Uitzending van Barnabas en Saulus: de eerste reis.(Hand. 13:4-12)

Zo werden Barnabas en Saulus uitgezonden door de heilige Geest. Ze gingen eerst naar Seleucië en van daar per schip naar Cyprus, waar ze aankwamen in Salamis. Daar verkondigden ze Gods boodschap in de synagogen van de Joden. Johannes was met hen meegegaan om hen te helpen. Ze reisden het hele eiland rond tot zeMeer lezen over “Uitzending van Barnabas en Saulus: de eerste reis.(Hand. 13:4-12)”

Saulus geroepen Hand. 9

Saulus vroeg aan de hogepriester een aanbevelingsbrief voor de synagoge in Damascus om daar mannen en vrouwen te mogen arresteren en die dan naar Jeruzalem te voeren. Onderweg werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen:’Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’Meer lezen over “Saulus geroepen Hand. 9”

Samenvatting van de levensgeschiedenis van Paulus.

De steniging van Stefanus. De geschiedenis van Paulus begint eigenlijk in Handelingen 7, bij de steniging van Stefanus. Stefanus was door de apostelen aangesteld om de aalmoezen eerlijk te verdelen onder de weduwen. De reden van de steniging was, dat hij in Jeruzalem de hogepriester en de oudsten had beschuldigd van de moord op Jezus.Meer lezen over “Samenvatting van de levensgeschiedenis van Paulus.”

De brieven van Paulus

De  zeven authentieke brieven van Paulus •De eerste brief aan de christenen van Tessalonica •De eerste en de tweede brief aan de christenen in Korinte •De brief aan de christenen in Galatië •De brief aan de christenen van Filippi •De brief aan de christenen van Rome •De brief aan Filemon Andere brieven waarvan de authenticiteitMeer lezen over “De brieven van Paulus”

‘En terwijl Hij hen zegende, verwijderde Hij zich van hen en werd…omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen’ (Lucas 24:51; Handelingen 1:9)

Na zijn verrijzenis verscheen Jezus gedurende enige tijd aan zijn leerlingen. Tenslotte leidde hij de elf apostelen naar de top van de Olijfberg, gaf zijn laatste instructies en voer voor hun ogen ten hemel. In Byzantijnse tijden vormde de Kerk van de Hemelvaart het grote oostelijke herkenningspunt van Jeruzalem, met overdag de glinstering van eenMeer lezen over “‘En terwijl Hij hen zegende, verwijderde Hij zich van hen en werd…omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen’ (Lucas 24:51; Handelingen 1:9)”

‘De engel sprak de vrouwen aan en zei…Hij is niet hier, Hij is verrezen zoals Hij gezegd heeft…'(Matteüs 28: 5-6)

Op de morgen van eerste Paasdag was het graf van Jezus leeg. Dit was een onweerlegbaar feit en zijn vijanden bestreden het niet. Zij verspreidden het gerucht dat de discipelen het lichaam gedurende de nacht, terwijl de wachters sliepen, hadden gestolen (Matteus 28:11-15). Maar dat was niet de werkelijke verklaring. God onthulde de vrouwen deMeer lezen over “‘De engel sprak de vrouwen aan en zei…Hij is niet hier, Hij is verrezen zoals Hij gezegd heeft…'(Matteüs 28: 5-6)”

… en legde het (lichaam) in zijn graf dat hij pas in de rots had laten uithouwen…(Matteüs27:60)

Jozef van Arimatéa en Nikodémus voerden de begrafenis uit. Zij wikkelden het lichaam onder toevoeging van geurige kruiden in schone linnen doeken en legden het in de rotsen uitgehakt graf. Het Heilige graf, waarvan volgens overlevering wordt aangenomen als toebehorend aan Jezus, bevat de ruimte waar hij ter ruste werd gelegd. Het grafgewelf bestaat uitMeer lezen over “… en legde het (lichaam) in zijn graf dat hij pas in de rots had laten uithouwen…(Matteüs27:60)”

‘Toen zij op de plaats kwamen die Schedel heet, sloegen zij Hem daar aan het kruis…'(Lucas 23:33)

Het algemeen erkende heilige graf is een oude joodse tombe, maar wordt omsloten door een moderne kapel met een karakteristieke gevel en marmeren pilaren en zuilen. De lampen en kandelaars behoren aan de verschillende christelijke gemeenschappen die deze plaats vereren. Boven de ingang van de grafkamer in de Heilig Grafkerk. Het goudkleurige mozaïek in deMeer lezen over “‘Toen zij op de plaats kwamen die Schedel heet, sloegen zij Hem daar aan het kruis…'(Lucas 23:33)”