http://kerkengeloof.wordpress.com

De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten Hem die op het hoofd en wierpen Hem een purperen mantel om.(Johannes 19:2)

Tijdens zijn proces werd Jezus een doornenkroon opgezet

Christenen zien deze kroon als een symbool, zoals blijkt in de koepel van het heiligdom van de geseling.

Deze met een kruis getooide koepel staat op de traditionele plek van het plein Litostratus, de geplaveide binnenplaats van de Romeinse vesting Antonia. Men zegt dat Jezus er voor de Romeinse procurator Pontius Pilatus werd gebracht.

‘Geboeid leidde men Hem weg en leverde Hem uit aan de landvoogd Pilatus’ (Matteüs 27:2)

Deze met een kruis getooide koepel staat op de traditionele plek van het plein Litostratos, de geplaveide binnenplaats van de Romeinse vesting Antonia.

Men zegt dat Jezus er voor de Romeinse procurator Pontius Pilatus werd gebracht.

Men bracht Jezus naar de hogepriester (Marcus 14:53)

Langs deze oorspronkelijke weg bracht men Jezus omhoog naar het huis van de hogepriester Kajafas.  De  resten van deze weg stammen nog uit de tijd van de Makkabeeën. Boven staat, op de plaats waar het huis van de hogepriester gestaan heeft, nu de Kerk van St.-Petro van Gallicante (Hanegekraai), welke werd gebouwd ter nagedachtenis van het berouw van Petrus nadat hij zijn meester driemaal had verloochend.

Dit is de koepel van de Kerk van het hanegekraai.

Hier ziet men een voorstelling van de geboeide Jezus in de kerk van het hanegekraai.

‘De Meester laat u vragen: Waar is de zaal, waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden, hij zal u dan een grote bovenzaal laten zien met rustbedden: maakt daar alles klaar’ (Lucas 22:11,12)

Het Cenacle(in het Latijns Cenaculum: “Eetzaal”) bevindt zich op de bovenste verdieping van dit gebouw.

Hier gebruikten Jezus en zijn leerlingen het laatste avondmaal.

In deze zaal werd volgens een oud geloof het laatste avondmaal gebruikt. In de reconstructie door de kruisvaarders staat nog een Byzantijnse zuil. De slanke pilaar linksachter in de hoek heeft een kapiteel met het pelikaan-Christusmotief.

‘Hij sprak tot hen: Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader, Uw naam worde geheiligd, Uw Rijk kome’ (Lucas 11:2).

Op de Olijfberg onderwees Jezus zijn discipelen vele dingen, waaronder het Onzevader. Ter herinnering aan zijn rol van leraar werden de kerk en het klooster van het “Pater Noster” gebouwd. In de kloostergang is het gebed in 100 talen weergegeven in majolica-tabletten.

Hier ziet U de Nederlandse versie met onze gids.

‘Wee u, Chorazin; wee u, Betsaïda! Tyrus en Sidon zouden reeds lang, in zak en as, zich bekeerd hebben, indien bij hen de wonderen waren gebeurd, die bij u hebben plaatsgevonden’ (Matteüs 11:21)

Sommige steden aan de oever van het meer van Galilea, zoals Chorazin en Betsaida, weigerden de leer van Jezus te aanvaarden en werden door hem vervloekt.

Hier ziet men ruines van de oude synagoge van Chorazin.

‘Hij zag een vijgeboom langs de weg staan…maar vond er niets dan bladeren aan. Daarop sprak Hij tot de boom: In eeuwigheid zult gij geen vrucht meer dragen’ (Matteüs 21:19).

In de omgeving van Betanië verrichtte Jezus nog een van zijn wonderen. Hij vervloekte een in volle lentebloei staande vijgeboom, en al de bladeren verdorden.

De vijgeboom is in Israël de enige boom die zijn bladeren verliest, maar in de lente in één nacht weer volop in blad staat. Daarom is de vijgeboom in de Schrift het symbool geworden van het nieuwe frisse leven. Wij moeten dus moed houden, de slechte tijden gaan voorbij.

‘Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp van Maria en haar zuster Marta’ (Johannes 11:1)

Witgesluierde nonnen bezoeken hier de Kerk van Lazarus in Betanië. Jezus bracht vele bezoeken aan het nabij Jeruzalem gelegen Betanië. Hier wekte Hij zijn vriend Lazarus, die al een paar dagen dood was, weer tot leven.

De trap die naar het graf van Lazarus voert. Het graf is uitgehakt in de rotshelling.

De onderste helft van de Kerk van Lazarus in Betanië houdt de herinnering levend aan de in zijn grot liggende Lazarus en aan Jezus’ belofte: ‘Ik ben de verrijzenis en het leven’.

‘Ga u wassen in de vijver van Siloam…Hij ging ernaar toe, waste zich en kwam er ziende vandaan’ (Johannes 9:7).

Eveneens een beroemd bad in Jeruzalem is de vijver van Siloam, waar Jezus een blinde gebood zich in het water te wassen. De ogen van de gebrekkige werden gezond, en hij zag voor het eerst in het water zijn spiegelbeeld. De vijver van Siloam ontvangt door middel van een 533 meter lange tunnel, die koning Hizkia in de rots heeft laten uithakken, zijn water uit de bron van Gihon.

‘Nu is er in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badinrichting, in het Hebreeuws Bezeta geheten met vijf zuilengangen’ (Johannes 5:2)

Het bad van Bezeta lag niet ver van de tempelvoorhof,maar buiten de stadsmuren. Dicht bij het bad staat de kerk van St.-Anna, door de kruisvaarders gebouwd op een plaats waar zich volgens de overlevering het huis bevond van Joachim en Anna, de ouders van Maria.

Het water werd geacht genezende kracht te bezitten, waardoor het omgeven was door een menigte zieken.

Hier genas Jezus een gebrekkige met de woorden; ‘Sta op, neem je bed op en loop’ (Johannes 5:8).

Enkele Farizeeën zagen de genezende zijn bed dragen en stelden vragen aan Jezus; het was namelijk sabbat. Jezus antwoordde hun; Tot op de dag van vandaag is mijn Vader voortdurend aan het werk en houd ook Ik niet op met werken’ (Johannes 5:17).

Een van de weinige plaatsen in Jeruzalem waarvan met absolute zekerheid kan gesteld worden dat Jezus er werkelijk gestaan heeft, omdat er maar één zo’n inrichting met 5 zuilengangen bestond.

‘De mensen die Hem omstuwden, jubelden: Hosanna Zoon van David… Hosanna…!(Matteüs 21:9)

Jezus reed vanuit het dorp Betfage op een ezel een triomfale ontvangst in Jeruzalem tegemoet. Dit voorval uit het evangelie wordt ieder jaar herdacht door de processie op Palmzondag van de Latijnse Kerk. Het evangelieverhaal is hier weergegeven op een fresco in het kerkje van Betfage.

‘En toen Hij naderbij kwam, liet Hij zijn blik over de stad gaan en weende over haar’ (Lucas 19:41). De herinnering aan de plek waar Jezus weeklaagde over Jeruzalem, dat spoedig verwoest zou worden, wordt levend gehouden in het heiligdom ‘Dominus Flevit'(‘De Heer Weende’).