 34

Keervers
Zend uw geest
en maak uw schepping weer nieuw.

Verheerlijk, mijn ziel, de heer,
wat zijt Gij groot, Heer mijn God!
Hoeveel is het wat Gij gedaan hebt, Heer,
de aarde is vol van uw schepsels.

Neemt Gij hun geest weg, dan komen zij om,
en keren terug tot de aarde.
Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven,
dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.

De roem van de Heer blijve eeuwig bestaan,
Hij vinde zijn vreugde in al zijn schepsels.
Mogen mijn woorden Hem aangenaam zijn,
dan zal ik mij in de Heer verheugen.

TWEEDE LEZING                                            1 Kor. 12, 3b-7.12-13
In één en dezelfde Geest zijn wij door de doop één enkel lichaam geworden.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de
christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Niemand kan zeggen:
“Jezus is de Heer”
tenzij door de heilige Geest.

Er zijn verschillende gaven maar slechts één Geest.
Er zijn vele vormen van dienstverlening
maar slechts één Heer.
Er zijn allerlei soorten werk
maar er is slechts één God
die alles in allen tot stand brengt.
Maar aan ieder van ons
wordt de openbaring van de Geest meegedeeld
tot welzijn van allen.

Het menselijk lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel;
alle ledematen, hoevele ook, maken tezamen één lichaam uit.
Zo is het ook met Christus.
Wij allen, joden en Grieken, slaven en vrijen,
zijn immers in de kracht van één en dezelfde Geest
door de doop één enkel lichaam geworden
en allen werden wij gedrenkt met één Geest.

Sequentie

Kom, o Geest des Heren, kom
uit het hemels heiligdom,
waar Gij staat voor Gods gezicht.
Kom der armen troost, daal neer,
kom en schenk uw gaven, Heer,
kom, wees in de harten licht.

Kom, o trooster, heil’ge Geest,
zachtheid die de ziel geneest,
kom, verkwikking zoet en mild.
Kom, o vrede in de strijd,
lafenis voor ’t hart dat lijdt,
rust die alle onrust stilt.

Licht dat vol van zegen is,
schijn in onze duisternis,
neem de harten voor U in.
Zonder uw geheime gloed
is er in de mens geen goed,
is de ziel niet rein van zin.

Was wat vuil is en onrein,
overstroom ons dor domein,
heel de ziel die is gewond,
maak weer zacht wat is verstard,
koester het verkilde hart,
leid wie zelf de weg niet vond.

Geef uw gaven zevenvoud
ieder die op U vertrouwt,
zich geheel op U verlaat.
Sta ons met uw liefde bij,
dat ons einde zalig zij,
geef ons vreugd die niet vergaat.

Vers voor het evangelie

Alleluia
Kom, heilige Geest, vervul het hart van uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Alleluia.

EVANGELIE                                                              Joh. 20, 19-23
Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u: ontvangt de heilige Geest.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In de avond van de eerste dag van de week,
toen de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen
gesloten waren uit vrees voor de joden,
kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei:
“Vrede zij u.”
Na dit gezegd te hebben
toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen
waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen.

Nogmaals zei Jezus tot hen:
“Vrede zij u.
“Zoals de Vader Mij gezonden heeft,
zo zend Ik u.”

Na deze woorden blies Hij over hen en zei:
“Ontvangt de heilige Geest.
“Als gij iemand zonden vergeeft,
dan zijn ze vergeven,
en als gij ze niet vergeeft,
zijn ze niet vergeven.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

 

 

 

 

 

 

Zevende Paaszondag

Openingswoord
Wanneer iemand die ons dierbaar is
uit ons leven verdwijnt
kunnen we ons heel verweesd en droevig voelen.
Bij de apostelen was het allicht niet anders.
Daarom bidt Jezus bij zijn afscheid voor hen
en Hij vertrouwt hen toe aan zijn Vader.
De handelingen vertellen hoe – na Jezus’ afscheid –
de apostelen, Maria en een groep mannen en vrouwen,
samenkomen en kracht zoeken in het gebed.
Laten wij hun voorbeeld volgen
en biddend uitzien naar de komst van Gods Geest,
de trooster en Helper.

EERSTE LEZING                                                          Hand.  1, 12-14
Zij bleven eensgezind volharden in het gebed.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Nadat Jezus ten hemel was opgenomen,
keerden de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terug.
Deze berg ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand.
Daar aangekomen, gingen zij naar de bovenzaal
waar ze verblijf hielden :
Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas,
Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs,
Jakobus, zoon van Alfeüs,
Simon de Ijveraar en Judas, de broer van Jakobus.
Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed
samen met de vrouwen,
met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.

Antwoordpsalm                                                     Ps. 27(26), 1, 4, 7-8

Keervers
Ik reken erop in het land van de levenden
het heil van de Heer te aanschouwen.

De heer is mijn licht en mijn leidsman,
wie zou ik vrezen;
De Heer is de schuts van mijn leven,
voor wie zou ik bang zijn ?

Eén ding slechts vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen:
dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef.
Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren,
zijn tempel weer met eigen ogen mag zien.

Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem,
heb medelijden en wil mij verhoren.
Tot U spreekt mijn hart, naar U zie ik op,
uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien.

TWEEDE  LEZING                                                 1 Petr. 4, 13-16
Als men u hoont om de naam van Christus zult gij zalig zijn.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

Verheugt u in de mate dat gij deel hebt aan het lijden van Christus;
dan zult gij juichen van blijdschap,
wanneer zijn heerlijkheid zich openbaart.
Prijst u gelukkig, als men u hoont om de naam van Christus:
het is een teken dat de geest der heerlijkheid,
die de Geest van God is,
op u rust.
Zorgt dat niemand van u te lijden heeft
als moordenaar of dief of boosdoener of aanbrenger.
Maar wie als christen lijdt, moet zich niet schamen,
maar God eren met die naam.

Vers voor het evangelie                                                   Joh. 4, 18

Alleluia.Ik zal u niet verweesd achterlaten, zegt de Heer,
Ik ga heen en Ik keer tot u terug,
en uw hart zal zich verblijden.
Alleluia.

EVANGELIE                                                                 Joh. 17, 1-11a
Vader, verheerlijk uw Zoon.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei:
“Vader, het uur is gekomen
“Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke.
“Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen
om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt.
“En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen,
de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden: Jezus Christus.

“Ik heb U op aarde verheerlijkt
door het werk te volbrengen
dat Gij Mij hebt opgedragen te doen.
“Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf
en geef Mij de heerlijkheid,
die Ik bijU had eer de wereld bestond.

“Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen
die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
“U behoorden ze toe;
Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden.
“Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt.
“Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld,
heb Ik hun meegedeeld,
en zij hebben ze aangenomen en naar waarheid erkend
dat Ik van U ben uitgegaan,
en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden.

“Ik bid voor hen.
“Niet voor de wereld bid Ik,
maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren.
“al het mijne is van U  en het uwe is van Mij.
“Zo ben Ik in hen verheerlijkt.
“Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld,
terwijl Ik naar U toe kom.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

 

 

 

Vrijdag in de zesde paasweek

Overweging
Bij herhaling zagen we hoe de catechese vaak minimaal was. Ook blijft Paulus niet zo lang in Filippi, Tessalonica, Berea, Athene om te onderrichten. Daarom is het zo verrassend dat hij in Korinthe anderhalf jaar blijft. Deze ongewone handelswijze wordt bij Lucas verklaard door een visioen. Korinthe zal een belangrijke christengemeente worden en Paulus moet zich daar speciaal inzetten. Er is nog iets speciaals in deze tekst. Gallio is de broer van de filosoof en hij was proconsul in 50-51. Dit wordt voor ons een belangrijk element van datering van Paulus’ verblijf in Korinthe en van zijn eerste brief aan de Thessalonicensen.

EERSTE  LEZING                                                  Hand. 18, 9-18
In deze stad behoren veel mensen Mij toe.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Toen Paulus te Korinte verbleef
sprak de Heer in een nachtelijk visioen tot hem :
“Wees niet bevreesd
maar spreek, en zwijg niet.
“Ik ben met u
en niemand zal u aanraken om u kwaad te doen,
want in deze stad behoren veel mensen Mij toe.”
Anderhalf jaar bleef hij daar wonen
terwijl hij bij hen het woord Gods onderwees.
Onder het proconsulaat echter van Gallio in Achaia
keerden de Joden zich als één man tegen Paulus
en brachten hem voor de rechtbank.
Zij verklaarden :
“Deze man tracht de mensen over te halen
tot onwettige godsverering.”
Paulus wilde juist iets zeggen
toen Gallio de Joden antwoordde :
“Als het ging over een of ander onrecht of ernstig misdrijf, Joden,
zou ik u vanzelfsprekend geduldig aanhoren.
“Maar zijn het twisten over een woord,
over namen en over die Wet van u,
dan moet gij zelf maar zien.
“Daarover wil ik geen rechter zijn.”
Hij joeg ze van zijn rechterstoel weg.
Nu wierpen allen zich op Sostenes, de overste van de synagoge,
en gaven hem voor de rechterstoel een pak slaag.
Gallio trok er zich niets van aan.
Paulus bleef daar nog vele dagen,
nam toen afscheid van de broeders
en ging in gezelschap van Priscilla en Aquila scheep naar Syrië.
Eerst had hij in Kenchreë zijn hoofdhaar laten afknippen
want hij stond onder gelofte.

TUSSENZANG                                                    Ps. 47(46), 2-3, 4-5, 6-7

Koning is God over heel de aarde

Alle volkeren, klapt in de handen,
jubelt voor God met blij geroep.
Want groot is de Heer en alom geducht,
een machtig vorst over heel de aarde.

Volkeren levert Hij aan ons uit
en naties legt Hij aan onze voeten.
Hij kiest het erfdeel voor ons uit,
de trots van Jakob, zijn welbeminde.

God stijgt ten troon onder luid gejuich,
de Heer met geschal van bazuinen.
Zingt nu voor God, laat klinken uw zang,
voor onze koning een loflied !

ALLELUIA                                                                        Joh. 16, 28

Alleluia.
Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen ;
weer verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader
Alleluia.

EVANGELIE                                                               Joh. 16, 20-23a
Uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen.

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :
gij zult wenen en weeklagen
terwijl de wereld zich zal verheugen.
“Gij zult bedroefd zijn,
maar uw droefenis zal in vreugde verkeren.
“Wanneer de vrouw gaat baren is zij bedroefd
omdat haar uur gekomen is ;
maar wanneer zij het kindje ter wereld heeft gebracht
denkt zij niet meer aan de pijn,
van blijdschap dat er een mens ter wereld is gekomen.
“Zo zijt ook gij nu wel bedroefd,
maar wanneer Ik u zal weerzien zal uw hart zich verheugen
en uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen.
“Op die dag zult gij Mij over niets ondervragen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.