http://kerkengeloof.wordpress.com

Tiende week door het jaar Zaterdag

EERSTE  LEZING                              II Kor. 5, 14-21

Hem die geen zonde heeft gekend
heeft God voor ons tot zonde gemaakt.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
.

Broeders en zusters,

De liefde van Christus laat ons geen rust
sinds wij hebben ingezien dat Een is gestorven voor allen.
Maar dan zijn allen gestorven!
En Hij is voor allen gestorven
opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven,
maar voor Hem die terwille van hen is gestorven en verrezen.
Daarom beoordelen wij voortaan niemand meer
naar de oude maatstaven.
En al hebben wij Christus ooit op zulke wijze beoordeeld,
dan nu toch niet meer.
Zo is dus wie in Christus is een nieuwe schepping:
het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen.
En dit alles komt van God.
Hij heeft ons door Christus met zich verzoend
en ons, apostelen, de dienst van die verzoening toevertrouwd.
Ja, God was het
die in Christus de wereld met zich verzoende:
Hij telde de fouten van de mensen niet
en ons gaf Hij de boodschap van de verzoening mee.
Wij zijn dus gezanten van Christus,
God roept u op door ons woord.
Wij smeken u in Christus’ naam:
laat u met God verzoenen!
Hem die geen zonde heeft gekend,
heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt,
opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden.

TUSSENZANG                              Ps. 103(102), 1-2, 3-4, 8-9, 11-12

De Heer is barmhartig en welgezind.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen !
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
vergeet zijn weldaden niet!

Hij is het die u uw schulden vergeeft,
die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt,
die u omringt met zijn gunst en erbarmen.

De Heer is barmhartig en welgezind,
lankmoedig en goedertieren.
Hij blijft niet voortdurend verwijten maken,
Hij is niet voor eeuwig vertoornd.

Zo wijd als de hemel de aarde omspant,
zo alomvattend is zijn erbarmen.
Zo ver als de afstand van oost tot west,
zo ver verdrijft Hij van ons de zonde.

ALLELUIA                                             Joh. 6, 64b, 69b

Alleluia.
Uw woorden, Heer, zijn geest en leven ;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.
Alleluia.

EVANGELIE                                     Mt. 5, 33-37

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders gezegd is:
Gij zult geen valse eed doen,
maar gij zult voor de Heer uw eden houden.
Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren;
noch bij de hemel, want dat is de troon van God;
noch bij de aarde, want dat is zijn voetbank;
noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning.
Ook bij uw hoofd moet gij niet zweren,
want gij kunt niet één haar wit of zwart maken.
Maar uw ja moet ja zijn en uw neen, neen;
en wat daar nog bij komt is uit den boze.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Tiende week door het jaar Woensdag

EERSTE LEZING                                           II Kor. 3, 4-11

Christus heeft ons bekwaam gemaakt
dienaars te zijn van een nieuw verbond,
niet van de letter maar van de Geest.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Groot is ons Godsvertrouwen
dank zij Christus.
Nogmaals:
dit betekent niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn,
zodat wij ons enige verdienste kunnen toeschrijven.
Heel onze bekwaamheid komt van God.
Hij is het die ons bekwaam heeft gemaakt
dienaars te zijn van een nieuw verbond,
niet van de letter maar van de Geest.
Want de letter doodt
maar de Geest maakt levend.

Welnu,
de dienst van de dood,
waarvan de oorkonde op de stenen gegrift stond,
ging reeds met zulk een heerlijkheid gepaard,
dat de kinderen van Israël
niet konden opzien naar het gelaat van Mozes,
wegens de luister die ervan uitstraalde
en toch zou deze weldra weer verdwijnen.
Hoeveel te heerlijker
moet dan de dienst van de Geest zijn!
En als het ambt
dat in dienst stond van de veroordeling zo eervol was
hoeveel temeer dan het ambt
dat de vrijspraak verkondigt.
Wat eens heerlijkheid scheen
is eigenlijk geen heerlijkheid,
vergeleken bij deze alles overtreffende heerlijkheid.
Als het vergankelijke zich met glorie openbaarde,
hoeveel temeer zal dit gelden van het blijvende.

TUSSENZANG                                      Ps. 99(98), 5, 6, 7, 8, 9

Heilig is Hij, de Heer onze God.

Verheerlijkt de Heer, onze God,
en werpt u neer voor zijn voetbank,
want Hij is heilig !

Mozes en Aaron waren zijn priesters,
Samuël hoorde tot zijn aanbidders :
zij riepen de Heer aan, die hen verhoorde
en tot hen sprak in de wolkkolom.

Zij hebben geluisterd naar zijn bevelen,
naar al wat Hij hen gebood.

Heer, onze God, Gij hebt hen verhoord,
Gij hebt hen genadig behandeld,
maar wat zij misdreven hebt Gij gestraft.

Verheerlijkt de Heer onze God
en werpt u neer voor zijn heilige berg,
want heilig is Hij, de Heer onze God.

ALLELUIA                                                        Mt. 4, 4b

Alleluia.
Niet van brood alleen leeft de mens,
maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.
Alleluia.

EVANGELIE                                                   Mt. 5, 17-19

Ik ben niet gekomen om op te heffen
maar om de vervulling te brengen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Denkt niet dat Ik gekomen ben
om Wet en Profeten op te heffen;
maar om vervulling te brengen.
Want voorwaar, Ik zeg u:
Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan,
dan dat één jota of haaltje vergaat uit de wet,
voordat alles geschied is.
Wie dus een van die voorschriften, zelfs de geringste,
opheft en zo de mensen leert,
zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen,
maar wie ze onderhoudt en leert,
zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Tiende week door het jaar Maandag

EERSTE LEZING                                                 II Kor. 1, 1-7

God troost ons in al onze tegenspoed,
zodat wij in staat zijn anderen te troosten.

Begin van de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
.

Van Paulus,
door Gods wil apostel van Christus Jezus,
en Timóteüs onze broeder,
aan de kerk Gods in Korinte
en aan alle heiligen in geheel Acháia.
Genade en vrede voor u
vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus!

Gezegend is God,
de Vader van onze Heer Jezus Christus,
de Vader vol ontferming
en de God van alle vertroosting.
Hij troost ons in al onze tegenspoed,
zodat wij in staat zijn anderen te troosten in al hun noden
dankzij de troost die wij van God ontvangen.
Want wij delen volop in de smarten van Christus;
maar door Christus
gewordt ons ook overvloedige vertroosting.
Worden wij verdrukt,
het is voor uw troost en heil.
Worden wij bemoedigd,
het is om u moed en kracht te geven
om standvastig hetzelfde lijden te verdragen
als wij verdragen.
Onze hoop voor u staat vast:
wij weten dat Gij, delend in onze smarten,
ook zult delen in onze vertroosting.

TUSSENZANG                                        Ps. 34(33), 2-3, 4-5, 6-7, 8-9

Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is.

De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
laat elk die het hoort zich verheugen.

Verheerlijkt de Heer te zamen met mij
en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren.
Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord,
Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde.

Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig,
want Hij stelt u niet teleur.
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer
en redt hen uit hun ellende.

De engel van God legt een schans om hen heen,
om elk die God vreest te beschermen.
Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is,
gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.

ALLELUIA                                                Ps. 145(144), 13cd

Alleluia.
Waarachtig is God in al zijn woorden
en heilig in al wat Hij doet.
Alleluia.

EVANGELIE                                              Mt.  5, 1-12

 
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
.

Toen Jezus de menigte zag ging Hij de berg op,
en nadat Hij zich had neergezet,
kwamen zijn leerlingen bij Hem.
Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus:
“Zalig de armen van geest,
want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
Zalig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Zalig de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.
Zalig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,
want hun behoort het Rijk der hemelen.
Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt
en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil:
Verheugt u en juicht,
want groot is uw loon in de hemel.
Zo immers hebben ze de profeten vervolgd
die vóór u geleefd hebben.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Tiende zondag door het jaar

EERSTE LEZING                               1 Kon.  17, 17-24

Zie, uw zoon leeft.

Uit het eerste boek, Koningen

In die dagen werd de zoon van Elia’s gastvrouw ziek
en zijn ziekte werd steeds erger,
totdat alle leven uit hem geweken was.
Toen zei de vrouw tot Elia:
“Man Gods, hoe heb ik het nu met u?
Hebt u bij mij uw intrek genomen
om mijn zonden openbaar te maken
door mijn zoon te doen sterven?”

Elia antwoordde: “Geef uw zoon aan mij.”
Hij nam het kind uit haar armen
en bracht het naar de bovenkamer waar hij logeerde
en legde het op zijn bed.
Daarop riep hij de Heer aan en zei:
“Heer, mijn God, brengt Gij zelfs over de weduwe
bij wie ik te gast ben
onheil door haar zoon te laten sterven ?”
Toen ging hij driemaal languit op het kind liggen.
Daarop riep hij de Heer aan en zei:
“Heer, mijn God,
laat toch de ziel in dit kind terugkeren.”
En de Heer gaf gehoor aan de bede van Elia:
de ziel keerde terug in het kind en het leefde weer.
Toen nam Elia het kind op, ging van de bovenkamer naar beneden,
trad het huis binnen en gaf het kind aan de moeder.
En Elia zei: “Zie, uw zoon leeft.”

Daarop zei de vrouw tot Elia :
“Nu weet ik zeker dat u een man Gods zijt
en dat de Heer werkelijk door uw mond spreekt.”

ANTWOORDPSALM                       Ps. 30(29) 2 en 4,5-6, 11 en 12a en 13b

Keervers
U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd.

U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd,
Gij hebt mijn vijanden niet laten zegevieren.
Heer, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost,
Gij hebt mij losgemaakt van die ten grave dalen.

Bezingt de Heer dan met mij, al zijn vromen,
en dankt zijn Naam die hoogverheven is.
Zijn toorn duurt kort, maar zijn genade levenslang,
de avond brengt geween, de ochtend blijdschap.

Heer, luister en ontferm U over mij,
mijn God, sta mij terzijde met uw hulp.
Gij hebt mijn rouwklacht in een vreugdedans veranderd,
U zal ik loven, Heer mijn God, in eeuwigheid.

TWEEDE LEZING                                         Gal. 1, 11-19

God openbaarde zijn Zoon aan mij, opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten 

Broeders en zusters,

Ik verzeker u:
het evangelie dat ik verkondigd heb,
is niet door mensen uitgedacht.
Ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd,
maar door een openbaring van Jezus Christus.

Gij hebt toch gehoord
hoe ik vroeger als Jood geleefd heb,
hoe ik de kerk van God fel vervolgde
en haar trachtte uit te roeien,
en hoe ik velen van mijn leeftijd en mijn volk overtrof
op het stuk van de Joodse godsdienst
in mijn hartstochtelijke ijver
voor de overleveringen van het voorgeslacht.

Maar toen besloot God,
die mij vanaf mijn geboorte had uitgekozen,
en mij riep door zijn genade,
zijn Zoon aan mij te openbaren
opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen.
Daarna vertrok ik meteen naar Arabië,
zonder een mens te raadplegen.
Ik ben ook niet naar Jeruzalem gegaan,
naar hen die eerder apostel waren dan ik.
En van Arabië ben ik weer teruggekeerd naar Damascus.
Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem
om met Kefas kennis te maken:
en ik ben maar veertien dagen bij hem gebleven.
Van de andere apostelen heb ik niemand ontmoet
behalve Jakobus, de broeder des Heren.

Vers voor het evangelie                             Lc. 7, 16

Alleluia.
Een groot profeet is onder ons opgestaan,
en God heeft genadig neergezien op zijn volk.
Alleluia.

EVANGELIE                                      Lc.  7, 11-17
Jongeling, Ik zeg je: sta op!

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd begaf Jezus zich naar een stad die Naïm heette;
zijn leerlingen en een grote groep mensen gingen met Hem mee.
Hij was juist in de nabijheid van de stadspoort gekomen
toen daar een dode werd uitgedragen,
de enige zoon van zijn moeder,
die weduwe was.
Een groot aantal mensen uit de stad vergezelde haar.

Toen de Heer haar zag
gevoelde Hij medelijden met haar en sprak:
“Schrei maar niet.”
Daarop trad Hij op de lijkbaar toe en raakte die aan.
De dragers bleven staan en Hij sprak:
“Jongeling, Ik zeg je: sta op!”
De dode kwam overeind zitten en begon te spreken
en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug.

Allen werden door ontzag bevangen
en zij verheerlijkten God, zeggende:
“Een groot profeet is onder ons opgestaan,”en:
“God heeft genadig neergezien op zijn volk.”

En dit verhaal over Hem deed de ronde
door heel het Joodse land en de wijde omtrek.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Zaterdag Onbevlekt Hart van Maria

EERSTE LEZING                                    Jes. 61, 9-11

Ik wil juichen en jubelen in de Heer.

Uit de Profeet Jesaja

Uw nageslacht zal bekend zijn bij de volken,
uw nakomelingen bij alle naties.
En allen die hen zien, zullen weten
dat zij het volk zijn dat de Heer gezegend heeft.
Ik wil jubelen en juichen in de Heer,
mijn ziel wil zich verheugen in mijn God,
want Hij heeft mij bekleed met het kleed van het heil
en mij de mantel der gerechtigheid omgehangen,
als een bruidegom die zich het hoofd feestelijk omhult
of als een bruid die zich met haar sieraden tooit.
Want zoals de aarde haar vruchten voortbrengt
en zoals een tuin het zaad laat rijpen,
zo laat de Heer de gerechtigheid ontluiken
en zijn glorie voor het oog der volken.

TUSSENZANG                                      1 Sam. 2, 1, 4-5, 6-7, 8abcd

De Heer doet mijn hart van vreugde slaan.

De Heer doet mijn hart van vreugde slaan,
mijn God heeft mijn hoofd opgeheven.
Nu sta ik mijn mededingers te woord
omdat ik zijn bijstand geniet.

De bogen der dapperen worden gebroken,
de zwakken worden met kracht omgord.
De rijken moeten hun brood gaan verdienen,
die honger leed hoeft geen werk meer te doen.
De kinderloze baart zeven maal,
de schoot van de moeder verdort.

De Heer beschikt over sterven en leven,
Hij leidt naar de dood en Hij roept weer terug.
De Heer schenkt armoede evenals rijkdom,
vernedering brengt Hij en eer.

Hij richt de onmachtige op uit het stof,
verheft uit het vuil de geringe ;
Hij geeft hem een zetel onder de vorsten,
verleent hem een eervolle plaats.
Want Hij is de Heer van de zuilen der aarde
waarop Hij de aardschijf eens heeft geplaatst.

EVANGELIE                                                      Lc. 2, 41-52

Denk toch eens met wat een pijn
Uw vader en ik naar U hebben gezocht.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Ieder jaar reisden de ouders van Jezus
bij gelegenheid van het Paasfeest naar Jeruzalem.
En overeenkomstig het gebruik bij dit feest
gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar geworden was.
Maar na afloop van die dagen keerden zij naar huis terug.
Het kind Jezus bleef echter in Jeruzalem achter
zonder dat zijn ouders het wisten.
In de mening dat Hij zich bij de karavaan bevond,
gingen zij een dagreis ver,
en zochten Hem toen onder familieleden en bekenden.
Omdat zij Hem niet vonden
keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug.
Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel,
waar Hij te midden van de leraren zat
naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde.
Allen die Hem hoorden
waren verbaasd over zijn inzicht en zijn antwoorden.
Toen zijn ouders Hem daar opmerkten stonden zij verslagen.
Zijn moeder zei tot Hem :
“Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan ?
“Denk toch eens met wat een pijn
uw vader en ik naar U hebben gezocht.”
Maar Hij antwoordde :
“Wat hebt ge toch naar Mij gezocht ?
“Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?”
Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde.
Hij ging met hen mee naar Nazaret
en was aan hen onderdanig.
Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart.
En met de jaren nam Jezus toe in wijsheid en welgevalligheid
bij God en de mensen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Negende week door het jaar Donderdag

EERSTE LEZING Tob. 6, 10-11a ;7, 1. 9-17 ;8, 4-10

God heeft u tot mij gezonden,
opdat Sara in de echt verbonden zou worden

met iemand van haar volk.

Uit het Boek Tobit

In die dagen sprak Tobias tot de engel:
“Waar wilt gij, dat wij onze intrek nemen?”
De engel antwoordde:
“Broeder, vandaag zullen we te gast zijn bij Raguël.
Hij is van uw familie.
Hij heeft maar één kind, een dochter, die Sara heet.”
Daarop begaven ze zich naar de woning van Raguël.
Zij gingen binnen en Raguël ontving hen vol vreugde.

Nadat Tobias en Raguël waren uitgesproken,
liet Raguël een lam slachten
en zette hun een welvoorziene tafel voor.
Maar toen hij hen uitnodigde,
zich aan tafel te zetten,
sprak Tobias:
“Ik eet of drink hier niet vandaag,
vóórdat gij mijn verzoek hebt ingewilligd
en mij belooft Sara, uw dochter te geven.”
Toen Raguël dat hoorde, werd hij dodelijk verschrikt;
want hij wist wat die zeven mannen was overkomen,
die bij haar waren binnengegaan;
daarom vreesde hij, dat ook hem wellicht hetzelfde zou overkomen.
Daar Raguël aarzelde en op die vraag maar geen antwoord gaf,
sprak de engel tot hem:
“Wees niet bevreesd uw dochter aan Tobias te geven;
want omdat hij God vreest,
is uw dochter voor hem tot vrouw bestemd;
daarom juist kon geen ander haar bezitten.”
Toen sprak Raguël:
“Nu weet ik zeker
dat God mijn gebeden en mijn tranen voor zijn aanschijn
heeft aanvaard.
En ik ben ervan overtuigd,
dat Hij u daarom tot mij heeft gezonden
opdat zij in de echt verbonden zou worden
met iemand van haar volk;
twijfel er daarom niet aan,
ik geef haar aan u.”
Toen nam hij de rechterhand van zijn dochter,
legde die in de rechterhand van Tobias en sprak:
“De God van Abraham, de God van Isaäk
en de God van Jakob zij met u
en Hij verenige u;
moge Hij zijn zegen ten volle over u uitstorten.”
En zij namen perkament
en maakte de huwelijksoorkonde op.
Daarna gingen zij aan tafel en prezen God.
Na de maaltijd toen het paar in de kamer alleen was,
zei Tobias tot Sara:
“Sta op; wij moeten vandaag,
morgen en overmorgen tot God blijven bidden.
Deze drie nachten blijven wij verbonden met God;
eerst als de derde nacht voorbij is,
zullen wij ons huwelijksleven beginnen.
Wij zijn immer kinderen van de heiligen
en kunnen dus het huwelijk niet beginnen
zoals de heidenen, die God niet kennen.”
Zij stonden dus beiden op
en begonnen samen vurig te bidden,
dat zij gespaard mochten blijven.
En Tobias sprak:
“Heer, God van onze vaderen;
dat hemel en aarde U loven,
met de zee, de bronnen en de stromen
en met al uw schepselen die erin wonen.
Gij hebt Adam geschapen uit het stof der aarde
en hem Eva toegewezen als een hulp.
Welnu dan, Heer:
Gij weet dat ik deze dochter
niet uit wellust tot vrouw heb genomen,
maar alleen uit verlangen naar kroost,
opdat zij uw naam mogen zegenen
in de eeuwen der eeuwen.”
Ook Sara sprak:
“Ontferm U over ons, Heer,
ontferm U over ons
en houd ons beiden gezond tot op onze oude dag.”

TUSSENZANG Ps. 128(127), 1-2, 3, 4-5

Gelukkig die godvrezend zijt.

Gelukkig die godvrezend zijt,
de weg des Heren gaat.
Gij zult de vrucht van eigen arbeid eten,
tevreden en voorspoedig zult gij zijn.

Uw vrouw daarbinnen in uw huis
is als een rijkbeladen wijnstok.
En als olijftakken rond de stam
zo staan uw zonen om uw tafel.

Ja, zo wordt elke man gezegend
die eer geeft aan de Heer.
U zegene de Heer uit Sion ;
moogt gij Jeruzalem welvarend zien
zolang uw dagen duren.

ALLELUIA Ps. 119(118), 105

Alleluia.
Uw woord is een lamp voor mijn voeten, Heer,
het is een licht op mijn pad.
Alleluia.

EVANGELIE Mc. 12, 28b-34

Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd trad een schriftgeleerde op Jezus toe
en legde Hem de vraag voor:
“Wat is het allereerste gebod?”
Jezus antwoordde:
“Het eerste is:
Hoor, Israël!
De Heer onze God is de enige Heer.
Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart,
geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht,
Het tweede is dit:
Gij zult uw naasten beminnen als uzelf.
Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee.”
Toen zei de schriftgeleerde tot Hem:
“Juist, Meester, terecht hebt ge gezegd:
Hij is de enige en er bestaat geen andere buiten Hem;
en Hem beminnen met heel zijn hart,
heel zijn verstand en heel zijn kracht
en de naaste beminnen als zichzelf,
dat gaat boven alle brand- en slachtoffers.
Omdat Jezus zag dat hij wijs gesproken had zei Hij hem:
“Gij staat niet ver af van het Koninkrijk Gods.”
En niemand durfde Hem nog een vraag te stellen.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Negende zondag door het jaar

EERSTE LEZING                                       1 Kon. 8, 41-43

Als een vreemdeling komt, luister naar hem.

Uit het eerste boek Koningen

In die dagen bad Salomo in de tempel als volgt:

“Heer, ook als een vreemdeling,
die niet tot uw volk Israël behoort,
omwille van uw Naam uit een ver land komt,
en gaat bidden in deze tempel
omdat hij gehoord heeft van uw grote naam,
uw krachtige hand en uw uitgestrekte arm,
luister dan vanuit de hemel, uw woonstede,
en doe alles
waarom de vreemdeling U smeekt.
Dan zullen alle volken der aarde U leren kennen
en U, evenals uw volk Israël, vrezen;
dan zullen zij weten dat over deze tempel, die ik gebouwd heb,
uw Naam is uitgeroepen.”

ANTWOORDPSALM                                               Ps. 117(116), 1, 2

Keervers
Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie.

Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer, alle volken rondom.

Omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.

TWEEDE LEZING                                        Gal. 1, 1-2.6-10

Als ik de gunst van mensen zocht, zou ik geen dienaar van Christus zijn.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten

Van Paulus, een apostel,
niet gezonden of aangesteld door mensen,
maar door Jezus Christus
en door God de Vader die Hem uit de dood heeft opgewekt.
Ik en alle broeders die bij mij zijn,
groeten de kerken van Galatië.

Broeders en zusters:
Ik sta verbaasd dat gij zo spoedig van Hem
die u tot de genade geroepen heeft,
afvalt om een ander evangelie aan te hangen.
Er bestaat geen ander.
Er zijn alleen maar lieden die u in verwarring brengen
en proberen het evangelie van Christus te verdraaien.
Maar al zouden wijzelf
of een engel uit de hemel of wie dan ook
een evangelie verkondigen
dat afwijkt van wat wij u verkondigd hebben,
hij zij vervloekt!
Wat ik vroeger heb gezegd, herhaal ik nu:
als iemand u een ander evangelie verkondigt
dan gij ontvangen hebt,
hij zij vervloekt!
Wie tracht ik nu voor mij te winnen,
de mensen of God?

Zoek ik soms de gunst van mensen?
Als ik nog de gunst van mensen zocht,
zou ik geen dienaar van Christus zijn.

Vers voor het evangelie                                   Joh. 3, 16

Alleluia.
Zozeer heeft God de wereld liefgehad,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,
opdat al wie in Hem gelooft,
eeuwig leven zal hebben.
Alleluia.

EVANGELIE                                               Lc. 7, 1-10

Zelfs in Israël heb Ik zo’n groot geloof niet gevonden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd ging Jezus,
na afloop van zijn onderricht aan het luisterende volk,
naar Kafarnaüm.
Daar was een honderdman, die een knecht had
aan wie hem veel gelegen was;
die knecht was ziek en lag op sterven.
Omdat de honderdman van Jezus hoorde,
zond hij enkele oudsten van de joden naar Hem toe
met het verzoek zijn knecht te komen genezen.

Bij Jezus gekomen, riepen zij met aandrang zijn hulp in.
Ze zeiden: “Hij verdient dat Gij hem deze gunst bewijst,
want hij houdt van ons volk
en hij heeft op eigen kosten de synagoge voor ons gebouwd.”
Daarop ging Jezus met hen mee.
Maar toen Hij niet ver meer van het huis was,
liet de honderdman Hem door vrienden zeggen:
“Heer, doe geen verdere moeite;
ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt.
“Daarom meende ik ook er geen aanspraak op te mogen maken
persoonlijk naar U toe te komen.
“Maar een woord van U is voldoende
om mijn knecht te doen genezen.
“Want al ben ikzelf een ondergeschikte,
ik heb weer manschappen onder mij;
en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat,
en tot een ander: kom, en hij komt,
en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het.”

Toen Jezus dit hoorde, stond Hij verwonderd over hem.
Hij keerde zich om en zei tot het volk dat Hem volgde:
“Ik zeg u:
zelfs in Israël heb Ik zo’n groot geloof niet gevonden.”
Toen de mensen die gestuurd waren, in het huis terugkeerden,
vonden zij de knecht weer gezond.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Vrijdag Maria Bezoek

EERSTE LEZING                                        Sef. 3,14-18a

De Heer, de Koning van Israël, blijft bij u.

Uit de Profeet Sefanja

Sion, jubel van vreugde,
juich, Israël,
verheug u en wees blij, Jeruzalem,
met heel uw hart!
Het vonnis dat op u drukte,
werd door de HEER vernietigd,
Hij heeft uw vijand verjaagd.
De HEER, de Koning van Israël, blijft bij u:
nu hoeft gij geen onheil meer te vrezen!
Op die dag zal er tot Jeruzalem gezegd worden:
Vrees niet, Sion,
en laat uw handen niet verslappen.
De HEER uw God is bij u
als een reddende held.
Uitermate verheugt Hij zich om u,
door zijn liefde maakt Hij u nieuw;
Hij jubelt om u van vreugde.

TUSSENZANG                                          Jes. 12, 2, 3, 4bcd, 5-6

Israëls Heilige woont in uw midden.

Ja, God is mijn heil, ik verlaat mij op Hem,
ik hoef voor geen onheil te vrezen.
De Heer is mijn sterkte, de Heer geeft mij kracht,
Hij toont zich mijn helper en redder.

De dag is nabij dat ge water zult putten
met opgeruimd hart uit de bron van het heil.

Brengt dank aan de Heer en huldigt zijn Naam,
verkondigt de volken zijn machtige daden,
maakt alom zijn grootheid bekend.

Zingt luid voor de Heer, die wonderen deed,
laat heel de aarde het horen.
Verheugt u en juicht, gij die Sion bewoont,
want Israëls Heilige woont in uw midden.

ALLELUIA                                              Lc. 1, 39-56

Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt ?

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland,
naar een stad in Juda.
Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabet.
Zodra Elisabet de groet van Maria hoorde,
sprong het kind op in haar schoot.
Elisabet werd vervuld met de heilige Geest
en riep met luide stem uit:
“Gij zijt gezegend onder de vrouwen
en gezegend is de vrucht van uw schoot.
Waaraan heb ik het te danken
dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?
Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte
sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen
wat haar vanwege de Heer gezegd is.”
En Maria sprak:
“Mijn hart prijst hoog de Heer.
Van vreugde juicht mijn geest om God, de redder,
daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd.
En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig
omdat Hij die machtig is aan mij zijn wonderwerken deed,
en heilig is zijn Naam.
Barmhartig is Hij van geslacht tot geslacht
voor hen die Hem vrezen.
Hij toont de kracht van zijn arm;
slaat trotsen van hart uiteen.
Heersers ontneemt Hij hun troon,
maar Hij verheft de geringen.
Die hongeren overlaadt Hij met gaven,
en rijken zendt Hij heen met lege handen.
Zijn dienaar Israël heeft Hij zich aangetrokken,
gedachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig
jegens Abraham en zijn geslacht,
gelijk Hij had gezegd tot onze Vaderen.”

Nadat Maria ongeveer drie maanden bij haar gebleven was
keerde zij naar huis terug.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Sacramentsdag Feest van het heilig lichaam en bloed van Christus

EERTSTE LEZING                                         Gen. 14, 18-20

Hij bood brood en wijn aan.

Uit het boek Genesis

In die dagen bood Melchisedek, de koning van Salem,
Abram brood en wijn aan.
Daar hij priester was van de allerhoogste God,
zegende hij hem met deze woorden:
“Gezegend zij Abram door de allerhoogste God,
die de hemel en aarde gemaakt heeft,
en gezegend zij de allerhoogste God
die uw vijand aan u heeft overgeleverd!”

En Abram gaf hem van alles een tiende deel.

Antwoordpsalm                                           Ps. 110(109) 1, 2, 3, 4

Keervers
Voor eeuwig zijt gij priester als Melchisedek.

De Heer spreekt tot mijn heer: “Zit aan mijn rechterhand;
Ik leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten”.

Uit Sion reikt de Heer de scepter van uw macht;
heers nu te midden van uw tegenstanders.

Een vorst zijt gij, wanneer gij u vertoont
met macht bekleed, in glans van heiligheid;
Ik heb u voor de dageraad verwekt.

Gezworen heeft de Heer, Hij neemt het niet terug:
“Voor eeuwig zijt gij priester als Melchisedek”.

TWEEDE LEZING                                               1 Kor. 11, 23-26

Telkens als gij eet en drinkt, verkondigt gij de dood des Heren.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen
die ik u op mijn beurt heb doorgegeven:
dat de Heer Jezus
in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,
brood nam
en na gedankt te hebben, het brak
en zei:
“Dit is mijn lichaam voor u.
“Doet dit tot mijn gedachtenis.”
Zo ook nam Hij na de maaltijd de beker
met de woorden:
“Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed.
“Doet dit
elke keer dat gij hem drinkt,
tot mijn gedachtenis.”

Telkens als gij dit brood eet en uit de beker drinkt,
verkondigt gij de dood des Heren
totdat Hij, wederkomt.

VERS VOOR HET EVANGELIE                                Joh. 6, 51-52

Alleluia.
Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald,
zegt de Heer.
Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.
Alleluia.

EVANGELIE                                             Lc. 9, 11b-17

Allen aten tot zij verzadigd waren.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd sprak Jezus tot de menigte over het Rijk Gods,
en wie genezing nodig hadden, genas Hij.
Toen de dag ten einde begon te lopen,
kwamen de twaalf naar Hem toe en zeiden:
“Stuur de mensen weg;
dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan
om daar onderdak te vinden,
want hier zijn we op een eenzame plek.”

Maar Hij antwoordde:
“Geeft gij hun maar te eten.”

“Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen,
-zeiden ze-
of we zouden voor al dat volk eten moeten gaan kopen.”

Er waren naar schatting wel vijfduizend mensen.
Hij gelastte nu zijn leerlingen:
“Laat ze gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig.”
Dat deden ze en ze lieten allen plaats nemen.

Daarop nam Hij de vijf broden en de twee vissen,
sloeg de ogen ten hemel,
sprak er de zegen over uit,
brak ze en gaf ze aan zijn leerlingen
om ze aan de menigte voor te zetten.
Allen aten tot ze verzadigd waren
en wat zij overhielden, haalde men op,
twaalf korven met brokken.

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Achtste week door het jaar Dinsdag

EERSTE LEZING                                      Sir.35, 1-12

Wie zich houdt aan de geboden, brengt daarmee een vredeoffer.

Uit het Boek Ecclesiasticus

Wie de wet houdt, brengt vele offers,
wie zich houdt aan de geboden, brengt daarmee een vredeoffer;
wie een weldaad bewijst, brengt een spijsoffer,
en wie een aalmoes geeft, brengt een dankoffer.
De Heer heeft welgevallen in het breken met de boosheid,
en breken met de ongerechtigheid is verzoening.
Verschijn echter niet met lege handen voor de Heer,
want al deze dingen eist het gebod.
Het offer van een rechtvaardige maakt het altaar vet,
en de welriekende geur ervan komt voor de Allerhoogste;
het offer van een rechtvaardige is welgevallig;
en de herinnering eraan wordt niet vergeten.
Verheerlijk de Heer met een blij gelaat
en onttrek niets aan de eerstelingen die gij moet geven;
toon bij al uw gaven een vrolijk gezicht,
en heilig de tienden met vreugde.
Geef aan de Allerhoogste naar hetgeen Hij u geschonken heeft;
geef met een blij gelaat en naar uw vermogen.

Tussenzang                                    Ps. 50(49), 5-6, 7-8, 14, 23

Wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.

Brengt allen hier die Mij zijn toegewijd,
die met een offer mijn verbond bekrachtigd hebben.
De hemelen betuigen zijn gerechtigheid :
het is God zelf, die oordeelt.

Hoor nu, mijn volk, wat Ik u zeggen ga,
hoor, Israël, waarvan Ik u beschuldig,
want Ik ben God, uw God !
Ik maak u over offers geen verwijt :
uw offerdieren zie Ik aldoor branden.

Brengt liever God het offer van uw lof,
volbrengt de Allerhoogste uw geloften.
Wie offers brengt van lof, die eert Mij waarlijk,
wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.

Alleluia                                Ps. 27(26), 11

Alleluia.
Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand,
leid mij langs effen paden.
Alleluia.

EVANGELIE                                      Mc. 10, 28-31

Wie Mij volgt ontvangt het honderdvoud,
en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.

Uit het heilige evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
.

In die tijd nam Petrus het woord en zei tot Jezus:
“Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.”
Jezus antwoordde:
“Voorwaar, Ik zeg u:
er is niemand die huis, broers, zusters,
moeder, vader, kinderen of akkers
om Mij en om de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven,
of hij ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoud
aan huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en akkers,
zij het ook gepaard met vervolgingen,
en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.
Veel eersten zullen de laatsten zijn
en veel laatsten eersten.”

De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.