http://kerkengeloof.wordpress.com

Vrijdag H. Antonius van Padua, pr. en krkl.

Overweging
Jezabel, de vrouw van Achab, wil Elia ter dood brengen. De profeet vlucht, zoals Mozes eens deed. En net zoals Mozes komt hij in een moment van uiterste vertwijfeling en wil sterven. Juist in die diepe duisternis ontmoet Elia God. God stuurt hem naar de Horeb, d.w.z. terug naar de bron waar alles begonnen is. Daar zal hij op onuitsprekelijke wijze God ontmoeten en nieuwe kracht vinden. Als wij deze grote voormannen uit de Schrift al eens ontmoedigd zien, moet het ons niet verwonderen dat ook wij soms de moed verliezen. Moge Elia een herkenningspunt zijn voor ons, en een bron van steun op momenten waarop we ons afvragen voor wie of voor wat we ons gelovig inzetten…

EERSTE LEZING                                                    1 Kon 19, 9a. 11-16
Ga naar buiten en treed voor de Heer op de berg.

Uit het eerste Boek der Koningen

Toen Elia bij de berg Horeb kwam
ging hij er een grot binnen en overnachtte daar.
Toen kwam het woord van de Heer tot hem :
“Ga naar buiten en treed voor de Heer op de berg.”
Toen trok de Heer voorbij.
Voor de Heer uit ging een zeer zware storm
die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde.
Maar de Heer was niet in de storm.
Op de storm volgde een aardbeving.
Maar ook in de aardbeving was de Heer niet.
Op de aardbeving volgde vuur.
Maar ook in het vuur was de Heer niet.
Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries.
Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel,
ging naar buiten en bleef staan aan de ingang van de grot.
En toen klonk er een stem die hem vroeg :
“Wat doet ge hier, Elia ?”
Hij antwoordde :
“Ik heb vurig geijverd voor de Heer, de God der hemelse machten.
“De Israëlieten hebben uw verbond met voeten getreden,
uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood ;
ik alleen ben overgebleven
en nu staan ze mij ook naar het leven.”
Toen zei de Heer tot hem :
“Keer terug op uw schreden
en ga door de woestijn naar Damascus ;
als ge daar gekomen zijt,
moet ge Hazaël zalven tot koning van Aram.
“Jehu, de zoon van Nimsi, moet ge zalven tot koning van Israël,
en Elisa, de zoon van Safat uit Abel-Mechola,
moet ge zalven tot uw opvolger als profeet.”

TUSSENZANG                                     Ps. 27(26), 7-8a, 8b-9abc, 13-14

Uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien.

Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem,
heb medelijden en wil mij verhoren.
Tot U spreekt mij hart, naar U zie ik op

Uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien.
Wil uw gelaat niet verbergen voor mij,
verstoot mij, uw dienaar, niet in uw gramschap,
want Gij zijt mijn helper, verjaag mij dus niet.

Ik reken er op nog tijdens mijn leven
de weldaden van de Heer te ervaren.
Zie uit naar de Heer en houd dapper stand,
wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

ALLELUIA                                                              Ps. 95(94), 8ab

Alleluia.
Luistert heden naar de stem van de Heer
en weest niet halsstarrig.
Allelui.

EVANGELIE                                                           Mt. 5, 27-32
Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren
heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Gij hebt gehoord , dat er gezegd is :
Gij zult geen echtbreuk plegen.
“Maar Ik zeg u :
Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren
heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd.
“Indien uw rechteroog u tot zonde dreigt te brengen,
ruk het uit en werp het van u weg ;
want het is beter voor u,
dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat
dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.
“En als uw rechterhand u tot zonde dreigt te brengen,
hak ze af en werp ze van u weg ;
want het is beter voor u
dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat
dan dat heel uw lichaam in de hel terecht komt.
“Ook is er gezegd :
Wie zijn vrouw verstoot moet haar een scheidingsbrief geven.
“Maar Ik zeg u :
Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van ontucht,
brengt haar ertoe echtbreekster te worden ;
en wie een verstoten vrouw huwt begaat echtbreuk.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

                                                                                                                  

Woensdag H. Barnabas, apostel

Overweging
In de zendingsrede schetst Matteüs vandaag eerst beknopt de inhoud van de verkondiging, in woord en daad. Daarna somt hij de grondhoudingen op van wie echt als gezondene van Jezus het Goede Nieuws willen verkondigen: het besef dat alles wat ze doen uit gratuïteit moet vertrekken, afgezien van elk winstbejag, een spiritualiteit oefenen die berust op armoede en soberheid, op onderscheidingsvermogen en vredelievendheid.

EERSTE LEZING                                              Hand. 11, 21b-26 ; 13, 1-3
Hij was een goed man, vol van de heilige Geest en geloof.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen
kwamen zeer velen tot het geloof
en bekeerden zich tot de Heer.
Het gerucht omtrent het optreden van de volgelingen van de Heer
kwam ook de kerk van Jeruzalem ter ore
en men vaardigde Barnabas af naar Antiochië.
Toen deze daar aankwam
en Gods genade zag,
verheugde hij zich
en wekte allen op met hart en ziel de Heer trouw te blijven.
Hij was een goed man,
vol van de heilige Geest en geloof.

Veel mensen werden voor de Heer gewonnen.

Daarop vertrok hij naar Tarsus
om Saulus te gaan zoeken.
Toen hij hem gevonden had
bracht hij hem naar Antiochië.
Een vol jaar namen zij deel aan de bijeenkomsten in die gemeente
en gaven onderricht aan een grote menigte.
Het was in Antiochië
dat de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd.

Er waren daar in de gemeente profeten en leraren :
Barnabas, Simon die Niger genoemd werd,
Lucius uit Cyrene,
Manaën, jeugdvriend van de viervorst Herodes, en Saulus.
Terwijl ze eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten
en vastten,
sprak de heilige Geest :
“Zondert Mij Barnabas en Saulus af voor het werk
waartoe Ik hen heb geroepen.”
Na vasten en gebed legden ze hun toen de handen op
en lieten hen vertrekken.

TUSSENZANG                                         Ps. 98(97), 1, 2-3ab, 3c-4, 5-6

De Heer deed de volkeren zijn gerechtigheid kennen.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.

Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw
ten gunste van Israëls huis.

Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.

Zingt voor de Heer bij de citer,
met citer en psalterspel
Laat schallen trompet en bazuin
en danst voor de Heer, uw koning.

ALLELUIA                                                  Mt. 28, 19a en 20b

Alleluia.
Gaat en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen.
Ziet, Ik ben met u, alle dagen,
tot aan de voleinding der wereld.
Alleluia.

EVANGELIE                                                     Mt. 10, 7-13
Verkondigt op uw tocht : Het Koninkrijk der hemelen is nabij.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd zei Jezus tot de twaalf :
“Verkondigt op uw tocht :
Het Koninkrijk der hemelen is nabij.
“Geneest zieken, wekt doden op,
reinigt melaatsen en drijft duivels uit.
“Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven.
“Tracht dus geen goud, zilver of koper te verwerven
om er uw gordels mee te vullen.
“Verschaft u ook geen reiszak voor onderweg,
geen tweede onderkleed, geen schoeisel of stok,
want de arbeider is zijn onderhoud waard.
“Als gij in een stad of een dorp komt, onderzoekt dan
wie waard is u te ontvangen,
en verblijft daar tot gij weer vertrekt.
“Wanneer ge dat huis binnentreedt
brengt het uw vredegroet ;
en wanneer het die waard is,
dan kere uw vrede tot u terug”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

 

 

 

 

Pinksteren

 

Openingswoord
Sinds de hemelvaart van Jezus is Hij bij de Vader.
Maar Hij laat zijn leerlingen niet verweesd achter:
Hij zendt zijn goede Geest,
die angst en onzekerheid verdrijft.
Wat gebeurde aan de apostelen
gebeurt vandaag ook aan ons: “Vrede zij u”, zegt de verrezen Heer,
en Hij schenkt ons de heilige Geest,
die ons aanmoedigt en aanwakkert.
Laten we die Geest in dankbaarheid ontvangen, en de vele gaven van
die Geest in zovele mensen erkennen.

EERSTE LEZING                                      Hand. 2, 1-11
Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Toen de dag van Pinksteren aanbrak,
waren allen bijeen op dezelfde plaats.
Plotseling kwam uit de hemel
een gedruis alsof er een hevige wind opstak
en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van.
Er verscheen hun iets dat op vuur geleek
en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.
Zij werden allen vervuld van de heilige Geest
en zij begonnen te spreken in vreemde talen,
naargelang de Geest hun te vertolken gaf.

Nu woonden er in Jeruzalem joden,
vrome mannen
die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel.
Toen dat geluid ontstond, liepen die te hoop
en tot hun verbazing
hoorde iedereen hen spreken in zijn taal
Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering:

“Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs ?
“Hoe komt het dan
dat ieder van ons hen hoort spreken
in zijn eigen moedertaal ?
“Parten, Meden en Elamieten,
bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië,
van Pontus en Asia,
van Frygië en Pamfylië,
Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene,
de Romeinen die hier verblijven,
joden zowel als proselieten,
Kretenzen en Arabieren,
wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”

Antwoordpsalm                               Ps. 104(103), 1ab en 24ac, 29bc-30, 31 en 34

Keervers
Zend uw geest
en maak uw schepping weer nieuw.

Verheerlijk, mijn ziel, de heer,
wat zijt Gij groot, Heer mijn God!
Hoeveel is het wat Gij gedaan hebt, Heer,
de aarde is vol van uw schepsels.

Neemt Gij hun geest weg, dan komen zij om,
en keren terug tot de aarde.
Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven,
dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.

De roem van de Heer blijve eeuwig bestaan,
Hij vinde zijn vreugde in al zijn schepsels.
Mogen mijn woorden Hem aangenaam zijn,
dan zal ik mij in de Heer verheugen.

TWEEDE LEZING                                            1 Kor. 12, 3b-7.12-13
In één en dezelfde Geest zijn wij door de doop één enkel lichaam geworden.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de
christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Niemand kan zeggen:
“Jezus is de Heer”
tenzij door de heilige Geest.

Er zijn verschillende gaven maar slechts één Geest.
Er zijn vele vormen van dienstverlening
maar slechts één Heer.
Er zijn allerlei soorten werk
maar er is slechts één God
die alles in allen tot stand brengt.
Maar aan ieder van ons
wordt de openbaring van de Geest meegedeeld
tot welzijn van allen.

Het menselijk lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel;
alle ledematen, hoevele ook, maken tezamen één lichaam uit.
Zo is het ook met Christus.
Wij allen, joden en Grieken, slaven en vrijen,
zijn immers in de kracht van één en dezelfde Geest
door de doop één enkel lichaam geworden
en allen werden wij gedrenkt met één Geest.

Sequentie

Kom, o Geest des Heren, kom
uit het hemels heiligdom,
waar Gij staat voor Gods gezicht.
Kom der armen troost, daal neer,
kom en schenk uw gaven, Heer,
kom, wees in de harten licht.

Kom, o trooster, heil’ge Geest,
zachtheid die de ziel geneest,
kom, verkwikking zoet en mild.
Kom, o vrede in de strijd,
lafenis voor ’t hart dat lijdt,
rust die alle onrust stilt.

Licht dat vol van zegen is,
schijn in onze duisternis,
neem de harten voor U in.
Zonder uw geheime gloed
is er in de mens geen goed,
is de ziel niet rein van zin.

Was wat vuil is en onrein,
overstroom ons dor domein,
heel de ziel die is gewond,
maak weer zacht wat is verstard,
koester het verkilde hart,
leid wie zelf de weg niet vond.

Geef uw gaven zevenvoud
ieder die op U vertrouwt,
zich geheel op U verlaat.
Sta ons met uw liefde bij,
dat ons einde zalig zij,
geef ons vreugd die niet vergaat.

Vers voor het evangelie

Alleluia
Kom, heilige Geest, vervul het hart van uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Alleluia.

EVANGELIE                                                              Joh. 20, 19-23
Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u: ontvangt de heilige Geest.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In de avond van de eerste dag van de week,
toen de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen
gesloten waren uit vrees voor de joden,
kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei:
“Vrede zij u.”
Na dit gezegd te hebben
toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen
waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen.

Nogmaals zei Jezus tot hen:
“Vrede zij u.
“Zoals de Vader Mij gezonden heeft,
zo zend Ik u.”

Na deze woorden blies Hij over hen en zei:
“Ontvangt de heilige Geest.
“Als gij iemand zonden vergeeft,
dan zijn ze vergeven,
en als gij ze niet vergeeft,
zijn ze niet vergeven.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007. Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

 

 

 

 

 

 

Zevende Paaszondag

Openingswoord
Wanneer iemand die ons dierbaar is
uit ons leven verdwijnt
kunnen we ons heel verweesd en droevig voelen.
Bij de apostelen was het allicht niet anders.
Daarom bidt Jezus bij zijn afscheid voor hen
en Hij vertrouwt hen toe aan zijn Vader.
De handelingen vertellen hoe – na Jezus’ afscheid –
de apostelen, Maria en een groep mannen en vrouwen,
samenkomen en kracht zoeken in het gebed.
Laten wij hun voorbeeld volgen
en biddend uitzien naar de komst van Gods Geest,
de trooster en Helper.

EERSTE LEZING                                                          Hand.  1, 12-14
Zij bleven eensgezind volharden in het gebed.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Nadat Jezus ten hemel was opgenomen,
keerden de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terug.
Deze berg ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand.
Daar aangekomen, gingen zij naar de bovenzaal
waar ze verblijf hielden :
Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas,
Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs,
Jakobus, zoon van Alfeüs,
Simon de Ijveraar en Judas, de broer van Jakobus.
Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed
samen met de vrouwen,
met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.

Antwoordpsalm                                                     Ps. 27(26), 1, 4, 7-8

Keervers
Ik reken erop in het land van de levenden
het heil van de Heer te aanschouwen.

De heer is mijn licht en mijn leidsman,
wie zou ik vrezen;
De Heer is de schuts van mijn leven,
voor wie zou ik bang zijn ?

Eén ding slechts vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen:
dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef.
Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren,
zijn tempel weer met eigen ogen mag zien.

Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem,
heb medelijden en wil mij verhoren.
Tot U spreekt mijn hart, naar U zie ik op,
uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien.

TWEEDE  LEZING                                                 1 Petr. 4, 13-16
Als men u hoont om de naam van Christus zult gij zalig zijn.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

Verheugt u in de mate dat gij deel hebt aan het lijden van Christus;
dan zult gij juichen van blijdschap,
wanneer zijn heerlijkheid zich openbaart.
Prijst u gelukkig, als men u hoont om de naam van Christus:
het is een teken dat de geest der heerlijkheid,
die de Geest van God is,
op u rust.
Zorgt dat niemand van u te lijden heeft
als moordenaar of dief of boosdoener of aanbrenger.
Maar wie als christen lijdt, moet zich niet schamen,
maar God eren met die naam.

Vers voor het evangelie                                                   Joh. 4, 18

Alleluia.Ik zal u niet verweesd achterlaten, zegt de Heer,
Ik ga heen en Ik keer tot u terug,
en uw hart zal zich verblijden.
Alleluia.

EVANGELIE                                                                 Joh. 17, 1-11a
Vader, verheerlijk uw Zoon.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei:
“Vader, het uur is gekomen
“Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke.
“Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen
om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt.
“En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen,
de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden: Jezus Christus.

“Ik heb U op aarde verheerlijkt
door het werk te volbrengen
dat Gij Mij hebt opgedragen te doen.
“Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf
en geef Mij de heerlijkheid,
die Ik bijU had eer de wereld bestond.

“Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen
die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
“U behoorden ze toe;
Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden.
“Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt.
“Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld,
heb Ik hun meegedeeld,
en zij hebben ze aangenomen en naar waarheid erkend
dat Ik van U ben uitgegaan,
en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden.

“Ik bid voor hen.
“Niet voor de wereld bid Ik,
maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren.
“al het mijne is van U  en het uwe is van Mij.
“Zo ben Ik in hen verheerlijkt.
“Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld,
terwijl Ik naar U toe kom.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

 

 

 

Vrijdag in de zesde paasweek

Overweging
Bij herhaling zagen we hoe de catechese vaak minimaal was. Ook blijft Paulus niet zo lang in Filippi, Tessalonica, Berea, Athene om te onderrichten. Daarom is het zo verrassend dat hij in Korinthe anderhalf jaar blijft. Deze ongewone handelswijze wordt bij Lucas verklaard door een visioen. Korinthe zal een belangrijke christengemeente worden en Paulus moet zich daar speciaal inzetten. Er is nog iets speciaals in deze tekst. Gallio is de broer van de filosoof en hij was proconsul in 50-51. Dit wordt voor ons een belangrijk element van datering van Paulus’ verblijf in Korinthe en van zijn eerste brief aan de Thessalonicensen.

EERSTE  LEZING                                                  Hand. 18, 9-18
In deze stad behoren veel mensen Mij toe.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Toen Paulus te Korinte verbleef
sprak de Heer in een nachtelijk visioen tot hem :
“Wees niet bevreesd
maar spreek, en zwijg niet.
“Ik ben met u
en niemand zal u aanraken om u kwaad te doen,
want in deze stad behoren veel mensen Mij toe.”
Anderhalf jaar bleef hij daar wonen
terwijl hij bij hen het woord Gods onderwees.
Onder het proconsulaat echter van Gallio in Achaia
keerden de Joden zich als één man tegen Paulus
en brachten hem voor de rechtbank.
Zij verklaarden :
“Deze man tracht de mensen over te halen
tot onwettige godsverering.”
Paulus wilde juist iets zeggen
toen Gallio de Joden antwoordde :
“Als het ging over een of ander onrecht of ernstig misdrijf, Joden,
zou ik u vanzelfsprekend geduldig aanhoren.
“Maar zijn het twisten over een woord,
over namen en over die Wet van u,
dan moet gij zelf maar zien.
“Daarover wil ik geen rechter zijn.”
Hij joeg ze van zijn rechterstoel weg.
Nu wierpen allen zich op Sostenes, de overste van de synagoge,
en gaven hem voor de rechterstoel een pak slaag.
Gallio trok er zich niets van aan.
Paulus bleef daar nog vele dagen,
nam toen afscheid van de broeders
en ging in gezelschap van Priscilla en Aquila scheep naar Syrië.
Eerst had hij in Kenchreë zijn hoofdhaar laten afknippen
want hij stond onder gelofte.

TUSSENZANG                                                    Ps. 47(46), 2-3, 4-5, 6-7

Koning is God over heel de aarde

Alle volkeren, klapt in de handen,
jubelt voor God met blij geroep.
Want groot is de Heer en alom geducht,
een machtig vorst over heel de aarde.

Volkeren levert Hij aan ons uit
en naties legt Hij aan onze voeten.
Hij kiest het erfdeel voor ons uit,
de trots van Jakob, zijn welbeminde.

God stijgt ten troon onder luid gejuich,
de Heer met geschal van bazuinen.
Zingt nu voor God, laat klinken uw zang,
voor onze koning een loflied !

ALLELUIA                                                                        Joh. 16, 28

Alleluia.
Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen ;
weer verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader
Alleluia.

EVANGELIE                                                               Joh. 16, 20-23a
Uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen.

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u :
gij zult wenen en weeklagen
terwijl de wereld zich zal verheugen.
“Gij zult bedroefd zijn,
maar uw droefenis zal in vreugde verkeren.
“Wanneer de vrouw gaat baren is zij bedroefd
omdat haar uur gekomen is ;
maar wanneer zij het kindje ter wereld heeft gebracht
denkt zij niet meer aan de pijn,
van blijdschap dat er een mens ter wereld is gekomen.
“Zo zijt ook gij nu wel bedroefd,
maar wanneer Ik u zal weerzien zal uw hart zich verheugen
en uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen.
“Op die dag zult gij Mij over niets ondervragen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

 

 

Donderdag Ons Heer Hemelvaart

Openingswoord
“Wat staat ge naar de hemel te kijken ?”
Zo spreken de engelen de apostelen toe.
Ook al kunnen wij vandaag Jezus niet meer zien
toch kunnen wij Hem werkelijk ontmoeten.
Laten wij onze blik naar binnen richten
en ons hart openen voor Christus de Heer,
en vragen wij dat God ons innerlijk oog verlicht,
om te beseffen hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept.

EERSTE LEZING                                                Hand. 1, 1-11
Ten aanschouwen van hen werd de Heer omhooggeheven

Uit de Handelingen van de Apostelen

Mijn eerste boek, Teofilus, heb ik geschreven
over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag,
waarop Hij zijn opdracht gaf aan de apostelen
die Hij door de heilige Geest had uitgekozen,
en waarop Hij ten hemel werd opgenomen.
Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen
dat Hij in leven was.
Hij verscheen hun gedurende veertig dagen
en sprak met hen over het Rijk Gods.

Terwijl Hij met hen at,
beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten,
maar de belofte van de Vader af te wachten,
“die – zo zei Hij – gij van Mij vernomen hebt:
Johannes doopte met water,
maar gij zult over enkele dagen
gedoopt worden met de heilige Geest.”

Terwijl zij eens bijeengekomen waren,
stelden zij Hem de vraag:
“Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?”
Maar hij gaf hun ten antwoord:
“Het komt u niet toe dag en uur te kennen
die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld.
“Maar gij zult kracht ontvangen
van de heilige Geest die over u komt,
om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem,
in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.”
na deze woorden
werd hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven
en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden,
stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen
die zeiden:
“Mannen van Galilea,
wat staat ge naar de hemel te kijken?
“Deze Jezus die van u is weggenomen naar de hemel,
zal op dezelfde wijze wederkeren
als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”

Antwoordpsalm                                           Ps. 47(46), 2-, 6-7, 8-9

Keervers
God stijgt ten troon onder luid gejuich,
de Heer met geschal van bazuinen.

Alle volkeren, klapt in de handen,
jubelt voor God met blij geroep.
Want groot is de Heer en alom geducht,
een machtig vorst over heel de aarde.

God stijgt ten troon onder luid gejuich,
de Heer met geschal van bazuinen.
Zingt nu voor God, laat klinken uw zang,
voor onze koning een loflied!

Koning is God over heel de aarde,
zingt dus een psalm voor Hem.
Koning is God over alle naties,
zetelend op zijn heilige troon.

TWEEDE LEZING                                                  Ef. 1, 17-23
God zette Hem aan zijn rechterhand in de hemelen.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van
Efeze

Broeders en zusters,

Ik smeek de God van onze heer Jezus Christus,
de Vader der heerlijkheid,
u de Geest te geven van wijsheid en openbaring
om Hem waarachtig te kennen.
Moge Hij uw innerlijk oog verlichten
om te zien
hoe groot de hoop is waartoe Hij u roept,
hoe rijk de heerlijkheid van zijn erfdeel
te midden van de heiligen
en hoe overgroot zijn macht is in ons die geloven.
Dezelfde sterkte en kracht heeft Hij betoond in Christus,
toe Hij Hem opwekte uit de dood
en zette aan zijn rechterhand in de hemelen,
hoog boven alle heerschappijen,
machten, krachten en hoogheden
en boven elke naam die genoemd wordt,
niet alleen in deze maar ook in de toekomstige tijd.

Alles heeft God onder zijn voeten gelegd,
en Hemzelf, verheven boven alles,
heeft Hij als Hoofd gegeven aan de Kerk
die zijn lichaam is,
de volheid van Hem, die het al in alles vervult.

Vers voor het evangelie                                         Mt 28, 19a.20

Alleluia.
Gaat en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen,
zegt de Heer;
Ik ben met u, alle dagen tot aan de voleinding der wereld.
Alleluia.

EVANGELIE                                                        Mt. 28, 16-20
Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs

In die tijd begaven de elf leerlingen zich naar Galilea,
naar de berg die Jezus hun aangewezen had.
Toen zij Hem zagen,
wierpen ze zich in aanbidding neer;
sommigen echter twijfelden.
Jezus trad nader en sprak tot hen:

“Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.
Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen
en doopt hen
in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.
“Ziet, Ik ben met u
alle dagen tot aan de voleinding der wereld.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

 

 

 

 

 

 

Dinsdag H. Augustinus van Kantelberg, b.

Overweging
Na de aangename ervaringen in Filippi volgen nu de zware beproevingen die Paulus er met zijn gezellen ondergaat en waarnaar hij later in brieven zal verwijzen. De catechese gaat het doopsel vooraf, maar deze catechese lijkt vaak vrij summier. Ze beperkt zich tot de kern van de boodschap (kerygma): geloven in Jezus, de Verrezene die ons redt. Het is in de latere eeuwen dat de catechumenen een lange voorbereiding zullen doormaken om (in de paasnacht) gedoopt te worden.

EERSTE LEZING                                                        Hand. 16, 22-34
Geloof in de Heer Jezus, dan zult gij en uw huis gered worden.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen liep het volk van Filippi
tegen Paulus en Silas te hoop,
waarop de magistraten bevel gaven
hun de kleren van het lijf te rukken
en hen met roeden te geselen.
Nadat men hun een flink aantal slagen had toegediend
wierp men hen in de gevangenis
en gaf opdracht aan de gevangenbewaarder
ze streng te bewaken.
Op dit nadrukkelijk bevel
zette deze hen in de binnenste kerker
en sloot hun voeten in het blok.
Rond middernacht
waren Paulus en Silas in gebed en zongen Gods lof
terwijl de gevangenen naar hen luisterden.
Plotseling kwam er een zo hevige schok
dat de gevangenis beefde op haar fundamenten.
Meteen vlogen alle deuren open
en sprongen de boeien van alle gevangenen los.
De gevangenbewaarder schrok wakker,
en toen hij zag dat de deuren van de gevangenis open stonden
trok hij zijn zwaard
en wilde zelfmoord plegen,
omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren.
Maar Paulus riep met luide stem :
“Doe uzelf geen kwaad,
we zijn allen nog hier.”
De man vroeg nu om licht,
snelde naar binnen
en viel sidderend Paulus en Silas te voet.
Hij leidde hen naar buiten en zei :
“Heren, wat moet ik doen om gered te worden ?”
Zij antwoordden :
“Geloof in de Heer Jezus,
dan zult gij en uw huis gered worden.”
Daarop verkondigden zij het woord des Heren
aan hem en al zijn huisgenoten.
Nog in dat nachtelijk uur nam hij hen mee
en hij waste hun wonden.
Terstond daarna werd hij met al de zijnen gedoopt.
Hij bracht ze naar zijn woning
en zette hun een maaltijd voor,
verheugd omdat hij met heel zijn gezin nu in God geloofde.

TUSSENZANG                                        Ps. 138(137), 1-2a, 2bc-3, 7c-8

Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding, Heer.

U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart,
omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd.
Ik zing voor U en alle hemelmachten
en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom.

U prijs ik om uw goedheid en trouw,
want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld.
Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord,
Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven.

Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding :
de Heer voltooit voor mij al wat ik onderneem.
Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde ;
vergeet het maaksel van uw handen niet !

ALLELUIA

Alleluia.
Christus stond op uit het graf
en werd een Licht voor allen
die Hij vrijkocht in zijn bloed.
Alleluia.

EVANGELIE                                                           Joh. 16, 5-11
Als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Thans ga Ik naar Hem die Mij gezonden heeft,
en niemand van u vraagt Mij :
Waar gaat Gij heen ?
“Omdat Ik u dit gezegd heb is uw hart vol droefheid.
“Toch zeg Ik u de waarheid :
het is goed voor u dat Ik heenga ;
want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen.
“Nu Ik wel ga zal Ik Hem tot u zenden.
“Eenmaal gekomen
zal Hij de wereld het overtuigend bewijs leveren
van wat zonde, gerechtigheid en oordeel is :
van wat zonde is omdat zij niet in Mij geloven ;
van wat gerechtigheid is
omdat Ik naar de Vader ga, zodat gij Mij niet meer ziet;
van wat oordeel is, omdat de vorst dezer wereld geoordeeld is.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

Zesde Paaszondag

Openingswoord
Wat is er nodig opdat de Kerk zou groeien ?
De liturgie in deze paastijd geeft ons een antwoord:
mensen als Filippus,
die het Evangelie van Christus met vuur verkondigen;
maar ook mensen met een ontvankelijk hart,
die de liefde van de Heer aanvaarden
en zijn geboden willen onderhouden.
Laten wij aan het begin van deze viering
ons hart proberen open te stellen,
opdat onze vriendschap met de Heer
hier gevoed en vernieuwd kan worden.

EERSTE LEZING                                            Hand. 8, 5-8.14-17
Zij legden hun de handen op en ze ontvingen de heilige Geest.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen kwam de diaken Filippus in de stad van Samaria
en predikte daar de Messias.
Filippus’ woorden oogstten algemene instemming
toen de mensen hoorden wat hij zei
en de tekenen zagen die hij verrichtte.
Uit vele bezetenen gingen de onreine geesten
onder luid geschreeuw weg
en vele lammen en kreupelen werden genezen.
Daarover ontstond grote vreugde in die stad.

Toen de apostelen in Jeruzalem vernamen
dat Samaria het woord Gods had aangenomen,
vaardigden zij Petrus en Johannes naar hen af,
die na hun aankomst, een gebed over hen uitspraken,
opdat zij de heilige Geest zouden ontvangen.
Deze was namelijk nog over niemand van hen neergedaald;
ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus.
Zij legden hun dus de handen op
en ze ontvingen de heilige Geest.

Antwoordpsalm                                                           Ps. 66(65), 1-3a, 4-5, 6-7a, 16 en 20

Keervers
Jubelt voor God, alle landen der aarde.

Jubelt voor God, alle landen der aarde,
bezingt de heerlijkheid van zijn Naam.
Brengt Hem hulde en zegt tot uw God:
“Verbijsterend zijn al uw daden;”

Heel de aarde moet U aanbidden,
bezingen uw heilige Naam.
Komt en aanschouwt wat God heeft verricht,
ontstellende daden onder de mensen.

Hij maakte de zee tot een droge vallei,
zij gingen te voet door de bedding;
Laten wij juichen van vreugde om hem
die eeuwig regeert door zijn macht.

Komt dan, godvrezenden, luistert naar mij,
ik zal verhalen wat Hij mij gedaan heeft.
God zij geprezen, Hij wees mij niet af,
onthield mij niet zijn erbarmen.

TWEEDE LEZING                                                           1 Petr 3, 15-18
Gedood naar het vlees, werd Hij ten leven gewekt naar de geest.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

Heiligt in uw hart Christus als de Heer.
Weest altijd bereid tot verantwoording
aan al wie u rekenschap vraagt
van de hoop die in u leeft.
Maar verdedigt u met zachtmoedigheid en gepaste eerbied,
en zorgt dat uw geweten zuiver is.
Dan zullen zij
die uw goede christelijke levenswandel beschimpen,
met hun laster beschaamd staan.
Hoeveel beter is het, zo God het wil,
te lijden voor het goede dat men doet
dan straf te ondergaan voor misdrijven.

Ook Christus is eens en voor al gestorven voor de zonden,
De Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen,
om ons tot God te brengen.
Gedood naar het vlees,
werd Hij ten leven gewekt naar de Geest.

Vers voor het evangelie                                            Joh. 14, 23

Alleluia;
Als iemand Mij liefheeft,
zal hij mijn woord onderhouden, zegt de Heer;
Mijn Vader zal hem liefhebben,
en Wij zullen tot hem komen.
Alleluia.

EVANGELIE                                                         Joh. 14, 15-21
Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Helper geven.

Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

“Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden.
“Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven
om voor altijd bij u te blijven:
de Geest van de waarheid,
voor wie de wereld niet ontvankelijk is,
omdat zij Hem niet ziet en niet kent.
“Gij kent Hem,
want Hij blijft bij u en zal in u zijn.

“Ik zal u niet verweesd achterlaten:
Ik keer tot u terug.
“Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer;
gij echter zult Mij zien,
want Ik leef en ook gij zult leven.
“Op die dag zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben
en gij in Mij en Ik in u.
“Wie mijn geboden onderhoudt die hij heeft ontvangen,
hij is het die Mij liefheeft.
“En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden;
ook Ik zal hem beminnen en Ik zal Mij aan hem openbaren.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.

 

 

 

Zaterdag in de vijfde paasweek

Overweging
De continuïteit met Israël en Jeruzalem is verzekerd. Lucas geeft op zijn eigen wijze te kennen dat het plan van God de persoonlijke intenties van de missionarissen doorkruist. Het apostelconcilie is een keerpunt in de missionering. De bekering van ongelovigen neemt ernstige proporties aan, en ook Europa ligt nu open voor de blijde boodschap. Wanneer doorkruist Gods plan mijn plannen ? Aanvaard ik dat gemakkelijk ?

EERSTE LEZING                                                       Hand. 16, 1-10
Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen kwam Paulus te Derbe en Lystra.
Er was daar een leerling,
Timoteüs genaamd,
de zoon van een gelovig geworden Joodse vrouw,
maar van een Griekse vader.
Omdat hij bij de broeders van Lystra en Ikonium
een goede naam had
wenste Paulus hem als reisgezel.
Omwille van de Joden die in de streek woonden
liet hij hem besnijden,
want iedereen wist dat zijn vader een Griek was.
In de steden waar zij doorkwamen,
kondigden zij voor de gelovigen de besluiten af
die genomen waren door de apostelen en oudsten in Jeruzalem.
Zo werden de gemeenten versterkt in het geloof
en ze namen met de dag in omvang toe.
Daarna trokken ze door Frygië en de landstreek Galatië,
omdat zij door de heilige Geest ervan weerhouden waren
het woord te verkondigen in Asia.
In Mysië gekomen maakten zij aanstalten om naar Bitynië te reizen
maar de Geest van Jezus stond hun dit niet toe.
Zij trokken dus door Mysië en gingen naar Troas.
Daar had Paulus ’s nachts een visioen :
er stond een Macedoniër voor hem die hem smeekte :
“Steek over naar Macedonië
en kom ons te hulp.”
Na zijn visioen zochten wij onmiddellijk een gelegenheid
naar Macedonië te vertrekken,
want we maakten er uit op
dat God ons geroepen had om hun het Evangelie te verkondigen.

TUSSENZANG                                                      Ps. 100(99), 2, 3, 5

Juicht voor de Heer, alle landen.

Juicht voor de Heer, alle landen,
dient met blijdschap de Heer,
treedt onbezorgd voor zijn Aanschijn.

Waarlijk, de Heer is god,
Hij is de Schepper en Meester,
wij zijn kudde, zijn volk.

Hij is ons goed gezind,
eindeloos is zijn erbarmen,
trouw van geslacht op geslacht.

ALLELUIA                                                                 Apok. 1, 5ab

Alleluia.
Jezus Christus, getrouwe getuige,
eerstgeborene van de doden ;
Gij hebt ons liefgehad
en van de zonden verlost in uw bloed.
Alleluia.

EVANGELIE                                                                joh. 15, 18-21
Gij zijt niet van de wereld maar Ik heb u uit de wereld gekozen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
“Als de wereld u haat
bedenkt dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u.
Als gij van de wereld zoudt zijn
zou de wereld liefhebben wat haar toebehoort.
“Daar gij echter niet van de wereld zijt
maar Ik u uit de wereld heb uitgekozen,
daarom haat de wereld u.
“Herinnert u wat Ik u gezegd heb :
een dienaar staat niet boven zijn heer;
“Als ze Mij vervolgd hebben zullen ze ook u vervolgen.
“Als ze mijn woord onderhouden hebben
zullen ze ook het uwe onderhouden
“Maar dit alles zullen zij u vanwege mijn Naam aandoen,
want Hem die Mij gezonden heeft kennen zij niet.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de weekdagen.

 

 

Vijfde Paaszondag

Openingswoord
Het Evangelie van Christus is gericht tot alle mensen.
Het komt er op aan
om het niet binnen de grenzen van de eigen kring op te sluiten,
maar om het zichtbaar te belven en hoorbaar te verkondigen.
Met Jezus op weg gaan is daarbij de eerste stap;
dan krijgen wij deel aan de liefde tussen Hem en de Vader,
en ontdekken we dat Hij degene is die ons draagt.
Dat maakt onze daden en onze woorden krachtig,
en schenkt ons moed om te getuigen.

EERSTE LEZING                                                       Hand. 6, 1-7
Zij kozen zeven mannen, vol van de heilige Geest.

Uit de Handelingen van de Apostelen

Toen in die dagen het aantal leerlingen steeds toenam,
begonnen de hellenisten tegen de Hebreeën te morren,
omdat bij de dagelijkse ondersteuning
hun weduwen achtergesteld werden.

De twaalf riepen nu de leerlingen in vergadering bijeen en zeiden :
“het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen
door de zorg voor de ondersteuning.
“Ziet dus uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden,
van goede faam, vol van geest en wijsheid.
“Hen zullen wij dan met dit ambt bekleden,
terwijl wij onszelf zullen blijven wijden aan het gebed
en de bediening van het woord.”

Dit voorstel vond instemming bij de gehele vergadering
en zij kozen Stefanus, een man vol geloof en heilige Geest,
Filippus, Prochorus,
Nikanor, Timor, Parmenasen
Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië.
Dezen werden aan de apostelen voorgedragen,
die na gebed hun de handen oplegden.

het woord Gods breidde zich uit
en het aantal leerlingen in Jeruzalem vermeerderde sterk;
ook een groot aantal priesters gaf zich gewonnen aan het geloof.

Antwoordpsalm                                                 Ps. 33(32), 1-2, 4-5, 18-19

Keervers
Geef ons, Heer? uw barmhartigheid,
zoals wij op U vertrouwen.

Jubelt, gerechtigen, voor de Heer,
rechtschapenen past een lofzang.
Huldigt de Heer met citerspel
en speet voor Hem op de harp.

Oprecht is immers het woord van de Heer
en al wat Hij doet is betrouwbaar.
Recht en gerechtigheid heeft Hij lief,
de aarde is vol van zijn mildheid.

Het oog van de heer rust op hen, die Hem vrezen,
de rekenen op zijn erbarming.
Dat Hij hen ontrukken zal aan de dood,
bij hongersnood hen zal voeden.

TWEEDE  LEZING                                                      1 Petr. 2, 4-9
Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap.

Uit de eerste brief van de heiige apostel Petrus

Dierbaren,

Treedt toe tot de Heer, de levende steen,
door de mensen verworpen,
maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God.
Laat ook uzelf als levende stenen voegen
in de bouw van de geestelijke tempel.
Draagt als een heilige priesterschap geestelijke offers op,
die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus.
Daarom staat er in de Schrift:
“Ik leg in Sion een steen,
een uitverkoren, kostbare hoeksteen.
“En wie op Hem vertrouwt, zal niet worden teleurgesteld.”

Kostbaar, dat geldt voor u die gelooft.
Maar voor de ongelovigen geldt:
“De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd,
die is d hoeksteen geworden”,
maar ook:
“Een steen waaraan zij zich stoten,
een rots waarover zij struikelen”.
Zij stoten zich, omdat zij het woord weigeren te gehoorzamen;
en daartoe waren zij ook bestemd.

Maar gij zijt een uitverkoren geslacht,
een koninklijke priesterschap, een heilige natie,
Gods eigen volk,
bestemd om de roemruchte daden te verkondigen
van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen
tot zijn wonderbaar licht.

Vers voor het evangelie                                                     joh. 14,6

Alleluia.
Ik ben de weg, de waarheid en het leven,
zegt de heer.
Niemand komt tot de Vader, tenzij door Mij
Alleluia.

EVANGELIE                                                                Joh. 14, 1-12
Ik ben de weg, de waarheid en het leven.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
Johannes

In die tijd zei ezus tot zijn leerlingen:
” Laat uw hart niet verontrust worden.
“Gij gelooft in God,
gelooft ook in Mij.
“In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.
Ware dit niet zo, dan zou Ik het u hebben gezegd,
want Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden.
“En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid,
kom Ik terug om u op te nemen bij Mij
opdat ook gij zult zijn waar Ik ben.
“Gij weet waar Ik heengaen ook de weg daarheen is u bekend.”

Tomas zei tot Hem:
“Heer, wij weten niet waar Gij heengaat:
hoe moeten wij dan de weg kennen”

ezus antwoordde hem:
“Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
“Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.
“Als gij Mij zoudt kennen,
zoudt gij ook mijn Vader kennen.
“Nu reeds kent gij Hem en ziet gij Hem.”

Hierop zei Filippus:
“Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg.”
En Jezus weer:
“Ik ben al zo lang bij u
en gij kent Mij nog niet, Filippus ?
“Wie Mij ziet, ziet de Vader.
“Hoe kunt ge dan zeggen: Toon ons de Vader ?
“Gelooft ge dan niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is ?
“De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf,
maar het is de Vader die, blijvend in Mij, zijn werk verricht.
“Gelooft Mij:
k ben in de Vader en de Vader is in Mij
“Of gelooft het anders omwille van de werken.
“oorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Wie in Mij gelooft,
zal ook zelf de werken doen die Ik doe

“Ja, grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Overwegingen uit Liturgische suggesties voor de zondagen.